Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie
Gemeente Leiden
Wat is de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie?
De Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie is een jaarlijkse subsidie van de gemeente Leiden voor houders van kinderopvanglocaties die peuteropvang en/of voorschoolse educatie (VE) aanbieden. De subsidie overbrugt het verschil tussen de kostprijs van peuteropvang en de ouderbijdrage, en vergoedt daarnaast de meerkosten van VE-aanbod voor doelgroeppeuters. De subsidie wordt berekend per (doelgroep)peuter en per uur dat deze gebruikmaakt van de opvang.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie?
De subsidie is bedoeld voor houders van kinderopvanglocaties in de gemeente Leiden. Concreet gaat het om houders die: - peuteropvang aanbieden, met of zonder VE-aanbod, of - hele dagopvang aanbieden met VE-aanbod.
De betreffende locatie moet zijn geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). De locatie moet zich bevinden in een wijk waar volgens CBS-prognoses voldoende aanbod van VE-peuters te verwachten is; ligt de locatie in een wijk waar al voldoende VE-aanbod is (ook berekend via CBS-prognoses), dan wordt de subsidie geweigerd. Ook wordt geweigerd als de locatie of houder niet met "voldoende" is gewaardeerd bij de wettelijk verplichte GGD-inspectie.
Waarvoor krijg je subsidie?
Subsidie kan worden aangevraagd voor: - peuteropvang voor kinderen die niet onder de kinderopvangtoeslag (KOT) vallen; - VE-aanbod voor doelgroeppeuters in de peuteropvang; - VE-aanbod voor doelgroeppeuters in de hele dagopvang.
Niet subsidiabel zijn in ieder geval:
- kosten van een VE-programma aan niet-doelgroeppeuters;
- hele dagopvang voor kinderen zonder VE-indicatie.
De subsidie is opgebouwd uit verschillende onderdelen: een koptarief per peuter voor peuteropvang met VE (bedoeld om het verschil tussen kostprijs en het landelijk maximum uurtarief te overbruggen), een jaarlijks vastgesteld bedrag per doelgroeppeuter voor hele dagopvang met VE en voor peuteropvang met VE, een tarief per doelgroeppeuter per jaar voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE, en een tarief per VE-groep voor de infrastructuur van het VE-aanbod.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal (doelgroep)peuters en het aantal uren dat zij gebruikmaken van de peuteropvang of hele dagopvang. De subsidietarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de index die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikt voor het landelijk maximum uurtarief, tenzij het college gegronde redenen heeft om hiervan af te wijken. De berekening werkt als volgt:
- Reguliere peuter in de peuteropvang, ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: maximaal 320 uur per jaar (bijvoorbeeld 8 uur per week x 40 weken) maal het vastgestelde lokale uurtarief, minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over deze uren.
- Doelgroeppeuter in de peuteropvang, ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: 640 uur per jaar (bijvoorbeeld 16 uur per week x 40 weken) maal het vastgestelde lokale uurtarief, minus de ouderbijdrage. De ouderbijdrage wordt over 320 uur per jaar in rekening gebracht.
- Doelgroeppeuter in de peuteropvang, ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 320 uur per jaar maal het vastgestelde lokale uurtarief. Ouders nemen aanvullend nog minstens 320 uur per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen.
- Doelgroeppeuter in de hele dagopvang, ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 320 uur per jaar maal het landelijk maximum uurtarief voor hele dagopvang op die locatie. Ouders nemen aanvullend nog minstens 320 uur per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen.
- Een koptarief per uur over alle bezette uren van (doelgroep)peuters in de peuteropvang.
- Per doelgroeppeuter die op 1 januari van het subsidiejaar gebruikmaakt van de peuteropvang of hele dagopvang: bekostiging van de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE.
- Per groep met VE: bekostiging van de meerkosten van het VE-aanbod.
Is een peuter maar een deel van het jaar geplaatst, dan wordt de subsidie voor de eerste vijf onderdelen naar rato van de plaatsingsperiode berekend. Datzelfde geldt voor de subsidie voor VE-locaties als deze een deel van het jaar geopend zijn.
Voor de ouderbijdrage geldt dat de houder voor peuteropvang de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang hanteert, en voor doelgroeppeuters in de hele dagopvang een tarief dat niet hoger is dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 1 apr 2026 | 15 okt 2026 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie?
Volledige aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Is het beschikbare subsidiebudget onvoldoende om alle aanvragen te honoreren, dan geldt een rangorde: - houders die in het voorgaande jaar al gemeentelijke subsidie ontvingen voor peuteropvang en/of hele dagopvang krijgen voorrang boven houders die voor het eerst subsidie aanvragen; - overschrijden de aanvragen van al gesubsidieerde houders het budget, dan wordt het aangevraagde aantal peuters vergeleken met het gemiddelde aantal peuters in oktober van het voorgaande jaar; blijft het budget dan binnen de grenzen, dan wordt het overschrijdende bedrag naar rato gekort bij houders die meer aanvroegen dan op basis van dat oktobergemiddelde gerechtvaardigd was; - nieuwe houders (nog geen subsidie ontvangen) worden onderling geprioriteerd op de bijdrage aan een goede spreiding van voorzieningen over de stad: een nieuwe locatie met de grootste afstand tot vergelijkbaar gesubsidieerd aanbod krijgt de hoogste prioriteit. Bij gelijke afstand wordt de resterende subsidie binnen het budget naar rato van de aangevraagde bedragen verdeeld.
Waarop wordt beoordeeld
- het Format Aanvraag is ingevuld en toegevoegd aan het digitale aanvraagformulier;
- de betreffende locatie(s) in Leiden staan geregistreerd in het LRK.
Weigeringsgronden zijn onder meer: onvoldoende financiële middelen van de aanvrager (ook inclusief de aangevraagde subsidie) om de activiteiten te verrichten, geen LRK-registratie, geen "voldoende" waardering bij de GGD-inspectie, en een locatie in een wijk met al voldoende VE-aanbod volgens CBS-prognoses.
Tijdens de looptijd gelden onder meer deze verplichtingen: voorrang bij plaatsing voor doelgroeppeuters en voor peuters woonachtig in Leiden, gebruik van de VNG-adviestabel voor de ouderbijdrage in de peuteropvang, een warme overdracht naar het primair onderwijs voor doelgroeppeuters, deelname aan het aanbod preventieve logopedie, samenwerking met de jeugdgezondheidszorg, en het vier keer per jaar (half april, half juli, half oktober, half januari) aanleveren van het Format Monitoring en Verantwoording.
Hoe vraag je de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie aan?
De aanvraag wordt schriftelijk, bij voorkeur digitaal via eHerkenning, ingediend bij het college via het aanvraagformulier op de website van de gemeente. Aanvragen gaat via het subsidieloket; na inloggen met eHerkenning (minimaal niveau 2+) kom je automatisch bij het juiste formulier.
Peuteropvang of kinderdagopvang met VE-programma vraag je jaarlijks aan, uiterlijk 15 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor je subsidie wilt.
Bij de aanvraag moet je in ieder geval de volgende gegevens en documenten aanleveren:
- een projectplan met een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de doelen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen, en waar en wanneer de activiteit plaatsvindt;
- een sluitende begroting met inkomsten en uitgaven voor de activiteiten, inclusief een opgave van elders aangevraagde of al toegekende subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten met de stand van zaken daarvan, en (bij een subsidie per boekjaar aan een rechtspersoon) inzicht in het vermogen op het moment van de aanvraag;
- de betreffende locatie(s) met bijbehorend(e) LRK-nummer(s);
- het Format Aanvraag (een door de gemeente jaarlijks beschikbaar gesteld Excelbestand) met een prognose van het gemiddeld aantal peuters per week, onderverdeeld naar reguliere peuters en doelgroeppeuters, elk met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- een prognose van de te factureren ouderbijdragen.
Daarnaast lever je een omschrijving van het product of de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, een omschrijving van de organisatie, het pedagogisch beleid van het kindercentrum, een begroting en een dekkingsplan aan.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Het college beslist op de aanvraag uiterlijk 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend; binnen 13 weken krijg je een brief met de uitkomst.
Het college bevoorschot de subsidie in zijn geheel; uitbetaling vindt plaats op het moment van verlening. Het subsidiebedrag wordt daarna definitief vastgesteld na verantwoording.
Voor de verantwoording geldt, afhankelijk van de hoogte van de subsidie:
- bij subsidies van meer dan € 5.000 tot € 200.000: uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar dien je een aanvraag tot subsidievaststelling in, bestaande uit een inhoudelijk verslag (dat aantoont dat de activiteiten zijn verricht) en een financieel verslag met de inkomsten en uitgaven, waarin de gemeentelijke subsidie duidelijk is weergegeven. Bij subsidies van meer dan € 100.000 tot € 200.000 kan het college een verantwoordingsprotocol toepassen en een accountantscontrole vereisen;
- bij subsidies van meer dan € 200.000: dezelfde termijn (vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar), met een inhoudelijk verslag, een financiële verantwoording van de baten en lasten, een balans op de slotdatum van het subsidietijdvak met toelichting, en een accountantsverklaring volgens het verantwoordings- en controleprotocol van de gemeente.
Tijdens de looptijd gelden onder meer de verplichting om vier keer per jaar (half april, half juli, half oktober, half januari) het Format Monitoring en Verantwoording aan te leveren ten behoeve van voortgangsgesprekken, om op verzoek informatie te verschaffen aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs of het ministerie van Onderwijs, en om onderliggende gegevens van de peuters (zoals ondertekend contract, inkomensgegevens en bij doelgroeppeuters een indicatiebewijs van het consultatiebureau) binnen een redelijke termijn beschikbaar te stellen aan de gemeente.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatiegemeente.leiden.nl · gecontroleerd 24 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gemeente Leiden; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.