Subsidieregeling beschermde kerkgebouwen Den Haag 2021
Gemeente Den Haag
Eigenaren van beschermde kerkgebouwen (rechtspersonen en natuurlijke personen) in Den Haag die onderhoud willen uitvoeren aan rijks- of gemeentelijk beschermde kerkgebouwen.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor planmatig en deskundig bouwkundig onderhoud aan beschermde kerkgebouwen in Den Haag. Eigenaren van rijksmonumenten kunnen tot 20% van subsidiabele kosten (max. €5.000) ontvangen; eigenaren van gemeentelijke monumenten tot 50%. Regeling vervalt per 31 december 2026.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren van beschermde kerkgebouwen (rechtspersonen en natuurlijke personen) in Den Haag die onderhoud willen uitvoeren aan rijks- of gemeentelijk beschermde kerkgebouwen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor onderhoud aan een beschermd kerkgebouw
- Financiering van bouwkundig onderhoud aan monumentale kerken
- Ondersteuning bij instandhouding van religieus erfgoed
Voorwaarden
- Kerkgebouw moet ingeschreven staan in gemeentelijk of rijksmonumentenregister
- Werkzaamheden moeten sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn
- Werkzaamheden moeten gericht zijn op instandhouding van monumentale waarden
- Aanvraag moet vergezeld gaan van meerjarenonderhoudsplan, werkomschrijving/offerte, begroting en Monumentenwacht-rapport (max. 3 jaar oud)
- Aanvraag moet ingediend worden uiterlijk 1 augustus voorafgaand aan het jaar waarop aanvraag betrekking heeft
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 175k
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Een subsidie bedraagt: a. voor een rijksmonument: maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,00 per aanvraag”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR657673 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR657673/2 sluiten Regeling vervalt per 31-12-2026 Subsidieregeling beschermde kerkgebouwen Den Haag 2021 Geldend van 04-11-2023 t/m 30-12-2026 Intitulé Subsidieregeling beschermde kerkgebouwen Den Haag 2021 Toelichting Kerkgebouwen zijn belangrijke en beeldbepalende gebouwen voor de stad Den Haag. Veel kerkgebouwen, in het bijzonder christelijke kerken, worden aangemerkt als monumenten. Samen met andere monumenten vormen zij een onderdeel van het Haagse cultureel erfgoed. De instandhouding van een kerkgebouw, met name de grotere kerken, is kostbaar. Sinds 1985 bestaat daarom de mogelijkheid tot een onderhoudsbijdrage voor beschermde kerkgebouwen. Overheidsfinanciering vindt alleen plaats op indirecte wijze. Voor dergelijke kerkgebouwen, strikt genomen geen kerken in het kader van de financiering, bestaat er de mogelijkheid tot publieke financiering voor het behoud op grond van de Kerkennota (rv 74 van 1985) en de door de raad in 2020 vastgestelde ‘Visie op religieus erfgoed’ (RIS 306362). Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, gelet op - artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, - de ‘Visie op religieus erfgoed’, door de raad vastgesteld in 2020, besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling beschermde kerkgebouwen Den Haag 2021: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; beschermd kerkgebouw: kerkgebouw, dat ingeschreven staat in het gemeentelijke monumentenregister of het rijksmonumentenregister; casco: de hoofdstructuur van het monument; kerkgebouw: een gebouw dat is gebouwd in opdracht van een religieus genootschap ten behoeve van het gezamenlijk uitoefenen van de eredienst; Monumentenwacht: een provinciale instelling die periodiek monumenten inspecteert en op basis daarvan een rapport met aanbevelingen met betrekking tot onderhoud en herstel opstelt. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de subsidie 1. Het doel van de subsidieregeling is planmatig en deskundig laten uitvoeren van bouwkundig onderhoud aan beschermde kerkgebouwen. 2. Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is eigenaren van beschermde kerkgebouwen te ondersteunen bij de instandhouding van het gebouw en het zo te behouden en te bewaren voor toekomstige generaties. Artikel 1:4 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor sober en doelmatig onderhoud aan het casco van beschermde kerkgebouwen. Artikel 1:5 Doelgroep Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen en natuurlijke personen. Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4. 2. Voor subsidie in aanmerking komen: a. de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht; b. de kosten voor onderhoud aan het casco van kerkgebouwen, voor zover deze werkzaamheden: 1° sober en doelmatig zijn; 2° technisch noodzakelijk zijn; en 3° strekken tot instandhouding van het monument en de monumentale waarden; c. de kosten voor werkzaamheden die gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade, zoals bliksemafleiding; d. de kosten die gemaakt worden voor abonnementen, zoals: 1° de Monumentenwacht, inclusief de kosten van het inspecteren en uitvoeren van noodreparaties en het treffen van noodmaatregelen om verdere degradatie te voorkomen; 2° de controle van de bliksembeveiligingsinstallatie; 3° de controle van de brandbeveiligingsinstallatie; e. het opstellen van het meerjarenonderhoudsplan met de daarbij behorende stukken, zoals het plan, de begroting, de werkomschrijving en eventuele tekeningen; f. het begeleiden van de uitvoering van de werkzaamheden, zoals het jaarlijks opstellen van het jaarprogramma, het opvragen van offertes, de prijsvorming en het verstrekken van de opdrachten, de begeleiding en controle tijdens de uitvoering, de oplevering van het uitgevoerde werk en de financiële verantwoording; g. de kosten voor specifieke onderzoeken, zoals bouwfysisch onderzoek, onder andere naar vocht- en zoutproblemen, bouw- en kleurhistorisch onderzoek, voor zover dit onderzoek noodzakelijk is als uitgangspunt voor de werkzaamheden; h. de kosten voor specialistische werkzaamheden door derden, zoals voor beeldhouwwerk, bijzonder schilderwerk of advisering inzake specifieke onderwerpen of specifieke problemen. 3. Niet voor subsidie in aanmerking komen: a. de kosten voor werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de datum van subsidieverlening; b. de kosten voor werkzaamheden die voortvloeien uit veranderd gebruik, alsmede kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering of verfraaiing; c. kosten voor werkzaamheden gericht op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn. Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie 1. Een subsidie bedraagt: a. voor een rijksmonument: maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,00 per aanvraag; b. voor een gemeentelijk monument: maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten. Artikel 1:8 Subsidieplafond 1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor 2024 een subsidieplafond van: a. € 58.333 voor rijksmonumenten; en b. € 116.666 voor gemeentelijke monumenten. 2. Het college stelt het subsidieplafond voor het jaar 2025 en 2026 bij afzonderlijk besluit vast. 3. In aanvulling op het eerste lid kan, indien binnen een kalenderjaar voor een categorie het subsidieplafond niet wordt gehaald, het resterende budget voor de andere categorie worden ingezet. Artikel 1:9 Wijze van verdeling van rijksmonumenten Honorering van aanvragen krachtens artikel 1:8, eerste lid, onder a, die aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats als volgt: a. indien het subsidieplafond niet wordt overschreden: honorering van alle aanvragen; b. indien het subsidieplafond wordt overschreden: honorering vindt plaats naar rato. Artikel 1:10 Wijze van verdeling van gemeentelijke monumenten Honorering van aanvragen krachtens artikel 1:8, eerste lid, onder b, die aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats op de volgende wijze: a. indien het subsidieplafond niet wordt overschreden: honorering van alle aanvragen; b. indien het subsidieplafond wordt overschreden: honorering vindt plaats naar rato. Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen Artikel 2:1 Aanvraag subsidie 1. Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een recent meerjarenonderhoudsplan; b. een werkomschrijving of gespecificeerde offerte(s); c. een begroting, inclusief dekkingsplan, van de in het betreffende jaar geplande werkzaamheden; d. een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW; e. een rapport van Monumentenwacht, van maximaal drie jaar oud. 2. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde aanvraagformulier. Artikel 2:2 Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie ingediend uiterlijk 1 augustus voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 2:3 Subsidievaststelling zonder verlening vooraf: direct vaststellen Het college stelt subsidies tot en met € 10.000,00 direct vast. Hoofdstuk 3 Verplichtingen en betaling Artikel 3:1 Verplichtingen 1. Onverminderd de artikelen 12 en 14 van de ASV, is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan een steekproefcontrole door het college om te beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt. Daarbij stelt de subsidieontvanger relevante facturen en de financiële administratie aan het college ter beschikking. 2. Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichten om een zakelijk zekerheidsrecht aan de gemeente te verlenen of een andere vorm van zekerheidsstelling voor de vorderingen die ontstaan uit vorderingen op grond van 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht; 3. Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die: a. voortvloeien uit het door de aanvrager aangeleverde rapport van de Monumentenwacht; b. bijdragen aan het bevorderen van duurzaamheid. Artikel 3:2 Kostensoorten Subsidie die bij de beschikking tot verlening verdeeld is over verschillende kostensoorten, mag van de ene kostensoort naar de andere kostensoort worden overgeheveld. Artikel 3:3 Bevoorschotting Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze: a. 100% van de verleende subsidie in één keer bij subsidies tot en met € 10.000,00; b. 90% van de verleende subsidie in één keer bij subsidies vanaf € 10.000,00. Hoofdstuk 4 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf Artikel 4:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 30 april van het jaar volgend op het van toepassing zijnde subsidiejaar. Artikel 4:2 Wijze van verantwoorden 1. De aanvraag tot vaststelling bij subsidies van meer dan € 10.000,00 bevat: a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV; b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV; en c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Bij verantwoording door een rechtspersoon wordt hiervoor een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model. 2. Het inhoudelijk verslag bevat: a. een beknopte beschrijving van de gesubsidieerde werkzaamheden, waaruit blijkt dat de werkzaamheden verricht zijn; b. een fotorapportage; c. een toelichting op de gerealiseerde verschillen ten opzichte van de verleningsbeschikking. 3. Het financieel verslag bevat: a. een gespecificeerd overzicht van de gesubsidieerde werkzaamheden; b. de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven; en c. een toelichting op de gerealiseerde verschillen ten opzichte van de verleningsbeschikking. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Artikel 5:1 Hardheidsclausule Het college kan een of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan gelet op het belang van het doel van deze regeling leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 5:2 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2021 en vervalt met ingang van 31 december 2026. Artikel 5:3 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beschermde kerkgebouwen Den Haag 2021. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:4 De werkzaamheden moeten strekken tot instandhouding van het mon […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.