Nadere regels subsidie Voorschoolse educatie Almere 2023-2026
Gemeente Almere
Voor houders van kindcentra (kinderopvanglocaties) in Almere die voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 tot 4 jaar, met prioriteit voor doelgroeppeuters met een VVE-indicatie.
Ook bekend als VE Almere, Voorschoolse educatie Almere
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kindplaatsen in voorscholen in Almere voor doelgroeppeuters met en zonder recht op kinderopvangtoeslag. Subsidie wordt verleend aan houders van kindcentra voor de periode 2023-2026 op basis van verdeelcriteria gerelateerd aan onderwijsachterstanden.
Voor wie is het bedoeld?
Voor houders van kindcentra (kinderopvanglocaties) in Almere die voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 tot 4 jaar, met prioriteit voor doelgroeppeuters met een VVE-indicatie.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor kindplaatsen in voorschool
- Financiering van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters
- Ondersteuning van kinderopvang met onderwijsachterstandenbeleid
Voorwaarden
- Aanvrager moet een houder van een kindcentrum zijn
- Kindcentrum moet in het LRK (Landelijk Register Kinderopvang) geregistreerd zijn als kinderdagverblijf
- Houder moet doelgroeppeuters VE voorrang geven bij plaatsing
- Houder moet werken met digitale versie van Peuterestafette of Inzichtelijk in Digidoor Almere
- Houder moet alle kinderen registreren in Digidoor
- Houder moet doelgroeppeuters VE warm overdragen aan basisschool
- Houder moet actief participeren in lerend netwerk platform
- Houder moet cyclisch werken aan VE-kwaliteit volgens Stedelijke Kwaliteitsschaal VVE
- Houder moet actief meewerken aan Almeers ouderbeleid VE
- Houder moet ouderbijdragen per soort kindplaats en inkomensgroep publiceren op website
- Voor subsidies van €125.000 en hoger is een controleverklaring van accountant vereist
- Aanvraag moet compleet zijn ontvangen op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Tender
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Nadere regels subsidie Voorschoolse educatie Almere 2023-2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Almere 2020; besluit: vast te stellen de navolgende “Nadere regels subsidie Voorschoolse educatie Almere 2023-2026”. Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: - Almeerse peuters: in de gemeente Almere woonachtige kinderen van 2 tot 4 jaar. - Bestuursrechtelijke handhaving: handhaving in de vorm van een genomen besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang of een bestuurlijke boete. - College: het college van burgemeester en wethouders van Almere. - Dagopvang: kinderopvang voor kinderen van 0-4 jaar gedurende tenminste 6 uur per dag. - Digidoor: een inschrijfsysteem en overdrachtsapplicatie voor kinderen, waarin onder andere de VVE-indicatie staat voor de doelgroeppeuters VE. - Doelgroeppeuter VE: Almeerse peuter met een VVE-indicatie. - Houder: de rechtspersoon aan wie een kindcentrum toebehoort, waarbij onder kindcentrum wordt begrepen een in Almere gevestigde locatie voor kinderopvang die in het LRK staat geregistreerd als kinderdagverblijf. - Inkomensverklaring (voorheen IB 60): een officiële verklaring van de Belastingdienst inzake de inkomensgegevens van een persoon in een bepaald belastingjaar. - Inzichtelijk: een werkwijze voor doel- en handelingsgericht werken met het jonge kind. In een digitale omgeving wordt de ontwikkeling vastgelegd en gevolgd. - Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk aan ouders bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang. - Kindplaats: plaats in een peutergroep in een voorschool. - Kindplaats regulier: kindplaats in een voorschool van minimaal 240 en maximaal 320 uur per jaar verdeeld over twee dagen per week, voor doelgroeppeuters VE van 2 tot 2,5 jaar en voor niet-doelgroeppeuters in de leeftijd van 2 jaar tot de start van de basisschool. - Kindplaats VE: kindplaats in een voorschool voor een doelgroeppeuter VE van minimaal 960 uur in de periode van 2,5 jaar tot de start van de basisschool. - Landelijk maximum uurtarief: landelijk maximum uurtarief voor de kinderopvangtoeslag voor de dagopvang. - LRK (Landelijk Register Kinderopvang): Register waarin kinderopvanglocaties zijn opgenomen die zijn goedgekeurd door de gemeente en GGD. - OAB: onderwijsachterstandenbeleid, het beleid dat scholen en gemeenten moeten voeren om onderwijs achterstanden te voorkomen en te verkleinen. - OAB-problematiek: de mate waarin sprake is van (het risico op) onderwijsachterstanden bij kinderen. - Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van een kindplaats op de voorschool. - Ouders: ouder(s) of wettelijke verzorgers van een Almeerse peuter. - Peuterestafette: overdrachtsinstrument waarmee op een systematische manier de ontwikkeling van een peuter wordt beschreven, besproken en overgedragen aan de basisschool. - Peutergroep: vaste groep kinderen in de kinderopvang (stamgroep) voor kinderen van 2 – 4 jaar. - Peuteropvang: kinderopvang gedurende maximaal 40 weken per jaar en maximaal 5,5 uur per peuter per dag voor kinderen van 2 - 4 jaar. - Subsidiejaar: het jaar waarover subsidie wordt aangevraagd. - Verzamelinkomen: term dat de Belastingdienst hanteert voor het totale bedrag van het bruto inkomen uit werk en woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit vermogen en spaargeld minus de aftrekposten. - Voorscholen: kinderopvang met voorschoolse educatie dat als zodanig is geregistreerd in het LRK. - VE (Voorschoolse educatie): het aanbod van een VE-programma binnen de kinderopvang bedoeld voor doelgroeppeuters VE. - VE-programma: een voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal-emotionele ontwikkeling. - VE-toeslag: een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag per doelgroeppeuter VE aan de houder voor de extra kosten van het VE-aanbod, zoals extra personele inzet voor dossiervorming, extra overleg met ouders, warme overdracht naar de basisschool en VE-trainingen. - Vroegschoolse educatie: de uitvoering van een programma in groep 1 en 2 van een basisschool, als vervolg op de voorschoolse educatie. De vroegschoolse educatie valt buiten de scope van deze nadere regels. - VVE: de combinatie van voorschoolse educatie (VE) en vroegschoolse educatie. - VVE-indicatie: een indicatie die wordt afgegeven door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan kinderen die in aanmerking komen voor Voor- en Vroegschoolse Educatie. Artikel 2. Doel Deze nadere regels hebben als doelstelling: het mogelijk maken van de uitvoering van Voorschoolse educatie op voorscholen. Artikel 3. De aanvrager Een subsidieaanvraag kan enkel worden ingediend door een houder. Artikel 4. De aanvraag 1.. De aanvraag van een houder moet ontvangen zijn op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. 2.. Alleen aanvragen die voor de datum genoemd in lid 1 compleet zijn ontvangen, dus inclusief alle in artikel 5 genoemde bijlagen, worden in behandeling genomen. 3.. Een onderbouwde aanvullende aanvraag in het betreffende subsidiejaar op een reeds ingediende aanvraag ten behoeve van uitbreiding van kindplaatsen, is mogelijk voor houders die het lopende jaar reeds subsidie hebben ontvangen op basis van de Nadere Regels subsidie Voorschoolse Educatie Almere. Artikel 5. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.. Houder die voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van de aanvraag een subsidie heeft ontvangen van de gemeente op basis van de Nadere regels subsidie Voorschoolse Educatie Almere dienen voor het aanvragen van subsidie de volgende gegevens en stukken over te leggen: a.. Het algemeen formulier “Aanvragen subsidie” van de Gemeente Almere. In plaats van de in dat formulier gevraagde jaarbegroting, dekkingsplan en activiteitenplan volstaat het format genoemd onder b. b.. Het ‘Format subsidieaanvraag Voorschoolse educatie Almere’; c.. Het ‘Format rapportage voorscholen 1 oktober’ met gegevens van peildatum 1 oktober van het voorgaande subsidiejaar. In tegenstelling tot de subsidieaanvraag die vóór 1 oktober moet zijn ingediend, kan dit format tot uiterlijk 15 oktober van hetzelfde jaar bij de gemeente worden ingeleverd. 2.. Houders die voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van de aanvraag geen subsidie hebben ontvangen van de gemeente op basis van de Nadere regels subsidie Voorschoolse Educatie Almere dienen voor het aanvragen van subsidie de stukken zoals genoemd onder lid 1 sub a en b te overleggen. Artikel 6. Doelgroepen Subsidie is beschikbaar voor de volgende kindplaatsen in voorscholen: - Kindplaats regulier voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang. - Kindplaats VE voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang. - Kindplaats VE voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang. - Kindplaats VE voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag in de dagopvang. Artikel 7. Hoogte van de subsidie 1.. Alle subsidietarieven en -bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het ministerie van SZW voor het landelijk maximum uurtarief (Rijksoverheid, Ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag (z.d.)), tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken. 2.. Het college subsidieert per geplaatste Almeerse peuter per uur (dus naar rato van de geplaatste periode) de volgende kindplaatsen in voorscholen: a.. Kindplaats regulier voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang: minimaal 240 en maximaal 320 uren per jaar maal het landelijk maximum uurtarief, minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over de afgenomen uren. b.. Kindplaats VE voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang: minimaal 640 en maximaal 660 uren per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage. De ouderbijdrage wordt over 320 uur per jaar in rekening gebracht. c.. Kindplaats VE voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang: minimaal 320 en maximaal 340 uren maal het landelijk maximum uurtarief. Ouders nemen aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover deze ouders kinderopvangtoeslag (kunnen) aanvragen. 3.. Voor alle doelgroeppeuters VE in voorscholen (peuteropvang en dagopvang) stelt het college een VE-toeslag beschikbaar, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter VE een gedeelte van het jaar gebruik maakt van de kindplaats VE, wordt dit bedrag naar rato van de periode van plaatsing verstrekt. 4.. Voor alle doelgroeppeuters VE in voorscholen (peuteropvang en dagopvang) die op 1 januari van het betreffende jaar een kindplaats VE bezetten, stelt het college een vast subsidiebedrag beschikbaar voor de bekostiging van de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE. 5.. Voor de subsidiebedragen uit lid 3 en lid 4 geldt voor peutergroepen in de dagopvang een minimum van twee doelgroeppeuters. Dat wil zeggen dat deze subsidiebedragen voor tenminste twee doelgroeppeuters per peutergroep worden beschikt, ook als het werkelijke aantal lager ligt. Houder is verplicht op deze peutergroepen de pedagogisch beleidsmedewerker VE voor tenminste 20 uren per jaar in te zetten. Artikel 8. De ouderbijdrage 1.. De hoogte van de ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag wordt door de houder bepaald op basis van de door ouders te overleggen Inkomensverklaringen (zie Artikel 9 lid 1) en eventueel aanvullende documenten zoals genoemd in Artikel 9 lid 2 of lid 3. 2.. Houder hanteert voor de ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag de VNG-adviestabel ouderbijdragen peuteropvang van het betreffende jaar. 3.. Houder hanteert voor de ouderbijdrage voor doelgroeppeuters VE voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag het landelijk maximum uurtarief. 4.. Houder int zelf de ouderbijdragen en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers. De ouderbijdragen en subsidie per bezette kindplaats zijn in onderstaand schema opgenomen. PER BEZETTE KINDPLAATS | kindplaats regulier | kindplaats VEin peuteropvang | kindplaats VEin dagopvang met recht opkinderopvang-toeslag | Ouderbijdrage:uren die zij afnemenx landelijk maximum uurtariefgemeentesubsidie:geen | Ouderbijdrage:tenminste 320 uur per jaarx landelijk maximum uurtariefgemeentesubsidie:320-340 uren per jaarx landelijk maximum uurtarief+ VE-toeslag+ subsidie inzet PMB’er VE*(Artikel 6 lid 3) | Ouderbijdrage:uren die zij afnemenx landelijk maximumuurtariefgemeentesubsidie:VE-toeslag+ subsidie inzet PMB’er VE*(Artikel 6 lid 4) zonder recht op kinder-opvangtoeslag | Ouderbijdrage:over 240-320 uren per jaaro.b.v. de VNG-adviestabelgemeentesubsidie:240-320 uren per jaar xlandelijk maximum uurtarief minus de gefactureerde ouderbijdrage(Artikel 6 lid 1) | Ouderbijdrage:over 320 uren per jaaro.b.v. de VNG-adviestabelgemeentesubsidie:640-660 uur per jaar xlandelijk maximum uurtariefminus de gefactureerde ouderbijdrage+ VE-toeslag+ subsidie inzet PMB’er VE*(Artikel 6 lid 2) * de subsidie voor de inzet van de pedagogisch medewerker VE wordt gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters per 1 januari van het betreffende jaar; in de dagopvang geldt een minimum van 2 doelgroeppeuters per groep (Artikel 7 lid 5) Artikel 9. Toetsing recht op een gesubsidieerde kindplaats 1.. Voor het toetsen of een kind in aanmerking komt voor een gesubsidieerde kindplaats, dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de ondertekende ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s) . 2.. Indien ouders aangeven dat het verwachte verzamelinkomen over het subsidiejaar wijzigt ten […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.