GLB Kennisoverdracht provincie Gelderland
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Kennisaanbieders (organisaties, samenwerkingsverbanden) die kennisoverdracht verzorgen aan groepen landbouwers
Ook bekend als GLB KO, Kennisoverdracht Gelderland 2025
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor kennisoverdracht aan groepen landbouwers gericht op duurzame verdienmodellen, klimaatadaptatie, natuurbeheer en plattelandsontwikkeling. Kennisaanbieders kunnen tot € 125.000 aanvragen met 80% subsidie. Budget € 1.370.000 voor 2025.
Voor wie is het bedoeld?
Kennisaanbieders (organisaties, samenwerkingsverbanden) die kennisoverdracht verzorgen aan groepen landbouwers
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil als kennisaanbieder subsidie aanvragen voor trainingen en workshops over duurzame landbouw
- Ik wil kennisoverdracht organiseren over wateropgaven of landbouwbodems
- Ik wil als samenwerkingsverband van kennisaanbieders gezamenlijk een kennisoverdrachtproject uitvoeren
Voorwaarden
- Activiteit moet bijdragen aan thema's: landbouwbodems, wateropgaven of nieuwe verdienmodellen
- Activiteit moet aansluiten bij één van de acht genoemde doelen (duurzame verdienmodellen, klimaatverandering, natuurbeheer, werkgelegenheid, etc.)
- Kennisoverdracht gericht op groepen landbouwers (trainingen, workshops, coaching, voorlichting, demonstratie)
- Aanvrager moet beschikken over voldoende gekwalificeerde en regelmatig getrainde projectuitvoerders
- Bereik (verwacht aantal deelnemers) moet onderbouwd worden
- Activiteiten moeten uiterlijk 30 juni 2028 zijn afgerond
- Geen voorschot beschikbaar
- Subsidie bedraagt 80% van subsidiabele kosten
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Documenten
- Bijlage-C-Format-Verklaring-geen-financiele-moeilijkheden-GLB-2023-2027-def-versie-okt-2024.pdf · 8 pag.
Toon documenttekst
Versie 22 oktober 2024 Pagina 1 van 8 Verklaring financiële moeilijkheden Toelichting op het formulier Waarom dit formulier? Ondernemingen inclusief verbonden ondernemingen die in moeilijkheden zijn, kunnen niet in aanmerking komen voor subsidie uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Europese staatssteunvoorschriften definiëren wanneer een onderneming in moeilijkheden is. U kunt hiervoor de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun (2014/C 249/01) raadplegen. Voor wie is dit formulier? Alle projectpartners dienen het formulier in te vullen. De rechtsvorm of de financieringswijze van uw organisatie is niet relevant voor de vraag of uw organisatie wordt aangemerkt als een onderneming. Elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, wordt op grond van de staatssteunvoorschriften aangemerkt als een onderneming. Een entiteit die zowel economische als niet economische activiteiten verricht (bijvoorbeeld een universiteit), wordt alleen ten aanzien van de economische activiteiten aangemerkt als onderneming. Is uw organisatie een onderneming? ☐ Ja, vul deze verklaring in. ☐ Nee, geef middels een toelichting hieronder aan op welke gronden geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een onderneming volgens de staatssteunvoorschriften, zoals opgenomen in bovenstaande toelichting. Ga hierna verder naar de ondertekening van dit formulier. Toelichting: Beslisschema ‘financiële moeilijkheden’ Let op: ter onderbouwing adviseren wij u de laatst vastgestelde (geconsolideerde) jaarrekening en een schematische weergave van uw organisatiestructuur bij te voegen Nr. Vraag Antwoord 1 Behoort uw onderneming tot een groep ondernemingen, waarbij sprake is van (een) verbonden onderneming(en)? Vul hiervoor ter onderbouwing ‘Bijlage I: Stroomschema verbonden ondernemingen’ in. Deze bijlage is een verplicht in te vullen onderdeel van deze verklaring. ☐ Ja, vul deze verklaring in op het niveau van de totale groep. U kunt dit doen op basis van de geconsolideerde jaarrekening. Wanneer u vrijgesteld bent van het opmaken van een geconsolideerde jaarrekening, verzoeken wij u een consolidatiestaat op te stellen op basis van de enkelvoudige jaarrekeningen van de groepsmaatschappijen. ☐ Nee, vul deze verklaring in op het niveau van uw eigen onderneming. 2 Indien sprake is van een groep ondernemingen: Welke entiteit is de hoogste entiteit binnen de groep? Naam: KvK-nummer: ☐ Niet van toepassing: 3 Loopt tegen uw onderneming een collectieve insolventieprocedure? ☐ Ja, uw onderneming verkeert in financiële moeilijkheden. Uw onderneming komt niet in aanmerking voor subsidie. -- 1 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 2 van 8 ☐ Nee, ga verder 4 Voldoet uw onderneming aan de criteria waardoor tegen uw onderneming een insolventieprocedure kan worden gestart (uw onderneming is opgehouden met het betalen van schuldeisers of voorziet dat dit gaat gebeuren)? ☐ Ja, uw onderneming verkeert in financiële moeilijkheden. Uw onderneming komt niet in aanmerking voor subsidie. ☐ Nee, ga verder. 5 Is / zijn één of meerdere van de volgende situaties op uw onderneming van toepassing? i) uw onderneming heeft reddingssteun* ontvangen en de lening is nog niet terugbetaald ii) uw onderneming heeft reddingssteun* ontvangen en de garantie is nog niet beëindigd iii) uw onderneming heeft herstructureringssteun* ontvangen en bevindt zich nog in een herstructureringsplan * Ontvangen steun uit regelingen die vallen onder het steun- en herstelpakket van de Rijksoverheid als gevolg van de COVID-19 crisis, evenals ontvangen corona-overbruggingskredieten, vallen niet onder reddings- en herstructureringssteun zoals bij deze vraag wordt bedoeld . ☐ Ja, uw onderneming verkeert in financiële moeilijkheden. Uw onderneming komt niet in aanmerking voor subsidie. ☐ Nee, ga verder 6 Is uw (groep van) onderneming(en) een mkb- onderneming die op het moment van indienen van de subsidieaanvraag ** korter dan 3 jaar bestaat (vanaf datum inschrijving KvK)? ** Voor het bepalen van de termijn van 3 jaar is de datum van een evt. verleningsbeschikking leidend. Indien uw onderneming op het moment van beschikken wél langer dan 3 jaar bestaat, zijn de hierna volgende criteria ook van toepassing en zal de Delegated body aan u vragen om alsnog deze verklaring volledig in te vullen en te ondertekenen. ☐ Ja, onderteken de verklaring. ☐ Nee, ga verder. 7 Heeft uw onderneming als rechtsvorm: BV of NV CV, VOF of overige stichting, vereniging, eenmanszaak of maatschap? ☐ Ja, ga verder met vraag 8. ☐ Ja, ga verder met vraag 10. ☐ Ja, ga verder met vraag 12. 8 Indien uw (groep van) onderneming(en) als rechtsvorm een BV of NV is, vermeld dan op basis van de laatst vastgestelde (geconsolideerde) jaarrekening de volgende bedragen en de jaarrekening(en) die als bron is gebruikt (zie ook de toelichting bij vraag 1): Geplaatst aandelenkapitaal plus eventueel agio (A): € Overige elementen van eigen vermogen (B): € Totaal eigen vermogen (C): € Bron Verslagjaar: Naam (consoliderende) onderneming en KvK-nummer: Vul de gegevens bij vraag 8 in en ga verder met vraag 9. -- 2 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 3 van 8 9 Levert het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves (bedrag ingevuld bij B van vraag 8) een negatief cumulatief bedrag op dat hoger is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal plus agio (bedrag ingevuld bij A)? Gebruik de bij vraag 8 vermelde bedragen en indien nodig de voorbeelden in bijlage II. ☐ Ja, uw onderneming verkeert mogelijk in financiële moeilijkheden. Neem contact op met de Delegated body om te beoordelen of uw onderneming in aanmerking kan komen voor subsidie. ☐ Nee, ga verder met vraag 12 10 Indien uw onderneming een CV, VOF of overige betreft, vermeld op basis van de laatst vastgestelde (geconsolideerde) jaarrekening het volgende bedrag en de jaarrekening(en) die als bron is gebruikt (zie ook de toelichting bij vraag 1): Kapitaal / vermogen (A): € Bron Verslagjaar: Naam (consoliderende) onderneming en KvK-nummer: Ga verder met vraag 11 11 Is het kapitaal / vermogen van de onderneming negatief? Gebruik het bij vraag 10 vermelde bedrag en indien nodig de voorbeelden in bijlage III. ☐ Ja, uw onderneming verkeert mogelijk in financiële moeilijkheden. Neem contact op met de Delegated body om te beoordelen of uw onderneming in aanmerking kan komen voor subsidie. ☐ Nee, ga verder 12 Deze vraag is alleen van toepassing in het geval uw onderneming geen mkb-onderneming is. Bedroeg in de afgelopen twee jaar: i) de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen van de onderneming meer dan 7,5, en ii) de op basis van de EBITDA bepaalde rentedekkingsgraad van de onderneming minder dan 1,0? Gebruik indien nodig de voorbeelden in bijlage IV. ☐ Niet van toepassing, uw onderneming is een mkbonderneming. Onderteken de verklaring. ☐ Ja, uw onderneming verkeert mogelijk in financiële moeilijkheden. Neem contact op met de Delegated Body om te beoordelen of uw onderneming in aanmerking kan komen voor subsidie. ☐ Nee, onderteken de verklaring. Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door aanvrager: (naam onderneming) (inschrijfnummer KvK) (naam en functie ondertekenaar) (datum) (handtekening) -- 3 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 4 van 8 Let op! N.B. Ter onderbouwing van deze verklaring dient u de ingevulde ‘Bijlage I: Stroomschema verbonden ondernemingen’ aan te leveren. N.B. De door u in deze verklaring ingevulde cijfers dienen gelijk te zijn aan de cijfers in uw laatst vastgestelde (geconsolideerde) jaarrekening. Wij adviseren deze bij uw aanvraag bij te voegen. Dit is geen verplichte bijlage, maar vereenvoudigt de controle door de Delegated body. Hierdoor kan het proces van financieel-technische beoordeling van uw aanvraag mogelijk worden versneld. Indien u geen jaarrekening bijvoegt, zal de Delegated body de juistheid van de ingevulde gegevens in deze verklaring toetsen op basis van de laatste gedeponeerde jaarrekening, die openbaar vindbaar is. De Delegated body moet inzicht krijgen in de opbouw van het eigen vermogen van uw onderneming. Indien de gedeponeerde jaarrekening in onvoldoende mate inzicht biedt in de opbouw van het eigen vermogen, zal de Delegated body alsnog de laatst opgemaakte en volledige (geconsolideerde) jaarrekening bij u opvragen. N.B. Indien u beschikt over een organogram, dat een schematische weergave van uw organisatiestructuur biedt, adviseren wij deze bij uw aanvraag bij te voegen. Dit is geen verplichte bijlage, maar vereenvoudigt de controle door de Delegated body. Hierdoor kan het proces van financieel-technische beoordeling van uw aanvraag mogelijk worden versneld. -- 4 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 5 van 8 Bijlage I: Stroomschema verbonden ondernemingen Vul onderstaand stroomschema in. Nr. Vraag Antwoord/Uitkomst 1 Heeft een onderneming > 50% stemrechten aandeelhouders/vennoten (ook in combinatie met overeenkomsten met andere aandeelhouders/vennoten)? ☐ Ja, er is sprake van een verbonden onderneming. ☐ Nee, ga door naar 2. 2 Heeft een onderneming het recht > 50% leden bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan te benoemen/ontslaan? ☐ Ja, er is sprake van een verbonden onderneming. ☐ Nee, ga door naar 3. 3 Heeft een onderneming het recht overheersende invloed op grond van overeenkomst of statuten? ☐ Ja, er is sprake van een verbonden onderneming. ☐ Nee, ga door naar 4. 4 Is er sprake van een van bovenstaande situaties via één of meerdere andere ondernemingen of via een investeerder? ☐ Ja, er is sprake van een verbonden onderneming. ☐ Nee, ga door naar 5. 5 Is er sprake van een van bovenstaande situaties via natuurlijke perso(o)n(en) of een in gemeenschappelijk overleg handelende groep natuurlijke personen? ☐ Ja, ga door naar 6. ☐ Nee, er is geen sprake van een verbonden onderneming 6 Oefenen zij (een deel van hun) activiteiten op dezelfde markt of op een verwante markt? ☐ Ja, er is sprake van een verbonden onderneming. ☐ Nee, er is geen sprake van een verbonden onderneming -- 5 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 6 van 8 Bijlage II Voorbeelden rechtsvorm BV of NV Voorbeeld 1: Geconsolideerde balans per 31 december 2021 Debet Bedrag in € Credit Bedrag in € Bezittingen 50.000 Geplaatst aandelenkapitaal 18.000 Agioreserve 42.000 <A> 60.000 Herwaarderingsreserve 1.000 Wettelijke reserves 1.000 Statutaire reserves 1.000 Overige reserves -44.000 Onverdeelde winst 1.000 Totaal reserves <B> -40.000 Schulden 30.000 Balanstotaal debet 50.000 Balanstotaal credit 50.000 <A> Geplaatst aandelenkapitaal plus agio € 60.000 <B> Overige elementen eigen vermogen -/- € 40.000 <C> Totaal eigen vermogen € 20.000 Conclusie: op basis van bovenstaande balans verkeert de onderneming in financiële moeilijkheden. Het negatieve cumulatieve bedrag op de reserves en de andere posten die behoren tot het eigen vermogen (minus € 40.000) is immers groter dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal plus agio (€ 30.000). Noot: Bij een negatief eigen vermogen is er altijd sprake van financiële moeilijkheden volgens de definitie. Voorbeeld 2: Geconsolideerde balans per 31 december 2021 Debet Bedrag in € Credit Bedrag in € Bezittingen 70.000 Geplaatst aandelenkapitaal 18.000 Agioreserve 42.000 <A> 60.000 Herwaarderingsreserve 1.000 Wettelijke reserves 1.000 Statutaire reserves 1.000 Overige reserves -24.000 Onverdeelde winst 1.000 Totaal reserves <B> -20.000 Schulden 30.000 Balanstotaal debet 70.000 Balanstotaal credit 70.000 <A> Geplaatst aandelenkapitaal plus agio € 60.000 <B> Overige elementen eigen vermogen -/- € 20.000 <C> Totaal eigen vermogen € 40.000 Conclusie: op basis van bovenstaande balans verkeert de onderneming niet in financiële moeilijkheden, omdat het negatieve cumulatieve bedrag op de reserves en de andere posten die behoren tot het eigen vermogen (minus € 20.000) kleiner is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal plus agio (€ 30.000). -- 6 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 7 van 8 Bijlage III Voorbeelden andere rechtsvormen dan BV of NV Voorbeeld 1: Geconsolideerde balans per 31 december 2021 Debet Bedrag in € Credit Bedrag in € Bezittingen 50.000 Kapitaal / vermogen 10.000 Vreemd vermogen 40.000 Balanstotaal debet 50.000 Balanstotaal credit 50.000 Conclusie: Het kapitaal / vermogen in bovenstaande balans heeft een positief saldo. De onderneming verkeert niet in financiële moeilijkheden. Voorbeeld 2: Geconsolideerde balans per 31 december 2021 Debet Bedrag in € Credit Bedrag in € Bezittingen 50.000 Kapitaal / vermogen -/- 10.000 Vreemd vermogen 60.000 Balanstotaal debet 50.000 Balanstotaal credit 50.000 Conclusie: Het kapitaal / vermogen in bovenstaande balans heeft een negatief saldo. De onderneming verkeert in financiële moeilijkheden. -- 7 of 8 -- Versie 22 oktober 2024 Pagina 8 van 8 Bijlage IV Voorbeeld “Grote onderneming” volgens groottecriteria Toelichting op criterium verhouding vreemd vermogen / eigen vermogen: Geconsolideerde balans per 31 december 2020 Debet Bedrag in € Credit Bedrag in € Bezittingen 120.000.000 Eigen vermogen 10.000.000 Vreemd vermogen 110.000.000 Balanstotaal debet 120.000.000 Balanstotaal credit 120.000.000 Verhouding vreemd vermogen / eigen vermogen: 11 Geconsolideerde balans per 31 december 2021 Debet Bedrag in € Credit Bedrag in € Bezittingen 132.000.000 Eigen vermogen 12.000.000 Vreemd vermogen 120.000.000 Balanstotaal debet 132.000.000 Balanstotaal credit 132.000.000 Verhouding vreemd vermogen / eigen vermogen: 10 Conclusie: De verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen bedroeg de afgelopen 2 jaar meer dan 7,5. De onderneming verkeert in financiële moeilijkheden wanneer de afgelopen 2 jaar ook aan het hierna genoemde criterium van de rentedekkingsgraad voldaan is. Toelichting op criterium rentedekkingsgraad: Omschrijving 2021 2020 EBITDA * € 100.000 € 150.000 Rentelasten € 200.000 € 200.000 Rentedekkingsgraad 0,50 0,75 Conclusie: De afgelopen 2 jaar was de rentedekkingsgraad lager dan de norm van 1,0. De onderneming verkeert in financiële moeilijkheden wanneer de afgelopen 2 jaar ook aan het criterium van de hiervoor genoemde verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen voldaan is. *EBITDA is de afkorting voor Earnings Before Interest Taxes Depreciation and Appreciation, ofwel resultaat voor aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen op activa en bijzondere waardeverminderingen . -- 8 of 8 --
- Bijlage-D-Format-MKB-verklaring-versie-november-2023.pdf · 2 pag.
Toon documenttekst
4. De aanvrager is een zelfstandige onderneming. Het aantal fte, jaaromzet en balanstotaal van de aanvrager telt voor 100% mee. 2. De aanvrager is een verbonden onderneming zonder partnerondernemingen. Je berekent het aantal fte, jaaromzet en balanstotaal door de gegevens van alle verbonden ondernemingen op te tellen bij de gegevens van de aanvrager (100% meetellen). 1. De aanvrager is een verbonden onderneming met partnerondernemingen. Bereken het aantal fte, de jaaromzet en het balanstotaal door de gegevens van alle verbonden ondernemingen op te tellen bij de gegevens van de aanvrager (100% meetellen). Tel vervolgens de gegevens van de partnerondernemingen in evenredigheid met het aandeel in kapitaal of stemrechten daarbij op. De aanvrager behoort niet tot het mkb. 3. De aanvrager is een onderneming met partnerondernemingen. Je berekent het aantal fte, jaaromzet en balanstotaal door de gegevens van alle partnerondernemingen in evenredigheid met het aandeel in kapitaal of stemrechten op te tellen bij de gegevens van de aanvrager. MKB VERKLARING STAP 1: BEPAAL HET TYPE ONDERNEMING STAP 2: BEREKEN DE GRENSWAARDEN STAP 3: ONDERTEKENING Dit schema is bedoeld om te kunnen bepalen of de aanvrager behoort tot het mkb. Bepalend is de definitie die wordt gehanteerd in de verordening (EG) Nr. 651/2014 (gewijzigd bij verordening van 14 juni 2017 (EG) nr. 1084/2017). Hebben één of meer overheidsinstanties of openbare lichamen gezamenlijk direct of indirect zeggenschap over 25% of meer van het kapitaal of de stemrechten van de aanvrager? Heeft de aanvrager overheersende zeggenschap* over een andere onderneming? Heeft een andere onderneming of groep van verbonden ondernemingen gezamenlijk overheersende zeggenschap* over de aanvrager? Bezit de aanvrager 25% of meer van het kapitaal of de stemrechten van een andere onderneming óf bezit een onderneming 25% of meer van het kapitaal of de stemrechten van de aanvrager? Geef op basis van de in stap 1 gemaakte berekening aan welke grenswaarden van toepassing zijn. De aanvrager is mkb als de onderneming minder dan 250 medewerkers heeft én een jaaromzet heeft van max. € 50 mln. óf een balanstotaal van maximaal € 43 mln. Organisatie aanvrager: Kvk-nummer aanvrager: Naam tekenbevoegde: Datum ondertekening: De aanvrager is in elk geval een verbonden onderneming. Bezit de groep van verbonden ondernemingen, 25% of meer van het kapitaal of stemrechten van een andere onderneming óf bezitten meerdere verbonden ondernemingen 25% of meer van kapitaal of stemrechten van de aanvrager? Nee Nee Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Nee Micro Klein FTE Omzet Balanstotaal Midden Groot <10 >=10<50 >=50<250 >=250 > 50 mln. >10<=50 mln. <= 2 mln. >2<=10 mln. <= 2 mln. >2<=10 mln. >10<=43 mln. >43 mln. * Kijk op pagina 2 voor een toelichting op overheersende zeggenschap Versie 10-05-2023 * Kijk op pagina 2 voor een toelichting -- 1 of 2 -- TOELICHTING DEFINITIE OVERHEERSENDE ZEGGENSCHAP In de volgende situaties is in ieder geval sprake van overheersende zeggenschap: 1. Een onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming. 2. Een onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan. 3. Een onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen. De onderneming heeft dit recht op grond van een met de onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van de andere onderneming. 4. Een onderneming heeft als aandeelhouder of vennoot van een andere onderneming als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de andere onderneming. 5. Als ondernemingen via een natuurlijk persoon (of groep van natuurlijke personen) aan elkaar verbonden zijn en de activiteiten van deze ondernemingen op dezelfde markt of verwante markten worden uitgeoefend. Van een uitzondering op deze situaties kan sprake zijn als het gaat om een investeerder, zoals een openbare participatiemaatschappij of een risicokapitaalmaatschappij. Deze partij heeft geen overheersende zeggenschap als zij zich niet direct of indirect met het beheer van de betrokken onderneming(en) bemoeit. Overleg altijd met de Delegated body of deze uitzondering van toepassing is. De definitie overheersende zeggenschap (en de uitzonderingen hierop) zijn verder uitgewerkt in de Gebruikersgids bij de definitie van kmo’s*. Als u twijfels of vragen heeft over overheersende zeggenschap kunt u contact opnemen met de Delegated body. *Gebruikersgids voor de toepassing van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie met betrekking tot de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen TOELICHTING BEREKEN DE GRENSWAARDEN Het aantal werkzame personen en de financiële drempels voor de bepaling van de categorieën ondernemingen 1. Tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (KMO’s) behoren ondernemingen waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt. 2. Binnen de categorie KMO’s is een „kleine onderneming” een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijk- se balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt. 3. Binnen de categorie KMO’s is een „micro-onderneming” een onderneming waar minder dan 10 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijk- se balanstotaal 2 miljoen EUR niet overschrijdt. 2. -- 2 of 2 --
- Factsheet-GLB-kennis-en-informatie-2025.pdf · 3 pag.
Toon documenttekst
Factsheet GLB 2023-2027 GLB 2023-2027 Al decennia behoort de Nederlandse landbouw tot de meest innoverende ter wereld. De kostenverlaging, schaalvergroting en productieverhoging heeft de natuur en een leefbaar platteland onder druk gezet. Er is daarom een flinke verandering nodig. Die verandering vraagt veel van agrarische ondernemers, maar ook van andere partijen in plattelandsgebieden. Het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) helpt hierbij. Naast het bevorderen van de ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw, werkt het GLB ook aan het versterken van de leefbaarheid van plattelandsgebieden. Doel subsidie Met deze regeling worden landbouwers ondersteund in hun ontwikkeling naar meer duurzaamheid. Een duidelijk (ontwikkel)perspectief is een belangrijke sleutel om de doelen op het gebied van natuur, water en klimaat en voor de landbouw te kunnen halen. De regeling richt zich specifiek op kennisoverdracht rond drie actuele thema’s: • Landbouwbodems • Wateropgaven • Nieuwe verdienmodellen. Kennisaanbieders kunnen de praktijkkennis die er in Gelderland op deze gebieden al is delen met het liefst zoveel mogelijk andere landbouwers. Kennisoverdracht kan voor meer bewustwording zorgen en uiteindelijk leiden tot duurzame gedragsveranderingen. Waarvoor kan subsidie worden aangevraagd? Subsidie kan worden aangevraagd voor kennisoverdracht aan groepen landbouwers. Bijvoorbeeld door het geven van trainingen, workshops, ondernemerscoaching of voorlichtingsactiviteiten. De activiteiten moeten bijdragen aan minimaal één van de eerder genoemde thema’s en één van de volgende doelen: • ontwikkelen van duurzame verdienmodellen binnen de landbouw, met als resultaat een rendabel inkomen voor landbouwers; • ontwikkelen van een marktrijp concept van een duurzame toegevoegde waardeketen gericht op landbouwproducten, waardoor de positie van de landbouwer in de waardeketen verbetert; • bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen; • bevorderen van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen; • bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten of de instandhouding van habitats of landschappen; • aantrekken en behouden van jonge landbouwers of nieuwe landbouwers of bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden; • bevorderen van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, sociale inclusie of lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden; • inspelen op maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van voedsel en gezondheid of vermindering van Kennis en informatie – Kennisoverdracht (art. 2.10.1 lid 1 onder a) • Openstelling van 30 juni 2025, 09:00 uur tot en met 2 oktober 2025, 17:00 uur • Digitaal indienen via de Webportal van Stimulus Programmamanagement • Totaal beschikbare subsidie: € 1.370.000 • Subsidiepercentage: 80% • Minimale subsidie: € 25.000 • Maximale subsidie: € 124.999,99 • Maximale projectduur: uiterlijk tot en met 30 juni 2028 • Hoofdstuk 2, paragraaf 10 Kennis en informatie van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland • -- 1 of 3 -- Factsheet GLB 2023-2027 de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn of bestrijding van antimicrobiële resistentie. Doelgroep Subsidie kan worden aangevraagd door een kennisaanbieder. Een kennisaanbieder is degene die kennisoverdracht verstrekt en faciliteert aan (andere) landbouwers. Specifieke voorwaarden De specifieke subsidievereisten zijn opgenomen in het openstellingsbesluit en in de Verordening. De subsidieaanvraag moet in elk geval: • een omschrijving bevatten waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over voldoende gekwalificeerde en regelmatig getrainde projectuitvoerders en over middelen om de activiteit succesvol uit te kunnen voeren; • een opgave bevatten van het verwachte aantal deelnemende landbouwers. Hoeveel subsidie kunt u aanvragen? De subsidie is 80% van de subsidiabele kosten van het project. De subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en minder dan € 125.000. Informatie over voor welke kosten u subsidie kunt krijgen staat in artikel 1.8, artikel 1.10 en artikel 2.10.4 van de Verordening en artikel 4 van het openstellingsbesluit. Het ontwikkelen van nieuwe kennis, het aanbieden van kennis van reguliere onderwijsprogramma’s, en de uren van landbouwers die deelnemen aan de georganiseerde activiteiten zijn in elk geval niet subsidiabel. De subsidiabele kosten kunnen op verschillende manieren berekend worden: • zonder vereenvoudigde kostenopties (artikel 1.9a lid 1a, lid 2 en lid 3 van de Verordening) • met vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten (artikel 1.9b van de Verordening); hierbij zijn loonkosten en kosten van eigen arbeid een vast percentage van de overige kosten van het project • met vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten (artikel 1.9c lid 1a en lid 2 van de Verordening); bij deze methode zijn de overige kosten een vast percentage van de loonkosten en kosten van eigen arbeid voor het project • kennisinstellingen kunnen gebruik maken van de integrale kostensystematiek (art. 1.9d van de Verordening) Selectie van projecten op basis van kwaliteit Voor de beoordeling van de projecten wordt een zogenaamde tenderprocedure gevolgd. Hierbij worden de projecten gerangschikt aan de hand van selectiecriteria. Alleen de beste projecten krijgen subsidie. Er wordt gekeken naar mate van effectiviteit, haalbaarheid en efficiëntie. Deze selectiecriteria zijn opgenomen in artikel 7 van het openstellingsbesluit. In bijlage 1 van het openstellingsbesluit is uitgewerkt hoe de criteria worden toegepast. Een project heeft minimaal 33 punten nodig om voor subsidie in aanmerking te komen. Hoe dient u een subsidieaanvraag in? Aanvragen worden digitaal ingediend via de webportal van Stimulus Programmamanagement. Een handleiding voor de webportal vindt u op de website van Stimulus onder documenten of via deze hyperlink. Vul het aanvraagformulier in de webportal volledig in en uploadt alle verplichte bijlagen. Let op! In de webportal logt u via eHerkenning in (betrouwbaarheidsniveau EH2+). Mocht u nog geen eHerkenning hebben, houdt dan rekening met minimaal 2 – 5 werkdagen om dit aan te vragen. Begroting en andere bijlagen bij uw aanvraag Het is belangrijk dat u alle informatie en bijlagen bij uw subsidieaanvraag indient. Verplicht zijn in elk geval een projectplan, documenten ter onderbouwing van de begroting en een kopie van een recent bankafschrift. Er kunnen nog meer bijlagen verplicht zijn. Bekijk in de ‘checklist verplichte bijlagen’ welke bijlagen dat voor uw situatie zijn. U kunt gebruik maken van verschillende formats die op de website van Stimulus staan. NB: Algemene voorwaarden zijn opgenomen in Hoofdstuk 1 (Algemeen) van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland en in de bovenliggende wetgeving waaronder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en Europese Verordeningen. -- 2 of 3 -- Factsheet GLB 2023-2027 Hoe verloopt het proces van aanvraag tot beschikking? Na sluiting van de openstellingsperiode op 2 oktober start de beoordeling van de aanvragen. De projecten worden inhoudelijk en subsidietechnisch beoordeeld. Binnen 22 weken na afloop van de aanvraagperiode ontvangt u een beslissing op uw aanvraag voor subsidie, in de vorm van een beschikking. Belangrijke documenten GLB-regelgeving • Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland • Openstellingsbesluit GLB Kennisoverdracht provincie Gelderland 2025 Documenten • Bijlage A - Format projectplan • Bijlage B - Format Begroting • Bijlage C - Format Verklaring geen financiële moeilijkheden • Bijlage D - Format MKB-verklaring • Bijlage E - Model samenwerkingsovereenkomst • Bijlage F - Format machtiging intermediair • Checklist verplichte bijlagen GLB Demonstratiebedrijven provincie Gelderland 2025 Meer informatie Kijk voor meer informatie op de website www.stimulus.nl/glb-23-27. Voor aanvullende vragen over de regeling kunt u contact opnemen met Stimulus Programmamanagement, via 040 237 5904 of glb@stimulus.nl. Deze factsheet is een samenvatting waar geen rechten aan kunnen worden ontleend. Voor de volledige tekst verwijzen wij naar de Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland. -- 3 of 3 --
Bronnen en actualiteit
“De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en minder dan € 125.000”
Toon brontekst
GLB openstelling Kennis en informatie Gelderland 30 juni De subsidieregeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (glb) voor kennisoverdracht gaat binnenkort open. deze regeling ondersteunt het delen van kennis aan groepen landbouwers. De subsidieregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor kennisoverdracht in de provincie Gelderland gaat binnenkort open. Deze regeling ondersteunt het delen van kennis aan groepen landbouwers. Daarnaast organiseert de provincie Gelderland meerdere bijeenkomsten voor deze en andere regelingen. Zo houden zij u op de hoogte van deze en alle komende GLB-subsidieregelingen in 2025. Met de GLB-regeling voor Kennisoverdracht ondersteunen we vernieuwing naar een slimme en veerkrachtige landbouw. Vanaf 30 juni 2025 kunnen kennisaanbieders of samenwerkingsverbanden van kennisaanbieders subsidie bij de regeling aanvragen. Kennisoverdracht voor groepen landbouwers Met de GLB-subsidieregeling Kennisoverdracht stimuleren we dat kennisaanbieders kennis overdragen aan groepen landbouwers. Dit kan op basis van verschillende thema’s die gericht zijn op landbouwbodems, wateropgaven, innovatie of nieuwe verdienmodellen. Hierbij zijn bijvoorbeeld onderwijs- en onderzoeksinstellingen en bedrijfsadviseurs de initiatiefnemer voor het aanvragen van de subsidie. Coaching, trainingen of demonstraties Het delen van kennis kan op verschillende manieren. Denk bijvoorbeeld aan trainingen of workshops waarbij landbouwers van elkaar leren over nieuwe technieken en bedrijfsprocessen. Of coaching van landbouwers om kennis te delen over innovaties binnen bestaande bedrijfsmodellen en nieuwe verdienmodellen. Ten slotte is demonstratie van nieuwe machines en apparatuur die koplopers al gebruiken ook een voorbeeld van kennisoverdracht. Bijeenkomsten Op 3 juli, 21 en 28 augustus 2025 organiseert Provincie Gelderland informatiebijeenkomsten. Tijdens deze 3 avonden hebben we aandacht voor deze regeling. En andere GLB-regelingen die we in 2025 openstellen. Tijdens de bijeenkomsten vertellen we meer over de inhoud van de regelingen. En is er ruimte om vragen te stellen en met andere aanwezigen kennis te maken. Via het aanmeldformulier kunt u zich aanmelden voor een van de bijeenkomsten. De bijeenkomsten vinden plaats op verschillende locaties in Gelderland. Subsidie bij de regeling Kennisoverdracht aanvragen De regeling voor kennisoverdracht gaat open op 30 juni 2025. En sluit op 2 oktober 2025. Via onze webportal kunt u subsidie aanvragen. Meer informatie over het aanvragen, de voorwaarden en hoe het precies werkt vindt u ook op de website van Stimulus. Een externe adviescommissie beoordeelt de aanvragen. In totaal is er € 1,37 miljoen beschikbaar. Per aanvraag kan minimaal € 25.000 en maximaal € 125.000 subsidie worden aangevraagd. Belangrijke documenten Openstellingsbesluit GLB Kennisoverdracht provincie Gelderland 2025 Factsheet GLB kennis en informatie 2025 Bijlage A – Format projectplan Kennisoverdracht Gelderland 2025 Bijlage B – Format Begroting GLB-23-27 kennis en informatie 2025 Bijlage C – Format Verklaring geen financiële moeilijkheden GLB 2023-2027 Bijlage D – Format MKB-verklaring Bijlage E – Model Samenwerkingsovereenkomst Bijlage F – Format Machtiging intermediair Checklist verplichte bijlagen – Kennis en informatie Gelderland 2025 Menu
Toon brontekst
Belangrijk bericht voor potentiële aanvragers LEADER-gebied De Peel (P4NB773201) – Stimulus Programmamanagement ## Belangrijk bericht voor potentiële aanvragers LEADER-gebied De Peel (P4NB773201) Het budget voor LEADER-gebied De Peel (P4NB773201) is op dit moment in principe zo goed als op. Er kan mogelijk nog wat budget vrijkomen door vrijval, maar die kans is klein.De openstelling staat voorlopig nog open in het portal en op de website. Dit komt doordat Gedeputeerde Staten (GS) nog een formeel besluit moeten nemen over het sluiten van de openstelling. Overweegt u een aanvraag in te dienen? Neem dan vooraf even contact met ons op om de actuele mogelijkheden te bespreken. Menu
Toon brontekst
Openstellingsbesluit GLB Kennisoverdracht provincie Gelderland 2025 Gedeputeerde Staten van Gelderland Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 10 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland (hierna: de Verordening); Besluiten: - vast te stellen het Openstellingsbesluit GLB Kennisoverdracht provincie Gelderland 2025 als bedoeld in paragraaf 10 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland; - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 1.370.000 waarvan 43% uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en 57% uit de provinciale cofinancieringsmiddelen; - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 30 juni 2025 09:00 uur tot en met 2 oktober 2025 17:00 uur; - de volgende nadere regels vast te stellen: Artikel 1 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie wordt verstrekt voor kennisoverdracht aan groepen landbouwers als bedoeld in artikel 2.10.1, eerste lid, onder a van de Verordening. 2.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan: - een van de volgende thema’s: landbouwbodems; wateropgaven; of nieuwe verdienmodellen; en - een van de volgende doelen:ontwikkelen van duurzame verdienmodellen binnen de landbouw, met als resultaat een rendabel inkomen voor landbouwers;ontwikkelen van een marktrijp concept van een duurzame toegevoegde waardeketen gericht op landbouwproducten, waardoor de positie van de landbouwer in de waardeketen verbetert; bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen;bevorderen van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen;bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten of de instandhouding van habitats of landschappen; aantrekken en behouden van jonge landbouwers of nieuwe landbouwers of bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden;bevorderen van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, sociale inclusie of lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden; ofinspelen op maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van voedsel en gezondheid of vermindering van de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn of bestrijding van antimicrobiële resistentie. Artikel 2 Aanvrager 1.. Subsidie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt verstrekt aan kennisaanbieders als bedoeld in artikel 2.10.2 van de Verordening. 2.. Een kennisaanbieder als bedoeld in het eerste lid is degene die kennisoverdracht aan landbouwers verstrekt en faciliteert. Artikel 3 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.10.3 van de Verordening zijn van toepassing. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1.. Voor subsidie komen de kosten, bedoeld in artikel 1.8 van de Verordening, in aanmerking. 2.. De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9a, 1.9b, 1.9c of 1.9d van de Verordening. 3.. Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing. 4.. Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9c van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9c, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing. Artikel 5 Niet subsidiabele kosten Kosten zoals opgenomen in artikel 2.10.4 van de Verordening komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 6 Hoogte subsidie 1.. De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en minder dan € 125.000. 2.. Overeenkomstig artikel 2.10.5, eerste lid, van de Verordening bedraagt de subsidie 80% van de subsidiabele kosten. Artikel 7 Selectie en rangschikking 1.. Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 1 in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria: Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium A | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15 B | Haalbaarheid | 4 | 0-5 | 20 C | Efficiëntie | 4 | 0-5 | 20 Maximaal aantal te behalen punten | 55 2.. Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 1 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid. 3.. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 33 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald. Artikel 8 Voorschot Overeenkomstig artikel 2.10.7 van de Verordening wordt geen voorschot verstrekt. Artikel 9 Verplichtingen 1.. In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening dienen de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk 30 juni 2028 uitgevoerd te zijn. 2.. De rapportageverplichting zoals opgenomen in artikel 2.10.8 van de Verordening is onverminderd van toepassing. Artikel 10 Subsidie-arrangement De regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening zijn van toepassing. Artikel 11 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB Kennisoverdracht provincie Gelderland 2025. Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland, Marjoos van den Berg Teammanager Agrifood Bijlage 1 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria Een onafhankelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 7 van dit openstellingsbesluit. - Effectiviteit De mate van de effectiviteit van de activiteit gaat om de bijdrage die het projectplan levert aan een van de drie thema’s (zie artikel 1, tweede lid, onder a): - landbouwbodems; - wateropgaven; of - nieuwe verdienmodellen. Daarnaast wordt gekeken naar in hoeverre het projectplan bijdraagt aan een van de volgende doelen van het openstellingsbesluit (zie artikel 1, tweede lid, onder b): - ontwikkelen van duurzame verdienmodellen binnen de landbouw, met als resultaat een rendabel inkomen voor landbouwers; - ontwikkelen van een marktrijp concept van een duurzame toegevoegde waardeketen gericht op landbouwproducten, waardoor de positie van de landbouwer in de waardeketen verbetert; - bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen; - bevorderen van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen; - bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten of de instandhouding van habitats of landschappen; - aantrekken en behouden van jonge landbouwers of nieuwe landbouwers of bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden; - bevorderen van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, sociale inclusie of lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden; of - inspelen op maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van voedsel en gezondheid of vermindering van de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn of bestrijding van antimicrobiële resistentie. Bij de beoordeling van de te bereiken doelen van het project wordt ook de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in ogenschouw genomen. Dat bij het criterium "effectiviteit” ook naar het gevraagde subsidiebedrag wordt gekeken, betekent overigens niet dat het criterium rekenkundig (‘impact delen door subsidiebedrag') moet worden uitgelegd. De impact, dus het resultaat van de actie, blijft het leidende element. De mate van effectiviteit wordt bepaald op basis van de samenhang van de volgende aspecten: - De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van het openstellingsbesluit. - Het bereik van de activiteit: Bij bereik gaat het om de omvang van de beoogde doelgroep die potentieel kan mee doen en welke acties ondernomen worden om deze groep te laten mee doen. Dit kan via mond-op-mond, e-mail, sociale media, vakbladen etc. Hierbij wordt gekeken naar het aantal bijeenkomsten, aantal vervolgbijeenkomsten per individuele deelnemer, aantal deelnemers, breedte van de doelgroep van de specifieke actie of acties, aantal contacturen per deelnemer. Tevens wordt rekening gehouden met het type verdienmodel omdat niet alle verdienmodellen voor grote groepen toepasbaar zijn. - In hoeverre is sprake van bekendheid met de kennisbehoefte en in welke mate wordt op deze kennisbehoefte ingespeeld? - De wijze waarop en de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd; onder borging verstaan we dat de kennisoverdracht over activiteiten die zich bewezen hebben niet vluchtig is, maar beklijft bij deelnemers. Dit kan door evaluatie en gesprekken met deelnemers. - Haalbaarheid/ kans op succes De mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt. Haalbaarheid wordt beoordeeld aan de hand van de samenhang van de volgende aspecten: - De kwaliteit van het projectplan: de kwaliteit van een projectplan wordt bepaald door een heldere beschrijving van het probleem en motivatie van de aanpak van activiteiten. Daarnaast bevat een projectplan ook de beheersmatige aspecten zoals tijdsplanning, kosten, menskracht, organisatie, en risico's. Hierbij wordt gekeken naar hoe realistisch het plan is en of relevante partijen bij de ontwikkeling van de kennisoverdrachtsactie betrokken zijn. - De kwaliteit van de kennisaanbieder: onder de kwaliteit van de aanbieder wordt hier verstaan het kennisniveau, waarbij wordt gelet in hoeverre de aanbieder aantoonbaar gekwalificeerd is voor het werk. Daarnaast wordt gekeken naar de mate waarin de aanbieder – gelet op kennis, ervaring en netwerk– kennis en ervaring inbrengt om de specifieke kennisoverdrachtsactie bedoeld in de openstelling te kunnen verzorgen. Uiteindelijk moet het de kennisaanbieder overtuigen van dat deze over voldoende gekwalificeerde en regelmatig getrainde projectuitvoerders beschikt. - De eigen bijdrage van de doelgroep en eventuele derden. De omvang van een eigen bijdrage is een indicatie van de motivatie en daarmee de kans dat de projectdoelen worden gehaald. Bij derden kan onder meer worden gedacht aan onafhankelijke partijen in de keten en kennisinstellingen. - Mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven toepassen. - Efficiëntie De mate van efficiëntie wordt beoordeeld op basis van de verhouding tussen de kosten en de geplande resultaten of prestatie(s) van de kennisaanbieder. Tevens wordt de redelijkheid van de kosten, omvang en tarieven bij inhuur en de omvang van de kosten die niet direct zijn gelinkt aan de kennisoverdracht zelf (zoals voorbereidings- en coördinatiekosten) beoordeeld. Ook het aandeel overhead in relatie tot de andere projectactiviteiten wordt bezien en die afgezet tegen de prestatie(s) van het project. Tot slot wordt gekeken naar de mate van efficiënt gebruik van (bestaande) kennis en arbeid. Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium als volgt plaats: - 0 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in s […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.