Subsidieregeling peuterprogramma en voorschoolse educatie 2025
Gemeente Leudal
Voor kindercentra in de gemeente Leudal die peuterprogramma's en voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 tot 4 jaar, met name kinderen met risico op achterstand in de Nederlandse taal.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kindercentra in Leudal die peuterprogramma's en voorschoolse educatie aanbieden. Gericht op peuters zonder kinderopvangtoeslag (ZKT) en VVE-peuters (met en zonder kinderopvangtoeslag). Subsidie voor activiteiten, pedagogische ondersteuning en netwerkbijeenkomsten.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kindercentra in de gemeente Leudal die peuterprogramma's en voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 tot 4 jaar, met name kinderen met risico op achterstand in de Nederlandse taal.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuterprogramma's in kindercentra
- Financiering van voorschoolse educatie voor peuters zonder kinderopvangtoeslag
- Ondersteuning van VVE-peuters (kinderen met taalachterstanden)
- Bekostiging van pedagogische medewerkers en netwerkbijeenkomsten
Voorwaarden
- Kindercentrum moet ingeschreven zijn in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK)
- Peuterprogramma moet minimaal 320 uur per jaar bedragen (peuters ZKT) of maximaal 640 uur per jaar (VVE-peuters)
- Aanbod in minimaal twee dagdelen per week
- Naleving van kwaliteitseisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
- Indiening van jaarverslag en controleverklaring (afhankelijk van subsidiebedrag)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2025
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling peuterprogramma en voorschoolse educatie 2025 Het college van burgemeester en wethoudersvan de gemeente Leudal Overwegende dat deelname aan een peuterprogramma een goede voorbereiding is op de basisschool, omdat het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de peuter op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; Overwegende dat de gemeente op grond van artikel 166 van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) de plicht heeft om te zorgen voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding waar peuters met een risico op achterstand in de Nederlands taal deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie (aanbodverplichting); Overwegende dat de gemeente naast de hierboven genoemde aanbodverplichting een verplichting heeft om afspraken met houders van kindercentra te maken voor een zo groot mogelijke deelname aan voorschoolse educatie; Gelet op: - artikel 166 en 167 van de Wet op het primair onderwijs - artikel 4:23 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht; - artikel 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Leudal 2016; - het beleid peuterprogramma en voorschoolse educatie van 9 april 2024. BESLUIT vast te stellen de Subsidieregeling peuterprogramma en voorschoolse educatie 2025 Artikel 1 Begripsomschrijving In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal; - wet: de Wet kinderopvang; - besluit: het Besluit kwaliteit kinderopvang; - regeling: de ministeriële regeling, zoals genoemd in het besluit; - amvb (algemene maatregel van bestuur): het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; - aanvrager: houder van een kindercentrum in de gemeente Leudal en staat ingeschreven in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK); - peuterprogramma: een programma van voorschoolse educatie, zoals nader omschreven in artikel 5 van de amvb; - kindercentrum: een voorziening van kinderopvang, anders dan gastouderopvang, zoals bedoeld in de wet, welke is ingeschreven in het LRK; - peuter ZKT (zonder kinderopvangtoeslag): een kind in de leeftijd van twee tot vier jaar, niet zijnde een VVE-peuter, waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; - VVE-peuter ZKT: een kind in de leeftijd van twee tot vier jaar met een geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in de Nederlandse taal, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; - VVE-peuter MKT (met kinderopvangtoeslag): een kind in de leeftijd van twee tot vier jaar met een geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in de Nederlandse taal, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) aanspraak kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; - kinderopvangtoeslag: een kinderopvangtoeslag, zoals bedoeld in de wet; - uurtarief kinderopvangtoeslag: het door de Belastingdienst voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde maximaal uurtarief voor dagopvang bij een kindercentrum; - inkomensverklaring: een door de ouder(s)/verzorger(s) ondertekende verklaring, voorzien van bewijsstukken, waaruit blijkt dat geen aanspraak kan worden gemaakt op kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst. - locatieplan: Een gezamenlijk plan van een kindercentrum en de lokale basisschool met doelen en activiteiten gericht op samenwerking in de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie. - Pedagogisch beleidsmedewerker vve: Een medewerker zoals bedoeld in art. 2a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor de in artikel 3 beschreven activiteiten. Voor het verstrekken van een eenmalige subsidie vormt deze subsidieregeling geen grondslag. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten De subsidiabele activiteiten zijn: - Activiteiten gericht op uitvoering van het peuterprogramma en voorschoolse educatie door een kindercentrum dat aansluit bij het beleid peuterprogramma en voorschoolse educatie van de gemeente Leudal. - Het in twee dagdelen voor acht uur per week aanbieden van een peuterprogramma (aan een peuter ZKT), gedurende tenminste 320 uur per jaar. Het is mogelijk om te starten met 1 dagdeel van (maximaal 6 uur) peuterprogramma, mits er binnen 6 maanden uitbreiding naar 2 dagdelen kan worden aangeboden. - Het in twee, drie of vier dagdelen, voor minimaal 4 en maximaal 6 uur per dag, aanbieden van een peuterprogramma (aan een VVE-peuter ZKT/MKT), voor maximaal 640 uur per jaar. Een VVE-geïndiceerd kind mag met 2 dagdelen starten, maar met het perspectief dat er binnen 6 maanden meer dagdelen/uren beschikbaar zijn en dat deze dagdelen worden aangeboden aan dit VVE-geïndiceerde kind. Het streven blijft echter 4 dagdelen van 4 uur. Een uitzondering kan gemaakt worden als een wenperiode nodig is of in geval van wachtlijsten. - Deelname aan netwerkbijeenkomsten in het kader van de activiteiten, zoals genoemd in lid 2 en 3 en bijvoorbeeld het voeren van overleg met de GGD/JGZ inzake de plaatsing van VVE-peuters ZKT/MKT. - Deelname aan vve-opleidingen, door pedagogisch medewerkers die werkzaam zijn bij een kindercentrum In Leudal - Activiteiten die voortvloeien uit afspraken tussen een kindercentrum en basisschool die gericht zijn op het bevorderen van de samenwerking, die aanvullend zijn op reguliere taken en die vastgelegd zijn in het locatieplan. - Instandhouding van het aanbod peuterprogramma in een basisschool in de gemeente Leudal waarvoor de kleinschaligheidstoeslag is toegekend conform het bepaalde in artikel 7 van deze subsidieregeling (kleinschaligheidstoeslag). - Inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker vve in de voorschoolse educatie voor VVE-peuters. Artikel 3a Naast de weigeringsgronden zoals genoemd in art. 7 Algemene subsidieverordening gemeente Leudal 2016 wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien in de financiering van de beoogde activiteiten is voorzien door andere subsidies, steunmaatregelen of financieringsbronnen vanuit de gemeente. Artikel 4 Hoogte van de subsidie 1.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 aan een peuter ZKT, wordt gebaseerd op het aantal uur dat het peuterprogramma per betreffende peuter is aangeboden met: - een maximum van 320 uur per jaar (op basis van 40 weken vermenigvuldigd met 8 uur per week), vermenigvuldigd met het uurtarief kinderopvangtoeslag, verminderd met de ouderbijdrage zoals vermeld in artikel 5 lid 1 (deelname) 2.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, aan een VVE-peuter ZKT, wordt gebaseerd op het aantal uur dat het peuterprogramma per betreffende peuter is aangeboden met: - een maximum van 640 uur per jaar, vermenigvuldigd met het uurtarief kinderopvangtoeslag verminderd met de ouderbijdrage, zoals vermeld in artikel 5 lid 2. In geval van minder uren zal de subsidie naar rato worden verstrekt. - vermeerderd met 240 uur per jaar voor begeleiding op basis van 640 uur aanbod peuterprogramma per jaar, vermenigvuldigd met het uurtarief kinderopvangtoeslag (begeleiding) In geval van minder uren (dan 640 uur aanbod peuterprogramma), zal dit onderdeel naar rato worden berekend. 3.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, aan een VVE-peuter MKT wordt gebaseerd op: - 240 uur per jaar op basis van 640 uur aanbod peuterprogramma per jaar, vermenigvuldigd met het uurtarief kinderopvangtoeslag (begeleiding). In geval van minder uren (dan 640 uur aanbod peuterprogramma), zal dit onderdeel naar rato worden berekend. 4.. De subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten, alsmede het voeren van overleg met de GGD/JGZ, inzake de plaatsing van VVE-peuters, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4, bedraagt per aanvrager op jaarbasis € 1.500 aangevuld met € 500 per geregistreerde vve-locatie (LRK). Per woonkern kan een kindercentrum één keer in aanmerking komen voor de subsidie netwerkbijeenkomsten. 5.. De subsidie voor deelname aan vve-opleidingen zoals bedoeld in artikel 3, lid 5 bestaat uit de opleidingskosten voor VE bekwaam en opleidingen voor erkende methodieken in de voorschoolse educatie. 6.. De subsidie voor activiteiten die voortvloeien uit het locatieplan, zoals bedoeld in artikel 3, lid 6, bedraagt per kalenderjaar maximaal € 1.000 per locatie. Verlet- en reiskosten van de deelnemers vallen buiten de reikwijdte van deze subsidie. 7.. De kleinschaligheidstoeslag betreft het exploitatietekort voor het aanbod peuterprogramma en bedraagt maximaal €10.000 per locatie per jaar. 8.. De subsidie voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker vve, zoals bedoeld in artikel 3, lid 8 wordt gebaseerd op het aantal VVE-peuters van tweeëneenhalf tot vier jaar op 1 januari van het betreffende subsidiejaar, vermenigvuldigt met tien uur, vermenigvuldigd met het uurtarief van €55,78 per uur. Het uurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de jaarlijkse stijging van het maximum uurtarief voor de dagopvang voor de kinderopvangtoeslag. De norm van 10 uur betreft een rekenregel. Artikel 5 Voorwaarden met betrekking tot ouderbijdrage 1.. De ouderbijdrage bedraagt voor deelname van een peuter ZKT aan het peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, per uur 5% van het uurtarief kinderopvangtoeslag. 2.. De ouderbijdrage bedraagt voor deelname aan het peuterprogramma door een VVE-peuter ZKT, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, 5% van het uurtarief kinderopvangtoeslag bij deelname van 3 of 4 dagdelen. 3.. Ouders/ verzorgers met een inkomen dat lager is dan de bijstandsnorm (130% van het minimum inkomen) of ouders met schulden die deelnemen aan schuldhulpverlening betalen geen eigen bijdrage. Dit is ter beoordeling van het college. Artikel 6 Voorwaarden met betrekking tot kwaliteit 1.. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient te worden voldaan aan de onderstaande voorwaarden: - het kindercentrum dient te voldoen aan de wettelijke eisen voor kinderopvang en voorschoolse educatie; - het peuterprogramma waar het kindercentrum mee werkt, dient erkend te zijn als effectieve interventie door de Erkenningscommissie Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut of een vergelijkbaar programma te zijn waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; - de pedagogisch medewerkers dienen aantoonbaar te beschikken over de opleidingseis VVE-bekwaam en taalniveau 3F voor mondelinge vaardigheden en begrijpend lezen; - het kindercentrum dient het observatiesysteem Kijk te gebruiken om VVE-peuters te kunnen volgen in hun ontwikkeling; - het kindercentrum dient aantoonbaar invulling te geven aan het bevorderen van de doorgaande ontwikkelingslijn en warme overdracht van VVE-peuters naar de basisschool; - het kindercentrum dient gehuisvest te zijn in hetzelfde gebouw of op het terrein van de basisschool; - om in aanmerking te komen voor de subsidie locatieplan dient er sprake te zijn van een samenwerking tussen de lokale basisschool en alle gesubsidieerde kindercentra met een vve-locatie in het betreffende dorp of aangrenzende woonkernen. 2.. Het college kan afwijken van de bepalingen onder b, d, f en g indien het kindercentrum een plan overlegt waaruit de samenwerking met de basisschool blijkt en hoe de doorgaande ontwikkelingslijn, ouderbetrokkenheid en de warme overdracht geborgd is en daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan dit plan. Artikel 7 Voorwaarden met betrekking tot de kleinschaligheidstoeslag 1.. Om voor een kleinschaligheidstoeslag in aanmerking te komen dient te worden voldaan aan de onderstaande voorwaarden: - een kleinschaligheidstoeslag kan slechts verstrekt worden aan één kindercentrum in de dorpen waarbij er geen sprake is van een ande […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.