Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026
Gemeente Roerdalen
Gecertificeerde instellingen (GI's) die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren voor jeugdigen waarvoor de gemeente Roerdalen voorzieningen moet treffen.
Ook bekend als Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 en verder, Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2027 en verder
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling van gemeente Roerdalen voor gecertificeerde instellingen die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren. Gericht op activiteiten ten behoeve van jeugdigen waarvoor het college voorzieningen moet treffen op grond van de Jeugdwet. Regeling treedt in werking op 1 mei 2026.
Voor wie is het bedoeld?
Gecertificeerde instellingen (GI's) die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren voor jeugdigen waarvoor de gemeente Roerdalen voorzieningen moet treffen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor jeugdbeschermingsactiviteiten
- Financiering van jeugdreclasseringsactiviteiten
- Ondersteuning van gecertificeerde instellingen in jeugdhulp
Voorwaarden
- Aanvrager moet een gecertificeerde instelling zijn
- Activiteiten moeten betrekking hebben op jeugdigen waarvoor het college voorzieningen moet treffen op grond van de Jeugdwet
- Subsidieaanvraag moet beschrijving van activiteiten en doelgroep bevatten
- Prognose per doelgroep op basis van voorgaand jaar moet worden ingediend
- Plan van aanpak met concrete doelstellingen moet worden ingediend
- Eerste aanvragers moeten aanvullend oprichtingsakte/statuten, jaarverslag, actieplan en exitplan indienen
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 mei 2026
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- 1 mei 2026
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 en verder Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Leudal; overwegende dat het gemeentebestuur Leudal inzet op het uitvoeren van activiteiten door Gecertificeerde Instellingen voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Leudal 2016, hieronder verder te noemen ‘de Asv 2016’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 en verder. Artikel 1. Definities 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - gemeente; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt. - Asv 2016: Algemene subsidieverordening gemeente Leudal. - Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmeldingen. - Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel. - Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatiereserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves. - Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en belastingen. - College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Leudal. - Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. - Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert. - Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclassering - KKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023. - Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VVW voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. - Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgenomen in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden. - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage. - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie. - Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan. - Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen. - Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken. - Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschreven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties. - Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering. - Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. - Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn. - Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen. 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebasee […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Roermond; overwegende dat het gemeentebestuur Roermond inzet op het uitvoeren van activiteiten door Gecertificeerde Instellingen voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Roermond 2026, hieronder verder te noemen ‘de Asv 2026’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026. Artikel 1. Definities 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - gemeente; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt. - Asv 2026: Algemene subsidieverordening gemeente Roermond. - Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmeldingen. - Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel. - Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatiereserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves. - Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en belastingen. - College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Roermond. - Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. - Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert. - Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclassering - KKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023. - Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VVW voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. - Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgenomen in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden. - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage. - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie. - Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan. - Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen. - Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken. - Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschreven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties. - Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering. - Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. - Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn. - Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebaseerd op de vo […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 en verder Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Nederweert; overwegende dat het gemeentebestuur Nederweert inzet op het uitvoeren van activiteiten door Gecertificeerde Instellingen voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Nederweert 2019, hieronder verder te noemen ‘de Asv 2019’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 en verder. Artikel 1. Definities 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - gemeente; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt. - Asv 2019: Algemene subsidieverordening gemeente Nederweert. - Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmeldingen. - Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel. - Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatiereserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves. - Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en belastingen. - College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Nederweert. - Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. - Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert. - Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclassering - KKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023. - Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VVW voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. - Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgenomen in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden. - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage. - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie. - Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan. - Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen. - Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken. - Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschreven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties. - Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering. - Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. - Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn. - Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen. 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiele kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaa […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Maasgouw; overwegende dat het gemeentebestuur van Maasgouw inzet op het uitvoeren van activiteiten door Gecertificeerde Instellingen voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Maasgouw 2026, hieronder verder te noemen ‘de Asv 2026’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026. Artikel 1. Definities - In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven:gecertificeerde instelling (GI);gemeente;jeugdhulp; jeugdhulpverlener;jeugdhulpaanbieder; jeugdige;jeugdreclassering;kinderbeschermingsmaatregel. - In deze regeling wordt verder verstaan onder:Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt.Asv 2026: Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw.Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmel-dingen.Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel.Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatie-reserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves.Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en belastin-gen.College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Maasgouw.Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden.Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert.Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclasseringKKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclas-sering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023.Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VVW voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgeno-men in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoe-rende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden.Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertifi-ceerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidia-bele activiteiten.OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage.PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie.Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan.Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen.Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken.Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschre-ven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties.Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering.Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden.Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn.Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclasse-ring; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclasse-ring; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrok-ken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebaseerd op de voorlopige indexering voor dat jaar; het effect van de definitieve indexering van j […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren; overwegende dat het gemeentebestuur van Echt-Susteren inzet op het uitvoeren van activiteiten door Gecertificeerde Instellingen voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Echt-Susteren 2017, hieronder verder te noemen ‘de Asv 2017’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026. Artikel 1. Definities 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - gemeente; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt. - Asv 2017: Algemene subsidieverordening Echt-Susteren 2017. - Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmeldingen. - Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel. - Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatiereserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves. - Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en belastingen. - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren. - Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. - Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert. - Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclassering - KKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023. - Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VVW voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. - Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgenomen in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden. - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage. - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie. - Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan. - Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen. - Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken. - Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risico gestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschreven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties. - Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering. - Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. - Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn. - Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschalen van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaa […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen; overwegende dat het gemeentebestuur van Roerdalen inzet op het uitvoeren van activiteiten door gecertificeerde instellingen ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Roerdalen 2020, hieronder verder te noemen ‘de ASV’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026. Artikel 1. Definities 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - gemeente; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt. - ASV: Algemene subsidieverordening Roerdalen 2020. - Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en - middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmeldingen. - Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel. - Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatiereserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en - bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves. - Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden - nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en - belastingen. - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen. - Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. - Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert. - Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclassering - KKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023. - Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VWS voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. - Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgenomen in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden. - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage. - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie. - Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan. - Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen. - Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken. - Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risico gestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschreven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties. - Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering. - Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. - Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn. - Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB 1 Kwaliteitskader en de Prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 20. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarie […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2027 en verder Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Weert; overwegende dat het gemeentebestuur Weert inzet op het uitvoeren van activiteiten door Gecertificeerde Instellingen voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening Weert 2017, hieronder verder te noemen ‘de Asv 2017’; besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2027 en verder. Artikel 1. Definities 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - gemeente; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt. - Asv 2017: Algemene subsidieverordening gemeente Weert. - Beschikbaarheidsfunctie: het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit (mensen en middelen) bij een gecertificeerde instelling om aan de wettelijke termijnen te voldoen bij nieuwe aanmeldingen. - Bestemmingsreserve: een deel van het eigen vermogen dat een organisatie apart zet voor een specifiek doel. - Buffer of buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een gecertificeerde instelling, dat bestaat uit alle vrije reserves (algemene reserves, overige reserves en niet-gebonden egalisatiereserves), om tegenvallers op te vangen, zoals bepaald in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging jeugdbescherming en jeugdreclassering (versie 2024.1.0), met uitzondering van de bestemmingsreserves. - Cashflow: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre verplichtingen kunnen worden nagekomen. Het meet de verkregen kasmiddelen die niet zijn bestemd voor directe uitgaven van de organisatie en kan worden berekend door de omzet te verminderen met kosten en belastingen. - College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Weert. - Current ratio: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre de instelling in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het meet de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. - Gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert. - Jaaromzet: de enkelvoudige winst- en verliesrekening jeugdbescherming en jeugdreclassering - KKPB: het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, zoals beschreven in de rapporten van Significant Public van januari 2023. - Kwaliteitskader Jeugdbescherming: het samenvattend kwaliteitskader van het Ministerie van VVW voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen ondertoezichtstelling (ots) en voogdij, versie 1.0, februari 2023. - Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, opgenomen in het certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, versie 2.0, geldend van 6 juni 2017 t/m heden. - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage. - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie. - Pupilkosten (ook genoemd: bijzondere kosten): door derden aan de gecertificeerde instelling doorbelaste kosten voor cliënten, evenals eigen kosten van de gecertificeerde instelling in verband met de administratie daarvan. - Toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk 18 maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt, in samenspraak met de lokale toegang, jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen. - Voorziening: onderdeel van het vreemd vermogen dat bedoeld is om duidelijke verliezen of toekomstige kosten te dekken. - Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid: ook wel ‘visie gefaseerde ketenzorg’ genoemd; een landelijke aanpak in drie fasen: directe veiligheid, risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg. Deze visie is opgesteld in opdracht van de VNG en GGD GHOR Nederland, en wordt onderschreven door ministeries, ketenpartners en uitvoeringsorganisaties. - Wachttijd jeugdbescherming en jeugdreclassering: wachttijd zoals bedoeld in het normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering. - Werkkapitaal: een financieel ratio dat aangeeft in hoeverre er een liquiditeitsbuffer is binnen een organisatie. Het betreft het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. - Werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R): werkwijze die gericht is op het versterken van de regie van gezinnen of cliënten met meervoudige problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn. - Workload: het gemiddeld aantal wettelijke maatregelen op organisatieniveau dat een jeugdbeschermer, jeugdreclasseringsmedewerker of andere medewerker (die taken uit het KKPB uitvoert) jaarlijks uitvoert. Dit geldt als maatstaf voor de werkdruk. Artikel 2. Doel en toepassingsbereik Het doel van deze regeling is het subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3, ten behoeve van jeugdigen voor wie het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gecertificeerde instellingen, voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen als bedoeld in artikel 2. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en alleen: - voor zover het gaat om maatregelen die zijn opgelegd na de inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering na die datum is overgenomen van een andere GI; - voor zover het gaat om maatregelen die al van kracht waren bij inwerkingtreding van deze regeling, of waarvan de uitvoering daarna is overgenomen van een andere GI. 3.. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten gericht op één of meer van de volgende subgroepen: - activiteiten in het kader van de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een specifieke culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen. 4.. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: - het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); - de Jeugdwet; - het normenkader voor certificering van uitvoerende organisaties voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; - het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op www.jaarverantwoordingzorg.nl; - de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen 1.. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van: - de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; - jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; - jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem. Artikel 5. Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen 1.. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval: - de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp; - een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; - afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente. 2.. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en passende nazorg. 3.. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1. 4.. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten. Artikel 6. Verplichtingen ten aanzien van de organisatie en werkprocessen 1.. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 2.. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 4.. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel. 5.. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. Artikel 7. Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval: - de uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling; - deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg; - afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking; - uitvoering van het normenkader, waaronder: gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; afstemming bij inzet van jeugdhulp. Artikel 8. Hoogte van de subsidie en indexering 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebaseerd op […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.