Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse educatie
Gemeente De Fryske Marren
Voor erkende kinderopvangorganisaties (niet zijnde gastouders) in gemeente De Fryske Marren die peuterwerk en/of voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 jaar tot schoolstart, waaronder doelgroeppeuters (op indicatie JGZ, kinderen van statushouders, of bewoners van AZC).
Ook bekend als VE, VVE, Peuterwerk
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor erkende kinderopvangorganisaties in gemeente De Fryske Marren die peuterwerk en voorschoolse educatie (VE) aanbieden. Subsidie wordt verstrekt per bezette peuterplaats voor peuters van 2 jaar tot schoolstart, met aanvullende ondersteuning voor doelgroeppeuters via VE-coaches.
Voor wie is het bedoeld?
Voor erkende kinderopvangorganisaties (niet zijnde gastouders) in gemeente De Fryske Marren die peuterwerk en/of voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 jaar tot schoolstart, waaronder doelgroeppeuters (op indicatie JGZ, kinderen van statushouders, of bewoners van AZC).
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang voor kinderen van ouders zonder kinderopvangtoeslag
- Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters
- Subsidie aanvragen voor VE-coach inzet bij voorschoolse educatie
Voorwaarden
- Aanbieder moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Aanbieder moet een goedgekeurd inspectierapport van de GGD hebben
- Voor VE moet aanbieder werken met een erkend VVE-programma
- Aanbieder moet per kwartaal en per locatie een overzicht van bezette plaatsen en uren leveren
- Aanbieder moet actief deelnemen aan VVE-werkgroep en VE-werkgroep van de gemeente
- Aanbieder moet strikte financiële scheiding hanteren in administratie
- Peuterplaats: maximaal 2 dagdelen per week van maximaal 4 uur per dagdeel, gedurende maximaal 41 weken per jaar
- VE-plaats: gemiddeld 16 uur per week voor doelgroeppeuters
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Toepassingsbereik Artikel 3. Doelgroep Artikel 4. De grondslag voor de subsidie Artikel 5. Aanvullende weigeringsgronden Hoofdstuk 2. Peuterwerk en VE Artikel 6. Activiteiten Artikel 7. Subsidie peuterwerk Artikel 8. Subsidie Voorschoolse Educatie Artikel 9. Ouderbijdrage Artikel 10. Verplichtingen Artikel 11. It gebrúk fan de Fryske taal Artikel 12. Aanvraag Artikel 13. Verantwoording Hoofdstuk 3. VE-coach Artikel 14. Activiteiten Artikel 15. Doelgroep Artikel 16. Verplichtingen Artikel 17. Hoogte subsidie Artikel 18. Aanvraag Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 19. Aanvraagtermijn Artikel 20. Verdeling subsidieplafond Artikel 21. Hardheidsclausule Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR724203 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR724203/1 sluiten Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse educatie (VE) Geldend van 06-09-2024 t/m heden Intitulé Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse educatie (VE) Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren; gelet op de titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse educatie gemeente De Fryske Marren. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen • Aanbieder:Een erkende, in het LRK geregistreerde kinderopvangorganisatie, niet zijnde een gastouder, die middels een inspectierapport van de GGD is goedgekeurd en die in gemeente De Fryske Marren peuterwerk en/of VVE aanbiedt; • ASV: Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren; • College: College van Burgemeester en Wethouders van gemeente De Fryske Marren; • Doelgroeppeuter: Een peuter in de leeftijd van 2 jaar tot de start van de basisschool die staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen van gemeente De Fryske Marren en die: • op indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor een VE-peuterplaats of • kind is van statushouder of bewoner is van het AZC • Gemeente: Gemeente De Fryske Marren; • Gemeentelijke subsidie peuterwerk: De subsidie die het college verstrekt aan aanbieders voor het bieden van peuteropvang aan peuters van ouders die niet in aanmerking komen voor Kinderopvangtoeslag; • Kinderopvangtoeslag: Tegemoetkoming voor ouders in de kosten van kinderopvang, uitbetaald via de belastingdienst; • Koptarief: Subsidie die aan de aanbieder wordt toegekend als tegemoetkoming om het verschil tussen de kostprijs per uur en het maximum uurtarief adviestabel peuterwerk VNG te overbruggen; • Locatie: een kinderdagverblijf dat geregistreerd staat in het LRK • LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvanglocaties zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; • Maximum uurtarief: Maximum uurtarief dat het ministerie van SZW hanteert voor de kinderopvangtoeslag voor de hele dagopvang; • Ouder: De bloed- of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder/verzorger van de (doelgroep)peuter; • Ouderbijdrage: De inkomensafhankelijke bijdrage die ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen aan de aanbieder; • Ouderbijdragetabel: VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang; • Peuter: Bij de gemeente ingeschreven kind in de leeftijd van 2 jaar tot de start van de basisschool; • Peuterplaats: Een plek op een opvanglocatie van twee dagdelen per week van maximaal 4 uur per dagdeel; • Peuterwerk: Kinderopvang voor kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de start van het basisonderwijs met een aanbod van maximaal 4 uur per dagdeel, twee dagdelen per week gedurende maximaal 41 weken per jaar; • Subsidiejaar: Het jaar waarop de subsidie peuterwerk en VE betrekking heeft; • VE: Voorschoolse Educatie: educatie die aan doelgroeppeuters wordt aangeboden waarbij gewerkt wordt met een erkend VVE-programma; • VE-coach: Een HBO geschoolde medewerker die ingezet wordt ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie; • VE-plaats: Een plek op een VE-locatie voor doelgroeppeuters van gemiddeld 16 uur per week; • VVE-programma: Een erkend voorschools programma dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 6 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan aanbieders van peuterwerk en VE in gemeente De Fryske Marren. Artikel 4. De grondslag voor de subsidie 1. De grondslag voor de subsidie is het aantal (doelgroep)peuters dat gebruik maakt van de (VE)peuteropvang. 2. De subsidietarieven en het subsidieplafond worden jaarlijks door het college vastgesteld; 3. In afwijking van artikel 6 van de ASV, worden de subsidietarieven en het subsidieplafond jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het landelijk maximum uurtarief, tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken; Artikel 5. Aanvullende weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 10, derde lid, aanhef en onder t, van de ASV is onderstaande aanvullende weigeringsgrond van toepassing: a. het college kan subsidieverlening (deels) weigeren wanneer een evenwichtige spreiding van voorzieningen naar het oordeel van het college onvoldoende is gewaarborgd. Hoofdstuk 2. Peuterwerk en VE Artikel 6. Activiteiten 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor peuterwerk en VE. Artikel 7. Subsidie peuterwerk De subsidie die het college verstrekt aan aanbieders bestaat per bezette peuterplaats uit: a. Een gemeentelijke subsidie peuterwerk per uur voor geplaatste peuters van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; b. Een koptarief per uur voor geplaatste peuters van ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; c. De subsidie wordt verstrekt voor 2 dagdelen per week, maximaal 4 uur per dagdeel, gedurende maximaal 41 weken. Artikel 8. Subsidie Voorschoolse Educatie De subsidie die het college verstrekt aan aanbieders bestaat per bezette VE-peuterplaats uit: a. Een gemeentelijke subsidie voorschoolse educatie (VE) per uur voor geplaatste doelgroeppeuters van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag voor twee dagdelen van 4 uur per week; b. Een koptarief per uur voor geplaatste doelgroeppeuters van ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag voor twee dagdelen van 4 uur per week; c. Een gemeentelijke subsidie peuterwerk per uur voor alle doelgroeppeuters in aanvulling op de subsidie onder d of e, voor twee dagdelen van 4 uur per week; d. De subsidie wordt verstrekt voor maximaal 41 weken. Artikel 9. Ouderbijdrage a. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen zowel voor peuterwerk als voor voorschoolse educatie voor maximaal twee dagdelen per week een ouderbijdrage aan de aanbieder. b. De aanbieder hanteert voor de ouderbijdrage de ‘VNG-adviestabel ouderbijdragen peuteropvang’ van het betreffende jaar. c. De aanbieder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers. Artikel 10. Verplichtingen Om voor een subsidie zoals bedoeld in artikel 7 en artikel 8 in aanmerking te komen moet de aanbieder voldoen aan de volgende verplichtingen: a. de aanbieder voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en landelijke kwaliteitseisen voor peuterwerk en VE. b. de aanbieder is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en heeft een goedgekeurd inspectierapport van de GGD; c. de aanbieder werkt met een erkend VVE-programma; d. de aanbieder levert per kwartaal en per locatie een overzicht aan bij de gemeente van het aantal peuters en het aantal uren dat deze zijn geplaatst. e. de aanbieder zorgt voor een warme overdracht van de doelgroep peuter naar de basisschool; f. de aanbieder neemt actief deel aan de VVE-werkgroep en de VE-werkgroep van de gemeente; g. de aanbieder houdt een strikte financiële scheiding in zijn administratie, waarbij duidelijk onderscheid is tussen de door de gemeente gesubsidieerde activiteiten en anderszins uitgevoerde activiteiten door de aanbieder. Artikel 11. It gebrúk fan de Fryske taal De gemeente fynt it wichtich dat Frysktalige bern yn de memmetaal oansprutsen wurde en kommunisearje kinne. Konform de provinsjale richtlijn moat mei yngang fan 2026 de oanbieder foldwaan oan de folgjende ferplichtings: a. it gebrúk fan de Fryske taal is opnaam yn it pedagogysk belied fan de oanbieder foar de lokaasjes yn gemeente De Fryske Marren. Hjiryn leit de oanbieder fêst hoe’t der omgongen wurdt mei it aktive en passive gebrúk fan de Fryske taal. b. de ynfulling is fleksibel en kin ferskille per lokaasje. c. 2025 jildt as oergangsjier. Yn harren ferantwurding oer 2025 moatte de oanbieders al wol oantoane hoe’t hja mei it gebrúk fan de Fryske taal omgeane. Het gebruik van de Friese taal De gemeente vindt het belangrijk dat Friestalige kinderen in hun moedertaal worden aangesproken en kunnen communiceren. Conform de provinciale richtlijn moet met ingang van 2026 de aanbieder voldoen aan de volgende verplichtingen: a. Het gebruik van de Friese taal is opgenomen in het pedagogische beleid van de aanbieder voor de locaties in gemeente De Fryske Marren. Hierin legt de aanbieder vast hoe er wordt omgegaan met het actieve en passieve gebruik van de Friese taal. b. De invulling is flexibel en kan per locatie verschillen. c. 2025 geldt als overgangsjaar. In hun verantwoording over 2025 moeten de aanbieders al wel aantonen hoe zij omgaan met het gebruik van de Friese taal. Artikel 12. Aanvraag In aanvulling op artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren, bevat een aanvraag voor subsidie: a. Het verwachte aantal peuter- en VE-plaatsen en urenoverzicht per locatie; b. Het verwachte aantal plaatsen per locatie dat in aanmerking komt voor kopsubsidie. Artikel 13. Verantwoording a. In afwijking van artikel 14, eerste lid, van de ASV, dient een aanbieder die subsidie ontvangt tot en met € 10.000 uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. b. Een aanvraag tot vaststelling, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid van de ASV, omvat een inhoudelijk en financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. c. Een aanvraag tot vaststelling bevat, in aanvulling op artikel 15, tweede lid en artikel 16, tweede lid, letter a, van de ASV, een overzicht van de daadwerkelijk bezette uren peuterwerk en VE. d. In het geval er minder peuters gebruik hebben gemaakt van peuteropvang dan wel VE wordt het subsidiebedrag naar rato lager vastgesteld. e. Vanaf verantwoordingsjaar 2026 legt de aanbieder verantwoording af over de invulling van artikel 11, het gebruik van de Friese taal. Over 2025, het overgangsjaar, moet de aanbieder aantonen hoe er wordt omgegaan met het gebruik van de Friese taal en hoe er wordt toegewerkt naar een volledige invulling van artikel 11. Hoofdstuk 3. VE-coach Artikel 14. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan de houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, voor de inzet van een VE-coach ten behoeve van de verho […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.