Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen
Gemeente Neder-Betuwe
Voor de organisatie die door de gemeente Neder-Betuwe is aangewezen voor de exploitatie van de veerdienst tussen Opheusden en Wageningen.
Waar is deze subsidie voor?
Nadere regel voor subsidie aan de exploitant van de veerdienst tussen Opheusden en Wageningen. De regeling bevat bepalingen voor de exploitatierekening, personele bezetting, investeringen en afschrijvingen. Doelgroep is de aangewezen exploitant van de veerdienst als DAEB.
Voor wie is het bedoeld?
Voor de organisatie die door de gemeente Neder-Betuwe is aangewezen voor de exploitatie van de veerdienst tussen Opheusden en Wageningen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil subsidie aanvragen voor de exploitatie van een veerdienst
- Ik ben exploitant van een veerverbinding en wil weten welke kosten ik mag declareren
- Ik wil inzicht in de voorwaarden voor investeringen in een veerdienst
Voorwaarden
- Exploitant moet door de gemeente zijn aangewezen
- Veerdienst moet reguliere overzetdienst zijn voor personen, (brom)fietsen en gemotoriseerd verkeer tussen Opheusden en Wageningen
- Bedrijfskleding maximaal € 390 per persoon per jaar (prijspeil 2025)
- Onderhoud veerwegen maximaal € 2.035 per km (prijspeil 2025)
- Administratie- en bankkosten maximaal 5% van personeels- en exploitatiekosten
- Ondernemersrisico bedraagt 8% van de veeropbrengst
- Kleine investeringen tot € 3.904 (prijspeil 2010) kunnen als bedrijfskosten worden verantwoord
- Investeringen boven € 3.904 (prijspeil 2025) dienen te worden geactiveerd en afgeschreven
- Investeringen boven € 20.000 moeten aan de gemeente worden gemeld voor medebeoordeling
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“De hoogte van de subsidie is maximaal 50% van het exploitatietekort.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 begripsomschrijving Artikel 2 Algemene subsidieverordening Artikel 3 Doelgroep subsidie Artikel 4 Doel subsidie Artikel 5 Voorwaarden/toetsingskader subsidie Artikel 6 Beschikbaarheid en hoogte van de subsidie Artikel 7 De aanvraag en verantwoording Artikel 8 Voorwaarden en verplichtingen Artikel 9 Staatssteun en DAEB-kader Artikel 10 Hardheidsclausule Artikel 11 Slotbepalingen Ondertekening Bijlage Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen (zoals bedoeld in artikel 6 en 7) Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744477 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744477/2 sluiten Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen Geldend van 18-04-2026 t/m heden Intitulé Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen Burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe; gelet op artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 Algemene subsidieverordening Neder-Betuwe 2026, besluiten vast te stellen de volgende regeling: “Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen” Artikel 1 begripsomschrijving 1. Veerdienst: de reguliere overzetdienst voor personen, (brom)fietsen en gemotoriseerd verkeer tussen Opheusden en Wageningen over de Nederrijn. 2. DAEB: Dienst van Algemeen Economisch Belang, zoals bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). 3. Aanbieder: de organisatie die door de gemeente is aangewezen voor de exploitatie van de veerdienst als DAEB. Artikel 2 Algemene subsidieverordening Deze nadere regel is een nadere regel in de zin van artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Neder-Betuwe 2026. De Algemene subsidieverordening Neder-Betuwe 2026 is van toepassing. Artikel 3 Doelgroep subsidie Subsidie op grond van deze nadere regel wordt uitsluitend verstrekt aan de aanbieder van de veerdienst die door het college is aangewezen als DAEB. Artikel 4 Doel subsidie Het doel van deze subsidie is het in stand houden van de veerverbinding tussen Opheusden en Wageningen. Dit is een integrale openbare vervoersvoorziening voor de bewoners van het desbetreffende gebied. Het dient de noodzakelijke mobiliteit in de regio, ter ontlasting van het omringende wegennet en het terugdringing van congestie, en bovendien milieubelastende uitstoot van uitlaatgassen vermindert en een kortere route biedt, met name voor fietsers. Artikel 5 Voorwaarden/toetsingskader subsidie Voor subsidie komen in aanmerking de activiteiten die direct verband houden met de exploitatie van de veerdienst, zoals: a. dagelijkse bedrijfsvoering van de veerdienst; b. noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan het vaartuig en aanmeerlocaties; c. inzet van personeel voor de bediening van de veerdienst; d. kapitaallasten (afschrijvingskosten en rentekosten); e. overige kosten (administratie/bankkosten, verzekering); f. ondernemersrisico. Artikel 6 Beschikbaarheid en hoogte van de subsidie 1. Subsidie wordt slechts verleend voor zover in de gemeentelijke begroting, die jaarlijks door de gemeenteraad in november wordt vastgesteld, voldoende financiële middelen beschikbaar zijn gesteld voor de subsidie van het veer. 2. De subsidie mag niet leiden tot overcompensatie. 3. In de begroting is geld gereserveerd onder het taakveld openbaar vervoer 4. De hoogte van de subsidie is maximaal 50% van het exploitatietekort. 5. Voor het berekenen van het exploitatietekort dient bijlage 1 bij deze nadere regel te worden toegepast. Met toestemming van de gemeente kan hier op onderdelen gemotiveerd van afgeweken worden. Artikel 7 De aanvraag en verantwoording 1. De subsidieaanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Deze verplichting geldt vanaf het subsidiejaar 2026. 2. Bij de aanvraag worden ten minste de volgende stukken overgelegd: a. een exploitatiebegroting van de veerdienst voor het betreffende subsidiejaar; b. een overzicht van verwachte inkomsten uit kaartverkoop en andere bronnen; c. een toelichting op de aangevraagde subsidie. 3. De subsidieontvanger dient m.i.v. het subsidiejaar 2025 uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar een verantwoording in, bestaande uit: a. een jaarrekening met accountantsverklaring; b. een toelichting op de jaarrekening, waarbij voor alle posten die meer dan 10% afwijken van de begroting een toelichting wordt gegeven; c. uit a en b moet blijken dat de ontvangen subsidie volledig is aangewend voor de uitvoering van de DAEB. 4. Bij het opstellen van de exploitatiebegroting en jaarrekening en de bijbehorende toelichtingen dient bijlage 1 bij deze nadere regel te worden toegepast. Met toestemming van de gemeente kan hier op onderdelen gemotiveerd van afgeweken worden. Artikel 8 Voorwaarden en verplichtingen 1. De subsidieontvanger is verplicht: a. de veerdienst uit te voeren conform de eisen van goed ondernemerschap b. de continuïteit van de veerdienst te waarborgen gedurende de afgesproken looptijd; c. het college onverwijld te informeren over omstandigheden die de uitvoering van de veerdienst in gevaar kunnen brengen. d. minimaal twee keer per jaar overleg te voeren met de gemeente over de terugdringing van het exploitatietekort en actief mee te werken aan afgesproken acties die hieruit voortkomen. 2. De subsidieontvanger mag de veerdienst in het subsidiejaar niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college wijzigen, opschorten of staken. Tijdelijke dringende omstandigheden, zoals extreem hoog of laag water zijn hiervan uitgezonderd. 3. Het college kan nadere voorschriften opleggen met betrekking tot de uitvoering van de DAEB. Artikel 9 Staatssteun en DAEB-kader 1. Deze subsidie betreft compensatie voor de uitvoering van een DAEB in de zin van artikel 106, tweede lid, VWEU. 2. De aanwijzing van de veerdienst als DAEB is vastgelegd in een afzonderlijk besluit van het college. 3. De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 inzake de toepassing van artikel 106, tweede lid, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbaredienstverplichtingen (2012/21/EU) en de regels zoals opgenomen in paragraaf 4.13 van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023. 4. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de uitvoering van de DAEB en niet voor andere (commerciële) activiteiten van de subsidieontvanger. Artikel 10 Hardheidsclausule In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regel, beslist het college. Artikel 11 Slotbepalingen 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 2. De subsidieregeling wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 9 september 2025 Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, Nicolien de Geus – de Bruijn de burgemeester, Jan Kottelenberg Bijlage Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen (zoals bedoeld in artikel 6 en 7) A.EXPLOITATIEREKENING PERSONEEL De vaartijden vormen de basis voor de personele bezetting en het is dan ook belangrijk om hier kritisch naar te kijken. Tot de vaartijden dient ook gerekend te worden de tijd welke benodigd is voor het dagelijks opstarten en afmeren, maximaal een half uur per dag. De spitsuren zijn van belang indien tijdens deze uren extra personeel wordt ingezet. Bij een vrij varende pont dient uitgegaan te worden van een bezetting van twee personen. Een voorbeeld voor het berekenen van de personele bezetting is hierna opgenomen. Bij dit voorbeeld is uitgegaan van een minimale bezetting van één persoon. Indien de exploitant zelf meewerkt, dan maakt zijn formatieruimte deel uit van de totale personele bezetting. Een formulier voor het berekenen van de personele bezetting is als bijlage 4 opgenomen. Voorbeeld berekening personele bezetting In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een kabelveer en van de volgende vaartijden: zomertijd maandag t/m zaterdag 6.30 tot 21.00 uur zondag 9.00 tot 20.00 uur spitsuren maandag t/m vrijdag 7.00 tot 9.00 uur en 16.00 tot 18.00 uur wintertijd maandag t/m zaterdag 6.30 tot 20.00 uur zondag 9.00 tot 19.00 uur spitsuren maandag t/m vrijdag 7.00 tot 9.00 uur en 16.00 tot 18.00 uur Per dag worden de vaartijden uitgebreid met een half uur voor het opstarten en afmeren. De gegevens van dit voorbeeld zijn hierna verwerkt op het formulier voor de berekening van de personeelsformatie. BEDRIJFSKLEDING Indien bedrijfskleding wordt verstrekt, mogen de werkelijke kosten worden opgenomen tot een maximum van € 390,-- (prijspeil 2025) per persoon per jaar. REIS- EN VERBLIJFKOSTEN De kosten van woon- werkverkeer dienen gebaseerd te worden op de tarieven voor openbaar vervoer, alsmede redelijke kosten voor noodzakelijke dienstreizen. REPARATIE EN ONDERHOUD VAN VAARTUIGEN De kosten van een hellingbeurt mogen niet bij deze kosten worden opgenomen, maar bij de investeringen. ONDERHOUD VAN VEERWEGEN Indien de veerexploitant de veerwegen, omdat hij eigenaar is, moet onderhouden, dan mogen de werkelijke kosten worden opgenomen tot maximaal € 2035,- per km (prijspeil 2025). ADMINISTRATIE, BANKKOSTEN ENZ. De werkelijke kosten mogen worden opgenomen tot maximaal 5% van de personeels- en exploitatiekosten. VERZEKERINGEN De verzekeringspremie van de WAB- en de Cascoverzekering, voor zover afgesloten, hier vermelden. De premie moet zo laag mogelijk zijn. INVESTERINGEN Inleiding De investeringen kunnen worden gesplitst in kleine investeringen tot € 3.904,-- (prijspeil 2010) en investeringen boven € 3.904,-- (prijspeil 2025) . De kleine investeringen kunnen als bedrijfskosten worden verantwoord bij de exploitatiekosten. De investeringen dienen, voor zover te voorzien, te worden geraamd in de exploitatiebegroting. De oevergemeente dient de investering(-en) te beoordelen en geeft schriftelijk toestemming tot de investering(-en). Bij vervanging van het casco dient een rapport van een expertisebureau te worden verstrekt. De restwaarde van het casco bedraagt 10 % van de aanschaffingsprijs. De restwaarde van het casco wordt niet afgeschreven. De investeringen boven € 3.904,-- (prijspeil 2025) worden geactiveerd en dienen te worden afgeschreven gedurende een periode zoals vermeld bij de afschrijvingstermijnen. Indien bij de Scheepvaartinspectie blijkt dat de benodigde investeringen een bedrag van € 20.000,-- te boven gaan, dienen deze bij de gemeente gemeld te worden en zal door de gemeente een medebeoordeling plaats vinden naar financiële en economische betekenis van deze investering. Afschrijvingstermijnen Voor de investeringen boven € 3.904,-- (prijspeil 2025) dienen de volgende afschrijvingstermijnen te worden gehanteerd: • gierkabel: 3 jaar • hellingbeurt: 4 jaar • motor, nieuw: 10 jaar • motor, kosten van revisie 4 jaar • marifoon 10 jaar • radar e.d. 12 jaar • veerstoep c.a. 20 jaar • casco (nieuwbouw), 30 jaar • casco (overname bestaand casco) restant levensduur Afschrijvingsmethodiek De investeringen worden afgeschreven op basis van annuïteiten, uitgezonderd het casco. Het casco wordt afgeschreven met een vast bedrag per jaar. Het te hanteren rentepercentage wordt verstrekt door de oevergemeente. De afschrijvingstermijn begint op de […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.