Status onbekendGemeente · Subsidie

Nadere regels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie

Gemeente Blaricum

Voor gezinnen of alleenstaande ouders in Blaricum zonder recht op reguliere kinderopvangtoeslag die vanwege sociaal medische gronden (chronische ziekte/handicap van partner, somatische/psychiatrische aandoening van ouder, ontwikkelingsachterstand kind) niet zelf voor kinderen tot 13 jaar kunnen zorgen.

Ook bekend als SMI-regeling kinderopvang, SMI-regeling, Sociaal medische indicatie kinderopvang, Nadere regels inzake de tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Gemeente Blaricum verstrekt een tijdelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor gezinnen zonder recht op reguliere kinderopvangtoeslag die op basis van sociaal medische gronden niet zelf voor kinderen tot 13 jaar kunnen zorgen. De tegemoetkoming wordt voor maximaal 12 maanden toegekend, met mogelijkheid tot eenmalige verlenging met maximaal 6 maanden.

Voor wie is het bedoeld?

Voor gezinnen of alleenstaande ouders in Blaricum zonder recht op reguliere kinderopvangtoeslag die vanwege sociaal medische gronden (chronische ziekte/handicap van partner, somatische/psychiatrische aandoening van ouder, ontwikkelingsachterstand kind) niet zelf voor kinderen tot 13 jaar kunnen zorgen.

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik ben werkende ouder met chronisch zieke partner en heb kinderopvang nodig
  • Ik heb een psychiatrische aandoening en kan niet zelf voor mijn kind zorgen
  • Mijn kind loopt ontwikkelingsachterstand op door thuissituatie
  • Ik wil weten of ik recht heb op tegemoetkoming kinderopvang via SMI

Voorwaarden

  • Ouder moet wonen in gemeente Blaricum
  • Geen recht op reguliere kinderopvangtoeslag
  • Sociaal medische indicatie (SMI) vereist van deskundige onafhankelijke adviseur of consulent maatschappelijke zaken
  • Kinderopvang moet plaatsvinden bij geregistreerde instelling in landelijk register kinderopvang (LRK)
  • Maximaal 230 uur per maand
  • Maximaal 12 maanden, eenmalig verlengbaar met maximaal 6 maanden
  • Geen adequate voorliggende vergoeding/voorziening beschikbaar

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
OpenstellingOpen
Start
1 jan 2018
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Doel en doelgroep regeling Hoofdstuk 2 Aanvraag, beoordeling, weigeringsgronden, c.a. Artikel Artikel 3: Aanvraag Artikel 4 Vaststelling sociaal medische indicatie Artikel 5 Beoordeling aanvraag en inhoud besluit Artikel 6 berekeningsgrondslag tegemoetkoming Artikel 7 Duur tegemoetkoming Artikel 8 Weigeringsgronden Artikel 9 Uitkering van de tegemoetkoming Artikel 10 Herziening, intrekking en terugvordering Artikel 11 Inlichtingenplicht Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel Artikel 12 Inwerkingtreding Artikel 13. Overgangsrecht Artikel 14. Hardheidsclausule Artikel 15. Citeertitel Artikel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660201 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660201/1 sluiten Nadere regels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Blaricum Geldend van 21-07-2021 t/m heden Intitulé Nadere regels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Blaricum Het college van Burgemeester en Wethouders van Blaricum besluit om gelet op artikel 2.14 van de Verordening sociaal domein de volgende nadere regels vast te stellen. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. College: het college van burgemeester en wethouders van Blaricum b. Ouder: ouders, gescheiden ouders, gescheiden co-ouderschap, pleegouders, verzorgers waarvoor de definitie wordt gehanteerd conform de Wet kinderopvang artikel 1.1 Wet kinderopvang: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft; c. Plan van aanpak: plan waarin het doel van de tegemoetkoming kosten kinderopvang SMI en de gemaakte afspraken zijn weergegeven. d. Sociaal medische indicatie (SMI): een schriftelijk advies van een deskundige onafhankelijke adviseur of consulent maatschappelijke zaken HBEL, waaruit blijkt dat kinderopvang vanwege de sociaal medische omstandigheden van de ouder noodzakelijk is in het belang van het kind, zoals nader omschreven in artikel 2. e. Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; f. Reguliere kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang; g. Plaatsingsovereenkomst kinderopvang: contract met kinderopvang, die geregistreerd is in het landelijk register kinderopvang; h. Tegemoetkoming: een tijdelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van een SMI. i. Gezinsinkomen: het gemiddelde maandinkomen van het gezin van het kalenderjaar voorafgaande aan de datum van aanvraag; j. Kostwinnerpeuters: peuters uit huishoudens zonder recht op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst met een plek bij een peuteropvang-organisatie, die aan de basisvoorwaarden voorschoolse educatie van de gemeente Blaricum voldoet. Artikel 2 Doel en doelgroep regeling 2.1 Voor kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie komen in aanmerking: Gezinnen of alleenstaande ouders, wonend in de gemeente Blaricum, die geen recht hebben op reguliere kinderopvangtoeslag en die op basis van sociaal medische gronden niet in staat zijn om voor de kinderen tot 13 jaar (dan wel de laatste groep basisschool) te zorgen. Voor een tegemoetkoming op basis van sociaal medische gronden komen in aanmerking: a. Werkende ouder (in dienstverband of zelfstandig) met een chronisch zieke of gehandicapte partner; b. Ouder waarbij sprake is van een somatische aandoening, een psychiatrische ziekte of problemen in het psychosociaal functioneren, waardoor deze niet in staat is de praktische verzorging van een kind/de kinderen op zich te nemen; c. Kind/kinderen die als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand oplopen of dreigen op te lopen en voor wie kinderopvang een tijdelijke oplossing kan zijn. 2.2 Kinderopvang via de SMI regeling is bedoeld als tijdelijke oplossing om de ouder te ontlasten en de ontwikkeling van het kind/de kinderen niet te schaden. Hoofdstuk 2 Aanvraag, beoordeling, weigeringsgronden, c.a. Artikel 3: Aanvraag 1. Om in aanmerking te komen voor kinderopvang met een SMI, dient de ouder een gesprek bij de gemeente aan te vragen en daarbij aan te geven dat het om een SMI gaat. 2. Nadat het gesprek als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft plaatsgevonden kan de ouder met het gemeentelijke aanvraagformulier voor een individuele voorziening een aanvraag voor kinderopvang met een SMI indienen. Deze aanvraag moet naast de op het formulier in te vullen gegevens in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden bevatten: a. Woonplaats, naam en leeftijd van het kind/de kinderen waarvoor kinderopvang wordt gevraagd; b. Een kopie van de plaatsingsovereenkomst met een in het LRK ingeschreven opvanginstelling (indien beschikbaar); c. Gegevens over het gezinsinkomen; d. Eventuele aanvullende gegevens, die het college nodig heeft voor de beoordeling van de aanvraag. Artikel 4 Vaststelling sociaal medische indicatie 4.1 Het college legt de aanvraag voor aan een deskundige onafhankelijke adviseur ter beoordeling van de vraag of een SMI kan worden verleend, tenzij ook direct door een consulent maatschappelijke zaken HBEL kan worden vastgesteld dat sprake is van omstandigheden, die een SMI rechtvaardigen. 4.2 De SMI-vaststelling als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de reden voor de noodzaak van de opvang, de persoon ten aanzien van wie de indicatie geldt, de soort en omvang van de gewenste kinderopvang alsmede de geldigheidsduur van de indicatie. Artikel 5 Beoordeling aanvraag en inhoud besluit 5.1 Nadat overeenkomstig artikel 4 is vastgesteld dat een SMI aanwezig is, beoordeelt het college of er voorliggende voorzieningen of andere weigeringsgronden als bedoeld in artikel 8 aanwezig zijn. 5.2 Indien geen weigeringsgronden aanwezig zijn, stelt het college vast: a. dat recht bestaat op een tegemoetkoming; b. de ingangsdatum, omvang en duur van de tegemoetkoming; c. eventuele rechten en plichten verbonden aan de tegemoetkoming. 5.3 Het toekenningsbesluit bevat op basis van de SMI de motivering voor de tegemoetkoming en de aard en omvang van de benodigde kinderopvang. Tevens stelt het college het plan van aanpak voor de uitvoering vast. Hierin wordt de verantwoordelijkheid van de ouder vastgelegd om de opvang tijdig op te zeggen en zo nodig tijdig verlenging aan te vragen. Ook de eventuele rechten en verplichtingen, die verbonden zijn aan de tegemoetkoming, worden in het plan van aanpak vastgelegd. 5.4 Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag; deze termijn kan eenmaal met 8 weken worden verlengd. Artikel 6 berekeningsgrondslag tegemoetkoming 6.1 De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de toetsingstabel van de “Regeling indexering kinderopvang” van de belastingdienst op basis van het gezinsinkomen. 6.2 De tegemoetkoming voor een kind wordt toegekend voor maximaal 230 uur per maand. 6.3 De maximale uurprijs vergoeding is gelijk aan de maximale uurprijs vergoeding, zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. Artikel 7 Duur tegemoetkoming 7.1 De tegemoetkoming wordt voor maximaal 12 maanden toegekend. 7.2 De tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van de datum, zoals vermeld in het plan van aanpak. Wanneer de werkelijke startdatum van de kinderopvang later is dan vermeld in het plan van aanpak, wordt de tegemoetkoming pas toegekend vanaf de werkelijke startdatum. 7.3 Indien daartoe zwaarwegende redenen zijn, is er de mogelijkheid tot eenmalige verlenging met maximaal 6 maanden. Artikel 8 Weigeringsgronden 8.1 Het college wijst de aanvraag geheel of gedeeltelijk af indien: a. De ouder aanspraak kan maken op een adequate voorliggende vergoeding, tegemoetkoming, uitkering of voorziening voor kinderopvang. Hiertoe wordt in ieder geval gerekend: 1. Een tegemoetkoming vanuit de Wet Kinderopvang; 2. Een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Wmo; 3. Een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Wlz; 4. Een bijdrage van de werkgever; 5. Opvang in een medisch kinderdagverblijf of VVE-plaats; 6. Een tegemoetkoming of uitkering van UWV; 7. Een tegemoetkoming of uitkering vanuit de Participatiewet; 8. De mogelijkheid voor informele opvang (binnen het sociale netwerk); 9. Een vergoeding in het kader van het buitenhuisproject 10. Een tegemoetkoming voor kostwinnerpeuters b. De aanvrager niet tot de doelgroep behoort als omschreven in artikel 2 van deze regeling c. Opvang plaats zou vinden in een instelling voor kinderopvang, die niet geregistreerd staat in het LRK. 8.2 Het college wijst de aanvraag af indien het een herhaalde aanvraag betreft binnen 30 maanden na het vorige besluit en er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. 8.3 Het college wijst de aanvraag af indien er binnen 30 maanden voorafgaande aan de aanvraag een tegemoetkoming is verstrekt in het kader van het buitenhuisproject. Artikel 9 Uitkering van de tegemoetkoming 9.1 Het college betaalt de tegemoetkoming van de kosten na (maandelijkse) facturering aan de ouder of de opvangorganisatie, zoals vastgelegd in het plan van aanpak. 9.2 De tegemoetkoming wordt uitgekeerd na ontvangst van een kopie van de plaatsingsovereenkomst kinderopvang. Artikel 10 Herziening, intrekking en terugvordering 10.1 Het college kan het recht op tegemoetkoming herzien indien: a. de hoogte van de bijdrage is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen door de ouder en de ouder had redelijkerwijs kunnen begrijpen dat de bijdrage geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald; b. de ouder zonder geldige reden en toestemming van het college niet of niet volledig gebruik heeft gemaakt van de kinderopvang. 10.2 Het college kan het recht op tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. de ouder niet voldoet aan de afspraken zoals vastgelegd in het Plan van aanpak en de beschikking; b. de kinderopvang niet of niet meer plaatsvindt of minder dan volgens het plan van aanpak; c. de ouder en/of het kind niet meer woont in de gemeente Blaricum; d. de sociaal-medische indicatie komt te vervallen; e. er recht ontstaat op kinderopvang op grond van artikel 8.1.a van deze regeling. 10.3 Het college kan na een besluit tot herziening of intrekking het ten onrechte of teveel betaalde bedrag van de tegemoetkoming terugvorderen. Artikel 11 Inlichtingenplicht De belanghebbende is verplicht (uit eigen beweging en op verzoek) het college in kennis te stellen van alle omstandigheden, die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de vaststelling of de hoogte van het recht op een tegemoetkoming. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 12 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de 8e dag na haar bekendmaking in het gemeenteblad van Blaricum. Artikel 13. Overgangsrecht 13.1 Deze regeling is direct van toepassing op alle lopende aanvragen, ook op aanvragen, die zijn ingediend voor haar inwerkingtreding en waarop nog niet is besloten. 13.2 Vóór de inwerkingtreding van deze regeling verleende toekenningsbesluiten op grond van artikel 2.14 ver
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Doel en doelgroep regeling Hoofdstuk 2 Aanvraag, beoordeling, weigeringsgronden, c.a. Artikel Artikel 3: Aanvraag Artikel 4 Vaststelling sociaal medische indicatie Artikel 5 Beoordeling aanvraag en inhoud besluit Artikel 6 berekeningsgrondslag tegemoetkoming Artikel 7 Duur tegemoetkoming Artikel 8 Weigeringsgronden Artikel 9 Uitkering van de tegemoetkoming Artikel 10 Herziening, intrekking en terugvordering Artikel 11 Inlichtingenplicht Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel Artikel 12 Inwerkingtreding Artikel 13. Overgangsrecht Artikel 14. Hardheidsclausule Artikel 15. Citeertitel Artikel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660218 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660218/1 sluiten Nadere regels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Laren Geldend van 21-07-2021 t/m heden Intitulé Nadere regels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Laren Het college van Burgemeester en Wethouders van Laren besluit om gelet op artikel 2.14 van de Verordening sociaal domein de volgende nadere regels vast te stellen. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. College: het college van burgemeester en wethouders van Laren b. Ouder: ouders, gescheiden ouders, gescheiden co-ouderschap, pleegouders, verzorgers waarvoor de definitie wordt gehanteerd conform de Wet kinderopvang artikel 1.1 Wet kinderopvang: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft; c. Plan van aanpak: plan waarin het doel van de tegemoetkoming kosten kinderopvang SMI en de gemaakte afspraken zijn weergegeven. d. Sociaal medische indicatie (SMI): een schriftelijk advies van een deskundige onafhankelijke adviseur of consulent maatschappelijke zaken HBEL, waaruit blijkt dat kinderopvang vanwege de sociaal medische omstandigheden van de ouder noodzakelijk is in het belang van het kind, zoals nader omschreven in artikel 2. e. Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; f. Reguliere kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang; g. Plaatsingsovereenkomst kinderopvang: contract met kinderopvang, die geregistreerd is in het landelijk register kinderopvang; h. Tegemoetkoming: een tijdelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van een SMI. i. Gezinsinkomen: het gemiddelde maandinkomen van het gezin van het kalenderjaar voorafgaande aan de datum van aanvraag; j. Kostwinnerpeuters: peuters uit huishoudens zonder recht op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst met een plek bij een peuteropvang-organisatie, die aan de basisvoorwaarden voorschoolse educatie van de gemeente Laren voldoet. Artikel 2 Doel en doelgroep regeling 2.1 Voor kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie komen in aanmerking: Gezinnen of alleenstaande ouders, wonend in de gemeente Laren, die geen recht hebben op reguliere kinderopvangtoeslag en die op basis van sociaal medische gronden niet in staat zijn om voor de kinderen tot 13 jaar (dan wel de laatste groep basisschool) te zorgen. Voor een tegemoetkoming op basis van sociaal medische gronden komen in aanmerking: a. Werkende ouder (in dienstverband of zelfstandig) met een chronisch zieke of gehandicapte partner; b. Ouder waarbij sprake is van een somatische aandoening, een psychiatrische ziekte of problemen in het psychosociaal functioneren, waardoor deze niet in staat is de praktische verzorging van een kind/de kinderen op zich te nemen; c. Kind/kinderen die als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand oplopen of dreigen op te lopen en voor wie kinderopvang een tijdelijke oplossing kan zijn. 2.2 Kinderopvang via de SMI regeling is bedoeld als tijdelijke oplossing om de ouder te ontlasten en de ontwikkeling van het kind/de kinderen niet te schaden. Hoofdstuk 2 Aanvraag, beoordeling, weigeringsgronden, c.a. Artikel 3: Aanvraag 1. Om in aanmerking te komen voor kinderopvang met een SMI, dient de ouder een gesprek bij de gemeente aan te vragen en daarbij aan te geven dat het om een SMI gaat. 2. Nadat het gesprek als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft plaatsgevonden kan de ouder met het gemeentelijke aanvraagformulier voor een individuele voorziening een aanvraag voor kinderopvang met een SMI indienen. Deze aanvraag moet naast de op het formulier in te vullen gegevens in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden bevatten: a. Woonplaats, naam en leeftijd van het kind/de kinderen waarvoor kinderopvang wordt gevraagd; b. Een kopie van de plaatsingsovereenkomst met een in het LRK ingeschreven opvanginstelling (indien beschikbaar); c. Gegevens over het gezinsinkomen; d. Eventuele aanvullende gegevens, die het college nodig heeft voor de beoordeling van de aanvraag. Artikel 4 Vaststelling sociaal medische indicatie 4.1 Het college legt de aanvraag voor aan een deskundige onafhankelijke adviseur ter beoordeling van de vraag of een SMI kan worden verleend, tenzij ook direct door een consulent maatschappelijke zaken HBEL kan worden vastgesteld dat sprake is van omstandigheden, die een SMI rechtvaardigen. 4.2 De SMI-vaststelling als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de reden voor de noodzaak van de opvang, de persoon ten aanzien van wie de indicatie geldt, de soort en omvang van de gewenste kinderopvang alsmede de geldigheidsduur van de indicatie. Artikel 5 Beoordeling aanvraag en inhoud besluit 5.1 Nadat overeenkomstig artikel 4 is vastgesteld dat een SMI aanwezig is, beoordeelt het college of er voorliggende voorzieningen of andere weigeringsgronden als bedoeld in artikel 8 aanwezig zijn. 5.2 Indien geen weigeringsgronden aanwezig zijn, stelt het college vast: a. dat recht bestaat op een tegemoetkoming; b. de ingangsdatum, omvang en duur van de tegemoetkoming; c. eventuele rechten en plichten verbonden aan de tegemoetkoming. 5.3 Het toekenningsbesluit bevat op basis van de SMI de motivering voor de tegemoetkoming en de aard en omvang van de benodigde kinderopvang. Tevens stelt het college het plan van aanpak voor de uitvoering vast. Hierin wordt de verantwoordelijkheid van de ouder vastgelegd om de opvang tijdig op te zeggen en zo nodig tijdig verlenging aan te vragen. Ook de eventuele rechten en verplichtingen, die verbonden zijn aan de tegemoetkoming, worden in het plan van aanpak vastgelegd. 5.4 Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag; deze termijn kan eenmaal met 8 weken worden verlengd. Artikel 6 berekeningsgrondslag tegemoetkoming 6.1 De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de toetsingstabel van de “Regeling indexering kinderopvang” van de belastingdienst op basis van het gezinsinkomen. 6.2 De tegemoetkoming voor een kind wordt toegekend voor maximaal 230 uur per maand. 6.3 De maximale uurprijs vergoeding is gelijk aan de maximale uurprijs vergoeding, zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. Artikel 7 Duur tegemoetkoming 7.1 De tegemoetkoming wordt voor maximaal 12 maanden toegekend. 7.2 De tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van de datum, zoals vermeld in het plan van aanpak. Wanneer de werkelijke startdatum van de kinderopvang later is dan vermeld in het plan van aanpak, wordt de tegemoetkoming pas toegekend vanaf de werkelijke startdatum. 7.3 Indien daartoe zwaarwegende redenen zijn, is er de mogelijkheid tot eenmalige verlenging met maximaal 6 maanden. Artikel 8 Weigeringsgronden 8.1 Het college wijst de aanvraag geheel of gedeeltelijk af indien: a. De ouder aanspraak kan maken op een adequate voorliggende vergoeding, tegemoetkoming, uitkering of voorziening voor kinderopvang. Hiertoe wordt in ieder geval gerekend: 1. Een tegemoetkoming vanuit de Wet Kinderopvang; 2. Een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Wmo; 3. Een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Wlz; 4. Een bijdrage van de werkgever; 5. Opvang in een medisch kinderdagverblijf of VVE-plaats; 6. Een tegemoetkoming of uitkering van UWV; 7. Een tegemoetkoming of uitkering vanuit de Participatiewet; 8. De mogelijkheid voor informele opvang (binnen het sociale netwerk); 9. Een vergoeding in het kader van het buitenhuisproject 10. Een tegemoetkoming voor kostwinnerpeuters b. De aanvrager niet tot de doelgroep behoort als omschreven in artikel 2 van deze regeling c. Opvang plaats zou vinden in een instelling voor kinderopvang, die niet geregistreerd staat in het LRK. 8.2 Het college wijst de aanvraag af indien het een herhaalde aanvraag betreft binnen 30 maanden na het vorige besluit en er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. 8.3 Het college wijst de aanvraag af indien er binnen 30 maanden voorafgaande aan de aanvraag een tegemoetkoming is verstrekt in het kader van het buitenhuisproject. Artikel 9 Uitkering van de tegemoetkoming 9.1 Het college betaalt de tegemoetkoming van de kosten na (maandelijkse) facturering aan de ouder of de opvangorganisatie, zoals vastgelegd in het plan van aanpak. 9.2 De tegemoetkoming wordt uitgekeerd na ontvangst van een kopie van de plaatsingsovereenkomst kinderopvang. Artikel 10 Herziening, intrekking en terugvordering 10.1 Het college kan het recht op tegemoetkoming herzien indien: a. de hoogte van de bijdrage is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen door de ouder en de ouder had redelijkerwijs kunnen begrijpen dat de bijdrage geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald; b. de ouder zonder geldige reden en toestemming van het college niet of niet volledig gebruik heeft gemaakt van de kinderopvang. 10.2 Het college kan het recht op tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. de ouder niet voldoet aan de afspraken zoals vastgelegd in het Plan van aanpak en de beschikking; b. de kinderopvang niet of niet meer plaatsvindt of minder dan volgens het plan van aanpak; c. de ouder en/of het kind niet meer woont in de gemeente Laren; d. de sociaal-medische indicatie komt te vervallen; e. er recht ontstaat op kinderopvang op grond van artikel 8.1.a van deze regeling. 10.3 Het college kan na een besluit tot herziening of intrekking het ten onrechte of teveel betaalde bedrag van de tegemoetkoming terugvorderen. Artikel 11 Inlichtingenplicht De belanghebbende is verplicht (uit eigen beweging en op verzoek) het college in kennis te stellen van alle omstandigheden, die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de vaststelling of de hoogte van het recht op een tegemoetkoming. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 12 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de 8e dag na haar bekendmaking in het gemeenteblad van Laren. Artikel 13. Overgangsrecht 13.1 Deze regeling is direct van toepassing op alle lopende aanvragen, ook op aanvragen, die zijn ingediend voor haar inwerkingtreding en waarop nog niet is besloten. 13.2 Vóór de inwerkingtreding van deze regeling verleende toekenningsbesluiten op grond van artikel 2.14 verordening sociaal domein 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Doel SMI Regeling Artikel 2 Begripsbepalingen Hoofdstuk 2 Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang 2.1. Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie Artikel 3 Doelgroep 2.2. Aanvraag voor de tegemoetkoming Artikel 4 Aanvraag Artikel 5 Aanspraak op een tegemoetkoming Artikel 6 Weigeringsgronden 2.3. Verlening van de tegemoetkoming Artikel 7 Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming Artikel 8 Ingangsdatum van de tegemoetkoming Artikel 9 Hoogte en duur van de tegemoetkoming Artikel 10 Inhoud van de beschikking Artikel 11 De bevoorschotting van de tegemoetkoming 2.4. Vaststelling van de tegemoetkoming Artikel 12 Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming Artikel 13 Verrekening met de voorschotten Hoofdstuk 3 Verplichtingen van de ouder(s)/Verzorger(s) Artikel 14 Inlichtingenplicht Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 15 Slotbepalingen Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR609703 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR609703/1 sluiten Nadere regels inzake de tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2018 Gemeente Emmen Geldend van 01-01-2018 t/m heden Intitulé Nadere regels inzake de tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2018 Gemeente Emmen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, Overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels vast te stellen ten aanzien van de wijze waarop de tegemoetkoming in de kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie worden vergoed, Besluit: Vast te stellen de volgende nadere regels inzake de tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2018 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Doel SMI Regeling De SMI regeling heeft twee doelen: het tijdelijk ontlasten van ouders met een chronische ziekte of een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking. Het ondersteunen van kinderen die als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand oplopen of dreigen op te lopen en voor wie kinderopvang een tijdelijke oplossing kan zijn. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: de wet: De Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; het college: het college van burgemeester en wethouders van Emmen; het adviesorgaan: de instelling/organisatie die op verzoek van het college advies uitbrengt over de noodzaak van kinderopvang; voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze nadere regels waarop de belanghebbende aanspraak kan maken of een beroep kan doen voor de bekostiging van de noodzakelijke kinderopvang op basis van een sociaal of medische indicatie. Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze nadere regels gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet Hoofdstuk 2 Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang 2.1. Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie Artikel 3 Doelgroep Deze nadere regels zijn van toepassing op ouder(s)/verzorger(s) en/of het kind, die volgens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens woonachtig zijn in de gemeente Emmen; en: die tot de categorie personen behoort met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke, psychische beperking en voor wie op advies van een adviesorgaan is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of ten aanzien van wie door het adviesorgaan is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind noodzakelijk is, of indien de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit (andere) stukken van een huisarts en/of andere instellingen, dan is er geen aanvullend advies nodig van een adviesorgaan. 2.2. Aanvraag voor de tegemoetkoming Artikel 4 Aanvraag De aanvraag om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie wordt ingediend bij het college. De aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval de volgende gegevens: Naam, adres, Burgerservicenummer, geboortedatum van de ouder(s)/verzorger(s); Indien van toepassing: naam, Burgerservicenummer, geboortedatum van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; Naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; Overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten. Het college stelt op aanvraag van de ouder(s)/verzorger(s) vast of hij of zijn partner een persoon is die onder de doelgroep genoemd in artikel 3 van deze nadere regels valt. Alvorens te besluiten, kan het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang advies bij een adviesorgaan als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van deze nadere regels opvragen. Het college kan periodiek een herindicatie verrichten op personen als bedoeld in artikel 3 van deze nadere regels. De herindicatie vindt plaats overeenkomstig het vierde lid van artikel 4. Overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier Indien de ouder(s)/verzorger(s) een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Artikel 5 Aanspraak op een tegemoetkoming Een ouder/verzorger heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie indien: het college op grond van het bepaalde in het advies kan vaststellen in welke mate deze ouder/verzorger in aanmerking hoort te komen voor een tegemoetkoming in deze kosten vanwege een gebleken noodzaak op grond van een sociaal medische indicatie. Het advies bevat de volgende elementen: aantal noodzakelijk uren (per dag en verwachte duur) medische/psychische situatie van ouder en/of kind informatie van betrokken/doorverwijzende instanties/instellingen de kinderopvang vindt plaats in een in het Landelijk Register Kinderopvang opgenomen kindercentrum of gastouderopvang. Artikel 6 Weigeringsgronden 1. Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van: de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, zijnde de reguliere voorzieningen als het kinderdagverblijf, de voor- en naschoolse opvang en de gastouderopvang peuteropvang en voorschoolse educatie voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, die als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand oplopen of dreigen op te lopen. de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2. Het college weigert de noodzaak van de kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie vast te stellen indien; De ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen. 2.3. Verlening van de tegemoetkoming Artikel 7 Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder(s)/verzorger(s) hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 8 Ingangsdatum van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming in ontvangst is genomen. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Artikel 9 Hoogte en duur van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt toegekend voor de duur van maximaal 6 maanden en kan daarna op basis van een herindicatie worden verlengd met maximaal 6 maanden De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het inkomen van de aanvrager en wordt bepaald overeenkomstig de systematiek die de belastingdienst hanteert bij het verlenen van tegemoetkoming bij of krachtens de wet In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel 10 Inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie bevat in ieder geval: de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderopvang waar de kinderopvang plaatsvindt de geldigheidsduur van de indicatie de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder Artikel 11 De bevoorschotting van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. 2.4. Vaststelling van de tegemoetkoming Artikel 12 Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van de kinderopvang in deze periode. Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast. Artikel 13 Verrekening met de voorschotten De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van betaalde voorschotten. Hoofdstuk 3 Verplichtingen van de ouder(s)/Verzorger(s) Artikel 14 Inlichtingenplicht De ouder(s)/verzorger(s) of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. De ouder(s)/verzorger(s) of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 15 Slotbepalingen Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2018 Deze regeling kan worden aangehaald als “nadere regels inzake tegemoetkoming kinderopvang sociaal medische indicatie 2018”. Ondertekening Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, gehouden op 6 februari 2018, De gemeentesecretaris, De burgemeester, I.A.A. Oostmeijer-Oosting H.F. van Oosterhout Toelichting Algemeen De ouders kunnen voor kinderopvang gebruik maken van de reguliere kinderopvangtoeslag. De kinderopvang valt onder de huidige wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Er zijn gezinnen of alleenstaande ouders, die als gevolg van sociaal-medische redenen, geen of beperkt recht hebben op kinderopvangtoeslag. Bijvoorbeeld als één van de ouders werkt, terwijl de andere ouder om sociale of gezondheidsredenen tijdelijk niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. Voor deze gezinssituatie is de Regeling Kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie (SMI). He
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.