Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hardenberg
Gemeente Hardenberg
Voor kindercentra (instellingen) die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden aan kinderen van 2 tot 4 jaar in de gemeente Hardenberg.
Ook bekend als VE
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kindercentra in Hardenberg die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden aan kinderen van 2 tot 4 jaar. Subsidie wordt verleend per peuterplaats op basis van een jaarlijks subsidieplafond dat door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kindercentra (instellingen) die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden aan kinderen van 2 tot 4 jaar in de gemeente Hardenberg.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuterplaatsen peuteropvang
- Subsidie aanvragen voor peuterplaatsen voorschoolse educatie
- Inzicht in subsidieplafonds en verdeelsystematiek
Voorwaarden
- Voor peuterplaatsen peuteropvang: peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag
- Voor peuterplaatsen VE: doelgroeppeuters met indicatie van jeugdarts GGD
- Instelling moet op 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang
- Peuterplaats peuteropvang: 320 uur per jaar, maximaal 48 weken, minimaal 2 dagdelen per week op minstens 2 verschillende dagen
- Peuterplaats VE: 160 uur per half jaar (2-2,5 jaar) of 640 uur per jaar (2,5-4 jaar), maximaal 48 weken
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule HOOFDSTUK I Inleidende bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen HOOFDSTUK II de subsidieverlening Artikel 2 Subsidieabele activiteiten Artikel 3 Bijzondere bepalingen en verplichtingen Artikel 4 Reikwijdte van de subsidieregeling Artikel 5 Weigeringsgronden Artikel 6 Grondslag voor de subsidieberekening Artikel 7 De subsidieaanvraag Artikel 8 Het subsidieplafond Artikel 9 De subsidieverlening Artikel 10 Verantwoording HOOFDSTUK III de subsidievaststelling Artikel 11 De subsidievaststelling HOOFDSTUK IV slot- en overgangsbepalingen Artikel 12 Citeerartikel Artikel 13 Hardheidsclausule Artikel 14 Inwerkingtreding Artikel 15 Overgangsbepaling Ondertekening Bijlage Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR658051 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR658051/1 sluiten SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2021 Geldend van 01-07-2021 t/m heden Intitulé SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2021 Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg; gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Hardenberg 2018; gelet op de wettelijke plicht om met ingang van 2022 een wettelijk bepaald mimimum aantal uren een pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie in te zetten; Besluit: vast te stellen de “subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hardenberg 2021”: HOOFDSTUK I Inleidende bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: 1. Kinderopvang Aanbod voor kinderen van 2 tot 4 jaar vanuit een landelijk geregistreerd kindercentrum in de zin van Wet kinderopvang. 2. Peuteropvang Een ontwikkelingsgericht aanbod voor kinderopvang waarmee op basis van een gericht programma de ontwikkeling van het kind gestimuleerd wordt, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. 3. Voorschoolse educatie (VE) Een aanbod peuteropvang gericht op kinderen van 2 tot 4 jaar oud als bedoeld in artikel 166, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en dat voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd. 4. Peuterplaats peuteropvang Een aanbod peuteropvang gedurende 320 uur per jaar te verdelen over maximaal 48 weken per jaar gedurende minimaal 2 dagdelen per week op ten minste twee verschillende dagen per week. 5. Peuterplaats VE Een aanbod peuteropvang gericht op doelgroep peuters VE van, voor peuters vanaf 2 jaar tot 2,5 jaar, 160 uur per half jaar en, voor peuters vanaf 2,5 tot 4 jaar, 640 uur per jaar, gedurende maximaal 48 weken per jaar, voor kinderen van 2 jaar tot 2,5 jaar te verdelen over minimaal 2 dagen per week en voor kinderen vanaf 2,5 tot 4 jaar te verdelen over minimaal 3 dagen per week, met een maximum van 6 uur per dag. 6. Doelgroeppeuters VE Peuters van 2 tot 4 jaar die in aanmerking komen voor een aanbod voorschoolse educatie op grond van door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde criteria. 7. Voorziening Het aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie zoals een instelling dat op een specifieke locatie aanbiedt. 8. Kalenderjaar Het jaar waar de subsidie betrekking op heeft. 9. Aanvrager Een instelling die peuterplaatsen peuteropvang en/of voorschoolse educatie (VE) aanbiedt en die subsidie aanvraagt voor het kalenderjaar. 10. Instelling De houder van een in het landelijke register kinderopvang geregistreerd kindercentrum waar peuteropvang en/of voorschoolse educatie wordt aangeboden. 11. Forfaitaire bijdrage peuterplaats VE Een bijdrage ter hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders vooraf vastgesteld bedrag. 12. Uurprijs De prijs die volgens de subsidieaanvraag van de aanvrager in rekening wordt gebracht voor een uur peuteropvang en een uur voorschoolse educatie in de peuteropvang. 13. Pedagogisch beleidsmedewerker in de VE Een medewerker zoals bedoeld in art. 2a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie 14. Forfaitaire bijdrage pedagogisch beleidsmedewerker in de VE Een bijdrage ter hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders vooraf vastgesteld bedrag. 15. Ouderbijdrage Een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bijdrage die ouders aan de aanvrager betalen voor gebruik van een peuterplaats peuteropvang of peuterplaats VE. HOOFDSTUK II de subsidieverlening Artikel 2 Subsidieabele activiteiten 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken aan een aanvrager voor een of meer plaatsen peuteropvang. 2. Voor een peuterplaats peuteropvang wordt uitsluitend subsidie verleend voor peuters van ouders die aantoonbaar geen recht op kinderopvangtoeslag op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag) hebben. 3. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken aan een aanvrager voor een of meer plaatsen voorschoolse educatie (VE). 4. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie wordt uitsluiten subsidie verleend voor doelgroep peuters VE die bij aanvang van de voorschoolse educatie beschikken over een indicatie van de jeugdarts van de Jeugdgezondheidszorg van de GGD. Artikel 3 Bijzondere bepalingen en verplichtingen 1. Elke voorziening waarvoor subsidie peuteropvang wordt aangevraagd is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang in de zin van Wet kinderopvang. 2. De aanvrager van een subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang: a. beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze: i. de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten, ii. de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, iii. de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd, iv. de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, v. het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en vi. de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. b. geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij. c. gebruikt voor de peuteropvang een programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. 3. De aanvrager van een subsidie peuterplaatsen voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd. 4. De aanvrager van een subsidie peuterplaatsen peuteropvang stelt voorafgaande aan de plaatsing van de peuter vast of de ouders geen recht op kinderopvangtoeslag hebben en daarmee recht op een peuterplaats peuteropvang. 5. Voor het vaststellen van het recht op kinderopvangtoeslag en het gebruik van een gesubsidieerde peuterplaats peuteropvang zijn ouders verplicht de door burgemeester en wethouders vastgestelde model-verklaring in te vullen en de daarbij benodigde bewijstukken aan te leveren. 6. De instelling die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang ontvangt factureert en int de ouderbijdrage zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders als bepaald in artikel 6, lid 9 en 10 en draagt het bijbehorende risico van dubieuze debiteurenen. 7. De instelling die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang ontvangt sluit met de ouders een overeenkomst voor de peuterplaats waarin rechten en plichten zijn vastgelegd. 8. Peuters van 2,5 jaar en ouder die gebruik maken van een peuterplaats VE zijn verplicht het totale aanbod van 640 uur op jaarbasis te volgen, bij geen volledige deelname is er geen recht op een lagere ouderbijdrage als bedoeld in lid 6 voor een peuterplaats VE. 9. De instelling is verplicht de ouders te stimuleren daadwerkelijk gebruik te maken van de gesubsidieerde plaats peuteropvang en peuterplaats VE en, bij structureel geen gebruik maken van de plaats, de plaatsing te beëindigen. Dit laat onverlet de verplichting van de ouders de ouderbijdrage als bedoeld in lid 6 over de periode dat zij een overeenkomst met de instellingen hebben te betalen. Deze gefactureerde of te factureren ouderbijdrage wordt te allen tijde in mindering gebracht op de vast te stellen subsidie voor de peuterplaats. Artikel 4 Reikwijdte van de subsidieregeling 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen aan: a. instellingen die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden in een voorziening gevestigd in de gemeente Hardenberg. b. instellingen die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden in een voorziening gevestigd buiten de gemeente Hardenberg, indien zij aantoonbaar voor minimaal 35% van het totale aantal peuters in geval van peuteropvang of doelgroep peuters VE deze diensten levert aan peuters afkomstig uit de gemeente Hardenberg, zij kunnen voor het deel van het aanbod dat geleverd wordt aan peuters afkomstig uit de gemeente Hardenberg eveneens voor een subsidie in aanmerking komen; c. Instellingen voor wie artikel 4 lid 1.b van toepassing is komen slechts voor subsidie in aanmerking wanneer zij op 1 januari voorafgaand aan het kalenderjaar, aantoonbaar subsidie ontvangen van de gemeente waar zij gevestigd zijn. d. Een instelling gevestigd in de gemeente Hardenberg die het aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie levert in een voorziening in de gemeente Hardenberg, die voor minimaal 35% van het aantal totale aantal peuters in geval van peuteropvang of doelgroep peuters in geval van voorschoolse educatie deze diensten levert aan peuters van buiten de gemeente Hardenberg wordt voor het deel van het aanbod dat geleverd wordt aan peuters van buiten de gemeente Hardenberg naar rato gekort op de te verlenen en vast te stellen subsidie. De peildatum is 1 januari voorafgaand aan het kalenderjaar. Artikel 5 Weigeringsgronden 1. Onverminderd artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Hardenberg 2018 kan de aanvraag worden afgewezen indien niet wordt voldaan aan de verplichtingen in artikel 3 en 4 van deze subsidieregeling. 2. Aan een instelling die op 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar geen voorziening in de gemeente Hardenberg geregistreerd heeft wordt subsidie geweigerd tenzij het een instelling betreft zoals bedoeld in art. 4 lid 1.b. Artikel 6 Grondslag voor de subsidieberekening 1. De grondslag voor de subsidie peuterplaatsen is het aantal te realiseren bezette peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen VE. 2. Voor een peuterplaats peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 320 op jaarbasis, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.