Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Investeringen 2026

Gemeente Midden-Delfland

Voor stichtingen, verenigingen en andere non-profitorganisaties op het gebied van welzijn die statutair en feitelijk in de gemeente Midden-Delfland zijn gevestigd, tenminste twee jaar zelfstandig opereren en minimaal drie bestuursleden hebben.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Percentage
65%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor welzijnsorganisaties in gemeente Midden-Delfland om te investeren in welzijnsaccommodaties (sport, cultuur, welzijn). Maximaal 35% van subsidiabele investeringskosten. Geen subsidieplafond; aanvragen worden voorgelegd aan gemeenteraad.

Voor wie is het bedoeld?

Voor stichtingen, verenigingen en andere non-profitorganisaties op het gebied van welzijn die statutair en feitelijk in de gemeente Midden-Delfland zijn gevestigd, tenminste twee jaar zelfstandig opereren en minimaal drie bestuursleden hebben.

StichtingVerenigingNon-profitorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Investering in sportaccommodatie uitbreiden
  • Cultureel centrum renoveren
  • Welzijnsaccommodatie verbouwen
  • Activiteitenruimte, kantine of kleedkamer aanleggen

Voorwaarden

  • Aanvrager moet statutair en feitelijk in de gemeente gevestigd zijn
  • Aanvrager moet tenminste twee jaar een zelfstandige stichting, vereniging of instelling zonder winstoogmerk zijn
  • Op moment van aanvraag minimaal drie bestuursleden
  • Investering in niet-gemeentelijke (particuliere) welzijnsaccommodaties
  • Activiteiten: activiteitenruimtes, kantines, kleedkamers en andere onderdelen op sober en doelmatig niveau
  • Investering moet ten goede komen aan inwoners van de gemeente
  • Bijdrage aan maatschappelijke participatie, gezondheidsbevordering, creatieve ontplooiing of lokale sociale/culturele identiteit
  • Geen belemmering voor bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid voor minder validen
  • Kosten van onderhoud, inventaris en gekapitaliseerde zelfwerkzaamheid niet subsidiabel
  • Bij investering >€20.000 minimaal drie offertes vereist

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een stichting of vereniging of non-profitorganisatie
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging
Uw sector/SBI valt onder: welzijn, sport, cultuur
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Midden-Delfland.

Openstellingen en rondes

Ronde 2026Open
Start
1 jan 2026
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
De hoogte van de subsidie is maximaal 35% van de totale subsidiabele investeringskosten.
Subsidieregeling Investeringen 2026
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Investeringen 2026
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland;
    gelet op artikel 3 van de vigerende Algemene subsidieverordening gemeente Midden-Delfland
    overwegende dat het wenselijk is nadere regels te stellen voor de subsidieverlening voor investeringen in welzijnsaccommodaties;
    BESLUIT:
    vast te stellen de subsidieregeling Investeringen 2026.
    
    Artikel 1. Begripsomschrijvingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - ASV: de ten tijde van de subsidieverstrekking of de naderhand (door het bepaalde overgangsrecht) vigerende Algemene Subsidieverordening van de Gemeente Midden-Delfland.
    - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland;
    - gemeente: gemeente Midden-Delfland;
    - investeren: het aankopen, stichten, verbouwen of renoveren van onroerend goed met een welzijnsfunctie;
    - investering: de aankoop, stichting, verbouwing of renovatie van onroerend goed met een welzijnsfunctie;
    - welzijnsaccommodatie: een accommodatie voor sport, cultuur of andere naar het oordeel van het college accommodatie op het gebied van welzijn.
    
    Artikel 2. Doelstelling
    De doelstelling van deze subsidieregeling is om door middel van subsidieverstrekking welzijnsorganisaties in staat te stellen om te investeren in welzijnsaccommodaties.
    
    Artikel 3. Reikwijdte
    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.
    
    Artikel 4. Activiteiten
    Het college verstrekt uitsluitend subsidie voor het investeren in niet-gemeentelijke (particuliere) welzijnsaccommodaties en meer specifiek activiteitenruimtes, kantines, kleedkamers en andere onderdelen van accommodaties op een sober en doelmatig uitvoeringsniveau.
    
    Artikel 5. Doelgroep
    1..
    Het college verstrekt uitsluitend subsidie aan stichtingen, verenigingen of andere non-profitorganisaties op het gebied van welzijn. Hierbij gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
    - de aanvrager is statutair en feitelijk gevestigd in de gemeente;
    - de aanvrager is tenminste twee jaar een zelfstandige stichting, vereniging of andere instelling zonder winstoogmerk;
    - op het moment van de subsidieaanvraag beschikt de aanvragende partij over minimaal drie bestuursleden.
    
    Artikel 6. Hoogte van de subsidie
    De hoogte van de subsidie is maximaal 35% van de totale subsidiabele investeringskosten.
    
    Artikel 7. Subsidieplafond
    Voor subsidies op basis van deze subsidieregeling geldt geen subsidieplafond. Subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden, worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist vervolgens over het beschikbaar stellen van het subsidiebedrag.
    
    Artikel 8. Bevoorschotting
    1..
    Bij een subsidie tot en met € 50.000,- verstrekt het college een voorschot van 90% van de verleende subsidie als de eventueel benodigde omgevingsvergunning is overlegd en er geen aanvullende verplichtingen bij de subsidieverlening worden gesteld.
    2..
    Bij een subsidie van meer dan € 50.000,- wordt een bevoorschottingsschema opgesteld op basis van de bouwplanning en de daarbij behorende financiële planning.
    
    Artikel 9. Bijzondere verplichtingen ten aanzien van de aanvraag
    1..
    Naast de gegevens zoals vastgelegd in de ASV overlegt een aanvrager de volgende gegevens:
    - een afschrift van de oprichtingsakte van de organisatie;
    - de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en het huishoudelijk reglement dan wel andere nader aan te wijzen stukken waaruit de doelstelling van de instelling blijkt;
    - een opgave van de samenstelling van het bestuur op het moment van de subsidieaanvraag.
    2..
    Naast de gegevens zoals vastgelegd in de ASV kan een aanvrager gevraagd worden om de volgende gegevens te overleggen:
    - de exploitatierekeningen over de afgelopen drie jaren en de balans op de laatste dag van het boekjaar, voorzien van een toelichting en een inhoudelijk verslag;
    - een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager bij andere instanties subsidies en/of fondsen heeft aangevraagd.
    - een investeringsplan dat:de investering en de noodzaak daarvan beschrijft in relatie tot de plannen c.q. verwachtinqen op langere termijn van de instelling; de gevolgen aangeeft van de rente- en exploitatielasten; de concrete planning aangeeft van de te verrichten werkzaamheden, inclusief vermoedelijke datum van oplevering; een begroting bevat van de totale investeringskosten, uitgesplitst in: grondkosten; bouwkosten;advieskosten; inrichtingskosten;kosten technische installaties; overige bijkomende kosten.
    3..
    Bedraagt de investering meer dan € 20.000,-, dan moet bij tenminste drie bedrijven een offerte voor de totale investering worden opgevraagd.
    4..
    Bij de aanvraag wordt inzicht gegeven in de mate van zelfwerkzaamheid.
    5..
    Bij de aanvraag wordt inzicht gegeven hoe in de financiering wordt voorzien.
    
    Artikel 10. Toetsingscriteria en maatschappelijke prestaties
    1..
    Aanvragen voor een subsidie in investeringskosten komen in aanmerking voor toekenning wanneer zij naar het oordeel van het college aanwijsbaar ten goede komen aan de inwoners van de gemeente én een bijdrage leveren aan één of meer van de volgende onderwerpen:
    - maatschappelijke participatie en ondersteuning;
    - gezondheidsbevordering, bijvoorbeeld door sport en bewegen;
    - creatieve ontplooiing;
    - in stand houden dan wel versterken van de lokale sociale en culturele identiteit.
    2..
    Het college kan bij de aanvraag aanvullende maatschappelijke prestaties verlangen, zoals:
    - het minimum aantal lokale inwoners dat de organisatie bedient;
    - de mogelijkheid tot multifunctioneel (mede)gebruik;
    - de bijdrage die geleverd moet worden aan toegankelijkheid, bereikbaarheid en bruikbaarheid voor kwetsbare groepen.
    3..
    De investering levert geen belemmering op ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid voor minder validen.
    4..
    Het college kan organisaties met een te groot aantal deelnemers of leden buiten de gemeente uitsluiten.
    5..
    Het college weegt urgentie, proportionaliteit, soberheid en doelmatigheid van de investering mee.
    6..
    De kosten van (achterstallig) onderhoud, inventaris en gekapitaliseerde zelfwerkzaamheid zijn niet subsidiabel.
    
    Artikel 11. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule
    Het college kan één of meer bepalingen uit deze regeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.
    
    Artikel 12. Slotbepalingen
    1..
    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.
    2..
    Per 1 januari 2026 wordt de Subsidieregeling Investeringen 2017 ingetrokken.
    3..
    Deze regeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Investeringen 2026 ".
    Aldus besloten in de collegevergadering van 11 november 2025,
    drs. M.A.I. Born
    gemeentesecretaris
    drs. F.I. Noordermeer- van Slageren
    burgemeester

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.