Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieverordening opvang en ondersteuning kwetsbare personen 2023

Gemeente Amsterdam

Voor rechtspersonen die opvang en ondersteuning bieden aan kwetsbare personen, waaronder daklozen, personen met psychische of psychosociale problemen, slachtoffers van huiselijk geweld en eergerelateerd geweld, sekswerkers, slachtoffers van mensenhandel, en jongvolwassenen.

Ook bekend als Subsidieverordening maatschappelijke opvang 2017

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieverordening van Amsterdam voor opvang en ondersteuning van kwetsbare personen, waaronder daklozen, OGGZ-cliënten en slachtoffers van geweld. Subsidies worden verleend voor activiteiten zoals inloophuizen, activeringsprojecten, verblijfsruimten en respijtzorg. Subsidieplafonds worden jaarlijks vastgesteld.

Voor wie is het bedoeld?

Voor rechtspersonen die opvang en ondersteuning bieden aan kwetsbare personen, waaronder daklozen, personen met psychische of psychosociale problemen, slachtoffers van huiselijk geweld en eergerelateerd geweld, sekswerkers, slachtoffers van mensenhandel, en jongvolwassenen.

Rechtspersoon

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor inloophuizen voor kwetsbare personen
  • Financiering van activeringsprojecten voor daklozen en OGGZ-cliënten
  • Subsidie voor verblijfsruimten en noodopvang
  • Ondersteuning van respijtzorg voor psychisch kwetsbare personen
  • Financiering van preventie- en ondersteuningsactiviteiten

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een rechtspersoon zijn
  • Activiteiten moeten bijdragen aan het doel van de subsidieverordening
  • Continuïteit van ondersteuning aan doelgroep is beoordelingscriterium
  • Afstemming met ketenpartners is vereist
  • Prijs-kwaliteitverhouding wordt beoordeeld
  • Bijdrage aan sluitend aanbod is criterium

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een rechtspersoon
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amsterdam.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Artikel 1.3 Doel subsidieverordening Artikel 1.4 Categorieën subsidiabele activiteiten Artikel 1.5 Subsidieplafond Artikel 1.6 Weigeringsgronden Artikel 1.7 Verdeelsleutel subsidieplafond Artikel 1.8 De aanvrager Artikel 1.9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Artikel 1.10 Aanvraagtermijn periodieke subsidies Artikel 1.11 Verplichtingen Artikel 1.12 Vaststelling op basis van realisatie Artikel 1.13 Egalisatiereserve Hoofdstuk 2 Aanvullende voorschriften per categorie Paragraaf 2.1 Categorie Preventie Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.1.2 De hoogte van de subsidie Artikel 2.1.3 Aanvullende verplichtingen Paragraaf 2.2 Categorie Ambulante begeleiding en dienstverlening Artikel 2.2.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.2.2 De hoogte van de subsidie Artikel 2.2.3 Aanvullende verplichtingen Paragraaf 2.3 Categorie Zorgtoeleiding Artikel 2.3.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.3.2 De hoogte van de subsidie Paragraaf 2.4 Categorie dag- en nachtopvang, woonbegeleiding, passantenpension en noodopvang gezinnen Artikel 2.4.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.4.2 De hoogte van de subsidie Artikel 2.4.3 Subsidieplafonds Artikel 2.4.4 Aanvullende verplichtingen met betrekking tot dag- en nachtopvang, ambulante woonbegeleiding, passantenpension en noodopvang gezinnen Paragraaf 2.5 Categorie Inloopvoorzieningen en respijtzorg Artikel 2.5.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.5.2 De hoogte van de subsidie Artikel 2.5.3 Aanvullende verplichtingen met betrekking tot inloopvoorzieningen en respijtzorg Paragraaf 2.6 Categorie Onafhankelijke cliëntondersteuning, cliëntgestuurde activiteiten en inzet ervaringsdeskundigen Artikel 2.6.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.6.2 De hoogte van de subsidie Artikel 2.6.3 Aanvullende verplichtingen Paragraaf 2.7 Categorie Sekswerk en mensenhandel Artikel 2.7.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.7.2 De hoogte van de subsidie Artikel 2.7.3 Aanvullende verplichtingen Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 3.1 Overgangsbepaling Artikel 3.2 Citeertitel Ondertekening Toelichting bij de subsidieregeling Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681371 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681371/1 sluiten Subsidieverordening opvang en ondersteuning kwetsbare personen 2023 Geldend van 15-09-2022 t/m heden Intitulé Subsidieverordening opvang en ondersteuning kwetsbare personen 2023 De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 juli 2022, gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, besluit 1. in te trekken per 1 januari 2023 de Subsidieverordening Maatschappelijke Opvang 2017 (Gemeenteblad 2016, nr. 322/1431); 2. vast te stellen van de Subsidieverordening opvang en ondersteuning kwetsbare personen 2023, zoals bijgevoegd; Subsidieverordening opvang en ondersteuning kwetsbare personen 2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; b. Awb: Algemene wet bestuursrecht; c. collectieve preventie: preventie gericht op de gehele bevolking of bepaalde bevolkingsgroepen; d. college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; e. contra-indicatie: criterium op basis waarvan een hulpverlenende instelling een cliënt toegang tot hulpverlening weigert; f. dakloze: persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats; g. dakloze gezinnen: een of twee ouders met een of meer minderjarige kinderen die dakloos zijn en die geen verblijfsalternatief hebben, noch in hun netwerk of anderszins; h. eergerelateerd geweld: elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld in het kader van patriarchale familiestructuren/gemeenschappen/samenlevingen die voornamelijk gericht zijn tegen vrouwen en meisjes die gezien worden als de dragers van de familie-eer, ook jongens, lesbiennes, homo-, bi- en transseksuelen kunnen slachtoffer worden; i. evidence-based methodiek: methodiek waarvan de effectiviteit met behulp van wetenschappelijk onderzoek is aangetoond; j. face-to-face contact: professioneel contact tussen hulpverlener en cliënt waarbij beiden in dezelfde ruimte verblijven; k. gezondheidspreventie: preventie op gebied van gezondheid l. huiselijk geweld: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer, zoals een (ex-)partner, familielid en huisvriend, waarmee het slachtoffer een relatie heeft of heeft gehad; m. indirect cliëntgebonden contact: contact van een professionele hulpverlener met een derde ten behoeve van de cliënt; n. individuele preventie: preventie gericht op bepaalde personen; o. jongvolwassene: persoon tussen de 18 en 23 jaar; p. ketenbenadering: een aanpak waarin onder regie van de gemeente meerdere organisaties hun werkprocessen stroomlijnen om in de zorgbehoefte van een cliënt te voorzien; q. kwetsbaar persoon: persoon met psychische of psychosociale problemen (waaronder verslavingsproblematiek); r. noodopvang gezinnen: kortdurende opvang voor dakloze zelfredzame gezinnen met minimaal 4 jaar binding met Amsterdam en voor dakloze gezinnen die wachten op een plek in de maatschappelijke opvang gezinnen; s. OGGZ-cliënt (cliënt Openbare Geestelijke Gezondheidszorg): persoon met de volgende kenmerken: I. aanwezigheid van een psychische stoornis (waaronder verslavingsproblemen en/of ernstige psychosociale problemen) II. in combinatie met problemen op andere leefgebieden, zoals huisvesting, inkomen en dagbesteding; III. leidend tot het niet voldoende in staat zijn om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien (huisvesting, sociale contacten, zelfverzorging); IV. gebrek aan mogelijkheden om zelf problemen op te lossen, en V. afwezigheid van een adequate hulpvraag; t. prestatie-indicator: een waarde die aanwijzingen geeft voor een redelijk betrouwbare schatting van het resultaat; u. prevalentie: het aantal personen met een aandoening als proportie van de populatie op een specifiek moment; v. preventie: het bevorderen en beschermen van de gezondheid en veiligheid door klachten en onveiligheid te voorkomen, vroeg op te sporen of de gevolgen ervan te beperken; w. realisatie: de omvang van de uit te voeren activiteit, uitgedrukt in een teleenheid; x. respijtzorg: het aanbieden van kortdurend verblijf of inloop buiten kantoortijden ter voorkoming van crisis aan psychisch en/of psychosociaal kwetsbare mensen die zelfstandig wonen; y. regiogemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn; z. schadelijke traditionele praktijken: vrouwenbesnijdenis, kindhuwelijken, huwelijksdwang, gedwongen achterlating en eergerelateerd geweld; aa. sekswerker: een persoon die werkzaam is in de erotische of seksuele dienstverlening en daarmee geheel of gedeeltelijk in zijn of haar levensonderhoud voorziet; bb. selectieve preventie: collectieve preventie gericht op bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op gezondheidsklachten of onveiligheid; cc. slachtoffer van mensenhandel: persoon die arbeidsmatig, crimineel of seksueel wordt uitgebuit door, onder een vorm van dwang, geweld, chantage en/of misleiding, activiteiten uit te voeren waar anderen financieel van profiteren; dd. teleenheid: standaard die als grootheid wordt aangenomen om de realisatie van specifieke activiteiten te begroten en op basis waarvan de subsidie wordt vastgesteld; ee. universele preventie: collectieve preventie gericht op (een deel van) de gezonde of veilige bevolking; ff. veelpleger: een persoon ouder dan 17 jaar tegen wie meer dan tien maal proces-verbaal is opgemaakt in zijn hele criminele carrière, waarvan eenmaal in het afgelopen jaar, wegens een mogelijk strafrechtelijk vergrijp; gg. volwassene: persoon ouder dan 22 jaar; hh. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning; ii. zorgtoeleiding: het actief ondersteunen van een cliënt om toegang tot passende zorg, waaronder zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg, of ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 te organiseren. Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De ASA 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze verordening uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 1.3 Doel subsidieverordening 1. Deze subsidieverordening is van toepassing op subsidies voor activiteiten op het gebied van wmo-zorg en aanvullende zorg gericht op opvang en ondersteuning van kwetsbare personen. 2. Het doel van deze subsidieverordening is het versterken van een breed en laagdrempelig aanbod van voorzieningen, diensten en activiteiten dat gericht is op: a. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van kwetsbare personen; b. het voorkomen of het beperken van gezondheidsklachten en onveiligheid; c. preventie, zorg en opvang voor slachtoffers mensenhandel; d. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van sekswerkers, waaronder sekswerkers met een uitstapwens; e. het bieden van opvang aan daklozen. Artikel 1.4 Categorieën subsidiabele activiteiten 1. Deze verordening voorziet in voorschriften voor de verstrekking van periodieke subsidies ten behoeve van de volgende categorieën subsidiabele activiteiten: a. preventie; b. ambulante begeleiding en dienstverlening; c. zorgtoeleiding; d. dag- en nachtopvang, woonbegeleiding, passantenpension en noodopvang gezinnen; e. inloopvoorzieningen en respijtzorg; f. onafhankelijke cliëntondersteuning, cliëntgestuurde activiteiten en inzet ervaringsdeskundigen; g. sekswerk en mensenhandel. 2. In nadere uitwerking op het bepaalde in hoofdstuk 1 bevat hoofdstuk 2 voorschriften per categorie activiteiten bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met g. Artikel 1.5 Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks een of meerdere subsidieplafonds vast voor de onder de afzonderlijke te subsidiëren categorieën gemelde activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, met uitzondering van de categorie zoals vermeld onder artikel 1.4 lid 1 sub d, een en ander zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2. Artikel 1.6 Weigeringsgronden 1. In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen als: a. soortgelijke activiteiten onderdeel uitmaken van de inkoop van maatschappelijke opvang, beschermd wonen of hulp en opvang na huiselijk geweld; b. de activiteiten onder de reikwijdte van de Zorgverzekeringswet vallen. 2. In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als: a. de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze verordening; b. de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan de continuïteit van de geboden ondersteuning aan de doelgroep; c. de activiteit en de verwachte resultaten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet aansluiten op de door het college geconstateerde behoeften; d. er voor uitvoering van de activiteit meer uren of een hogere prijs per uur wordt gerekend dan door het college redelijk wordt geacht; e. de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende zijn afgestemd met de ketenpartners; f. de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.