Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang sociaal-medische indicatie gemeente Midden-Drenthe 2025
Gemeente Midden-Drenthe
Ouders in gemeente Midden-Drenthe met een sociaal-medische indicatie (lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking bij ouder of kind) die kinderopvang noodzakelijk maakt en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Ook bekend als Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang gemeente Midden-Drenthe 2025
Waar is deze subsidie voor?
Tegemoetkoming in kinderopvangkosten voor ouders met een sociaal-medische indicatie die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. De subsidie wordt berekend op basis van jaarinkomen en is gebaseerd op de tabel kinderopvangtoeslag, met een maximum van vier dagdelen per week.
Voor wie is het bedoeld?
Ouders in gemeente Midden-Drenthe met een sociaal-medische indicatie (lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking bij ouder of kind) die kinderopvang noodzakelijk maakt en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik ben ouder met een beperking en heb hulp nodig bij kinderopvang
- Mijn kind heeft een beperking en heeft speciale opvang nodig
- Ik kom niet in aanmerking voor reguliere kinderopvangtoeslag
Voorwaarden
- Ouder moet behoren tot doelgroep met sociaal-medische indicatie
- Ouder mag niet zelf in kinderopvang kunnen voorzien
- Kinderopvang moet zijn ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Ouder moet in gemeente Midden-Drenthe wonen
- Aanvraag moet schriftelijk gebeuren met offerte of contract van kindercentrum/gastouderbureau
- Aanvraag moet jaarlijks opnieuw worden ingediend
- Maximaal vier dagdelen per week, tenzij uitzondering op basis van artikel 17
Zo vraagt u aan
Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.
Stappen
- Vul het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier in
- Dien de aanvraag in met alle vereiste gegevens en documenten
Benodigde documenten
- Offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau met aantal uren kinderopvang per maand, kostprijs per uur en aanvangsdatum
- Machtiging voor rechtstreekse betaling van de gemeentelijke subsidie aan de kinderopvangorganisatie
Aan te leveren gegevens
- Naam, adres en BSN van de ouder
- Naam en BSN van de partner (indien van toepassing) en adres van partner (indien anders dan ouder)
- Naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen
- Gegevens of verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de doelgroep
- Overige gegevens die het college nodig acht
Aanvraag moet mede ondertekend worden door de partner indien de aanvrager een partner heeft.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2025
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule 1. Algemene bepalingen Artikel Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Subsidie 2 . Doelgroep van de subsidie Artikel Artikel 3 Doelgroep 3 . Aanvraag van de subsidie Artikel Artikel 4. Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 4. Verlening van de subsidie Artikel Artikel 5. Hoogte van de subsidie Artikel 6. Duur en omvang van verlening van de subsidie Artikel 7. Beslistermijn Artikel 8. Weigeringsgrond Artikel 9. Inhoud van de beschikking Artikel 10. De bevoorschotting van de subsidie 5. Vaststelling van de subsidie Artikel Artikel 11. Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 12. Terugvordering, verrekening en invordering 6. Verplichtingen van de ouder Artikel Artikel 13. Inlichtingenplicht Artikel 14. Onjuiste gegevens en onvoldoende medewerking Artikel 15. Bewaarplicht 7. Slotbepalingen Artikel Artikel 16. Gevallen waarin de nadere regels niet voorzien Artikel 17. Inwerkingtreding Artikel 18. Citeertitel Artikel Ondertekening TOELICHTING Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR730349 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR730349/1 sluiten Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang gemeente Midden-Drenthe 2025 Geldend van 01-01-2025 t/m heden Intitulé Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang gemeente Midden-Drenthe 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe; gelet op: • de artikelen 1.6 en 1.13 van de Wet kinderopvang, • en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Midden-Drenthe; overwegende dat het college op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang aan doelgroepouders een tegemoetkoming kan verstrekken in aanvulling op de kinderopvangtoeslag; besluit: de volgende regeling vast te stellen, Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang gemeente Midden-Drenthe 2025 1. Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze nadere regels en daarop berustende regelingen wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Midden-Drenthe; de wet: de Wet kinderopvang (hierna Wko); Algemene bijstand: een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Anw; Ouder: de ouder zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Kind: het kind zoals omschreven in artikel 4 Awir; Vreemdeling: hetgeen daar onder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; Niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a Participatiewet; Kinderopvang: kinderopvang zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Kindercentrum: kindercentrum zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Gastouderopvang: gastouderopvang zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Toetsingsinkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 8, lid 1 Awir; Berekeningsjaar: het jaar zoals omschreven in artikel 2, lid 1 sub b Awir. Artikel 2 Subsidie 1. De subsidie is een waarderingssubsidie in de zin van de Algemene subsidieverordening Midden-Drenthe. 2. De Algemene subsidieverordening Midden-Drenthe is van toepassing voor zover daar in deze nadere regels niet van wordt afgeweken. 2. Doelgroep van de subsidie Artikel 3 Doelgroep In aanmerking voor een vergoeding voor de eigen bijdrage kosten kinderopvang komt: a. de ouder die algemene bijstand ontvangt of een niet-uitkeringsgerechtigde ouder, die door het college wordt ondersteund bij arbeidsinschakeling waarbij deze ondersteuning een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. b. de ouder die tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten en die aanvullende algemene bijstand ontvangt, waarbij het verrichten van deze arbeid een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. c. de ouder die tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten en een inkomen heeft dat gelijk is aan de bijstandsnorm, waarbij het verrichten van deze arbeid een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. d. de ouder die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, algemene bijstand ontvangt en schoolgaand is waarbij deze situatie een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. e. de ouder die een opleiding volgt en ingeschreven staat bij een school of instelling als omschreven in artikel 1.13, lid 1, onderdeel j van de Wko, waarbij deze opleiding een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. f. de ouder die een inburgeringstraject volgt en een partner heeft met inkomen uit arbeid niet hoger of gelijk aan de bijstandsnorm waarbij het verrichten van dit traject en deze arbeid een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. g. de ouder die algemene bijstand ontvangt, die door het college gevraagd is om een tegenprestatie te leveren als bedoeld in de Participatiewet, waarbij deze activiteit een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang met zich meebrengt. 3. Aanvraag van de subsidie Artikel 4. Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1. Een aanvraag voor een subsidie in de kosten van kinderopvang bevat: a. naam, adres en BSN van de ouder; b. indien van toepassing: naam en BSN van de partner en, als dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; c. naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde subsidie betrekking heeft; d. een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval per kind wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per maand, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; e. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 3 van deze nadere regels; f. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de subsidie. g. een machtiging voor rechtstreekse betaling van de gemeentelijke subsidie aan de kinderopvangorganisatie. 2. Voor de aanvraag wordt gebruikgemaakt van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3. Indien de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. 4. Verlening van de subsidie Artikel 5. Hoogte van de subsidie 1. De vergoeding wordt berekend aan de hand van het toetsingsinkomen en het percentage zoals opgenomen is in de Kinderopvangtoeslagtabel voor het betreffende berekeningsjaar, zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag; 2. Met de berekening van de hoogte van de subsidie wordt rekening gehouden met de maximale prijs per uur en het maximum aan opvanguren per maand zoals opgenomen in de artikelen 4, 8 en 8a van het Besluit kinderopvangtoeslag; 3. De kosten die de maximaal vastgestelde kostprijs per uur en het maximum aan opvanguren per maand te boven gaan, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. 4. De kosten die door een gastouderbureau in rekening worden gebracht bij de ouder of de gastouder, niet zijnde de kosten van gastouderopvang, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. Artikel 6. Duur en omvang van verlening van de subsidie 1. De subsidie wordt verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Indien aangevraagd is na de ingangsdatum van de kinderopvang, dan kan de subsidie worden verleend voor de kosten die zijn gemaakt in de periode tot drie maanden voor de datum van de aanvraag. 2. De subsidie wordt verleend per kalenderjaar. 3. In afwijking van het vorige lid kan het college de subsidie voor een andere periode verlenen. 4. Het college verstrekt de subsidie voor het aantal uren kinderopvang per maand dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is. Hierbij wordt rekening gehouden met de aantoonbare mogelijkheden van de aanvrager om zelf in kinderopvang te voorzien of met een passende voorziening waar de ouder redelijkerwijs gebruik van zou kunnen maken. Artikel 7. Beslistermijn 1. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2. Het college kan de in het vorige lid bedoelde beslistermijn met ten hoogste twee weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk en gemotiveerd in kennis. Artikel 8. Weigeringsgrond Het college weigert de subsidie als: 1. de aanvrager niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 3 van deze nadere regels; 2. de aanvrager aantoonbaar zelf in kinderopvang kan voorzien of als er een andere passende voorziening is waar een beroep op gedaan kan worden; 3. de aanvrager een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijft en als gevolg daarvan geen aanspraak heeft op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen op grond van een beschikking van een bestuursorgaan (artikel 10 lid 1 Vreemdelingenwet 2000); 4. gebruik wordt gemaakt van opvang die niet is opgenomen in het register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.47b Wko; 5. de aanvrager niet in de gemeente Midden-Drenthe woont; 6. er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 4:35 Awb. Artikel 9. Inhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een subsidie in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: a. de vaststelling dat de ouder tot de doelgroep behoort; b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; d. de periode en de omvang van de kinderopvang per maand waarvoor de subsidie wordt verleend; e. de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt bepaald; f. de hoogte van de subsidie; g. de wijze waarop de subsidie wordt uitbetaald; h. de verplichtingen van de ouder. Artikel 10. De bevoorschotting van de subsidie 1. De subsidie wordt in de vorm van een voorschot verstrekt in maandelijkse termijnen. 2. De subsidie wordt overgemaakt naar de kinderopvangorganisatie. 5. Vaststelling van de subsidie Artikel 11. Verantwoording en vaststelling van de subsidie 1. Voor het vaststellen van deze subsidie is in alle gevallen een verantwoording noodzakelijk, in tegenstelling tot artikel 21 van de Algemene subsidieverordening Midden-Drenthe. 2. De aanvrager levert ter verantwoording van de subsidie de jaaropgave(n) van de kinderopvang aan over de periode van toekenning. 3. Na afloop van de periode waarover een subsidie is toegekend, stelt het college, na ontvangst van alle benodigde gegevens, binnen acht weken de subsidie ambtshalve vast. Artikel 12. Terugvordering, verrekening en invordering 1. Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen van de ouder, indien: • de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; • de ouder niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; • de ouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; • de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ouder dit wist of behoorde te weten. 2. Het college kan de vordering verrekenen met een voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak. Uitgangspunt is dat indien mogelijk wordt overgegaan tot verrekening, tenzij het college een andere wijze van invorderen meer geschikt acht. 3. Bedragen tot € 100,- per k […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule 1. Algemene bepalingen Artikel Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Subsidie 2. Doelgroep van de subsidie Artikel Artikel 3. Doelgroep 3. Aanvraag van de subsidie Artikel Artikel 4. Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 4. Verlening van de subsidie Artikel Artikel 5. Hoogte van de subsidie Artikel 6. Duur en omvang van verlening van de subsidie Artikel 7. Beslistermijn Artikel 8. Weigeringsgrond Artikel 9. Inhoud van de beschikking Artikel 10. De bevoorschotting van de subsidie 5. Vaststelling van de subsidie Artikel Artikel 11. Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 12. Terugvordering, verrekening en invordering 6. Verplichtingen van de ouder Artikel Artikel 13. Inlichtingenplicht Artikel 14. Onjuiste gegevens en onvoldoende medewerking Artikel 15. Bewaarplicht 7. Beëindiging nadere regels Artikel Artikel 16. Beëindiging nadere regels 8. Slotbepalingen Artikel Artikel 17. Gevallen waarin de nadere regels niet voorziet Artikel 18. Inwerkingtreding Artikel 19. Citeertitel Artikel Ondertekening TOELICHTING Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR730351 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR730351/1 sluiten Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang sociaal-medische indicatie gemeente Midden-Drenthe 2025 Geldend van 01-01-2025 t/m heden Intitulé Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang sociaal-medische indicatie gemeente Midden-Drenthe 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe; gelet op: • artikel 1.6 lid 1, eerste volzin en onder k. en l. Wet kinderopvang, en; • artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Midden-Drenthe; overwegende dat het ondersteunen van ouders met een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang vanwege sociale dan wel medische omstandigheden weliswaar geregeld wordt in de Wet kinderopvang, maar dat deze regeling niet in werking is getreden en het verlenen van ondersteuning in die gevallen wel gewenst is; besluit: de volgende regeling vast te stellen: Nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang sociaal-medische indicatie gemeente Midden-Drenthe 2025 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze nadere regels en daarop berustende regelingen wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Midden-Drenthe; de wet: de Wet kinderopvang (hierna Wko); Awir: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; Sociaal-medische indicatie: een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking bij de ouder of het kind, die kinderopvang noodzakelijk maakt; Ouder: de ouder zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Kind: het kind zoals omschreven in artikel 4 Awir; Vreemdeling: hetgeen daar onder wordt verstaan in de Vreemdelingewet 2000; Kinderopvang: kinderopvang zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Kindercentrum: kindercentrum zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Gastouderopvang: gastouderopvang zoals bedoeld in artikel 1.1 Wko; Toetsingsinkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 8, lid 1 Awir; Berekeningsjaar: het jaar zoals omschreven in artikel 2, lid 1 sub b Awir. Artikel 2. Subsidie a. De subsidie is een waarderingssubsidie in de zin van de Algemene subsidieverordening Midden-Drenthe. b. De Algemene subsidieverordening is van toepassing voor zover daar in deze nadere regels niet van wordt afgeweken. 2. Doelgroep van de subsidie Artikel 3. Doelgroep 1. In aanmerking voor een subsidie voor kosten kinderopvang komen ouders waarvoor een noodzaak tot kinderopvang of naschoolse opvang is vastgesteld als gevolg van de sociale of medische omstandigheden van ouder en/of kind en deze ouders op grond van de wet kinderopvang (Wko) geen recht hebben op een kinderopvangtoeslag. 2. Het college houdt rekening met de mogelijkheden van de aanvrager om zelf in kinderopvang te voorzien en met een andere passende (voorliggende) voorziening waar de ouder redelijkerwijs gebruik van zou kunnen maken. 3. Het college kan ter onderbouwing van de sociaal-medische indicatie onafhankelijk advies inwinnen. 3. Aanvraag van de subsidie Artikel 4. Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1. Een aanvraag voor een subsidie in de kosten van kinderopvang bevat: a. naam, adres en BSN van de ouder; b. indien van toepassing: naam en BSN van de partner en, als dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; c. naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde bijdrage betrekking heeft; d. een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval per kind wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per maand, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; e. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 3 van deze nadere regels; f. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de bijdrage; g. een machtiging voor rechtstreekse betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de kinderopvangorganisatie. 2. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt wordt van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3. Indien de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. 4. Verlening van de subsidie Artikel 5. Hoogte van de subsidie 1. Voor de bepaling van de hoogte van de subsidie wordt de tabel gebruikt voor het betreffende berekeningsjaar, zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag. 2. Op basis van deze tabel wordt van de ouders een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang gevraagd afhankelijk van het toetsingsinkomen. 3. Voor ouders die een bijstandsuitkering ontvangen of die gebruikmaken van een aantoonbare minnelijke of wettelijke schuldregeling worden de volledige kosten van de kinderopvang vergoedt, tot maximaal het bedrag zoals beschreven in artikel 5, lid 4. 4. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal de vastgestelde kostprijs per uur en het maximaal aantal uren opvang per maand zoals opgenomen in artikel 4, artikel 8 en artikel 8a van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij geldt dat de subsidie slechts kan worden berekend over de uren die op niet meer dan vier dagdelen per week worden afgenomen. 5. De kosten die door een gastouderbureau in rekening worden gebracht bij de ouder of de gastouder, niet zijnde de kosten van gastouderopvang, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. Artikel 6. Duur en omvang van verlening van de subsidie 1. De subsidie wordt verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Indien aangevraagd is na de ingangsdatum van de kinderopvang, dan kan de subsidie worden verleend voor de kosten die zijn gemaakt in de periode tot drie maanden voor de datum van de aanvraag. 2. De subsidie wordt verleend per kalenderjaar, tenzij de indicatie voor een kortere periode is afgegeven. 3. In afwijking van het vorige lid kan het college de subsidie voor een andere periode verlenen. Artikel 7. Beslistermijn 1. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2. Het college kan de in het vorige lid bedoelde beslistermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 8. Weigeringsgrond 1. Het college weigert de subsidie als: a. de aanvrager niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 3 van deze nadere regels; b. de aanvrager aantoonbaar zelf in kinderopvang kan voorzien of als er een andere passende voorziening is waar een beroep op gedaan kan worden; c. de aanvrager een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijft en als gevolg daarvan geen aanspraak heeft op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen op grond van een beschikking van een bestuursorgaan (artikel 10 lid 1 Vreemdelingenwet 2000); d. gebruik wordt gemaakt van opvang die niet is opgenomen in het register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.47a Wko; e. de aanvrager niet in de gemeente Midden-Drenthe woont; f. er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 4:35 Awb. 2. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: a. Wet kinderopvang b. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten c. Jeugdzorg d. Persoonsgebonden budget e. Medisch kinderdagverblijf f. Voorschoolse educatie g. Peuteropvang h. De nadere regels subsidiëring kosten kinderopvang 2025 i. De Wet maatschappelijke ondersteuning Artikel 9. Inhoud van de beschikking 1. Het besluit tot verlening van een subsidie in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: a. de vaststelling dat de ouder tot de doelgroep behoort; b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; d. de periode en de omvang van de kinderopvang per maand waarvoor de subsidie wordt verleend; e. de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt bepaald; f. de hoogte van het bedrag van de subsidie; g. de wijze waarop de subsidie wordt uitbetaald; h. de verplichtingen van de ouder 2. Het besluit bevat tevens een motivering van de noodzakelijkheid waaruit tenminste blijkt: a. of er al dan niet sprake is van een indicatie; b. wat de geldigheidsduur van de indicatie is; c. wie de geïndiceerde personen zijn. Artikel 10. De bevoorschotting van de subsidie 1. De subsidie wordt in de vorm van een voorschot verstrekt in maandelijkse termijnen. 2. De subsidie wordt overgemaakt naar de kinderopvangorganisatie. 5. Vaststelling van de subsidie Artikel 11. Verantwoording en vaststelling van de subsidie 1. Voor het vaststellen van deze subsidie is in alle gevallen een verantwoording noodzakelijk, in tegenstelling tot artikel 21 van de Algemene subsidieverordening Midden-Drenthe. 2. De aanvrager levert ter verantwoording van de subsidie de jaaropgave(n) van de kinderopvang en een inkomensverklaring (IB60-formulier) aan over de periode van toekenning. 3. Na afloop van de periode waarover een subsidie is toegekend, stelt het college, na ontvangst van alle benodigde gegevens, binnen acht weken de subsidie ambtshalve vast. Artikel 12. Terugvordering, verrekening en invordering 1. Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen van de ouder, indien: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; b. de ouder niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de ouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ouder dit wist of behoorde te weten. 2. Het college kan de vordering verrekenen met een voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak. Uitgangspunt is dat indien mogelijk wordt overgegaan tot verrekening, tenzij het college een andere wijze van invorderen meer geschikt acht. 3. Bedragen tot € 100,- per kalenderjaar worden niet teruggevorderd (kruimelbedrag). 6. Verplichtingen van de ouder Artikel 13. Inlichtingenplicht 1. De ouder of partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging mededeling van alle inlichtingen en gegevens die redelijkerwijs van […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.