Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Nadere regels subsidiëring Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie Amstelveen 2026

Gemeente Amstelveen

Kindercentra geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) die peuteropvang in Amstelveen aanbieden en aantoonbare pedagogische relaties onderhouden met minimaal één basisschool in de gemeente.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via amstelveen.nl
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor kindercentra in Amstelveen die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden. Subsidie voor peuterarrangementen (niet-VE) tot €11,23 per uur en voor voorschoolse educatie (VE) met aanvullende subsidie van €1,64 per uur. Aanvragen uiterlijk 15 november voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Voor wie is het bedoeld?

Kindercentra geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) die peuteropvang in Amstelveen aanbieden en aantoonbare pedagogische relaties onderhouden met minimaal één basisschool in de gemeente.

Kindercentrum

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuterarrangementen voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar
  • Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie (VE) voor kinderen met VE-indicatie
  • Financiering van ouderbetrokkenheid en VE-coachinguren

Voorwaarden

  • Kindercentrum moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
  • Voldoen aan vereisten en kwaliteitseisen uit de Wet Kinderopvang
  • Aantoonbare pedagogische relaties met minimaal één basisschool in Amstelveen
  • Aanvraag uiterlijk 15 november voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft
  • Indiening met aanvraagformulier, inhoudelijk plan van aanpak, financiële aanvraag
  • Voor jaarlijkse subsidie vanaf €100.000: jaarrekening en overzicht bezoldiging directie/bestuurders
  • Voor ondernemingen: volledig ingevulde de-minimis-verklaring

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kindercentrum
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amstelveen.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Documenten

  • Verklaring_De_minimissteun.pdf · 5 pag.
    Toon documenttekst
    1
    Verklaring de-minimissteun
    Verklaring in het kader van het verlenen van de-minimis steunbedragen als bedoeld in de de-minimis
    verordening (PbEU 2006, L 379).
    Aanbevolen wordt om voor het invullen van deze verklaring eerst de toelichting in de bijlage van dit
    formulier te lezen.
    Deze verklaring bestaat uit twee pagina’s. De bijlage bestaat uit drie pagina’s. Aanbevolen wordt om
    zorgvuldig te controleren of alle pagina’s aanwezig zijn.
    Verklaring
    Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming, evenals aan het
    eventuele gehele moederconcern, waartoe de onderneming behoort,
    o geen de-minimissteun is verleend.
    - Over de periode van het huidige belastingjaar en de twee voorgaande
    belastingjaren heeft uw onderneming niet eerder de-minimissteun ontvangen.
    o wel de-minimissteun is verleend maar voor andere kosten dan die waarvoor u nu steun
    vraagt.
    - Over de periode van het huidige belastingjaar en de twee voorgaande
    belastingjaren heeft uw onderneming eerder de-minimissteun ontvangen voor
    andere kosten tot een totaal bedrag van € .
    Indien deze optie op u van toepassing is dient u een kopie waaruit het verlenen
    van de steun blijkt mee te sturen.
    o wel de-minimissteun is verleend voor dezelfde kosten als die waarvoor u nu steun
    vraagt.
    - Over de periode van het huidige belastingjaar en de twee voorgaande
    belastingjaren heeft uw onderneming eerder de-minimissteun ontvangen voor
    dezelfde kosten tot een totaal bedrag van € .
    Indien deze optie op u van toepassing is dient u een kopie mee te sturen, waaruit
    het verlenen van de steun blijkt.
    o eerder andere steun is verleend voor dezelfde kosten als die waarvoor u nu steun
    vraagt.
    - Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is reeds staatssteun verleend tot
    een totaal bedrag van € .
    Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening,
    kaderregeling, beschikking, of besluit van de Europese Commissie op … … …
    Indien deze optie op u van toepassing is, dient u een kopie mee te sturen, waaruit
    het verlenen van de steun blijkt.
    -- 1 of 5 --
    2
    Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:
    ………………………………………………………………………………… (Bedrijfsnaam)
    ………………………………………………………………………………… (Inschrijfnummer KvK)
    ………………………………………………………………………………… (Naam functionaris en functie)
    ………………………………………………………………………………… (Adres onderneming)
    ………………………………………………………………………………… (Postcode en plaatsnaam)
    ………………………………..(datum)…………………………………. (Handtekening)
    -- 2 of 5 --
    3
    Toelichting verklaring de-minimissteun
    Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting
    kunnen geen rechten worden ontleend. De ‘Verordening betreffende de toepassing van de artikelen
    87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun’ (PbEU 2006, L 379) is bepalend1.
    1. De de-minimisverordening en staatssteun
    Wanneer overheden2 steun aan ondernemingen3 willen verlenen kan deze steun ervoor zorgen dat
    de concurrentieverhoudingen worden verstoord. Omdat dit ongunstig kan zijn voor het
    handelsverkeer stelt het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) beperkingen
    aan de mogelijkheden om steun te geven (artikel 107 en 108 VWEU).
    In de de-minimisverordening heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals
    subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig
    beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in
    de zin van het VWEU. Deze drempel is gesteld op een bedrag van € 200.000,- (€ 100.000,- voor
    ondernemingen in de sector wegvervoer). Voor de visserijsector geldt een drempel van € 30.000,-.
    Voor de landbouwproductiesector is de drempel gesteld op € 7.500,-. Dit bedrag geldt per
    onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun die genoemde drempelbedragen niet
    overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.
    Deze verklaring is nodig voor de overheden om na te gaan of bij de steunverlening aan uw
    onderneming aan de eisen van de de-minimisverordening is voldaan. Door middel van deze
    verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening aan uw onderneming de steundrempels
    niet worden overschreden.
    2. Op wie is de regeling van toepassing
    De de-minimisverordening kan gebruikt worden voor kleine, middelgrote of grote ondernemingen in
    alle sectoren in heel Nederland. De de-minimisverordening mag echter niet worden toegepast indien
    de steun in één van de volgende sectoren valt:
    - Steun aan ondernemingen die in moeilijkheden verkeren
    - Steun aan ondernemingen die actief zijn in de visserijsector
    - Steun aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie
    - Steun aan ondernemingen die landbouwproducten produceren.4
    1 Voor de sector van de primaire productie van landbouwproducten is Verordening. 1535/2007 van de
    Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op
    de-minimissteun in de landbouwproductiesector bepalend. Voor de sector visserij is het de-minimisplafond
    vastgesteld bij Verordening 875/2007 van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van
    het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening 1860/2004.
    2 Een overheidsinstantie kan zowel de centrale overheid, de provincie, de gemeente of een waterschap
    betreffen.
    3 Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een
    economische activiteit is het aanbieden van goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze
    eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet van belang. Daarbij kunnen zowel
    privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen winstoogmerk
    is (zoals bij een stichting) is niet relevant.
    4 Voor bedrijven die actief zijn op het gebied van verwerking en afzet van landbouwproducten geldt de de-
    minimisregeling alleen als:
    -- 3 of 5 --
    4
    - Exportsteun of steun waarbij binnenlandse producten worden bevoordeeld ten opzichte van
    ingevoerde producten
    - Steun aan ondernemingen voor de aanschaf van vrachtwagens.
    3. Toelichting bij de verklaring
    Het formulier heeft betrekking op vier situaties:
    - uw onderneming, evenals het gehele eventuele moederconcern, heeft gedurende het huidige en de
    twee voorafgaande belastingjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen,
    - uw onderneming, evenals het gehele eventuele moederconcern, heeft gedurende het lopende en
    de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen voor andere kosten dan waarvoor
    u op dit moment steun vraagt. Opgeteld bij het bedrag van de huidige subsidieverlening wordt echter
    het bedrag van € 200.000,-- niet overschreden (respectievelijk € 100.000,-/ € 30.000,-/ € 7.500,-),
    - uw onderneming, evenals het gehele eventuele moederconcern, heeft gedurende het lopende en
    de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen voor dezelfde kosten als waarvoor
    u op dit moment steun vraagt, of
    - uw onderneming, evenals het gehele eventuele moederconcern, heeft voor dezelfde kosten die in
    aanmerking komen voor de huidige subsidie andere vormen van staatssteun ontvangen.
    Een onderneming wordt als ‘zelfstandig’ beschouwd indien deze niet voor 25% of meer van het
    kapitaal of van de stemrechten in handen is van één onderneming of van verscheidene verbonden
    ondernemingen gezamenlijk.5 Als uw onderneming niet als een zelfstandige onderneming kan
    worden aangemerkt dan dient voor de bepaling van de hoeveelheid ontvangen steun ook rekening te
    worden gehouden met de steun verstrekt aan het gehele moederconcern waartoe uw onderneming
    behoort.
    Wat zijn andere vormen van steun
    Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-
    minimissteun reeds andere steun ontvangen. Hierbij kan gedacht worden aan steun die door de
    Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van een
    groepsvrijstellingsverordening valt.
    Het totaalbedrag van deze staatssteun en de andere ontvangen staatssteun mag de maxima niet
    overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of
    groepsvrijstellingsverordening zijn toegestaan.
    Als u twijfelt of bepaalde steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u
    hierover contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft
    ontvangen.
    4. Invullen
    Vul de vragen in die van toepassing zijn. Vul alle bedragen in euro’s in. Rond de bedragen af op hele
    euro’s.
    - de steun niet is vastgesteld op basis van de prijs of hoeveelheid van de landbouwproducten die van
    primaire producenten worden gekocht of die door de betrokken ondernemer op de markt worden
    gebracht of
    - wanneer de steun afhankelijk wordt gesteld van de verplichting deze steun geheel of ten dele aan
    primaire producenten door te geven.
    5 Zie ook de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 PbEU L 124 van 20 mei 2003.
    -- 4 of 5 --
    5
    Het is niet relevant in welke vorm of voor welk doel de steun is verleend. Evenmin is van belang of de
    steun wel of niet daadwerkelijk is uitbetaald. Alle bedragen die dienen te worden gebruikt bij het
    invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om
    subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van
    grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van
    directe of indirecte belastingen, garant- of borgstelling etcetera. Het gaat daarbij niet alleen om
    steun die u hebt ontvangen van het Rijk, maar ook om steun die u heeft ontvangen van andere
    overheidsinstanties. Europese subsidies dienen ook te worden meegerekend.
    Het tijdstip waarop de steun aan uw onderneming wordt geacht verleend te zijn is het tijdstip
    waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft. Dit betekent concreet de
    datum waarop voor uw onderneming de juridische aanspraak op het voordeel is ontstaan, zoals de
    beschikking tot subsidieverlening of het aangaan van een lening of borgstelling).
    5. Het bewaren van gegevens
    De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening
    terugvorderen. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de)
    Nederland(se overheidsinstantie) nog informatie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te
    kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige steun. De overheidsinstantie van wie u de
    steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt - in een dergelijk
    geval aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan
    die activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u op grond van
    de algemene administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren.6
    Let op!
    Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of in uw geval de steundrempel niet wordt overschreden.
    Immers bij overschrijding van de drempel kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimis
    verordening. Handelen in strijd met de staatssteunregels uit het VWEU kan in het ergste geval leiden
    tot terugvordering van de verleende steun!
    Uiteraard vult u alléén de rubriek(en) in die op uw situatie van toepassing is/zijn. Vergeet u vooral
    niet om de bijlage(n) bij te sluiten!
    6 Artikel 2:10, lid 1, BW (rechtspersonen) en artikel 3:15i BW (ondernemingen en vrije beroepsbeoefenaren).
    -- 5 of 5 --

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Overslaan en naar de inhoud gaan Aanvragen subsidie peuterarrangementen en voorschoolse educatie Assistentie Algemeen Als aanbieder van een peuteropvang en/of kinderopvangorganisatie kunt u subsidie aanvragen voor het jaar 2026. De gemeente Amstelveen subsidieert Peuterarrangementen en Voorschoolse Educatie voor kinderen van 2,5 tot en met 4 jaar. Een aanvraag indienen kan tot 15 november 2025. Als uw organisatie bekend is bij de gemeente, krijgt u 2 formats om in te vullen: 1 voor het inhoudelijke plan en 1 voor de financiële aanvraag. Doet u als kinderopvangorganisatie voor het eerst een subsidieaanvraag? Neem dan contact op per e-mail via vvecoordinator@amstelveen.nl of telefonisch via 020 540 41 55. Subsidie peuterarrangementen en voorschoolse educatie aanvragen Dit heeft u nodig Een aanvraagformulier als u uw aanvraag per post of e-mail verzend. U kunt dit opvragen via subsidiebureau@amstelveen.nl Een inhoudelijk plan van aanpak, geschreven in het door de gemeente aangeleverde format. U kunt dit opvragen via subsidiebureau@aalsmeer.nl Een financiële aanvraag, geschreven in het door de gemeente aangeleverde format. U kunt dit opvragen via subsidiebureau@aalsmeer.nl De stand van de egalisatiereserve en/of de bestemmingsreserve op het moment van de aanvraag Bij een subsidieaanvraag vanaf € 100.000 de meest recente jaarrekening, waarin ook de inkomens van de directie en bestuurders is opgenomen Een volledig ingevulde en ondertekende de-minimis-verklaring, waarin u aangeeft of u de afgelopen jaren staatsteun ontving Dit moet u weten De voorwaarden die gelden voor het krijgen van de subsidie hangen af van uw situatie. De nu geldende voorwaarden voor de subsidie staan in de Nadere regels subsidiëring Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie Amstelveen 2026 1 van de documenten die u voor de subsidie moet aanleveren is het inhoudelijke plan van aanpak. Dit plan van aanpak sluit aan op het Uitvoeringskader Voorschoolse voorzieningen, vastgesteld door het college van B en W op 23 september 2025. De gemeente werkt aan een stad waar iedereen kan meedoen. Zorg er daarom voor dat uw activiteit of project toegankelijk is, ook voor mensen met een beperking Na uw aanvraag U krijgt binnen 13 weken na ontvangst van uw volledige aanvraag antwoord van de gemeente. Anders regelen U kunt de subsidie peuterarrangementen en voorschoolse educatie 2026 online aanvragen. U kunt uw aanvraag ook per post versturen aan: Gemeente Amstelveen College van burgemeester en wethouders ter attentie van het Subsidiebureau Postbus 4 1180 BA Amstelveen Contact Heeft u nog vragen? Neem dan contact op via subsidiebureau@amstelveen.nl. Loopt u tegen een toegankelijkheidsprobleem aan bij de De-minimisverklaring? Maak dan een melding op via het Meldpunt Digitoegankelijkheid. Terug naar boven
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Definities Artikel 2 Doelgroep Artikel 3 Activiteiten Artikel 4 Voorwaarden voor het ontvangen van subsidie Artikel 5 Aanvraag Artikel 6 Hoogte van de subsidie1. Artikel 7 Subsidieplafond en wijze van verdeling Artikel 8 Verantwoording en vaststelling subsidie Artikel 9 Slotbepalingen Ondertekening Bijlage 1 Subsidiebedragen peuterarrangementen en voorschoolse educatie 2026 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744781 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744781/1 sluiten Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nadere regels subsidiëring Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie Amstelveen 2026 Geldend van 31-12-2025 t/m heden Intitulé Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nadere regels subsidiëring Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie Amstelveen 2026 Zaaknummer:Z25-083684 Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen; gelezen het voorstel van de afdeling Jeugd en Onderwijs d.d. 27 augustus 2024; overwegende dat het gewenst is dat alle kinderen in de gemeente Amstelveen deel kunnen nemen aan voorschoolse opvang en dat kinderen voorschoolse educatie krijgen als dat nodig is; overwegende dat het gewenst is om de kwaliteit van de Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie in de gemeente Amstelveen te waarborgen; gelet op het ‘Uitvoeringskader Voorschoolse Voorziening’ (vastgesteld door het College van B&W op 29 juni 2021), die het inhoudelijk kader vormt voor het beleid ter zake gelet op het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Amstelveen 2023; besluiten vast te stellen de: Nadere regels subsidiëring Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie Amstelveen 2026 Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. Aanbieder peuteropvang: een in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde houder van een kinderopvangorganisatie die in Amstelveen peuteropvang verzorgt. b. College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen. c. Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het LRK is opgenomen als kinderdagverblijf met in het geval van peuteropvang met VE een VE-registratie. d. Kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang, in de zin van de Wet Kinderopvang en is ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang. e. Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen, zoals bedoeld in de Wet Kinderopvang. f. Kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders/ verzorgers, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Kinderopvang. g. Kindplaats: plaats in een kindercentrum met een aanbod voorschoolse educatie of Peuterarrangement. h. LRK: Landelijk Register Kinderopvang (Peuterspeelzalen); het register waarin kinderopvangvoorzieningen (en peuterspeelzalen: tot 1 januari 2018) zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. i. Maximum uurtarief: het jaarlijks door de belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief per opvangsoort, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit Kinderopvangtoeslag. j. Maximum uurprijs: het maximumbedrag dat door de gemeente gesubsidieerd wordt. Dit bedrag is gebaseerd op het maximum uurtarief zoals omschreven in artikel 8, lid 1 van deze regeling. k. NJI: Nederlands Jeugd Instituut. l. Ouder: de juridische ouder of wettelijk verzorger van een peuter. m. Ouderbijdrage: het bedrag dat als vaste eigen bijdrage door de ouder betaald moet worden voor kinderopvang zoals vastgesteld in de advies tabel ouderbijdragetabel van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten. n. Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI). Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. o. Peuter: een in de gemeente Amstelveen woonachtig kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. p. Peutergroep: een groep exclusief voor 2- en 3 jarige kinderen, gesitueerd in een separate ruimte, waar de kinderen (al dan niet geïndiceerd) een peuterprogramma volgen. q. Peuterarrangement (PA): educatief aanbod voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar van wie ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en voor wie geen sprake is van een VE-indicatie. r. Subsidieverordening: de geldende Algemene Subsidieverordening Amstelveen. s. Uitvoeringskader: door het College van B&W vastgestelde gemeentelijke visie op de kwaliteit van de peuteropvang en de voorschoolse educatie in Amstelveen. t. VE: Voorschoolse Educatie; het aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, waarbij aan de hand van een VE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. u. VE-coach: een pedagogisch beleidsmedewerker met als rol het coachen en begeleiden van pedagogisch medewerkers in de praktijk. v. VE-indicatie: een indicatie afgegeven door de GGD-jeugdgezondheidszorg Amstelland die recht geeft op voorschoolse educatie. w. VE-peuter: peuters die in aanmerking komen voor VE, op indicatie van de GGD x. VE-programma: een door het NJI erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling. y. VE-subsidie (aanvullend): een vergoeding in de vorm van een bedrag per VE-peuter per uur aan de houder voor de extra (personele) inzet voor een bezette VE- peuterplaats. z. Voorschoolse voorziening: kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK(P) als VE-gecertificeerd binnen de gemeente Amstelveen. aa. VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie; educatie verdeeld in een voorschoolse periode (2,5 tot 4-jarigen) doorlopend in de eerste jaren van het basisonderwijs (4-en 5-jarigen), de vroegschoolse periode. ab. VE en PA-werkgroep: overleggroep van alle bij de indicering en uitvoering van VE en PA betrokken partijen in de gemeente. Artikel 2 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een kindercentrum dat peuteropvang in de gemeente aanbiedt, dat staat ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en dat voldoet aan de vereisten en kwaliteitseisen uit de Wet Kinderopvang, de hier uit voortvloeiende regelgeving en de nadere regels. Het kindercentrum dient tevens aantoonbaar pedagogische relaties te (gaan) onderhouden met minimaal een van de in de gemeente opererende basisscholen. Artikel 3 Activiteiten De subsidiabele activiteiten zijn: 1. Het gedurende een kalenderjaar aanbieden van een peuterprogramma aan peuters ingeschreven in de gemeente, die in aanmerking komen voor een Peuterarrangement. 2. Het gedurende een kalenderjaar aanbieden van een peuterprogramma aan voor VE geïndiceerde peuters wonend in de gemeente. 3. Een peuter kan slechts aan 1 gesubsidieerd peuterprogramma tegelijkertijd binnen de gemeente deelnemen. 4. Het gedurende een kalenderjaar aanbieden van een aanbod ouderbetrokkenheid zoals vastgelegd in het Uitvoeringskader Voorschoolse Voorzieningen 5. Het gedurende een kalenderjaar de inzet van een medewerker VE Coach organiseren op de VE-groepen, gebaseerd op het aantal VE-geïndiceerde kinderen per locatie. Artikel 4 Voorwaarden voor het ontvangen van subsidie 1. De aanbieder komt uitsluitend in aanmerking voor subsidiëring van Voorschoolse educatie (als omschreven in artikel 3 lid 2) wanneer deze in de peutergroep tevens Peuterarrangementen (als omschreven in artikel 3 lid 1) aanbiedt. 2. De aanbieder neemt deel aan de VE werkgroep en conformeert zich aan de afspraken die in de werkgroep worden gemaakt. 3. De aanbieder gaat een samenwerking aan met het Centraal informatieloket waar kinderen verwijzen naar peuteropvang onderdeel van is. 4. Aanbieders van Voorschoolse Educatie en Peuter Arrangementen voldoen bovenop de Wet Kinderopvang aan de door de gemeente Amstelveen vastgestelde uitvoeringskaders. Voor Peuter arrangementen geldt enkel het deel ouderbetrokkenheid uit de uitvoeringskaders. 5. De aanbieder is verplicht om een kind met een VE indicatie te plaatsen wanneer er een VE subsidie plaats beschikbaar is. De aanbieder geeft tevens, waar mogelijk, voorrang aan kinderen met recht op PA. 6. Bij tekort aan VE- en PA-kindplaatsen neemt de aanbieder contact op met de uitvoeringscoördinator VVE van de gemeente. In overleg kunnen kindplaatsen worden uitgebreid. 7. Wanneer kinderen met een VE indicatie gedurende de plaatsingsperiode een duaal traject bij het MOC volgen, dan blijft de VE plek en daarmee de subsidie geheel in stand gedurende het duale traject. 8. De aanbieder verplicht zich tot het aanleveren van kwartaalrapportages aan de gemeente volgens een door de gemeente voorgeschreven format. 9. De aanbieder meldt tussentijds ontstane wachtlijsten voor VE- en PA-peuters aan de VE-coördinator van de gemeente en verwijst deze ouders actief door naar collega-aanbieders. 10. In overleg met en na akkoord van de gemeente kan de termijn van plaatsing van een VE plek verlengd worden met maximaal 6 maanden. 11 In overleg met en na akkoord van de gemeente kan de termijn van plaatsing van een PA plek verlengd worden met maximaal 6 weken. 12 De aanbieder doet aantoonbaar moeite om de (financiële) laagdrempeligheid van het peuteraanbod te waarborgen. 13 De inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-adviestabel (te vinden op de VNG-website) ouderbijdrage peuteropvang. – De inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij een VE plek is gebaseerd op het maximale uurtarief van de kinderopvangtoeslag. – De inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij een PA plek is gebaseerd op het maximale uurtarief van de kinderopvangtoeslag vermeerderd met het bovenwettelijke deel van het uurtarief van de aanbieder. 14 De aanbieder draagt zorg voor duidelijke informatie op de website betreffende het VE- en/of PA-aanbod; inhoud van aanbod, uren, ouderbijdrage en locaties. 15 De aanbieder beschikt over onderliggende gegevens: a. een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders/verzorgers; b. naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag en/of een Inkomensverklaring (voorheen IB60 formulier); d. een recente verklaring geregistreerd inkomen of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar; e. indien het gaat om een VE-peuterplaats: een indicatieformulier Voorschoolse Educatie van de JGZ (Jeugdgezondheidszorg). 16 De aanbieder verzoekt ouders/verzorgers jaarlijks om eventuele wijzigingen in de relevante gegevens onder lid 15. door te geven. Artikel 5 Aanvraag 1. De aanvrager dient uiterlijk op 15 november voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie be
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.