Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Voor landbouwers en rechtspersonen die landbouwactiviteiten uitoefenen en landbouwgrond willen omzetten naar natuurterrein of natuurbeheer willen realiseren.
Ook bekend als SKNL, Subsidiestelsel Natuur- en Landschap
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor omzetting van landbouwgrond naar natuurterrein (functieverandering) en investeringssubsidies voor inrichting van natuurbeheertypen en landschapsbeheertypen in de provincie Utrecht.
Voor wie is het bedoeld?
Voor landbouwers en rechtspersonen die landbouwactiviteiten uitoefenen en landbouwgrond willen omzetten naar natuurterrein of natuurbeheer willen realiseren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil mijn landbouwgrond omzetten naar natuurterrein en krijg daarvoor een subsidie voor waardedaling
- Ik wil een natuurbeheertype of landschapsbeheertype op mijn grond inrichten en zoek investeringssubsidie
- Ik ben landbouwer en wil mijn bedrijf omstellen naar natuurbeheer in Utrecht
Voorwaarden
- Landbouwgrond moet op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan zijn aangeduid
- Aanvrager moet toestemmingen en vergunningen voor omzetting verkrijgen (bijv. bestemmingsplanwijziging)
- Begunstigde moet in staat zijn inrichtingsmaatregelen te realiseren met eerbiediging van rechten van derden
- Project mag niet zijn gestart voordat subsidieaanvraag is ingediend (stimulerend effect)
- Grote ondernemingen (≥250 werknemers of omzet ≥50 mln EUR) kunnen worden uitgesloten
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 20 april 2009 nr. 2009INT238096 houdende regels inzake subsidieverstrekking kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL) (Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht) Provinciale Staten van Utrecht; Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van (10 maart 2009, nr. 2009INT238096) inzake het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer Gelet op artikel 145 van de Provinciewet; Besluiten vast te stellen de volgende verordening: Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 (begripsbepalingen) In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 7; - beheerplan: beheerplan als bedoeld in artikel 3.8 derde lid, van de Omgevingswet; - beheertype: een landschapsbeheertype of natuurbeheertype; - functieverandering: het omzetten van landbouwgrond naar natuurterrein door het wijzigen van het gebruik van de grond van landbouw naar natuur en het vestigen van een kwalitatieve verplichting; - grote onderneming: een onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014; - habitattype: type, zoals genoemd in bijlage I bij de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; - landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van Verordening (EU) nr. 1305/2013; - landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een landbouwactiviteit uitoefent; - landbouwgrond: landbouwareaal als bedoeld en omschreven in artikel 2, onder f, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, niet zijnde natuurterreinen of gronden als bedoeld in bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB; - landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (Pb EU 2022/C 485/01); - landschapsbeheertype: in bijlage 1, van de Subsidieverordening opgenomen en nader beschreven beheertype; - marktwaarde: de waarde van het terrein vastgesteld in overeenstemming met de Medeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag, betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01); - minister: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; - natuurbeheerplan: een plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening; - natuurbeheertype: in bijlage 2 van de Subsidieverordening opgenomen en nader beschreven beheertype; - natuurkwaliteit: op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan aangegeven gewenst kwaliteitsniveau van het beheertype, gebaseerd op de omschrijvingen zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 van de Subsidieverordening; - natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als hoofdfunctie natuur die in het natuurbeheerplan is aangeduid, alsmede gronden waarvoor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15 van de onderhavige regeling is verstrekt; - Nationaal Strategisch Plan: Strategisch Nationaal Plan voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027 als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) 2021/2115; - realisatieplan: plan als bedoeld in artikel 17, vierde lid; - Subsidieverordening: de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016. Artikel 2 (subsidieplafond en openstelling) 1.. Gedeputeerde Staten kunnen subsidieplafonds vaststellen voor de investeringssubsidies, bedoeld in artikel 8, alsmede subsidieplafonds voor subsidies functieverandering, bedoeld in artikel 15. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij uitsluiten: - bepaalde gebieden; - bepaalde categorieën van aanvragers; - bepaalde investeringssubsidies, al dan niet voor bepaalde beheertypen; en - het verstrekken van een subsidie functieverandering voorzover die subsidie voorafgaat aan de realisatie van een op grond van onderdeel c uitgesloten beheertype. 2.. Gedeputeerde Staten kunnen een openstellingsperiode vaststellen voor het indienen van een aanvraag investeringssubsidie of een subsidie functieverandering. Artikel 3 (rangschikking: volgorde van ontvangst) 1.. Aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst. 2.. Indien een aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvolledig is en de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, wordt de aanvraag voor toepassing van het eerste lid geacht te zijn ontvangen op de dag waarop de eerste indiening heeft plaatsgevonden, plus het aantal dagen tussen de dag dat de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb op de hoogte is gesteld van de onvolledigheid van de aanvraag, en de dag waarop de aangevulde aanvraag door de Gedeputeerde Staten is ontvangen. 3.. Als Gedeputeerde Staten een subsidieplafond hebben vastgesteld rangschikken zij per subsidieplafond volledige aanvragen met dezelfde ontvangstdatum door loting voor zover op die datum het subsidieplafond dreigt te worden overschreden. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst voor subsidie in aanmerking. 4.. Indien Gedeputeerde Staten een openstellingsperiode hebben vastgesteld, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing voor de afhandeling van aanvragen die in dezelfde openstellings-periode zijn ontvangen. Artikel 4 (indiening aanvraag) Als een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door een gemachtigde gaat de aanvraag vergezeld van een schriftelijke machtiging. Artikel 4a (beslistermijn) 1.. Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken op een aanvraag. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verdaagd. 2.. In afwijking van het eerste lid beslissen Gedeputeerde Staten binnen zesentwintig weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, vierde lid. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste zesentwintig weken worden verdaagd. Artikel 5 (uitsluitingen begunstigden) Een investeringssubsidie of een subsidie functieverandering wordt niet verstrekt aan: - publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van gemeenten, waterschappen en Staatsbosbeheer; - rechtspersonen die de waterwinning als doelstelling hebben; - privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b; - een subsidieaanvrager jegens wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard (Deggendorf-clausule); - een onderneming die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in het landbouwsteunkader. Artikel 6 (anti-cumulatie) 1.. Als voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds eerder subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door andere overheden, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om te voorkomen dat het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: - de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; - de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven; of - de maximale vergoeding die op grond van het Nationaal Strategisch Plan mag worden gegeven. 2.. De aanvrager verklaart op het door of namens Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagformulier óf en zo ja welke andere subsidies als bedoeld in het eerste lid hij voor de betreffende activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt. Artikel 6a (EU richtsnoeren voor staatssteun) 1.. Aanvragen voor subsidies kunnen niet worden ingediend na 1 oktober 2027. 2.. Indien de aanvrager een grote onderneming is, dient de subsidieaanvraag vergezeld te gaan van een beschrijving met onderbouwing van de situatie waarin geen steun zou worden verleend. Artikel 6b (bewaren subsidiedocumenten) Een begunstigde van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan hem op grond van deze regeling verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste vijf jaar nadat de betreffende subsidie geheel is vastgesteld. Artikel 6c (transparantie) Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: - de gegevens, bedoeld in deel I, afdeling 3.2.4. punt 112, onder a en b van het landbouwsteunkader; en - de gegevens, bedoeld in deel I, afdeling 3.2.4. punt 112, onder c van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan:€ 10.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of€ 100.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen. Hoofdstuk 2 Ambitiekaart Artikel 7 Ambitiekaart 1.. Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten ten behoeve van de uitvoering van deze regeling een elektronische ambitiekaart met een topografische ondergrond vast, waarop: - de begrenzing is vastgelegd van alle bestaande en nog te realiseren natuur waarvoor Gedeputeerde Staten een subsidie als bedoeld in artikel 8 of artikel 15 willen verstrekken; - binnen deze begrenzing de natuurkwaliteit van alle bestaande en nog te realiseren natuur is getypeerd conform de omschrijvingen zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 van de Subsidieverordening. Hoofdstuk 3 Investeringssubsidie natuur en landschap Artikel 8 (grondslag subsidie) 1.. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen ten behoeve van een natuurterrein die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende natuurterrein wijzigen met als doel: - de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan; - de realisatie en bescherming van een landschapsbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan; - de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype; - de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande landschapsbeheertype; - de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype te realiseren; of - de realisatie of verhoging van de natuurkwaliteit van een habitattype. 2.. [vervallen]. 3.. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen met als doel: - de realisatie en bescherming van een binnen een natuurterrein gelegen landschapsbeheertype waarbij geen functieverandering hoeft plaats te vinden; of - de realisatie en bescherming van een buiten een natuurterrein gelegen landschapsbeheertype. 4.. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor een programma dat is gericht op investeringen in natuurterreinen die één of meerdere van de in het eerste lid, onderdeel a tot en met f, of het tweede lid, onderdeel a, bedoelde doelen hebben. 5.. Onverminderd de overige bepalingen van dit hoofdstuk kunnen Gedeputeerde Staten aanvullende eisen stellen aan de wijze waarop een investering als bedoeld in dit artikel dient plaats te vinden. Artikel 9 (begunstigden) 1.. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, onderdeel a, kan worden verstrekt aan: - Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aang […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.