Subsidieregeling peuterprogramma Nederweert
Gemeente Nederweert
Voor kindercentra in Nederweert die erkende peuterprogramma's aanbieden aan peuters en VVE-peuters (kinderen van 2-4 jaar met risico op taalachterstand).
Ook bekend als Peuterprogramma Nederweert 2020
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kindercentra in Nederweert die peuterprogramma's aanbieden aan peuters (2-4 jaar) en VVE-peuters. Subsidie bedraagt € 3.659,20 per peuter per jaar, € 8.415,20 per VVE-peuter ZKT per jaar, € 4.575,20 per VVE-peuter MKT per jaar, en € 944,00 per aanvrager per jaar voor netwerkbijeenkomsten.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kindercentra in Nederweert die erkende peuterprogramma's aanbieden aan peuters en VVE-peuters (kinderen van 2-4 jaar met risico op taalachterstand).
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor aanbod peuterprogramma aan reguliere peuters
- Subsidie aanvragen voor aanbod peuterprogramma aan VVE-peuters met taalachterstand
- Subsidie aanvragen voor deelname aan netwerkbijeenkomsten
Voorwaarden
- Kindercentrum moet ingeschreven zijn in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK)
- Peuterprogramma moet erkend zijn als effectieve interventie door de Erkenningscommissie Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi)
- Pedagogisch medewerkers moeten beschikken over bewijs van deelname aan specifieke scholing in het kader van VVE
- Kindercentrum moet beschikken over een pedagogisch beleidsplan en opleidingsplan
- Aanvraag moet uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar worden ingediend
- Peuterprogramma moet minimaal 40 weken per jaar worden aangeboden
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, bedraagt op jaarbasis € 8.415,20 per VVE-peuter ZKT.”
Toon brontekst
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent het peuterprogramma (Subsidieregeling peuterprogramma Nederweert 2020) BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN NEDERWEERT; Gelet op artikel 166 van de Wet op het primair onderwijs dient ons college te voorzien in voldoende voorzieningen van voorschoolse educatie, waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal aan kunnen deelnemen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2019, met in het bijzonder de mogelijkheid van burgemeester en wethouders om bij nadere regeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie (artikel 3, Algemene Subsidieverordening Nederweert 2019); gelet op de Wijziging Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie met betrekking tot het aanbieden van voorschoolse educatie. overwegende dat het wenselijk is hiervoor een afzonderlijke subsidieregeling op te stellen, omdat de subsidieverstrekking niet past binnen de subsidievormen zoals deze worden gehanteerd binnen de Algemene Subsidieverordening Nederweert 2019; overwegende dat deelname aan een peuterprogramma een goede voorbereiding is op de basisschool, omdat het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de peuter op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; besluiten vast te stellen de volgende nadere regeling: Subsidieregeling peuterprogramma gemeente Nederweert 2020 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert; - wet: de Wet kinderopvang; - besluit: het Besluit kwaliteit kinderopvang; - regeling: de ministeriële regeling, zoals genoemd in het besluit; - amvb (algemene maatregel van bestuur): het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; - aanvrager: degene die een kindercentrum in de gemeente Nederweert in stand houdt en staat ingeschreven in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK); - peuterprogramma: een programma van voorschoolse educatie, zoals nader omschreven in artikel 5 van de amvb; - kindercentrum: een voorziening van kinderopvang, zoals bedoeld in de wet, welke is ingeschreven in het LRK; - peuter: een kind in de leeftijd van twee tot vier jaar, niet zijnde een VVE-peuter, waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; - VVE-peuter ZKT: een kind in de leeftijd van twee tot vier jaar met een geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in de Nederlandse taal, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; - VVE-peuter MKT: een kind in de leeftijd van twee tot vier jaar met een geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in de Nederlandse taal, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) aanspraak kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; - kinderopvangtoeslag: een kinderopvangtoeslag, zoals bedoeld in de wet; - uurtarief kinderopvangtoeslag: het door de Belastingdienst voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde maximaal uurtarief voor dagopvang bij een kindercentrum; - inkomensverklaring: een door de ouder(s)/verzorger(s) ondertekende verklaring, voorzien van bewijsstukken, waaruit blijkt dat geen aanspraak kan worden gemaakt op kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidie door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 beschreven activiteiten. Voor het verstrekken van een eenmalige subsidie vormt deze subsidieregeling geen grondslag. Artikel 3 Activiteiten 1.. Het in twee dagdelen voor tenminste acht uur per week aanbieden van een peuterprogramma (aan een peuter), gedurende tenminste 40 weken per jaar. 2.. Het in vier dagdelen voor zestien uur per week aanbieden van een peuterprogramma (aan een VVE-peuter ZKT/MKT), gedurende tenminste 40 weken per jaar. 3.. Deelname aan netwerkbijeenkomsten in het kader van de activiteiten, zoals genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel en bijvoorbeeld het voeren van overleg met de GGD/JGZ inzake de plaatsing van VVE-peuters ZKT/MKT. Artikel 4 Hoogte van de subsidie 1.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, bedraagt op jaarbasis € 3.659,20 per peuter. 2.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, bedraagt op jaarbasis € 8.415,20 per VVE-peuter ZKT. 3.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, bedraagt op jaarbasis € 4.575,20 per VVE-peuter MKT. 4.. De subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, bedraagt op jaarbasis € 944,00 per aanvrager/per houder van één of meerdere vestigingen. 5.. Indien een houder structureel meerdere kindercentra vertegenwoordigd bij activiteiten als bedoeld in artikel 3, lid 3, dan wordt het subsidiebedrag voor deze activiteiten, in plaats van het bedrag genoemd in artikel 4, lid 4, voor de betreffende kindercentra naar rato bepaald. Artikel 5 Aanvraag subsidie 1.. Een aanvraag voor subsidie wordt bij burgemeester en wethouders uiterlijk ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2.. De aanvrager dient bij de aanvraag de navolgende bescheiden te overleggen: - Het aantal peuters welke in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma, hebben deelgenomen. - Het aantal van VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, welke in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma hebben deelgenomen. - Het pedagogisch beleidsplan, zoals bedoeld in het besluit en de amvb, waarin in ieder geval is opgenomen:een omschrijving van het gehanteerde peuterprogramma;een omschrijving van het pedagogisch beleid en klimaat;een omschrijving van het educatieaanbod en de wijze van educatief handelen;voor zover van toepassing, een omschrijving van het extra educatieaanbod voor VVE-peuters ZKT/MKT;een omschrijving van de organisatie:de groepsindeling;dagindeling;wijze van intake;wijze van inzet personeel;opleiding personeel en opleidingsplan;een omschrijving van de zorgstructuur, alsmede van het daarbij gehanteerde observatie- en registratie instrument;een omschrijving van de wijze waarop de kwaliteitszorg is ingericht en wordt geborgd;een omschrijving van de wijze waarop de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie wordt vormgegeven en breder de doorgaande leerlijn richting primair onderwijs wordt vormgegeven en geborgd;de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen (ouderbetrokkenheid). Artikel 6 Overige voorwaarden Om voor subsidie in aanmerking te komen: - Dient het kindercentra te voldoen aan de wettelijke eisen voor kinderopvang en voorschoolse educatie; - Dient het peuterprogramma waar het kindercentrum mee werkt, erkend te zijn als effectieve interventie door de Erkenningscommissie Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; - Dient het kindercentrum en diens pedagogisch medewerkers, naast de opleidingseisen zoals vastgelegd in de regeling, te voldoen aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit van beroepskrachten voorschoolse educatie (artikel 4, amvb); - Dient een opleidingsplan aanwezig te zijn (artikel 4, lid 4, amvb); - Bedraagt de ouderbijdrage voor deelname aan het peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, per uur 10% van het standaard maximum-uurtarief voor dagopvang bij een kindercentrum ; - Bedraagt de ouderbijdrage voor deelname aan het peuterprogramma door een VVE-peuter ZKT, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, de helft van het uurtarief voor het eerste het 1e kind behorende bij de laagste inkomenscategorie, zoals dat voor het betreffende kalenderjaar is vastgelegd in de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. . Artikel 7 Beschikken, bevoorschotting en betaling 1.. De beschikking tot subsidieverlening wordt door burgemeester en wethouders verleend binnen acht weken na indiening van een volledige aanvraag. Bij een onvolledige aanvraag stellen wij de aanvrager éénmalig in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen binnen een te stellen redelijke termijn. 2.. De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal worden verlengd met vier weken. 3.. Wanneer het totaal door de aanvrager te ontvangen subsidie € 25.000 of minder bedraagt, wordt het volledige bedrag bevoorschot, uiterlijk binnen acht weken na de subsidieverlening, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is bepaald. 4.. Wanneer het totaal door de aanvrager te ontvangen subsidie meer dan € 25.000 bedraagt, wordt 80% van het te subsidiëren bedrag bevoorschot, uiterlijk binnen acht weken na de subsidieverlening, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is bepaald. Artikel 8 Verzoek tot vaststelling 1.. De subsidievaststelling vindt plaats op verzoek van de subsidieontvanger. 2.. Het verzoek tot vaststelling wordt ingediend bij het college vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. 3.. Het verzoek tot vaststelling bevat: - per locatie een overzicht van peuters over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld, met vermelding van naam, woonplaats, geboortedatum, datum start deelname en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma; - per locatie een overzicht van VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld, met vermelding van naam, woonplaats, geboortedatum, datum start deelname en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma; - een overzicht waaruit de deelname aan netwerkbijeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, blijkt; - een jaarverslag met daarin beschreven de activiteiten, zoals genoemd in artikel 5, lid 2, sub c, de wijze waarop deze zijn uitgevoerd, de daarbij getroffen maatregelen en de behaalde resultaten; - de ondertekende bestedingsverklaring die onderdeel uit maakt van het voor de vaststelling opgestelde formulier. 4.. Het college kan – naast de informatie en/of bescheiden als genoemd in het derde lid – andere informatie en/of bescheiden verlangen, voor zover dat: - voor een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling nodig is; - nodig is voor het desgevraagd verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen of daaraan verbonden inspectiediensten. 5.. Het college kan steekproefsgewijs controleren of de onderliggende documenten (de ouderverklaringen, de inkomensverklaringen voor peuters-ZKT en VVE-Peuters ZKT en VVE-indicaties) kloppen, door het opvragen van deze documenten. 6.. Het college kan genoegen nemen met minder informatie en/of bescheiden dan genoemd in het derde lid, voor zover dat redelijkerwijs een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling niet in de weg staat. Artikel 9 Vaststelling van de subsidie 1.. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling stelt het college de subsidie vast. 2.. De in het eerste lid genoemde beslistermijn kan door het college één maal worden verlengd met ten hoogste acht weken. Een verlenging wordt binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling aan de aanvrager bekend gemaakt. 3.. Wanneer de aanvraag tot vaststelling niet (tijdig) is ingediend of niet in overeenstemming is met de daarvoor geldende voorschriften, kan het college – na een éénmalige rappel waarbij de subsidieontvanger een redelijke termijn is geboden diens verzuim te herstellen – de subsidie ambtshalve vaststellen. Artikel 10 Betaling en terugvordering 1.. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, na aftrek van het reeds op grond […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.