Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Nieuwegein 2019

Gemeente Nieuwegein

Voor stichtingen, verenigingen en ondernemingen die activiteiten uitvoeren op het gebied van welzijn, ondersteuning, onderwijs, cultuur, erfgoed en sport in Nieuwegein.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Gemeentelijke subsidieregeling voor activiteiten op het gebied van welzijn, ondersteuning, onderwijs, cultuur, erfgoed en sport in Nieuwegein. De regeling stelt subsidieplafonds vast per werkveld en hanteert verdeelcriteria op basis van aansluiting bij doelstellingen, lokale behoefte en samenwerking.

Voor wie is het bedoeld?

Voor stichtingen, verenigingen en ondernemingen die activiteiten uitvoeren op het gebied van welzijn, ondersteuning, onderwijs, cultuur, erfgoed en sport in Nieuwegein.

StichtingVerenigingOnderneming

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor armoedebestrijding
  • Subsidie aanvragen voor culturele initiatieven
  • Subsidie aanvragen voor erfgoedactiviteiten
  • Subsidie aanvragen voor sport- en beweegactiviteiten
  • Subsidie aanvragen voor onderwijsvoorzieningen
  • Subsidie aanvragen voor welzijnsactiviteiten

Voorwaarden

  • Minimale subsidie bedraagt € 500
  • Aanvraag moet concreet aangeven op welke doelgroep de activiteit is gericht
  • Aanvraag moet aantonen hoe activiteiten bijdragen aan versterking van het voorliggend veld
  • Voor bepaalde activiteiten gelden specifieke maximale subsidiebedragen (bijv. € 15.000 voor culturele buitenactiviteiten, € 4.000 voor culturele binnenactiviteiten)
  • Verdeeling gebeurt op basis van criteria zoals aansluiting bij doelstellingen, lokale behoefte, samenwerking met inwoners en andere lokale partijen
  • Voor werkvelden met subsidieplafond: aanvragen worden in volgorde van binnenkomst getoetst zolang plafond niet is bereikt

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een stichting of vereniging of onderneming
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging
U vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist een consortium of meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Nieuwegein.

Openstellingen en rondes

Ronde 2026Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Reikwijdte Artikel 3 Subsidiecriteria Artikel 4 Verdeelregels Artikel 4A Beschikbaar budget en verdeelregels voor werkvelden zonder subsidieplafond Artikel 4B Weigeringsgronden Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen Artikel 5 Minimale subsidie Artikel 6 Voorschotten Artikel 6A Niet-subsidiabele kosten Artikel 7 Egalisatiereserve Artikel 8 Reserves Artikel 9 Specificatie Hoofdstuk 3 Specificatie Welzijn en Ondersteuning 3.1 Algemene voorzieningen Wmo en Jeugdwet Artikel 10 Subsidiabele activiteiten Artikel 11 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 11a Aanvullende verplichtingen 3.2 Armoedebestrijding Artikel 12 Subsidiabele activiteiten Artikel 13 Aanvullende subsidiecriteria Hoofdstuk 4 Specificatie Kinderopvang en Onderwijs Artikel 14 Begripsbepaling 4.1 Peuteropvang en voorschoolse educatie Artikel 15 Reikwijdte Artikel 15A Doel Artikel 15B Subsidieontvanger Artikel 15C Subsidiabele activiteiten Artikel 15D Zware doelgroep subsidie Artikel 15E Subsidieduur Artikel 15F Subsidie peuteropvang met voorschoolse educatie Artikel 15G Subsidie voorschoolse educatie Artikel 15H Hoogte van de subsidie voor HBO-beleidsmedewerker VE Artikel 15I Ouderbijdrage Artikel 15J Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang Artikel 16 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 17 Aanvullende verdeelregels Artikel 18 Aanvullende verplichtingen 4.2 Onderwijskansenbeleid Artikel 19 Subsidiabele activiteiten Artikel 20 Aanvullende verdeelregels 4.3 Onderwijsvoorzieningen Artikel 21 Subsidiabele activiteiten Artikel 22 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 23 Aanvullende verdeelregels Hoofdstuk 5 Specificatie Bibliotheekwerk Artikel 24 Subsidiabele activiteiten Artikel 25 Aanvullende subsidiecriteria Hoofdstuk 6 Specificatie Theater en Cultuur 6.1 Theater en kunstencentrum Artikel 26 Subsidiabele activiteiten Artikel 27 Aanvullende subsidiecriteria 6.2 Cultuur Artikel 28 Subsidiabele activiteiten Artikel 29 Aanvullende subsidiecriteria 6.3 Culturele initiatieven Artikel 30 Begripsbepalingen Artikel 31 Subsidiabele activiteiten Artikel 32 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 33 Aanvullende verdeelregels Paragraaf 6.3a Theater voor mensen met een beperking Artikel 33a Paragraaf 6.3b Herdenken en vieren Artikel 33b Artikel 33c 6.4 Erfgoed Artikel 33d Subsidiabele activiteiten Artikel 33e Aanvullende subsidiecriteria Artikel 33f Aanvullende verdeelregels Hoofdstuk 7 Specificatie Sport en Bewegen Artikel 34 Subsidiabele activiteiten Artikel 35 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 36 Aanvullende verdeelregels Hoofdstuk 8 Specificatie Overige Subsidies 8.1 Maatschappelijk betrokken samenwerkingsverbanden Artikel 37 Subsidiabele activiteiten 8.2 Activiteiten voor Mondiale bewustwording Artikel 38 Subsidiabele activiteiten 8.3 Voet- en fietsveer Artikel 40 Subsidiabele activiteiten Artikel 41 Aanvullende doelstellingen Artikel 42 Aanvullende subsidiecriteria 8.4 Wijkplatforms Artikel 43 Subsidiabele activiteiten Artikel 44 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 45 Aanvullende verdeelregels Hoofdstuk 9 Inwonersinitiatieven Artikel 46 Subsidiabele activiteiten Artikel 47 Aanvullende subsidiecriteria Artikel 48 Aanvullende verdeelregels Hoofdstuk 10 Overige bepalingen Artikel 49 Slotbepalingen Ondertekening Bijlage 1 bij Subsidieregeling Nieuwegein 2019: Subsidieplafonds 2025 Bijlage 2 bij Subsidieregeling Nieuwegein 2019: Subsidieplafonds 2026 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR615481 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR615481/13 sluiten Subsidieregeling Nieuwegein 2019 Geldend van 01-01-2026 t/m heden Intitulé Subsidieregeling Nieuwegein 2019 Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein, gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2026, besluit vast te stellen: de subsidieregeling houdende regels over de activiteiten die in aanmerking kunnen komen voor subsidie, de aanduiding van subsidieplafonds, gereserveerde begrotingsbudgetten ten behoeve van subsidies, de verdeling van subsidies en de wijze van bevoorschotting. SUBSIDIEREGELING NIEUWEGEIN 2019 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen a. Begrotingstotaal: het totaal van de lasten volgens de vastgestelde begroting van de subsidieontvanger. b. Egalisatiereserve: reserve gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen, zoals bepaald in artikel 4:72 van de Awb en in artikel 13 van de verordening. c. Erfgoed: tastbare en niet tastbare overblijfselen uit vroeger tijd, die zichtbaar of onzichtbaar aanwezig zijn zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, monumenten, ensembles, historische structuren, landschappen en ook de daaraan verbonden gebruiken, verhalen en gewoonten. d. Exploitatiekosten: kosten die voortkomen uit een onroerend goed zoals huur, belastingen, verzekeringen, energie, onderhoud en beheer. e. Organisatie: stichting, vereniging of een onderneming. f. Overheadkosten: kosten voor de organisatie zoals personeel, computer, telefoon, internet, administratie en verzekeringen. g. Verordening: Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2026. h. Voorliggend veld: het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in de wijk of de stad. Het betreft voorzieningen voor (hulp)vragen zonder zorgindicatie. i. WEB: Wet educatie beroepsonderwijs. j. Wijkplatformbudget: de som van de maximaal beschikbare subsidie en de maximaal beschikbare bijdrage van de woningbouwcorporaties per wijk, voor het jaar waarin de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden. Artikel 2 Reikwijdte Dit besluit is van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de verordening. Artikel 3 Subsidiecriteria 1. De activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd: a. heeft een meerwaarde voor de Nieuwegeinse samenleving en sluit aantoonbaar aan bij de vraag en behoeften van de inwoners; b. staat in beginsel open voor alle Nieuwegeinse inwoners, tenzij in de hoofdstukken 3 tot en met 9 van deze regeling een leeftijdscategorie of specifieke doelgroep is aangeduid; c. is niet gericht op partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming en/of verspreiding van partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk gedachtegoed. 2. Subsidieaanvragen dienen aantoonbaar bij te dragen aan één of meerdere van de volgende algemene doelstellingen: a. meer veerkrachtige inwoners; b. sociaal sterke buurten; c. meer toegankelijke ondersteuning en zorg; d. meer samen meedoen; e. een betere startpositie in de samenleving. 3. Subsidieaanvragen dienen aantoonbaar bij te dragen aan één of meerdere doelstellingen/speerpunten van: a. de Koers Sociaal Domein: • Gemeenschapszin; • Bestaanszekerheid; • Toekomstbestendige zorg & ondersteuning. b. de Omgevingsvisie: • Duurzaamheid; • Veiligheid; • Gezondheid. Artikel 4 Verdeelregels 1. Bij het verdelen van subsidie worden alle subsidieaanvragen in volgorde van onderstaande criteria getoetst en gewaardeerd: a. de activiteit die het beste aansluit bij de onder artikel 3 lid 2 en lid 3 gedefinieerde doelstellingen heeft voorrang; b. de activiteit die aantoonbaar aansluit bij de behoefte van de inwoners in de wijk heeft voorrang; c. de aanvrager die aantoonbaar zijn aanvraag tot stand heeft gebracht in samenwerking met inwoners, dan wel de activiteiten uitvoert samen met of door inwoners, heeft voorrang; d. de aanvrager die aantoonbaar samenwerkt met andere lokale partijen heeft voorrang; e. de aanvrager die aantoonbaar gebruik maakt van vrijwillige inzet heeft voorrang; f. de aanvrager die plaatsingen realiseert in het kader van Social Return on Investment heeft voorrang; g. voor subsidies die gedurende tenminste 3 jaren jaarlijks zijn verstrekt geldt aanvullend: voorrang heeft de aanvrager die subsidie heeft ontvangen voor dezelfde activiteiten in de 3 jaren voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2. Bij het verdelen van subsidie voor een werkveld waarvoor een subsidieplafond is vastgesteld in de bijlage bij deze regeling, worden, zolang dit plafond niet is bereikt, alle subsidieaanvragen in volgorde van binnenkomst van de complete aanvraag getoetst. Artikel 4A Beschikbaar budget en verdeelregels voor werkvelden zonder subsidieplafond Voor de werkvelden zonder subsidieplafond geldt: 1. In de begroting is per werkveld een specificatie opgenomen wat het beschikbare bedrag voor subsidie per kalenderjaar is. 2. Voor subsidies die gedurende tenminste 3 jaren jaarlijks zijn verstrekt geldt aanvullend: voorrang heeft de aanvrager die subsidie heeft ontvangen voor dezelfde activiteiten in de 3 jaren voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Artikel 4B Weigeringsgronden [vervallen] Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen Artikel 5 Minimale subsidie 1. Subsidies lager dan € 500 worden niet toegekend. 2. Het college kan in hoofdstuk 3 tot en met 9, in afwijking van het eerste lid, voor specifieke werkvelden bepalen dat een lager bedrag wordt toegekend. Artikel 6 Voorschotten 1. Bij subsidieverlening kan een voorschot worden verleend tot 100% van de verleende subsidie. 2. Een voorschot wordt betaald in termijnen, waarbij de hoogte van het subsidiebedrag bepalend is voor het aantal termijnen: a. tot € 20.000 in 1 termijn; b. van € 20.000 tot € 50.000 in 2 termijnen; c. vanaf € 50.000 in 4 termijnen. 3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de hoogte van het voorschot, het aantal betalingstermijnen en de datum van betaling. 4. Wanneer de subsidieaanvraag, de aard van de gesubsidieerde activiteit dan wel de omvang van de subsidie daartoe aanleiding geven, kan het college bij verleningsbeschikking bepalen dat het voorschot lager is dan 100% dan wel wordt afgeweken van het aantal termijnen in het tweede lid. Artikel 6A Niet-subsidiabele kosten De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: a. kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag; b. kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen; c. verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; d. kosten van financieringen en gerechtelijke procedures; e. kosten van maaltijden en consumpties, met uitzondering van de activiteiten armoedebestrijding, herdenkingen, mondiale bewustwording en wijkplatforms; f. niet-gespecificeerde, niet-noodzakelijke of bovenmatige kosten. Artikel 7 Egalisatiereserve 1. De verplichte egalisatiereserve, als bedoeld in artikel 13 van de verordening, geldt voor alle organisaties die meer dan € 125.000 subsidie per jaar ontvangen. 2. Op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, is de omvang van de verplichte egalisatiereserve minimaal 10% van het begrotingstotaal voor het jaar waarin de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden. 3. Bij organisaties die niet voldoen aan het onder 2 bepaalde, vindt voorafgaand aan de subsidieverstrekking een risicobeoordeling plaats. Artikel 8 Reserves 1. De toegestane reserve, als bedoeld in artikel 20 van de verordening, geldt voor alle organisaties en natuurlijke personen die subsidie aanvragen. 2. Op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, is de omvang van toegestane reserve die gevormd is uit verkregen middelen voor de activiteit dan wel periodieke activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, maximaal 30% van de begrote kosten voor deze
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.