Subsidieregeling Jeugdactiviteiten en -preventie - organisaties met vrijwillige inzet Ede
Gemeente Ede
Voor organisaties met vrijwillige inzet die jeugdactiviteiten en preventie aanbieden voor kwetsbare jongeren (8-18 jaar) in gemeente Ede.
Ook bekend als Subsidieregeling Jeugdactiviteiten en preventie Ede
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor niet-professionele organisaties in gemeente Ede die jeugdactiviteiten en preventieve activiteiten uitvoeren met vrijwillige inzet. Gericht op kwetsbare jongeren (8-18 jaar) en ondersteuning van pedagogische civil society. Jaarlijkse subsidieplafonds per activiteitencategorie.
Voor wie is het bedoeld?
Voor organisaties met vrijwillige inzet die jeugdactiviteiten en preventie aanbieden voor kwetsbare jongeren (8-18 jaar) in gemeente Ede.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor jeugdactiviteiten met vrijwilligers
- Financiering van preventieve activiteiten voor kwetsbare jongeren
- Ondersteuning van pedagogische civil society initiatieven
Voorwaarden
- Organisatie moet activiteiten uitvoeren met vrijwillige inzet
- Activiteiten gericht op kwetsbare jongeren (8-18 jaar)
- Privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid
- Activiteiten moeten vrij toegankelijk zijn
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling Jeugdactiviteiten en -preventie - organisaties met vrijwillige inzet Ede het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van 11 juni 2024, zaaknummer 450258; gelet op de artikelen 3, 7 en 8 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling Jeugdactiviteiten en -preventie - organisaties met vrijwillige inzet Ede. Paragraaf 1 Begrips- en algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - ASV: de vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Ede. - beroepsinzet: organisaties die lichte, vrij toegankelijke hulpverlening en preventieve activiteiten aanbieden, waarbij de uitvoering in handen is van beroepskrachten. Het gaat hierbij om een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. - bestaande subsidieontvanger; een aanvrager die het voorgaande kalenderjaar een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling of de hieraan voorafgaande subsidieregeling Jeugdactiviteiten en preventie 2023. - kwetsbare jongeren: de groep jeugdigen, die een achterstand hebben op het gebied van onderwijs en/of jongeren die ook sociaal-emotioneel kwetsbaar zijn en/of in een kwetsbare thuissituatie opgroeien. In het kader van deze regeling gaat het om de jeugdigen in de leeftijdsgroep van 8 (groep 5 PO) t/m 18 jaar (eindexamenleerlingen VO). - pedagogische civil society: een samenleving waarin inwoners uit een wijk of dorp zich met elkaar verbinden en vanuit die betrokkenheid elkaar steunen bij het opvoeden en opgroeien van jeugdigen (leeftijd 0-23). - professionele organisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die activiteiten uitvoert met beroepskrachten, eventueel ondersteund door vrijwilligers. - PvE: Programma van Eisen. Voor jaarlijkse subsidies hoger dan €50.000 stellen burgemeester en wethouders programma’s van eisen vast, die als uitgangspunt dienen voor de subsidieaanvraag, zoals beschreven in de ASV 2017. - sociale basis: het geheel van informele sociale verbanden van mensen (buurten, gemeenschappen, verengingen, netwerken, gezinnen), aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid en partnerorganisaties. De sociale basis voorziet in vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Deze activiteiten en voorzieningen vormen de tegenhanger van de - niet vrij-toegankelijke - geïndiceerde zorg en ondersteuning. - structurele activiteiten: activiteiten die van jaar tot jaar plaatsvinden en een continu karakter hebben. - vrijwillige inzet: organisaties die activiteiten en ondersteuning aanbieden, uitgevoerd door vrijwilligers, eventueel met ondersteuning van betaalde coördinatie. Het kan hier gaan om allerlei samenwerkingsverbanden, inclusief rechtspersonen zonder winstoogmerk. - vrijwilliger(swerk): inzet gebaseerd op intrinsieke motivatie die in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving waarbij een (maatschappelijk) belang wordt gediend. Artikel 1a. Doel van de subsidieregeling Het doel van deze regeling is het ondersteunen van jeugdigen en gezinnen via laagdrempelige, informele, preventieve hulp door vrijwilligers, zodat problemen worden voorkomen of verminderd en het netwerk van gezinnen wordt versterkt. Artikel 2. Weigeringsgronden 1.. Een subsidie op grond van deze regeling wordt geweigerd indien: - de gemeente direct of indirect op andere wijze financieel bijdraagt aan de op grond van deze regeling aangevraagde activiteiten; - de activiteiten in strijd zijn met wet- en regelgeving; - activiteiten van commerciële aard zijn; - naar het oordeel van het college in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; - de activiteiten reeds plaats hebben gevonden; - de aanvraag is ingediend door een professionele organisatie. 2.. Een subsidie op grond van deze regeling kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd naar het oordeel van het college reeds worden uitgevoerd door, of vallen binnen de verantwoordelijkheid van, een professionele organisatie die deze activiteiten uitvoert voor de gehele gemeente Ede. Artikel 3. Aanvragen en verantwoorden van subsidie 1.. In aanvulling op hetgeen is bepaald in artikel 6 van de ASV dient bij de aanvraag te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals benoemd in de paragraaf op grond waarvan subsidie wordt aangevraagd. 2.. Conform artikel 3 van de ASV dient voor jaarlijkse subsidies hoger dan €50.000 het PvE als basis voor de subsidieaanvraag. De aanvraag moet tenminste bevatten: - een analyse van de huidige situatie met gebruikmaking van beschikbare, openbare data; - een onderbouwing van hoe de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen zoals genoemd in de relevante beleidsstukken in het PvE; - een beschrijving van in te zetten samenwerkingsverbanden om de voorgestelde doelen te bereiken, waarbij wordt aangegeven hoe de samenwerking wordt aangewend om het resultaat te versterken; - een uitweiding op de reflectievragen uit het PvE. 3.. De aanvragende organisatie levert bij de aanvraag een berekening aan. Deze berekening maakt in elk geval inzichtelijk: - het toegepaste uurtarief en het aantal FTE’s, waar relevant uitgesplitst naar activiteit, zodat inzicht gegeven wordt in de opbouw van personele kosten; - overige personele kosten, waaronder overhead; - Indien van toepassing: het gehanteerde percentage bij loonindexeringen in relatie tot de Cao. 4.. Bij de verantwoording van de subsidie dient hetzelfde format te worden gebruikt als het format waarmee de begroting is opgesteld. 5.. In aanvulling op hetgeen is bepaald in artikel 14 van de ASV dient bij de aanvraag tot vaststelling bij subsidies tussen de € 10.000 en € 50.000 gebruik te worden gemaakt van: - een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld verantwoordingformulier; - een eigen format voor verantwoording waarin in ieder geval de elementen uit het formulier zoals bedoeld onder in het tweede lid onder a van dit artikel zijn verwerkt. Artikel 4. Subsidiabele kosten 1.. Dit artikel is van toepassing op: - Paragraaf 2 Jeugdontwikkeling en -opvoeding informeel - Paragraaf 3 Jeugdactiviteiten cultureel - Paragraaf 4 Speelvoorzieningen 2.. Alleen daadwerkelijk gemaakte kosten worden gesubsidieerd. 3.. Kosten dienen, naar het oordeel van het college, in verhouding te staan met de gerealiseerde activiteiten. 4.. Niet subsidiabel zijn: - kosten voor eten en drinken tenzij deze kosten onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteit; - extra kosten voor uitbreiding of verplaatsing van de huisvesting; - aanschaf van gebruiksgoederen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; - overige materiële investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit ter beoordeling van het college. - kosten bestemd voor uitbreiding van de activiteiten van de subsidieontvanger voor zover, naar het oordeel van het college, niet of onvoldoende is aangetoond dat uitbreiding noodzakelijk is. - financiële vergoedingen voor vrijwilligers tenzij; het kosten betreft zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel; of deze kosten naar oordeel van burgemeester en wethouders redelijk en noodzakelijk worden geacht. 5.. Kosten voor professionele inzet of coördinatie van de gesubsidieerde activiteiten zijn slechts subsidiabel indien de kosten verband houden met één of meerdere van de volgende werkzaamheden; - koppelen/matchen van de juiste vrijwilligers aan de juiste kwetsbare inwoners; - begeleiden, werven en opleiden van vrijwilligers; - directie-taken; werkzaamheden gericht op het ontwikkelen en vaststellen van missie en visie, het extern vertegenwoordigen van de organisatie, het maatschappelijk strategisch positioneren van de organisatie, het bepalen van het beleid en de interne organisatie; - taken betreffende het werkgeverschap van de organisatie. 6.. Kosten zoals bedoeld in het vierde lid van dit artikel zijn slechts subsidiabel indien deze naar het oordeel van het college voldoen aan minimaal één of meerdere van de volgende voorwaarden; - de professionele kennis en kunde van de medewerker is noodzakelijk om de activiteiten goed uit te kunnen voeren of een goede match te kunnen maken van vrijwilligers met kwetsbare inwoners; - het betreft een faciliterende rol voor het organiseren van de initiatieven door de vrijwilligers; - kosten zijn tijdelijk; noodzakelijk om een initiatief op te starten, vrijwilligers op te leiden of te instrueren en/of noodzakelijk om mogelijke andere inkomsten te genereren. - de activiteiten kunnen zonder bekostiging van coördinatie en/of professionele inzet niet (langer) in de gewenste mate worden voorgezet en het stoppen of verminderen van de activiteiten een aanzienlijke negatieve invloed heeft op het behalen van de door de gemeente beoogde beleidsdoelstellingen. Paragraaf 2 Jeugdontwikkeling en -opvoeding informeel Artikel 5. Subsidiabele informele activiteiten 1.. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor vormen van lichte ondersteuning van jeugdigen en gezinnen, waarbij gebruik gemaakt wordt van het aanbod vanuit de sociale basis. Het kan zowel gaan om preventieve inzet met als doel het voorkomen van (specialistische) ondersteuning of preventieve inzet gelijktijdig of na afloop van (specialistische) ondersteuning met als doel netwerkversterking. De uitvoering geschiedt in principe door een vrijwilligersorganisatie. 2.. Structurele activiteiten die in ieder geval in aanmerking komen voor subsidie: - het verbinden van vrijwilligers aan hulpvragers op het gebied van: Opvoeden en opgroeien; Sociaal/emotionele ontwikkeling van jeugdigen. - het verbinden van vrijwilligers aan hulpvragers op het gebied van (school)ontwikkeling en huiswerkbegeleiding bij jongeren met een taal- en onderwijsachterstand door een vrijwilligersorganisatie waarbij sprake is van een combinatie van zowel huiswerkbegeleiding als ondersteuning op het gebied van welzijn en preventie. 3.. Geen subsidie wordt verleend voor jeugdhulp die vanuit de Jeugdwet op indicatie wordt geleverd. Artikel 6. Subsidievoorwaarden en verplichting subsidieontvanger. 1.. Subsidieontvangers dienen actief en aantoonbaar samen te werken met andere organisaties in de sociale basis en andere aanbieders van zorg. 2.. Subsidieontvangers leggen verbinding met maatschappelijke organisaties, aanbieders van zorg, sociaal teams en CJG. 3.. De aangeboden diensten van de subsidieontvanger worden zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd. 4.. In aanvulling op hetgeen is bepaald in dit artikel dient een activiteit op grond van artikel 5, tweede lid, onder b van deze regeling tevens te voldoen aan de volgende voorwaarden: - de uitvoering van de activiteiten geschiedt door vrijwilligers; - vrijwilligers beschikken over een Verklaring omtrent het Gedrag. Artikel 7. Subsidieplafond en wijze van verdeling 1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze regeling. Het plafond wordt afzonderlijk vastgesteld voor: - de activiteiten in artikel 5, tweede lid onder a; - de activiteiten in artikel 5, tweede lid onder b. 2.. Voor zover het subsidieplafond niet toereikend is om alle aanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie toe te kennen, verdeelt het college de subsidie als volgt: - het college verleent eerst subsidie aan bestaande subsidieontvangers op basis van de in het voorgaande kalenderjaar aangevraagde activiteiten en/of verleende subsidie. Indien het subsidieplafond niet toereikend is verdeelt het college het subsidieplafond naar evenredigheid. Dat wil zeggen dat de aangevraagde bedragen worden verminderd met het […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.