Subsidieregeling positief dierenwelzijn Amsterdamse kinderboerderijen
Gemeente Amsterdam
Voor kinderboerderijen in Amsterdam die onderdeel zijn van het samenwerkingsverband tussen Amsterdamse kinderboerderijen en maatregelen nemen voor positief dierenwelzijn.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor Amsterdamse kinderboerderijen die maatregelen nemen voor positief dierenwelzijn. Maximaal €20.000 per kinderboerderij. Budget €110.000 in 2025 en €60.000 in 2026.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderboerderijen in Amsterdam die onderdeel zijn van het samenwerkingsverband tussen Amsterdamse kinderboerderijen en maatregelen nemen voor positief dierenwelzijn.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor verbetering dierenwelzijn op kinderboerderij
- Financiering voor voedsel- en vochtaanbod verbetering
- Steun voor omgevingsverbetering dieren
- Geld voor gezondheidsborging dieren
- Ondersteuning natuurgedrag stimulering
Voorwaarden
- Aanvrager moet een kinderboerderij zijn opengesteld voor breed publiek met boerderijfunctie als ontmoetingsplek
- Kinderboerderij moet actief onderdeel zijn van samenwerkingsverband tussen Amsterdamse kinderboerderijen
- Maatregelen moeten bijdragen aan positief dierenwelzijn volgens zes leidende principes
- Bij ondernemingen geldt de de-minimisverordening (EU nr. 2023/2831)
- Maximale subsidie per aanvraag €20.000
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Zo vraagt u aan
Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.
Benodigde documenten
- dierenbeleidsplan (niet ouder dan 2 jaar)
Aan te leveren gegevens
- gevestigd in Amsterdam
- partij in overeenkomst 'Positief dierenwelzijn op Amsterdamse kinderboerderijen' van 16 september 2022
- dierenbeleidsplan duidelijk vindbaar op website
Aanvragen worden drie keer per jaar in gehele maanden februari, juni en september ingediend; alle volledige aanvragen binnen één tijdvak worden gelijktijdig behandeld aan het einde van het tijdvak; beoordeling via puntensysteem.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 60k
- Verdeling
- Loting
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 110k
- Verdeling
- Loting
Staatssteun en de-minimis
Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.
Bronnen en actualiteit
“De aanvraag die een individuele kinderboerderij kan doen is niet hoger dan €20.000,-.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Definities Artikel 2 Toepasselijkheid ASA2023 Artikel 3 Doel van deze regeling Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Artikel 5 Subsidiabele kosten Artikel 6 Hoogte van de subsidie Artikel 7 De aanvrager Artikel 8 Aanvraagmoment Artikel 9 Subsidieplafond Artikel 10 Volgorde behandeling aanvragen en verdeelsleutel Artikel 11 Bij de aanvraag in te dienen gegevens Artikel 12 Weigeringsgrond Artikel 13 Aanvullende verplichtingen Artikel 14 Geen directe vaststelling Artikel 15 Inwerkingtreding Artikel 16 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR724984 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR724984/1 sluiten Subsidieregeling positief dierenwelzijn Amsterdamse kinderboerderijen Geldend van 03-10-2024 t/m heden Intitulé Subsidieregeling positief dierenwelzijn Amsterdamse kinderboerderijen Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op: – artikel 3, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam; en – de op 18 juni 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Agenda Dieren 2024-2026 besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling positief dierenwelzijn Amsterdamse kinderboerderijen Artikel 1 Definities In deze regeling wordt, tenzij daar in één van de hoofdstukken nadrukkelijk van wordt afgeweken, verstaan onder: – ASA2023: de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023; – college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; – de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.12. 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; – kinderboerderij: een locatie opengesteld voor een zo breed mogelijk publiek met een boerderijfunctie als ontmoetingsplek die past bij het dier en gericht op activiteiten uit de natuureducatie, op sociaal-maatschappelijk gebied en recreatieve beleving. Daarbij zijn dieren cruciaal bij het kennismaken met de levende natuur, het ervaren van de natuur en de verbinding daarmee; – kinderboerderijdieren: dieren die aan te merken zijn als landbouwdieren en dieren die over het algemeen geschikt worden geacht als gezelschapsdier waarbij de kinderboerderijen het voorbeeld geven hoe deze dieren te houden; – onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties; – positief dierenwelzijn: het borgen van een hoge mate van materiele en immateriële tevredenheid bij kinderboerderijdieren, op een manier die strookt met de volgende zes leidende principes, zoals deze zijn omschreven door de Raad Voor Dierenaangelegenheden in haar op 18 november 2011 aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangeboden Zienswijze Dierwaardige Veehouderij. Artikel 2 Toepasselijkheid ASA2023 De ASA2023 is van toepassing op deze regeling. Artikel 3 Doel van deze regeling Het doel van deze regeling is het stimuleren van het positief welzijn van kinderboerderijdieren op Amsterdamse kinderboerderijen. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor pionierende maatregelen of initiatieven die leiden tot versterking van positief dierenwelzijn bij Amsterdamse kinderboerderijen. Artikel 5 Subsidiabele kosten 1. De kosten voor het treffen van de maatregelen of het uitvoeren van de initiatieven komen in aanmerking voor subsidie, waaronder in ieder geval: a. ureninzet van werknemers en derden; b. vergoeding van vrijwilligers en onkosten; c. materiaalkosten; 2. Niet in aanmerking voor subsidie komt vergoeding voor door derden geleverde diensten indien het uurtarief hoger ligt dan €125,- exclusief BTW. Artikel 6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt niet meer dan de daadwerkelijk gemaakte subsidiabele kosten en is niet hoger dan €20.000,- Artikel 7 De aanvrager 1. De subsidie kan worden aangevraagd door a. een kinderboerderij die gevestigd is in Amsterdam en de volgende voorwaarden voldoet: i. is een partij in de overeenkomst ‘Positief dierenwelzijn op Amsterdamse kinderboerderijen’ van 16 september 2022; ii. geeft zichtbaar en actief uitvoering aan de overeenkomst ‘Positief dierenwelzijn op Amsterdamse kinderboerderijen’, door onder andere een dierenbeleidsplan, niet ouder dan 2 jaar vanaf het moment van de aanvraag, duidelijk vindbaar op haar website te publiceren; b. een samenwerkingsverband van verschillende partijen waaronder in ieder geval één kinderboerderij die als penvoerder optreedt zoals bedoeld onder a. Artikel 8 Aanvraagmoment De subsidie kan drie keer per jaar worden aangevraagd, respectievelijk in de gehele maanden februari, en juni en september van ieder jaar waarvoor een subsidieplafond geldt. Artikel 9 Subsidieplafond Het subsidieplafond bedraagt gedurende de volgende tijdvakken: a. € 110.000 gedurende het jaar 2025; b. € 60.000 gedurende het jaar 2026. Artikel 10 Volgorde behandeling aanvragen en verdeelsleutel 1. Alle volledige aanvragen die binnen één aanvraagtijdvak zijn ontvangen worden gelijktijdig in behandeling genomen aan het einde van het tijdvak; 2. Voor iedere volledige aanvraag wordt beoordeeld of deze voldoet aan alle voorwaarden voor subsidieverlening. Aanvragen die niet binnen het aanvraagtijdvak aan de voorwaarden voldoen worden geweigerd. 3. De resterende aanvragen worden door leden van het kernteam Dierenwelzijn van de directie Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam aan de hand van de volgende criteria ieder een aantal punten toebedeeld: a. doet recht aan de intrinsieke waarde en de integriteit van de dieren op de kinderboerderij (max. 5 punten); b. verbetert het voedsel- en vochtaanbod van de dieren op de kinderboerderij (max. 3 punten); c. verbetert de omgeving van de dieren op de kinderboerderij (max. 3 punten); d. borgt de gezondheid van de dieren op de kinderboerderij (max. 3 punten); e. stimuleert natuurlijk gedrag van de dieren op de kinderboerderij (max. 6 punten); f. versterkt een positieve emotionele toestand van de dieren op de kinderboerderij (max. 6 punten); g. verhoogt door educatie of voorlichting bewustzijn over positief dierenwelzijn (max. 4 punten); h. levert een bijdrage aan de onderlinge samenwerking tussen de Amsterdamse kinderboerderijen (max. 4 punten); i. levert een bijdrage aan de natuurinclusiviteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie, vergroening of toegang tot gezond, eerlijke en duurzaam voedsel. (max. 2 punten) j. draagt als aanvrager bij aan het mogelijk maken van de maatregelen of het initiatief (max. 2 punten) k. stimuleert anderen om een bijdrage te leveren aan mogelijk maken van de maatregelen of het initiatief (max. 3 punten) 4. De niet geweigerde aanvragen worden van hoog naar laag gerangschikt op basis van het op grond van het voorgaande lid toebedeelde totale aantal punten, waarbij de aanvraag met de meeste punten op de eerste plaats komt en de aanvraag met de minste punten op de laatste plaats. Bij gelijke totale aantallen punten is het aantal punten dat op grond van het criterium bij het derde lid, onderdeel e en f is gegeven bepalend, waarbij meer punten tot een hogere rangschikking leiden. Als het aantal punten bij een onderdeel gelijk is gebruikt men het aantal punten bij a en daaropvolgende onderdelen. Als voor aanvragen het toegekende aantal punten op alle onderdelen gelijk is wordt de volgorde bepaald door loting. 5. De volgorde van verlening is gelijk aan de volgorde van de rangschikking uit het voorgaande lid. Artikel 11 Bij de aanvraag in te dienen gegevens Bij de aanvraag voor subsidie door een samenwerkingsverband waar een onderneming deel van uitmaakt wordt een namens die onderneming volledig ingevulde verklaring de-minimissteun ingediend. Artikel 12 Weigeringsgrond In aanvulling op de gronden in de onderdelen van artikel 8, tweede lid van de ASA2023 kan het college een subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. de aanvraag niet bijdraagt aan het doel van de regeling; b. de aanvrager subsidie verleend heeft gekregen op grond van deze regeling en die subsidie nog niet is vastgesteld; c. de aanvrager deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dat subsidie verleend heeft gekregen op grond van dit hoofdstuk en die subsidie nog niet is vastgesteld; d. met de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al gestart is voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend; e. het potentiële resultaat dat met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten wordt beoogd naar het oordeel van het college niet in verhouding staat tot de gevraagde bijdrage; f. de aanvrager een ondernemer is en niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet. Artikel 13 Aanvullende verplichtingen In aanvulling op artikelen 9 en 10 van de ASA2023 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: a. De subsidiabele activiteiten worden binnen twee jaar na verlening uitgevoerd, tenzij het college bij verlening een kortere termijn bepaalt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de uitvoeringstermijn ontvangt. b. De subsidieontvanger draagt zorg voor de benodigde toestemmingen en vergunningen. Artikel 14 Geen directe vaststelling 1. In afwijking op artikel 15 van de ASA2023 zal een verleende subsidie niet direct worden vastgesteld. 2. De aanvraag vaststelling dient uiterlijk 12 weken na uitvoering van de subsidiabele activiteiten te worden ingediend. 3. Voor aanvragen tot vaststelling voor subsidies kleiner of gelijk aan €20.000 geldt dat moeten worden ingediend: a. een verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en waarin duidelijk wordt gemaakt in hoeverre de beoogde doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd; b. een financieel verslag over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten voor zover deze voor vaststelling van de subsidie van belangzijn, dan wel een jaarrekening waarin de verantwoording over de besteding van de subsidie inzichtelijk wordt gemaakt. Artikel 15 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling positief dierenwelzijn Amsterdamse Kinderboerderijen Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van . Toelichting Algemeen deel In Amsterdam zijn vijftien kinder- en stadsboerderijen (hierna: kinderboerderijen). Zij vormen een ontmoetingsplek op verschillende vlakken. Denk aan natuureducatie, sociaal-maatschappelijk gebied en recreatieve beleving. De dieren op de kinderboerderij zijn cruciaal bij het kennismaken met de levende natuur, het ervaren van de natuur en de verbinding daarmee. Geborgd dierenwelzijn is de belangrijkste basisvoorwaarde voor het bestaansrecht van een boerderij. De wettelijke vereisten zijn hierbij het minimum. Kinderboerderijen blijven zelf verantwoordelijk. Het publiek en de gemeente verwachten dat de boerderijen inspelen op breed gedragen veranderingen in de opvatting over het verantwoord houden van dieren. Sinds de eerste samenwerkingsovereenkomst tussen de kinderboerderijen in 2017, is het positief welzijn van de dieren het belangrijkste uitgangspu […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.