Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010
Gemeente Leudal
Eigenaren en beheerders van gemeentelijke monumenten, niet-rendabele rijksmonumenten, bijzondere gemeentelijke monumenten en kleine cultuurhistorische relicten in gemeente Leudal
Ook bekend als Subsidieverordening Cultuurhistorisch erfgoed Leudal 2010
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening van gemeente Leudal voor instandhouding van cultuurhistorische monumenten en erfgoed. Richt zich op eigenaren en beheerders van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en kleine cultuurhistorische relicten. Subsidie tot maximaal het ongedekte tekort van subsidiabele kosten.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren en beheerders van gemeentelijke monumenten, niet-rendabele rijksmonumenten, bijzondere gemeentelijke monumenten en kleine cultuurhistorische relicten in gemeente Leudal
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor restauratie van een gemeentelijk monument
- Financiering voor onderhoud van een niet-rendabel rijksmonument
- Steun voor instandhouding van kleine cultuurhistorische relicten
- Bijdrage voor buitengewoon herstel van kerkgebouwen
Voorwaarden
- Subsidie slechts verleend aan eigenaar van het monument
- Werkzaamheden moeten noodzakelijk zijn voor instandhouding van het beschermd monument
- Werkzaamheden moeten sober en doelmatig worden uitgevoerd
- Subsidie kan niet meer bedragen dan het ongedekte tekort
- Geen financiering uit andere gemeentelijke subsidies of steunmaatregelen
- Voor kleine cultuurhistorische relicten: instandhoudingsplan vereist
- Voor buitengewoon herstel kerkgebouwen: bouwkundig inspectierapport en gespecificeerde begroting vereist
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1.2 Bijdragegrondslag Artikel 1.3 Algemene bepalingen inzake aanvraag en beslissing Artikel 1.4 Weigering subsidie Artikel 1.5 Hoofdstuk 2 Facilitaire bijdrage en Planvorming Artikel 2.1 Algemene bepalingen inzake facilitaire bijdragen Artikel 2.2 Signaleren van gebreken van gemeentelijke monumenten Hoofdstuk 3 Subsidie voor Gemeentelijke monumenten Artikel 3.1 Algemene bepalingen inzake subsidiëring van bijzondere onderdelen of objecten Artikel 3.2 Subsidie voor de instandhouding van bijzondere onderdelen of bijzondere objecten Artikel 3.3 Aanvraag en beslissing op de aanvraag voor de instandhouding van bijzondere onderdelen of objecten Artikel 3.4 Aan subsidieverlening voor de instandhouding van bijzondere onderdelen of objecten verbonden voorschriften Artikel 3.5 Vaststelling en uitkering van de subsidie voor de instandhouding van bijzondere onderdelen of objecten Hoofdstuk 4 Niet Rendabele Rijksmonumenten Artikel 4.1 Algemene bepalingen inzake subsidiëring van niet rendabele rijksmonumenten Artikel 4.2 Subsidie voor niet rendabele rijksmonumenten Artikel 4.3 Aanvraag en beslissing op de aanvraag voor niet rendabele rijksmonumenten Artikel 4.4 Aan subsidieverlening van niet rendabele rijksmonumenten verbonden voorschriften Artikel 4.5 Vaststelling en uitkering van de subsidie voor niet rendabele rijksmonumenten Hoofdstuk 5 kleine Cultuurhistorische Relicten Artikel 5.1 Algemene bepalingen inzake subsidiëring van kleine cultuurhistorische relicten Artikel 5.2 Subsidie voor kleine cultuurhistorische relicten Artikel 5.4 Aanvraag en beslissing op de aanvraag subsidiëring van kleine cultuurhistorische relicten Artikel 5.5 Aan subsidieverlening van kleine cultuurhistorische relicten verbonden voorschriften Artikel 5.6 Vaststelling en uitkering van de subsidie voor de instandhouding van kleine cultuurhistorische relicten Hoofdstuk 6 Subsidie voor Buitengewoon Herstel van Kerkgebouwen die niet zijn aanwezen tot Rijksmonument Artikel 6.1 Algemene bepalingen inzake subsidiëring van kerkgebouwen die niet zijn aangewezen tot rijksmonumenten Artikel 6.2 Subsidie voor kerkgebouwen die niet zijn aangewezen tot rijksmonumenten Artikel 6.3 Aanvraag en beslissing op de aanvraag voor buitengewoon herstel van kerkgebouwen die niet zijn aangewezen tot rijksmonument Artikel 6.4 Aan subsidieverlening van buitengewoon herstel van kerkgebouwen die niet zijn aangewezen tot rijksmonument verbonden voorschriften Artikel 6.5 Vaststelling en uitkering van de subsidie voor buitengewoon herstel van kerkgebouwen die niet zijn aangewezen tot rijksmonument Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 7.1 Algemene bepalingen Artikel 7.2 Sanctiebepalingen Artikel 7.3 Overgangs- en slotbepalingen Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR51634 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR51634/1 sluiten Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010 Geldend van 02-12-2010 t/m heden Intitulé Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010 Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1. Deze verordening verstaat onder: a. Gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van de Monumentenverordening Leudal 2007 als zodanig is aangewezen. b. Rijksmonument:monument dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 en is ingeschreven in het ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde register; c. Niet-rendabel rijksmonument:Een rijksmonument dat uit de aard der zaak niet op een rendabele wijze kan worden geëxploiteerd. d. Kleine cultuurhistorische relicten: kleine objecten in de openbare ruimte (zoals kruisen, kapellen, beelden, gedachtenismonumenten, gedenkstenen (o.a. waterstenen), historische straatmeubilair etc.) die beeldbepalend zijn en een hoge geschiedkundige waarde hebben, maar niet dermate bijzonder zijn dat ze voor aanwijzing tot gemeentelijk monument in aanmerking komen. e. Inspectierapport: een indicatief rapport dat de (bouw)technische staat en de gebreken van een monument beschrijft, niet ouder is dan twee jaar en is opgesteld door Stichting Monumentenwacht Limburg of een andere door het college van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen ter zake deskundige instantie of persoon; f. Bijzondere onderdelen: beschermingswaardige onderdelen van een monument: · die in architectonische, bouwhistorische of cultuurhistorische zin bepalend zijn voor de monumentale waarde van het monument; · die niet direct functioneel zijn en/of details bevatten die niet voorkomen in een soortgelijk gebouw of object dat niet is aangewezen tot beschermd monument; · waarvan de instandhouding relatief hoge kosten met zich meebrengt in vergelijking tot de overige instandhoudingskosten van het monument; · waarvan de instandhouding duidelijk hogere kosten met zich meebrengt in vergelijking tot een soortgelijk gebouw of object dat niet is aangewezen tot beschermd monument; · die als zodanig zijn vermeld in de redengevende omschrijving van het monument; g. Bijzonder object: Een gemeentelijk monument dat: · een algemene maatschappelijke functie heeft; · geen economische rendabele gebruiksfunctie heeft en uit de aard der zaak ook na eventuele herbestemming niet op een rendabele wijze kan worden geëxploiteerd; · als zodanig is vermeld in de redengevende omschrijving van het monument; h. Eigenaar: de natuurlijke of de rechtspersoon, die het recht van eigendom of een ander gelijkwaardig zakelijk recht heeft op een beschermd monument; i. Beheerder: een persoon of instantie, die structureel uitvoering geeft (of zal gaan geven) aan het onderhoud van een of meerdere kleine historische relicten; j. Monumentencommissie: de door de gemeenteraad ingestelde commissie, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van de Monumentenwet 1988, met als taak om het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid in het algemeen; k. Onderhoud: periodieke werkzaamheden aan een monument, welke tot doel hebben het in goede staat houden van het monument of onderdeel hiervan, om toekomstig kostbaar herstel te voorkomen of te verminderen; l. Restauratie: werkzaamheden aan een monument, die het normale onderhoud te boven gaan en welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van het monument of onderdelen hiervan; m. Instandhouding: onderhouds- of (kleine) restauratiewerkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede staat te houden dan wel als zodanig in stand te houden én kostbare grootschalige restauraties voorkomen; n. Instandhoudingsplan een plan dat een overzicht bevat van de aard, de omvang en de kosten van voorgenomen instandhoudingswerkzaamheden over een looptijd van 6 jaar; o. Facilitaire bijdrage:de facilitering, of het met raad en daad bijstaan van de monumenteneigenaar bij de instandhouding van het monument; p. Subsidie: een financiële bijdrage die de gemeente levert om de instandhouding van monumenten te bevorderen en/of te verwezenlijken; q. Subsidiabele kosten:de kosten voor (sober en doelmatig) onderhoud, restauratie en instandhouding van een gemeentelijk monument of onrendabele rijksmonumenten; r. Buitengewoon herstel: werkzaamheden aan een kerkgebouw die voor de instandhouding van de bouwkundige structuur van het bouwwerk noodzakelijk zijn en het normale onderhoud te boven gaan. Artikel 1.2 Bijdragegrondslag 1. Het college van burgemeester en wethouders kan subsidie verlenen, voor zover door de gemeenteraad het benodigde budget beschikbaar is gesteld. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan een onderverdeling aanbrengen in de besteding van het bovengenoemde budget voor - restauratie of instandhouding van niet rendabele rijksmonumenten - instandhouding van bijzondere gemeentelijke monumenten of bijzondere onderdelen van gemeentelijke monumenten (niet zijnde kleine gemeentelijke monumenten) - instandhouding van kleine gemeentelijke monumenten en overige kleine objecten (historische relicten, kruizen en kapellen). 3. Subsidie wordt slechts verleend aan de eigenaar van een van de bovengenoemde objecten. 4. De subsidie kan niet meer bedragen dan het ongedekte tekort. 5. Indien een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van een restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden verricht, zijn diens loonkosten niet subsidiabel tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming. 6. Indien restauratie- of instandhoudingskosten op grond van een verzekering worden gedekt, worden de subsidiabele restauratiekosten verminderd met het bedrag dat ontstaat door het bedrag van de verzekeringspenningen te vermenigvuldigen met de breuk die ontstaat door de subsidiabele restauratiekosten te delen door de restauratiekosten. 7. Subsidie wordt slechts verleend voorzover de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het beschermd monument en sober en doelmatig worden uitgevoerd. 8. Een subsidie wordt verleend voor zover de middelen van dat jaar er toe strekken. 9. Het college van burgemeester en wethouders verdelen de beschikbare budgetten in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende informatie is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt en onder voorbehoud dat aan de overige in deze verordening gestelde voorwaarden is of kan worden voldaan. 10. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van dit besluit verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. Artikel 1.3 Algemene bepalingen inzake aanvraag en beslissing 1. Aanvragen, besluiten en andere bestuursrechtelijk gehanteerde termen en begrippen in deze regeling zijn bedoeld in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. In dat verband is het college van burgemeester en wethouders het “bestuursorgaan”, waarbij de subsidieaanvragen moeten worden ingediend en dat beslist op de aanvragen. 2. De aanvraag om subsidie dient schriftelijk te worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders, waarbij gebruik dient te worden gemaakt van de door of vanwege het college van burgemeester en wethouders verstrekte aanvraagformulieren. 3. Het college van burgemeester en wethouders beslist op de aanvraag binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag, tenzij anders in deze verordening is aangegeven. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan de termijn als bedoeld in lid 3 eenmalig met maximaal 13 weken verlengen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld voordat de eerste termijn van 13 weken is verstreken. 5. Indien de a […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.