Subsidieregeling voor Kunstenplaninstellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen
Gemeente Amsterdam
Voor kunstenplaninstellingen in Amsterdam die als gevolg van coronamaatregelen financieel in zwaar weer verkeren.
Ook bekend als Subsidieregeling eenmalige aanvulling op Kunstenplansubsidie 2017-2020, Fase 1 en 2
Waar is deze subsidie voor?
Eenmalige subsidie voor Kunstenplaninstellingen (Amsterdam Bis en AFK-gesubsidieerde instellingen) ter compensatie van verliezen door coronamaatregelen in de periode maart 2020 tot januari 2021. Fase 1 plafond € 10,5 miljoen, fase 2 plafond € 7.605.354.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kunstenplaninstellingen in Amsterdam die als gevolg van coronamaatregelen financieel in zwaar weer verkeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Compensatie van inkomstenderving door coronasluitingen
- Behoud van culturele infrastructuur
- Steun aan musea, podia en filmtheaters
Voorwaarden
- Instelling moet Kunstenplaninstelling zijn (Amsterdam Bis of AFK-gesubsidieerd)
- Verlies moet aantoonbaar zijn als gevolg van coronamaatregelen maart 2020 - januari 2021
- Weerstandsvermogen mag maximaal 5% van 2019-baten bedragen
- Subsidie moet zichtbaar in jaarrekening 2020 worden verantwoord
- Niet volledig aangewende subsidie wordt lager vastgesteld
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het college stelt voor de steunmaatregel fase 1 voor het tijdvak dat loopt tot 1 januari 2021, een subsidieplafond vast van € 10,5 miljoen. [...] Het college stelt voor de steunmaatregel fase 2 voor het tijdvak dat loopt tot 1 januari 2021 een subsidieplafond vast van € 7.605.354”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Artikel 1.3 Doel subsidieregeling Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten Hoofdstuk 2 Steunmaatregel Kunstenplaninstellingen Paragraaf 2.1: Fase 1 Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten en hoogte van de subsidie Artikel 2.1.2 Subsidieplafond Artikel 2.1.3 De aanvrager Artikel 2.1.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Artikel 2.1.5 Aanvraagtermijn eenmalige subsidies Artikel 2.1.6 Beslistermijn Artikel 2.1.7 Weigeringsgronden Paragraaf 2.2 Fase 2 Artikel 2.2.1 Subsidiabele activiteiten en hoogte van de subsidie Artikel 2.2.2 Subsidieplafond Artikel 2.2.3 De aanvrager Artikel 2.2.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Artikel 2.2.5 Aanvraagtermijn eenmalige subsidies Artikel 2.2.6 Beslistermijn Artikel 2.2.7 Weigeringsgronden Hoofdstuk 3 Bevoorschotting Artikel 3 bevoorschotting Hoofdstuk 4 Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 4 Verantwoording subsidies Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 5 Inwerkingtreding Artikel 6 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR644738 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR644738/2 sluiten Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent het verbeteren van de financiële positie van Kunstenplaninstellingen die als gevolg van de coronamaatregelen in hun voortbestaan worden bedreigd (Subsidieregeling voor Kunstenplaninstellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen - fase 1 en 2) Geldend van 08-10-2020 t/m heden Intitulé Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent het verbeteren van de financiële positie van Kunstenplaninstellingen die als gevolg van de coronamaatregelen in hun voortbestaan worden bedreigd (Subsidieregeling voor Kunstenplaninstellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen - fase 1 en 2) Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 160, eerste lid Gemeentewet en het besluit van het college d.d. 8 mei 2020 inzake de uitwerking van een steunmaatregel voor Kunstenplaninstellingen in aanvulling op de generieke economische Rijksmaatregelen en de specifieke Rijksmaatregelen voor de cultuursector. besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling eenmalige aanvulling op Kunstenplansubsidie 2017-2020 voor instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen - fase 1 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. algemene reserve: vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden op grond van wet, statuten of subsidievoorwaarden om deze aan te houden (ook wel overige reserves genoemd); b. AFK: Amsterdams Fonds voor de Kunst, dat binnen het kader van de Hoofdlijnen onder andere periodieke subsidies verleent aan kunstinstellingen die niet behoren tot de Amsterdam Bis; c. Amsterdam Bis: Amsterdamse Basis Infrastructuur bestaande uit daartoe in de Hoofdlijnen aangewezen kunstinstellingen; d. ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; e. continuïteitsreserves: reserves die tot doel hebben de continuïteit van de instelling te waarborgen, ook wel aangeduid als calamiteitenreserves; f. coronamaatregelen: maatregelen van het kabinet gericht op het maximaal onder controle houden van het coronavirus (COVID-19); g. college: college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; h. culturele infrastructuur: het samenhangend geheel van door de gemeente Amsterdam en het AFK meerjarig gesubsidieerde instellingen; i. Hoofdlijnen: de door de gemeenteraad vastgestelde nota’s voor de kunstenplanperiode 2017-2020 (25 november 2015) en 2021-2024 (18 december 2019), waarin het beleid ten aanzien van de kunst en cultuur, de cultuurpolitieke doelen en het financiële kader voor een periode van vier jaar is uitgezet, instellingen in de Amsterdam-Bis worden aangewezen en de functies in de Amsterdam Bis worden gedefinieerd; j. Kunstenplan: de door de gemeenteraad ter uitwerking van de Hoofdlijnen vastgestelde nota over het gemeentelijk beleid waarin een overzicht is opgenomen van de door het college te subsidiëren instellingen in de Amsterdam Bis en door het AFK te subsidiëren overige instellingen; k. Kunstenplaninstelling: instelling die een periodieke (vierjarige) subsidie ontvangt in het kader van het Amsterdamse Kunstenplan; l. Kunstenplansubsidie: een periodieke subsidie die op basis van de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan (Amsterdam Bis) of op basis van de subsidieregeling vierjarige subsidies AFK wordt verstrekt; m. matching: aanvullende steun vanuit het Mondriaan Fonds, het Fonds Podiumkunsten of het Filmfonds (rijkscultuurfondsen) voor cruciale regionale musea, (pop)podia en filmtheaters, zoals beschreven in de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 van het ministerie van OCW (gepubliceerd op 11 juni 2020 in de Staatscourant); n. noodkas: budget van in totaal maximaal € 50 miljoen euro dat door het college is gereserveerd tot 1 januari 2021 om steunmaatregelen uit te financieren in het kader van de coronamaatregelen; o. overige compensatiemaatregelen: generieke maatregelen en (coulance)regelingen van andere overheden dan het Rijk waarvan kunst- en cultuurinstellingen gebruik kunnen maken en die als doel hebben de ondersteuning in verband met gederfde inkomsten als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan; p. Rijksmaatregelen: maatregelen van het Rijk om de financiële gevolgen van de coronacrisis deels te compenseren. Dat zijn generieke economische maatregelen waar ook de cultuursector gebruik van kan maken, en maatregelen specifiek voor de cultuursector (additioneel noodpakket voor de cultuursector van het ministerie van OCW), die deels door rijkscultuurfondsen worden uitgevoerd); q. Steunfonds: een aan een instelling gelieerd fonds dienend om financieel steun te verlenen onder van te voren aangegeven voorwaarden; r. steunmaatregel: gemeentelijke steunmaatregel in verband met de coronamaatregelen voor Kunstenplaninstellingen; s. verlies: het saldo van: • de gemiste inkomsten als gevolg van de coronamaatregelen; • de extra inkomsten als gevolg van de generieke en specifieke compensatieregelingen van het Rijk(exclusief matching), als mede van door andere overheden getroffen (coulance)regelingen; • de lagere uitgaven als gevolg van de coronamaatregelen; • de extra kosten als gevolg van de coronamaatregelen; • de extra bijdragen van gelieerde partijen (b.v. steunfonds). t. weerstandsvermogen: de noodzakelijke financiële buffer van een instelling voor het opvangen van calamiteiten. Het weerstandsvermogen wordt berekend door de som van de algemene reserve en continuïteitsreserves, zoals opgenomen in jaarrekening 2019, te delen door het totaal van de gerealiseerde baten in 2019. Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De ASA 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling of in de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 1.3 Doel subsidieregeling 1. Deze subsidieregeling betreft een uitwerking van het besluit van het college van 8 mei 2020 betreffende de steunmaatregel in verband met de coronamaatregelen voor Kunstenplaninstellingen in twee afzonderlijke fases. 2. Het doel van de subsidieregeling is om door middel van het verstrekken van een eenmalige subsidie in aanvulling op de Kunstenplansubsidie de financiële positie van Kunstenplaninstellingen te verbeteren die als gevolg van de coronamaatregelen in hun voortbestaan worden bedreigd. Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten In hoofdstuk 2 zijn per afzonderlijke fase als bedoeld artikel 1.3, eerste lid, in aanvulling op hoofdstuk 1 voor deze steunmaatregelen voorschriften opgenomen. Hoofdstuk 2 Steunmaatregel Kunstenplaninstellingen Paragraaf 2.1: Fase 1 Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten en hoogte van de subsidie 1. Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als gedeeltelijke compensatie van de verliezen die worden geleden als gevolg van de coronamaatregelen in de periode van half maart 2020 tot 1 januari 2021 aan de volgende te onderscheiden Kunstenplaninstellingen: i. kunstinstellingen die in de Hoofdlijnen kunst en cultuur 2017-2020 op naam zijn aangewezen als behorende tot de Amsterdam Bis; ii. kunstinstellingen die een vierjarige subsidie van minimaal € 400.000 per jaar van het AFK ontvangen in het kader van het Kunstenplan 2017-2020; iii. kunstinstellingen die een vierjarige subsidie van het AFK ontvangen in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 én in aanmerking komen voor een bijdrage uit stroom 3 (matching) van het additionele noodpakket van het ministerie van OCW. 2. Voor het bepalen van de maximale hoogte van de subsidie worden de kunstenplan instellingen bedoeld in het eerste lid onderverdeeld in de volgende groepen: a. Groep 1: instellingen die niet in aanmerking komen voor een bijdrage op basis van het additionele noodpakket van het ministerie van OCW voor de cultuursector; b. Groep 2: instellingen die in aanmerking komen voor stroom 3 van het additionele noodpakket van het ministerie van OCW voor de cultuursector (matching); c. Groep 3: instellingen die in aanmerking komen voor stroom 1 van het additionele noodpakket van het ministerie van OCW én waarbij het verlies van de instelling aanmerkelijk groter is dan de subsidie uit stroom 1. 3. Voor groep 1 geldt dat de hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de uitkomst van de volgende formule: a. de hoogte van het verlies van half maart 2020 tot 1 januari 2021; b. verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2019 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een weerstandsvermogen van maximaal 5% over 2019 te behouden. 4. Voor groep 2 geldt dat: a. de hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de uitkomst van de volgende formule gedeeld door twee, met een maximum van € 1 miljoen: i. de hoogte van het verlies van half maart 2020 tot 1 januari 2021; ii. verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2019 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een weerstandsvermogen van maximaal 5% over 2019 te behouden. b. indien het subsidiebedrag op basis van de formule in het voorgaande lid (4.a.) hoger is dan de matchingsbijdrage van een rijkscultuurfonds (stroom 3), wordt het subsidiebedrag vermenigvuldigd met twee en verminderd met de matchingsbijdrage. 5. Voor groep 3 geldt dat de hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de uitkomst van volgende formule: a. de hoogte van het verlies van half maart 2020 tot 1 januari 2021, waarbij uit de opgave in de aanvraag blijkt dat er rekening wordt gehouden met de bijdrage uit stroom 1; b. verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2019 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een weerstandsvermogen van maximaal 5% over 2019 te behouden. Artikel 2.1.2 Subsidieplafond 1. Het college stel […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.