Wat zijn de voorwaarden van DEI+: Energie- en klimaatinnovaties?
De belangrijkste eisen waar een aanvraag op wordt beoordeeld:
Hier val je op af
- Uw project is een pilotproject of demonstratieproject (of, alleen bij Waterstof en groene chemie, een test- en experimenteerinfrastructuurproject) dat past binnen de beschrijving van een van de DEI+-thema's.
- Het project levert binnen 10 jaar na de start een directe of indirecte bijdrage aan CO2-reductie in Nederland (voor het subthema Circulaire economie algemeen mag deze reductie ook buiten Nederland plaatsvinden).
- De looptijd van het project is maximaal 4 jaar.
- U start met de uitvoering binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
- U mag vóór het indienen van de aanvraag niet starten met het project, geen verplichtingen aangaan en geen kosten maken.
- U voert het project voor eigen rekening en op eigen risico uit; in het project maakt minstens één onderneming kosten.
- Uw onderneming is niet in moeilijkheden zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
- U moet bij de aanvraag voldoende aannemelijk maken dat de financiering van uw eigen aandeel in de projectkosten rondkomt, onderbouwd met bijvoorbeeld een bankverklaring, jaarrekening of intentieverklaring van financiers.
- U onderbouwt de technische werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt met marktkennis, bronnen en argumenten.
- Neemt een onderzoeksorganisatie deel aan een samenwerkingsverband, dan moet er vóór de start van het project een getekende samenwerkingsovereenkomst zijn met afspraken over kosten, risico's, resultaten en intellectuele eigendom.
Beoordeling gebeurt op volgorde van binnenkomst, niet op kwaliteitsvergelijking tussen aanvragen: is aan de voorwaarden voldaan en is er geen afwijzingsgrond van toepassing, dan krijgt u subsidie zolang er budget beschikbaar is. Aanvragen worden in ieder geval afgewezen bij onder meer: onvoldoende vertrouwen in financiering of technische/economische haalbaarheid, onvoldoende bijdrage aan CO2-reductie, onvoldoende vernieuwing ten opzichte van de stand van de techniek (internationaal voor pilots, Nederlands voor demonstratieprojecten), een onevenwichtige samenwerking met een onderzoeksorganisatie, of als het project ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging uitgevoerd zou kunnen worden (geen stimulerend effect).
Voor het thema Vergassing van reststromen geldt bovendien dat het nominaal thermisch ingangsvermogen minimaal 5 MW moet zijn en dat de benodigde vergunningen voor bouw en ingebruikname al bij de aanvraag moeten worden meegestuurd; zonder deze vergunningen is de aanvraag niet compleet.
Gecontroleerd op . Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).