Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Stadshart Maassluis 2022
Gemeente Maassluis
Voor de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis die activiteiten uitvoert ter bevordering van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone.
Ook bekend als Verordening BI-zone Stadshart Maassluis 2022, BIZ Stadshart Maassluis
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis ter uitvoering van activiteiten gericht op bevordering van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone. De subsidie bedraagt maximaal het jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragenbedrag na aftrek van perceptiekosten. Looptijd 5 jaar (2022-2026).
Voor wie is het bedoeld?
Voor de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis die activiteiten uitvoert ter bevordering van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie voor bedrijveninvesteringszone activiteiten
- Financiering van openbare ruimte en veiligheidsprojecten in bedrijfsgebied
- Ondersteuning economische ontwikkeling lokaal bedrijfsgebied
Voorwaarden
- Subsidie verstrekt aan aangewezen Vereniging BIZ Stadshart Maassluis
- Activiteiten moeten verplicht worden verricht conform uitvoeringsovereenkomst
- Subsidie bedraagt maximaal jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen na aftrek perceptiekosten
- Vereniging moet wijzigingen in financiële situatie en statuten melden aan college
- Algemene Subsidieverordening Maassluis is niet van toepassing
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2022
- Sluit
- 31 dec 2026
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen HOOFDSTUK II BELASTINGBEPALINGEN Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting Artikel 3 Voorwerp van de belasting Artikel 4 Belastingplicht Artikel 5 Maatstaf van heffing Artikel 6 Vrijstellingen Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Artikel 8 Wijze van heffing Artikel 9 Termijnen van betaling Artikel 10 Looptijd belastingheffing Artikel 11 Nadere regels door het college Artikel 12 Kwijtschelding HOOFDSTUK III SUBSIDIEBEPALINGEN Artikel 13 Aanwijzing vereniging Artikel 14 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Artikel 15 Subsidievaststelling Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen Artikel 17 Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen subsidievaststelling HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN Artikel 18. Overgangsrecht Artikel 19. Inwerkingtreding Artikel 20. Citeertitel Ondertekening Bijlage 1: BIZ-plan Stadshart Maassluis 2022-2026 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR668430 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR668430/1 sluiten Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Stadshart Maassluis 2022 Geldend van 01-01-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Stadshart Maassluis 2022 De Raad van de gemeente Maassluis; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021 tot het vaststellen van de tarieven belastingen en heffingen 2022, zaaknummer 228035; gelet op de artikelen 1, eerste, derde en vierde lid, artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste lid, en 7, eerste en vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst van 23 november 2021 gesloten met de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis: besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Stadshart Maassluis 2022 (Verordening BI-zone Stadshart Maassluis 2022) HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. Bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de kaart en adressenlijst zoals die zijn opgenomen in het “BIZ-plan Stadshart Maassluis 2022-2026”. Het“BIZ-plan Stadshart Maassluis 2022-2026” is als bijlage bij deze verordening opgenomen; b. de wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. de vereniging: de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis; e. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Maassluis en de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis op 23 november 2021 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet. HOOFDSTUK II BELASTINGBEPALINGEN Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van: a. de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt; b. de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. c. als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is; 3. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2020 (waardepeildatum 1 januari 2019). 2. Indien met betrekking tot het onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 , met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o. onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. q. opslagruimten, loodsen, geldautomaten en transformatorhuisjes. 2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,12%. Artikel 8 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 10 Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel 11 Nadere regels door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van een BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend. HOOFDSTUK III SUBSIDIEBEPALINGEN Artikel 13 Aanwijzing vereniging De Vereniging BIZ Stadshart Maassluis wordt aangewezen als de vereniging als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.