Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering

Gemeente Venlo

Wat is de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering?

De Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Regio Noord-Limburg van gemeente Venlo geeft gecertificeerde instellingen een aanspraak op vergoeding voor het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De subsidie wordt berekend op basis van tarieven per activiteit vermenigvuldigd met het aantal geleverde eenheden, en geldt voor jeugdigen met een woonplaats in de regiogemeenten Noord-Limburg. De regeling kent geen vast minimum- of maximumbudget, omdat de gemeente alle door de rechter, officier van justitie of directeur van een justitiële jeugdinrichting opgelegde maatregelen moet financieren.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering?

Deze subsidie is bedoeld voor gecertificeerde instellingen (GI's) die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren voor jeugdigen met een woonplaats in een van de regiogemeenten Noord-Limburg. Alleen gecertificeerde instellingen kunnen de subsidie aanvragen, eventueel met inzet van een onderaannemer (zelf ook een gecertificeerde instelling) voor de uitvoering van activiteiten.

Je bent een jeugdhulpinstelling
Je rechtsvorm is Stichting
Je sector valt onder SBI 87.3
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Venlo.

De regeling onderscheidt drie subgroepen binnen de doelgroep, waarvoor afzonderlijk subsidie kan worden aangevraagd:

  • generale uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering
  • jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking
  • jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen

Voor de laatste twee subgroepen geldt dat de gecertificeerde instelling (of een vaste onderaannemer) moet beschikken over professionals met bijzondere expertise gericht op de begeleiding en/of behandeling van jeugdigen uit die specifieke subgroep.

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidiabel is het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor jeugdigen ten aanzien van wie de gemeente op grond van de Jeugdwet voorzieningen moet treffen. Het gaat om maatregelen die al van kracht zijn bij inwerkingtreding van de regeling, die daarna zijn opgelegd, of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding is overgenomen van een andere gecertificeerde instelling.

De subsidiabele activiteiten (met tarief per eenheid) staan in bijlage 1 en omvatten onder meer:

  • Ondertoezichtstelling (OTS), jaar 1 en jaar 2 en verder
  • Voogdij
  • Jeugdreclassering (JR)
  • Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM), zowel advies als begeleiding
  • Intensieve trajectbegeleiding CRIEM en Harde Kern
  • Samenloop van een OTS en jeugdreclassering
  • Scholings- en trainingsprogramma (STP)
  • Opslag voor inzet van het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET-JB)

De uitvoering moet plaatsvinden binnen de kaders van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind, de Jeugdwet, het Normenkader voor certificering van jeugdbescherming en jeugdreclassering, de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming en de geldende beroepscodes.

Niet subsidiabel als afzonderlijke activiteit is het opstellen van het exitplan zelf; wel kunnen daadwerkelijke en reële kosten voor vergoeding in aanmerking komen als een exitplan daadwerkelijk moet worden uitgevoerd.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie wordt berekend volgens een p*q-formule: het vastgestelde tarief per activiteit (p) vermenigvuldigd met het aantal geleverde eenheden van die activiteit (q). De hoogte hangt dus af van de werkelijke duur en omvang van de uitvoering, niet van een vast bedrag per aanvraag.

De tarieven zijn per subgroep vastgesteld (bijlage 1) en verschillen licht tussen de drie subgroepen. Voor de generale doelgroep gelden onder meer:

  • Ondertoezichtstelling (OTS) jaar 1: € 1.145,83 per maand
  • Ondertoezichtstelling (OTS) jaar 2 en verder: € 950,33 per maand
  • Voogdij: € 651,92 per maand
  • Jeugdreclassering (JR): € 752,00 per maand
  • Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) advies: € 2.225,19 per beschikking/advies (stuk)
  • Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) begeleiding: € 751,13 per maand
  • Intensieve trajectbegeleiding CRIEM: € 2.139,57 per maand
  • Intensieve trajectbegeleiding Harde Kern: € 1.608,07 per maand
  • Samenloop van een OTS en jeugdreclassering: € 213,28 per maand
  • Scholings- en trainingsprogramma (STP): € 2.139,57 per maand
  • Opslag voor inzet van het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET-JB): 1,7x de reguliere kostprijs van de maatregel

Voor de subgroepen (lichte) verstandelijke beperking en jeugdigen zonder vaste woon- of verblijfplaats met culturele/godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen gelden vergelijkbare tarieven per eenheid, met kleine onderlinge verschillen (zie bijlage 1 bij de subsidieregel).

De tarieven voor OTS, voogdij en GBM-advies zijn inclusief bijzondere kosten. De tarieven worden jaarlijks voor aanvang van een nieuw subsidiejaar geïndexeerd met de definitieve OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Er wordt geen minimum- of maximumbudget aan de regeling gekoppeld.

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering?

De belangrijkste eisen waarop een aanvraag wordt beoordeeld:

  • De gecertificeerde instelling voert alle gesubsidieerde activiteiten zelf uit, eventueel met een onderaannemer (ook een gecertificeerde instelling), maar de uitvoering blijft voor rekening en risico van de subsidieontvanger.
  • Voor de subgroepen jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking en jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats met een specifieke culturele/godsdienstige achtergrond en complex gezinssysteem: de instelling (of vaste onderaannemer) moet beschikken over professionals met bijzondere expertise voor die doelgroep.
  • Naast de certificeringseisen uit het Normenkader gelden aanvullende inhoudelijke vereisten, waaronder: inzet op door de gemeente gecontracteerd jeugdhulpaanbod (niet-gecontracteerd aanbod alleen bij uitzondering en in overleg), het voorkomen van wachttijden (meer dan 5 werkdagen tussen beschikking en eerste face-to-face contact geldt als wachttijd), een vaste medewerker per jeugdige waar mogelijk, kwartaalrapportage van prestatie-indicatoren, actieve deelname aan ketensamenwerking, inspanning om doorlooptijden te verkorten, warme overdracht en nazorg, en het tijdig opstellen van een toekomstplan (uiterlijk twee jaar voor meerderjarigheid bij jeugdbeschermingsmaatregelen, een half jaar voor het aflopen van een jeugdreclasseringsmaatregel) en werken volgens 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur (1G1P1R).
  • Het college kan de subsidie weigeren als niet aan de vereisten wordt voldaan, of als onvoldoende blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele subsidieperiode over voldoende kwalitatief en kwantitatief personeel en materieel kan beschikken.
  • De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken als het certificaat op grond van de Jeugdwet wordt ingetrokken, en kan worden ingetrokken bij fraude, bij twijfel over continuïteit van personeel/materieel, of als bestuurshandelen de zorgcontinuïteit in gevaar brengt.

Hoe vraag je de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering aan?

De aanvraag kan alleen worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Aanvragen gaat met eHerkenning.

De aanvraag bevat in ieder geval:

  • Een beschrijving van de activiteiten en de doelgroep(en), waarbij per activiteit wordt aangegeven voor welke subgroep subsidie wordt aangevraagd.
  • Een prognose per subgroep, gebaseerd op de uitgevoerde activiteiten van het voorgaande jaar (de regeling zelf spreekt over het gemiddelde van de afgelopen 3 jaar). Gebruik hierbij bijlage 1 bij de opmaak van de prognose, aansluitend op de eenheden per activiteit.
  • Een plan van aanpak of meerjarenplan met aandacht voor: het normenkader Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, het kwaliteitskader Jeugdbescherming, werving/selectie/behoud van personeel, de werkwijze 1G1P1R, gefaseerd samenwerken aan veiligheid, aansluiting op het regionale jeugdhulpstelsel, samenwerking met ketenpartners om doorlooptijden te verkorten, samenwerking met lokale teams, en monitoring en evaluatie van doelen met cliënt en aanbieder.

Vraagt de instelling voor de eerste keer subsidie aan, dan zijn ook nodig:

  • De oprichtingsakte of statuten.
  • Het jaarverslag en de jaarrekening/balans van het voorgaande jaar.
  • Een actieplan over hoe wordt omgegaan met risico's zoals capaciteitsproblemen en hoe continuïteit wordt geborgd.
  • Een exitplan, met daarin: voortzetting van activiteiten tot de overdracht plaatsvindt, ondersteuning bij overdracht (inclusief administratieve gegevens), borging van overname van personeel, en hoe de relatie tussen medewerkers en jeugdige/ouders wordt voortgezet.

Wijzigen de eenmalig overgelegde documenten (oprichtingsakte, jaarstukken, actieplan, exitplan) later, dan moeten de gewijzigde documenten opnieuw aan het college worden overgelegd.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Het college beslist uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarin de aanvraag is ingediend; deze termijn kan met maximaal acht weken worden verdaagd.

De aanvraag om subsidieverlening geldt automatisch ook als aanvraag om een voorschot. Het college beslist dus op hetzelfde moment over subsidieverlening en bevoorschotting. De bevoorschotting wordt bepaald op basis van de bij de aanvraag aangeleverde prognose vermenigvuldigd met het tarief per activiteit. Tijdens de looptijd kan de subsidieontvanger een aanpassing van de bevoorschotting aanvragen (het college beslist daarop binnen acht weken), en het college kan de bevoorschotting ook zelf aanpassen als realisatiecijfers daartoe aanleiding geven.

Tijdens de looptijd gelden onder meer deze verplichtingen:

  • Werken conform toepasselijke regelgeving, de norm verantwoorde werktoedeling en de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
  • Gebruik van het iJW-berichtenverkeer en de Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV).
  • Onverwijld melden van dringende omstandigheden, zoals risico's voor certificering, continuïteit door capaciteitstekort, bedrijfsvoeringsproblemen, inzet van onderaannemers, of calamiteiten.
  • Aansluiting bij de verwijsindex uit de Jeugdwet.
  • Medewerking aan een extern (accountants)onderzoek als het college daartoe aanleiding ziet.
  • Deelname aan regionale overleggen op uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk niveau.
  • Voorafgaande toestemming van het college nodig bij bepaalde rechtshandelingen, een fusie, samenwerking met anderen bij de uitvoering, of substantiële wijziging van eenmalig overgelegde documenten.

Na afloop van het jaar dient de subsidieontvanger vóór 1 april van het volgende jaar een aanvraag tot vaststelling in met: een door een bevoegde functionaris ondertekende bestuursverklaring, een overzicht van uitgevoerde activiteiten met productieverantwoording (volgens het landelijke format van i-Sociaal Domein, aansluitend op de eenheden uit bijlage 1), een controleverklaring van een onafhankelijke accountant, het jaardocument maatschappelijke verantwoording gericht aan de provincie Limburg, een geanonimiseerd overzicht van ingediende klachten met aard en oplossing, en de resultaten van het cliënttevredenheidsonderzoek. Voor de controleverklaring en het jaardocument geldt een afwijkende, latere uiterste inleverdatum van 1 juni. Bij de vaststelling zijn de gegevens uit het berichtenverkeer leidend.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gemeente Venlo; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.