Algemene Subsidieregeling Barendrecht
Gemeente Barendrecht
Kinderopvanginstellingen, basisscholen en organisaties die activiteiten uitvoeren gericht op kinderen, jongeren en buurtbewoners in Barendrecht.
Ook bekend als ASR Barendrecht
Waar is deze subsidie voor?
Algemene subsidieregeling van de gemeente Barendrecht voor diverse maatschappelijke doelen, waaronder peuterspeelzaalwerk, brede school en schoolbegeleiding. De regeling geeft richtlijnen voor subsidieverlening op basis van jaarlijkse budgetvaststelling en specifieke beleidskaders.
Voor wie is het bedoeld?
Kinderopvanginstellingen, basisscholen en organisaties die activiteiten uitvoeren gericht op kinderen, jongeren en buurtbewoners in Barendrecht.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuterspeelzaalwerk voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar
- Financiering van brede schoolactiviteiten gericht op brede ontwikkeling van kinderen
- Ondersteuning van schoolbegeleiding en naschoolse coaching
Voorwaarden
- Activiteiten moeten bijdragen aan realisatie van gemeentelijke doelen
- Voor peuterspeelzaalwerk: kinderopvanginstellingen moeten geregistreerd zijn bij het landelijk register Kinderopvang
- Voor brede school: alleen basisscholen binnen gemeente Barendrecht
- Voor schoolbegeleiding: scholen die zelf schoolbegeleiding inzetten
- Fysieke of psychische gezondheid van kinderen/jongeren mag niet in gevaar komen
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht houdende regels omtrent subsidie (Algemene Subsidieregeling Barendrecht) Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht; overwegende dat het gemeentebestuur haar beleidsdoelen wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Barendrecht 2020, besluit vast te stellen de Algemene Subsidieregeling Barendrecht. Inleiding Op 22 september 2020 heeft de gemeenteraad van Barendrecht de geactualiseerde Kadernota Subsidiebeleid 2020 Barendrecht vastgesteld. In lijn hiermee heeft de gemeenteraad op 22 september 2020 de nieuwe Algemene subsidieverordening Barendrecht 2020 (hierna te noemen Algemene subsidieverordening) vastgesteld. Deze verordening bevat procedurele voorschriften die van toepassing zijn bij subsidieverlening. Deze subsidieregeling geeft een overzicht van de wijze waarop het college de subsidies wil verdelen. De subsidies worden ingezet ter uitvoering van het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in beleidskaders en -nota´s, het collegeprogramma en/of op basis van evaluaties, doorlichtingen, etc. Ook houden we in Barendrecht rekening met de Strategische visie 2025. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dienen de gesubsidieerde activiteiten altijd een bijdrage te leveren aan de realisatie van gemeentelijke doelen. Deze subsidieregeling volgt op hoofdlijnen de maatschappelijke effecten van de nota Integraal Beleid Sociaal Domein. Deze nota is vastgesteld op 30 maart 2021 en tot stand gekomen in samenwerking met een groot aantal maatschappelijke organisaties in Barendrecht. Per beleidsterrein en of werkveld zijn subsidiecriteria opgenomen op basis waarvan organisaties een aanvraag kunnen doen. Ook is er per beleidsterrein ruimte om specifieke voorwaarden te formuleren. Hierdoor heeft het college de mogelijkheid gericht te sturen met het subsidie-instrument. Algemene deel van de subsidieregeling Het eerste hoofdstuk bevat een nadere uitwerking van een aantal aspecten die voor alle subsidies relevant (kunnen) zijn. Onderwerpen die al geregeld zijn in de Algemene Subsidieverordening worden hier niet nogmaals opgenomen. Vaststelling subsidie budgetten en plafonds Jaarlijks zullen in de begroting de subsidieplafonds worden vastgesteld. In de subsidieregeling zijn de verdeelregels voor de subsidies opgenomen waarbij de plafonds het maximum te verstrekken subsidiebedrag per beleidsterrein en eventueel delen daarvan bepalen. 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Algemeen De wettelijk grondslagen en de bevoegdheid waarop dit document ‘ Algemene Subsidieregeling gemeente Barendrecht’ is gebaseerd zijn de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Barendrecht 2020 (Algemene subsidieverordening). De Begripsomschrijvingen uit de Algemene subsidieverordening zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 1.2 Reikwijdte In de Algemene subsidieverordening wordt de reikwijdte van de bevoegdheden van het college, alsmede de beleidsterreinen waarop subsidie kan worden verstrekt genoemd. Overeenkomstig artikel 3 van de Algemene subsidieverordening zijn de nadere regels voor de verschillende beleidsterreinen waarop subsidies verstrekt wordt, opgenomen in dit document ‘Algemene subsidieregeling Barendrecht’, hierna te noemen ‘Subsidieregeling’. Artikel 1.3 Inhoudelijke verankering Beleidsmatige (kader)nota’s geven sturing aan de maatschappelijke effecten, doelen en activiteiten waarvoor subsidies worden verleend. Hierin wordt de gewenste situatie van doelgroepen, thema’s of sectoren beschreven. Artikel 1.4 Soorten subsidies Subsidies onderscheiden zich in juridische zin slechts door het feit of het een jaarlijkse dan wel incidentele subsidie betreft. Jaarlijkse subsidie is een subsidie die per boekjaar of kalenderjaar wordt verstrekt. Een incidentele subsidies is een subsidie die voor een eenmalige activiteit, of een activiteit, waarvoor het college slechts voor een van te voren maximaal bepaalde tijd van 4 jaar subsidie wil verlenen. Artikel 1.5 Begrotingsvoorbehoud Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Artikel 1.6 Subsidieontvanger Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid. Dit om als gemeente meer zekerheid te hebben en om risico´s voor de subsidieaanvrager te beperken. De gesubsidieerde activiteit van de subsidieaanvrager of – ontvanger moet zonder winstoogmerk zijn (de aanvrager zelf mag wel een winstoogmerk hebben). Artikel 1.7 Indexering Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de raad of er het betreffende jaar wordt geïndexeerd, op welke basis en voor welke doelgroepen. Artikel 1.8 Vermogensontwikkeling Vermogensvorming vanuit gemeentelijk subsidie is alleen toegestaan als de overeengekomen resultaten zijn behaald. De maximale vermogensvorming per jaar bedraagt maximaal 10% van de omvang van het jaarlijkse subsidiebedrag. De vermogensvorming in totaal bedraagt op enig moment maximaal 25% van de omvang van het jaarlijkse subsidiebedrag, behoudens die gevallen waarin het college, op specifieke gronden, anders besluit. Artikel 1.9 Algemene reserve Voor rechtspersonen die een jaarlijkse subsidie ontvangen van tenminste € 100.000 per jaar, is een algemene of egalisatiereserve aanwezig van tenminste 10% van het balanstotaal. De gemeente hanteert dit uitgangspunt ten behoeve van de continuïteit van de rechtspersoon en daarmee het mogelijk maken van duurzame samenwerking met rechtspersonen die subsidie ontvangen. Artikel 1.10 Bestemmingsreserve Het college kan de gesubsidieerde rechtspersoon toestemming verlenen om bestemmingsreserves te vormen. Het college geeft instemming voor het vormen van een bestemmingsreserve, indien naar het oordeel van het college de noodzaak hiertoe door de instelling is aangetoond. Artikel 1.11 Voorzieningen Het college kan de structureel gesubsidieerde rechtspersoon toestemming verlenen voor het vormen van voorzieningen. Het college geeft hiervoor toestemming, indien de noodzaak hiertoe door de instelling is aangetoond. Als sprake is van eigendommen waarop wordt afgeschreven, is de structureel gesubsidieerde rechtspersoon verplicht om het jaarlijkse afschrijvingsbedrag op de begroting op te nemen. Als de structureel gesubsidieerde rechtspersoon eigenaar is van onroerend goed moet betreffende het onderhoud daarvan een voorziening groot planmatig onderhoud (buiten en binnen) worden opgesteld op basis van een door het college geaccordeerd meerjarig onderhoudsplan. De met instemming van het college gevormde voorzieningen mogen door de structureel gesubsidieerde rechtspersoon slechts worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn gevormd. Artikel 1.12 Verplichtingen subsidieontvanger Naast de in artikel 12 van de Algemene subsidieverordening vermelde verplichtingen over tussentijdse rapportages, meldingsplicht bij afwijkingen en overige verplichtingen van de subsidieontvanger is het college bevoegd om nadere verplichtingen in de subsidieregeling aan te geven. Eventuele nadere verplichtingen staan beschreven onder het kopje ‘nadere verplichtingen’ in de hoofdstukken van deze subsidieregeling. Ontwikkelen Maatschappelijke effect: Alle inwoners ontwikkelen zich optimaal 2. Onderwijs Het beleidsterrein onderwijs omvat de volgende werkvelden die achtereenvolgens in dit hoofdstuk worden beschreven: - Onderwijsachterstandenbeleid - Peuterspeelzaalwerk - Brede school - Schoolmaatschappelijk werk - Schoolbegeleiding Artikel 2.1.Onderwijsachterstandenbeleid en voorschoolse educatie Doelstellingen onderwijsachterstandenbeleid - Het effectief en vroegtijdig aanpakken van onderwijsachterstanden met de nadruk op voorschoolse educatie. - Het realiseren van een 100% dekkend aanbod van voorschoolse educatie (VE) voor alle doelgroepkinderen. - Het toezien op een juiste uitvoering van kwalitatief hoogwaardig voorschools aanbod. Doelstellingen voorschoolse educatie - Faciliteren van zo vroeg mogelijke signalering van ontwikkelings- en taalachterstanden bij jonge kinderen en toeleiding naar passend programma. - Ouders van de geïndiceerde kinderen bewust maken van noodzaak en bieden van ondersteuning bij eigen rol en taak t.a.v. kind. - Kinderopvangorganisaties faciliteren bij het realiseren van kwalitatief hoogwaardig voorschools aanbod. - Ondersteuning bieden t.b.v. juiste uitvoering van kwalitatief hoogwaardig voorschools aanbod aan kinderen met specifieke problematiek. - Instroom PO mogelijk en kansrijk(er) maken door inhaalslag via VE-programma. Maatschappelijke effecten: 100% van de kinderen bij wie door het CJG op 2-jarige leeftijd een ontwikkelings-/taalachterstand is gesignaleerd doet in elk geval vanaf 2,5 jarige leeftijd 16 uur per week mee aan een voorschools educatieprogramma.De ontwikkelings-/taalachterstand die sommige kinderen op 2-jarige leeftijd hadden, is op 4-jarige leeftijd in belangrijke mate ingelopen via een voorschools educatieprogramma bij een kinderopvangorganisatie.Ouders van kinderen met een ontwikkelings-/taalachterstand zijn zich bewust van hun rol en taak bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind en weten hoe ze kunnen helpen.Minimaal 80% van de kinderen die dit type programma hebben gevolgd stroomt zonder problematische achterstand in het basisonderwijs. a) Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Activiteiten in het kader van voorschoolse educatie zoals beschreven in de wet OKE en zoals overeengekomen in het jaarlijks ingediende projectplan. Het betreft hier activiteiten voor doelgroepkinderen van 0-4 jaar uit de gemeente Barendrecht zoals vastgesteld in het onderwijsachterstandenbeleid: Definitie vve-doelgroepkind: - de jeugdverpleegkundige/jeugdarts van het Centrum voor Jeugd en Gezin ziet (dreigende) achterstanden in de ontwikkeling van het kind. Deze kunnen ook veroorzaakt worden door factoren in het gezin e/o omgeving. Dit kunnen zijn: kindfactoren, spraaktaalontwikkeling, motorische ontwikkeling, sociale ontwikkeling en emotionele ontwikkeling; ouderfactoren: chronische ziekte, dreigende overbelasting, ontbreken sociale steun, kinderen met vluchtelingenachtergrond; omgevingsfactoren: huisvesting, speelruimte, sociaal isolement: combinatie van bovenstaande factoren en het gezinsinkomen of besteedbaar inkomen voor mensen in een schuldtraject dat onder de minimagrens valt (120% van de bijstandsnorm). - Thuistaal is een andere dan de Nederlandse taal. Dit item altijd in combinatie met A. - Aanstellen van een coördinator (gemeentebreed). b) Nadere weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 van de Algemene subsidieverordening wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien het activiteiten betreft waarbij de fysieke dan wel psychische gezondheid van kinderen/jongeren in gevaar komt. c) Aanvragers Kinderopvanginstellingen geregistreerd bij het landelijk register Kinderopvang of basisscholen met een voorschoolse voorziening in de gemeente Barendrecht. d) Berekening van de subsidie - Voor dit beleidsveld ontvangen gemeenten geoormerkte middelen. Hierbij gaat men uit van budgettaire neutraliteit. Het uiteindelijk toegekende subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van het door de aanvrager ingediende aantal kindplaatsen tegen het jaarlijks vastgestelde tarief. e) Verdeling van het subsidieplafond Bij de jaarlijkse subsidies komen als eerste de aanvragen van rechtspersonen in aanmerking waarmee de gemeente een langdurige subsidierelatie heeft. Vervolgens worden de overige aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst. Artikel 2.2 Peuterspeelzaalwerk Doelstellingen peuterspeelzaalwerk - Het bevorderen van samen spelen en elkaar ontmoeten van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die vanwege het ontbreken […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.