Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidieregeling praktijkleren

RVO (Rijksdienst voor Ondernemers)

Bedrijven en organisaties die studenten en leerlingen begeleiden in praktijkonderwijs (voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs, promovendi/toio's en praktijkonderwijs).

Ook bekend als Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor mbo, Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor hbo, Praktijkleren HBO, praktijkleren

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via rvo.nl
Max. bedrag
€ 2.800
per aanvraag
Eerstvolgende deadline
17 sep 2026
nog 10 weken

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor bedrijven en organisaties die studenten en leerlingen begeleiden in praktijkonderwijs. De subsidie wordt aangevraagd per school- of studiejaar, achteraf na afloop van de begeleiding.

Voor wie is het bedoeld?

Bedrijven en organisaties die studenten en leerlingen begeleiden in praktijkonderwijs (voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs, promovendi/toio's en praktijkonderwijs).

OndernemingenOrganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van mbo-BBL-studenten
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van hbo-studenten
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van voortgezet onderwijs leerlingen
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van promovendi en toio's
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van praktijkonderwijs leerlingen
  • Ik wil als werkgever subsidie krijgen voor het aanbieden van een praktijkleerplaats
  • Ik wil als leerbedrijf begeleiding van een mbo-student financieel ondersteunen
  • Ik wil extra subsidie voor klimaat- en energietransitie-opleidingen
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van vmbo-leerlingen in praktijkleren
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van mbo-bbl-studenten
  • Subsidie aanvragen voor begeleiding van hbo-studenten in beroepspraktijkvorming
  • Administratie en controle voor praktijkleren-subsidie
  • Ik wil als bedrijf een praktijkleerplaats aanbieden aan pro-leerlingen
  • Ik zoek subsidie voor het ondersteunen van praktijkonderwijs
  • Ik wil als bedrijf een werkleerplaats aanbieden voor een promovendus of toio en wil ondersteuning in de loonkosten
  • Ik ben organisatie en wil begeleiding van promovendi of toio's financieel ondersteund krijgen

Voorwaarden

  • Aanvraag dient digitaal ingediend te worden via het aanvraagportaal
  • Minimaal eHerkenning niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3 vereist
  • Leerbedrijven moeten correct geregistreerd zijn bij de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven)
  • Aanvraag wordt ingediend per school- of studiejaar, achteraf na afloop van de begeleiding
  • Voor intermediairs is ketenmachtiging vereist

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
U bent een onderneming of organisatie
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemers).

Zo vraagt u aan

Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.

Naar het aanvraagloket

Openstellingen en rondes

Ronde 2025/2026Open
Start
-
Sluit
17 sep 2026
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2025-2026Open
Start
2 jun 2026
Sluit
17 sep 2026
Budget
-
Verdeling
-
OpenstellingOpen
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Maximaal € 2.800 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats
Subsidieregeling praktijkleren
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Administratie en controle Subsidieregeling praktijkleren: Administratie en controle Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 U houdt als werkgever tijdens de begeleiding bij de beroepspraktijkvorming van een leerling of student de benodigde administratie zelf bij en kan deze op verzoek verstrekken. Wij controleren of u als werkgever aan alle voorwaarden voldoet. Met het indienen van het aanvraagformulier verklaart u dat u aan deze voorwaarden van de regeling voldoet. Uw aanvraag dient u digitaal in. Administratie U als werkgever van een vmbo-leerling, pro-leerling, vso-leerling, mbo-bbl-student of een hbo-student beschikt over de volgende stukken in de administratie: een (praktijkleer)overeenkomst die door alle noodzakelijke partijen is getekend; een aanwezigheidsregistratie van de student bij de beroepspraktijkvorming op dag- of weekbasis. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai uit het digitaal tijdschrijfsysteem zijn, een presentielijst, of een geldig arbeidscontract samengaand met een afwezigheidsregistratie, zolang deze de aanwezigheid van de student in voldoende mate aantoont. De aanwezigheidsuren op school gelden niet als bewijs; een administratie waaruit blijkt dat begeleiding heeft plaatsgevonden (de voortgang van de beroepsvorming) en de wijze waarop het deel van de leerdoelen/kwaliteiten/kwalificaties met betrekking tot de beroepsvorming is behaald. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een (BPV-)werkboek van de student, gemaakte opdrachten in het kader van de opleiding of tussentijdse gespreks-, beoordelings- en evaluatieverslagen. Heeft u zelf geen formulieren om de voortgang/begeleiding van de student tijdens de opleiding bij te houden, maar heeft u hier wel behoefte aan? Stuur dan een e-mail naar praktijkleren@rvo.nl. Dan helpen wij u verder. Formats administratie Voor de aanwezigheids- en begeleidingsadministratie kunt u de volgende formats gebruiken. Dit is echter niet verplicht. U mag ook gebruik maken van gegevens uit uw eigen administratie. Format Urenverantwoording BPV Praktijkleren MBO BBL en VO PDF document | 50.53 KB Format urenverantwoording BPV hbo Praktijkleren PDF document | 52.13 KB Format Verklaring BPV Praktijkleren PDF document | 171.35 KB Ziekte of afwezigheid geen onderdeel begeleide weken U kunt alleen subsidie aanvragen voor een week waarin uw leerbedrijf daadwerkelijk begeleiding heeft gegeven. Het maakt hierbij niet uit hoeveel uren of dagen de student of leerling in die week aanwezig was, zolang de urennorm voor de beroepspraktijkvorming (BPV) in de subsidieperiode maar is gehaald. Lees de veelgestelde vragen voor meer informatie over de BPV-urennorm. Een week waarin om welke reden dan ook helemaal geen begeleiding heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld door ziekte, verlof of vorstverlet), kunt u niet opvoeren in de aanvraag. Wanneer u deze weken wel meetelt als begeleide weken, kan dit leiden tot een korting in de uitbetaling of eventueel een terugvordering. Bewaarplicht Als werkgever heeft u een bewaarplicht van de relevante documenten gedurende 5 jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt. Controle Na verstrekking van de subsidie voeren wij steekproefsgewijs controles uit om te zien of de noodzakelijke administratie aanwezig is. Ook controleren wij of in de aangevraagde weken/maanden begeleiding is geboden. De bewijslast ligt bij u als werkgever. U moet per student de administratie kunnen tonen, als wij hierom vragen. Als blijkt dat niet aan de voorwaarden van de regeling is voldaan, vorderen wij de ten onrechte uitbetaalde subsidie terug. In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 15 juni 2026 Wilt u als werkgever een praktijk- of werkleerplaats aanbieden zodat mensen beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt? De Subsidieregeling praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die u maakt voor de begeleiding van een leerling of student. Ook de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio) komen voor subsidie in aanmerking. Direct aanvragen Aanvraag beheren Hoogte subsidie en aanvraagperiode Startdatum: dinsdag 2 juni 2026 09:00 Einddatum: donderdag 17 september 2026 17:00 Maximaal € 2.800 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats Subsidieregeling praktijkleren Caribisch Nederland Vanaf studiejaar 2025-2026 is de Subsidieregeling praktijkleren ook beschikbaar voor Bonaire. Lees meer over deze openstelling. Doel Het doel van de regeling is beter opgeleid personeel dat beter voorbereid is op de arbeidsmarkt. De Subsidieregeling praktijkleren richt zich vooral op: studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel; wetenschappelijk personeel, dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie; kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt voor wie toegang tot de arbeidsmarkt een probleem is. Tijdlijn Subsidieregeling praktijkleren Onderstaande tijdlijn geeft u een globaal overzicht van het proces van de regeling. Uitgeschreven tekst Tijdlijn van het proces van de Subsidieregeling praktijkleren: van april tot en met augustus: aanvrager bereidt zich voor op indiening van juni tot en met 17 september 17:00 uur: aanvrager of intermediair dient de aanvraag in van augustus tot en met december: RVO beoordeelt de aanvragen uiterlijk 30 december: RVO zet het besluit klaar in het aanvraagportaal uiterlijk 30 december: RVO betaalt subsidie uit van januari tot en met oktober: RVO voert controles uit Hoogte subsidie Wij nemen alle op tijd ingediende aanvragen in behandeling. Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan beschikbaar is in een onderwijscategorie, verdelen we het budget evenredig over de ingediende aanvragen in die categorie. Let op: De budgetten per onderwijscategorie en het maximale subsidiebedrag zijn onder voorbehoud van goedkeuring van de 1e wijzigingsbegroting door de Eerste en Tweede Kamer. U kunt geen rechten ontlenen aan onderstaande bedragen. Budget per onderwijscategorie Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt tot en met het studiejaar 2027/2028 elk jaar subsidie beschikbaar. De verdeling van het budget over de onderwijscategorieën voor het studiejaar 2025-2026 is als volgt: Vmbo/vso/pro: € 1.000.000. Mbo: € 259.317.000 Hbo: € 22.000.000 Wo: € 2.200.000 Schatting verwacht subsidiebedrag Het maximale subsidiebedrag is € 2.800 per volledige gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Wij berekenen het definitieve subsidiebedrag op basis van het beschikbare budget en het aantal goedgekeurde aanvragen per onderwijscategorie. Op basis van een schatting van leerling- en studentaantallen maakt het ministerie van OCW een inschatting van het verwachte subsidiebedrag per aangeboden leerplaats in studiejaar 2025-2026. Hoewel het ministerie van OCW verwacht dat de subsidieplafonds voor studiejaar 2025/2026 nagenoeg toereikend zijn voor alle onderwijscategorieën, kan het subsidiebedrag eventueel lager uitvallen. Let op: U kunt geen rechten ontlenen aan bovengenoemde verwachting. Voorwaarden Niet elke opleiding, onderwijsvorm of leerweg komt in aanmerking. De voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen, verschillen per onderwijscategorie. Lees de voorwaarden per onderwijscategorie. Mbo Vmbo Hbo Promovendi en toio's Praktijkonderwijs VSO Administratie en controle We verwachten dat u als werkgever tijdens de begeleiding van een leerling of student de gevraagde administratie zelf bijhoudt, bewaart en op verzoek kunt verstrekken. Wij voeren steekproefsgewijs controles uit. U moet onder andere van elke student in het bezit zijn van de praktijkleerovereenkomst, de aanwezigheids- en begeleidingsadministratie. Lees meer over Administratie en controle Aanvragen U kunt vanaf 2 juni 2026, 9:00 uur tot en met 17 september 2026, 17:00 uur een aanvraag indienen voor het studiejaar 2025-2026. U vraagt de subsidie aan het eind van een school- of studiejaar aan, na afloop van de begeleiding. Lees meer over het aanvraagproces U logt in met eHerkenning. Voor uw aanvraag heeft u minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3 nodig. Intermediairs en tussenpersonen hebben een ketenmachtiging nodig als zij voor andere bedrijven en organisaties een aanvraag willen indienen. Direct aanvragen Na uw aanvraag U ontvangt een notificatiemail ter bevestiging van uw indiening. Controleer of u deze ontvangen heeft. Wij maken bij de beoordeling van uw subsidieaanvraag gebruik van gegevens van DUO (informatie over de student), SBB (informatie over de erkenning) en KVK (informatie over het aanvragende bedrijf). Uiterlijk 30 december nemen wij een besluit over uw aanvraag. Wij kunnen pas na beoordeling van alle ingediende aanvragen het definitieve subsidiebedrag bepalen. Vervolgens berekenen wij aan de hand van alle aanvragen per onderwijscategorie het subsidiebedrag voor een volledige gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Daarna worden de beschikkingen voor u klaargezet in het aanvraagportaal. U ontvangt hiervan een notificatiemail. De beschikking is direct de vaststelling van de subsidie. U hoeft geen subsidievaststelling aan te vragen. Als u zelf de aanvraag heeft ingediend, dan staat de beslissing uiterlijk eind december voor u klaar in het aanvraagportaal. U krijgt hier een notificatiemail van. Heeft een intermediair uw aanvraag ingediend, dan ontvangt de intermediair deze notificatiemail. De intermediair heeft in dat geval inzage in de beslissing. Is de beslissing positief? Dan krijgt u het bedrag binnen 2 weken op uw bankrekening. U vindt het terug op uw dagafschrift met het zaaknummer van uw aanvraag (PLXXXXXXXX). Denkt u er aan uw financiële administratie tijdig op de hoogte te stellen van de uitbetaling? Uw aanvraag beheren Wilt u uw aanvraag inzien, of reageren op een bijwerkverzoek van ons? Klik dan op onderstaande knop. Aanvraag beheren Extra subsidie voor klimaat- en energietransitie Begeleidt u als leerbedrijf een mbo-student die een opleiding volgt die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie en wordt deze opleiding vermeld in bijlage 4 van de Subsidieregeling praktijkleren? Dan komt u voor studiejaar 2025-2026 in aanmerking voor extra subsidie. Het doel hiervan is leerbedrijven te stimuleren extra vakmensen voor deze transitie op te leiden. U krijgt alleen extra subsidie als de praktijkleerplaats in aanmerking komt voor de reguliere subsidie praktijkleren. Als u subsidie aanvraagt voor een mbo-student met een opleidingscode die in de bovenstaande bijlage vermeld staat, wordt de extra subsidie automatisch aangevraagd. U hoeft hier niets voor te doen. Uw aanvraag voor studiejaar 2025-2026 kunt u tijdens de openstelling in 2026 indienen. Voor 2025-2026 gaat het om € 7 miljoen. Per volledige leerplaats (40 weken begeleiding) kunt u een extra subsidie van maximaal € 500 krijgen. Het definitieve bedrag wordt berekend op basis van het aantal goedgekeurde aanvragen en het beschikbare budget. Let op: U kunt geen rechten ontlenen aan het bovengenoemde maximale bedrag. Privacy Wij vinden de privacy van u en van studenten, leerlingen, promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio's) belangrijk. Gaat uw leerbedrijf subsidie aanvragen? En wilt u als student, leerling, promovendus of toio weten hoe uw leerbedrijf uw privacy moet beschermen? Of wilt u weten hoe RVO met uw persoonsgegevens omgaat? Lees hieronder meer over privacy. Informatieplicht aanvrager De belangrijkste regels over hoe organisaties moeten omgaan met persoonsgegevens, staan in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Op basis van de AVG moet u vóór het indienen van de subsidieaanvraag de student, leerling, promovendus of toio informeren over de persoonsgegevens die u voor een subsidieaanvraag of controle met ons deelt. U moet de student, leerling, promovendus of toio ook informeren over zijn/haar rechten die voortvloeien uit de AVG, zoals het inzagerecht. Gegevensverwerking door RVO Als een leerbedrijf een subsidieaanvraag indient, gebruiken wij de persoonsgegevens van de student, leerling, promovendus of toio om de subsidieaanvraag te beoordelen. Raadpleeg het AVG-register voor een overzicht van deze gegevens. Is de student een groepshulp in de kinderopvang en vraagt u voor deze groepshulp ook subsidie aan op basis van de Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang? Dan kunnen wij de persoonsgegevens van de student gebruiken om die subsidieaanvraag te beoordelen. Raadpleeg het AVG-register voor een overzicht van deze gegevens. Wil een student, leerling, promovendus of toio weten welke gegevens wij van hem/haar verwerken of wil hij/zij dat wij de geregistreerde persoonsgegevens aanpassen? Dan kan de student, leerling, promovendus of toio een AVG-verzoek bij ons indienen. Meer weten? Voor vragen over praktijkleren kiest u in ons telefonisch keuzemenu voor Innovatie, onderzoek, onderwijs, zorg en welzijn. Raadpleeg de veelgestelde vragen. Raadpleeg de geldende wetteksten op overheid.nl. Als onderwijswetgeving geldt voor vmbo de WVO (Wet op het voortgezet onderwijs), voor mbo de WEB (Wet educatie en beroepsonderwijs) en voor hbo/promovendi en toio's de WHW (Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek). Raadpleeg de Staatscourant-publicatie over de vaststelling van de subsidieplafonds voor het studiejaar 2025–2026 (11 juni 2026). In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs Zie ook Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Aanvragen Subsidieregeling praktijkleren: Aanvragen Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 Uw aanvraag voor de Subsidieregeling praktijkleren dient u digitaal in via ons aanvraagportaal. Lees meer over het aanvraagproces, zodat u goed voorbereid uw subsidieaanvraag indient. Direct aanvragen Het aanvraagformulier: hoe werkt het? Begin op tijd met het voorbereiden van uw aanvraag. Wij leggen u kort uit hoe het aanvraagproces werkt. Daarnaast vindt u op deze pagina een aantal instructievideo’s. Het aanvraagproces bestaat uit de volgende 5 stappen: Stap 1: Startpagina Na inloggen via eHerkenning komt u op de startpagina. Hier staat algemene informatie over het aanvraagformulier en aanvraagproces. Ook vindt u hier de xlsx-bestanden van de verschillende onderwijscategorieën die u kunt gebruiken als u meerdere studenten wilt opvoeren. Stap 2: Uw gegevens Hier selecteert u de contactpersoon voor de aanvraag en controleert u het rekeningnummer. U kunt hier ook contactpersonen toevoegen. Als u als intermediair de aanvraag indient, kunt u ook uw eigen contactpersoon voor de aanvraag selecteren. Stap 3: Leerbedrijven Deze stap is niet van toepassing bij subsidieaanvragen voor hbo en promovendi/toio’s. Hier wordt de lijst met leerbedrijven getoond die volgens de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) bij uw KVK-inschrijving horen. U kunt hier eventueel leerbedrijven toevoegen. Stap 4: Studenten Hier kunt u per onderwijscategorie de studenten opvoeren. Voor mbo-BBL-studenten die volgens het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) geregistreerd zijn bij uw leerbedrijf, vullen wij de gegevens aan. Als de student niet bij uw leerbedrijf is geregistreerd, kunt u de student alsnog handmatig opvoeren. Let wel op de meldingen die dan getoond worden. Stap 5: Controleren en indienen Bij deze stap kunt u het volgende doen: Uw aanvraag controleren; Uw conceptaanvraag eventueel in pdf-vorm downloaden; Uw aanvraag indienen na het afgeven van de verplichte verklaringen. Andere belangrijke aandachtspunten Het proces van aanvragen, beoordelen en controles is volledig digitaal. Wij versturen geen papieren post. Laat u uw aanvraag indienen door een intermediair? Of bent u intermediair en wilt u een aanvraag namens uw klant(en) indienen? Dan is een ketenmachtiging nodig. Regel dit op tijd. Meer informatie over ketenmachtiging leest u hieronder. Wilt u namens een groep bedrijven een aanvraag indienen en hebben deze bedrijven elk een apart KVK-nummer? Dan kan aanvragen op 2 manieren. Elk bedrijf beschikt over een eigen eHerkenningsmiddel en dient afzonderlijk van elkaar een aanvraag in. Eén bedrijf treedt op als intermediair en vraagt subsidie aan namens meerdere bedrijven. In dat geval heeft het bedrijf dat als intermediair optreedt een ketenmachtiging nodig van de andere bedrijven waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Ook dan moet per bedrijf een aparte aanvraag ingediend worden, maar hiervoor is maar één eHerkenningsmiddel nodig. Heeft uw bedrijf meerdere vestigingen en vallen deze onder hetzelfde KVK-nummer? Dan kunt u wél namens alle vestigingen subsidie aanvragen in één subsidieaanvraag en met één eHerkenningsmiddel. Een ketenmachtiging is dan niet nodig. Uw aanvraag: voorbereiding en tips Wij raden u aan vanaf de maand april te beginnen met het voorbereiden van uw aanvraag. Gebruik daarbij onze volgende tips: Zorg op tijd voor eHerkenning niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3 (en ketenmachtiging als u de aanvraag als intermediair indient) Bekijk wat wel/niet voor subsidie in aanmerking komt Zorg dat uw administratie op orde is Bepaal de juiste begin- en einddatum van begeleiding (bij onderwijscategorie mbo hoeft u dit niet te doen, tenzij u een student handmatig opvoert) Bepaal het aantal weken begeleiding binnen de aanvraagperiode Gebruik het xlsx-bestand bij veel studenten (actuele xlsx-bestanden zijn beschikbaar tijdens de openstelling) Dien uw aanvraag op tijd in Controleer of u een ontvangstbevestiging heeft ontvangen Bereid u voor op volgend jaar Lees de uitgebreide toelichting op deze tips zodat u goed bent voorbereid op het indienen van uw aanvraag. Registratie leerbedrijven bij de SBB Om problemen te voorkomen tijdens het aanvragen van subsidie voor de onderwijscategorieën voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo), is het van groot belang dat de gegevens van uw leerbedrijf (of -bedrijven) bij de SBB correct en volledig staan geregistreerd. Voer hiervoor uw leerbedrijf ID in op de pagina van de SBB waarop u de gegevens van leerbedrijven kunt opzoeken. Controleer de gegevens en in het bijzonder het KVK-nummer. Is het KVK-nummer niet ingevuld, verkeerd of verouderd? Pas dit dan direct aan of vul het aan door in te loggen op MijnSBB. Aanvragen U kunt vanaf 2 juni 2026, 9:00 uur tot en met 17 september 2026, 17:00 uur een aanvraag indienen voor studiejaar 2025-2026. Direct aanvragen U logt in met eHerkenning. Voor uw aanvraag heeft u minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3 nodig. eHerkenning is een persoonlijk inlogmiddel voor bedrijven en organisaties. Hiermee doet u veilig online zaken met de overheid. Meer informatie over aanvragen U vraagt de subsidie per school- of studiejaar aan, na afloop van de begeleiding in het studiejaar (dus achteraf). U kunt namelijk alleen achteraf vaststellen in welke weken u daadwerkelijk een student of leerling heeft begeleid. Loopt de opleiding over meerdere studiejaren? Dien dan jaarlijks een aanvraag in voor de begeleiding die in het betreffende studiejaar is gegeven. Intermediairs en tussenpersonen hebben een ketenmachtiging nodig als zij voor andere bedrijven en organisaties een aanvraag willen indienen. In de alinea Aanvraag indienen voor een ander bedrijf vindt u meer informatie over ketenmachtiging. Bekijk onderstaande video voor een uitgebreide instructie om een volledige aanvraag te doen. Let op: de schermen die getoond worden in de instructievideo zijn verouderd. Deze zijn van het aanvraagformulier over studiejaar 2023/2024. Ook kunnen de schermen, (meldings)teksten en volgorde van bestanden en onderwijs categorieën per studiejaar iets verschillen. Het aanvraagproces is op hoofdlijnen ongewijzigd. Instructievideo Volledige aanvraag Video details MP4 Video MP4 document | 92.68 MB Audio descriptie MPEG document | 4.88 MB Uitgeschreven tekst We zijn hier op de Startpagina van de aanvraag. Hier vindt u informatie over de verplichte administratie en het aanvraagproces. Hier staan ook de xlsx-bestanden waarmee u snel een aanvraag voor meerdere studenten kunt indienen. In deze instructiefilm maken we hier geen gebruik van en gaan we de studenten handmatig invoeren. We komen nu op de pagina Uw gegevens. Hier controleert u uw gegevens en selecteert u de contactpersoon voor de aanvraag en het bankrekeningnummer. Via Contactpersonen beheren of Rekeningnummers beheren kunt u gegevens eventueel wijzigen of een contactpersoon en rekeningnummer toevoegen. Hier kunt u ook de onderwijscategorieën selecteren waarvoor u een aanvraag wilt indienen. U kunt meerdere onderwijscategorieën selecteren. U kunt dus ook meerdere onderwijscategorieën in één aanvraag opnemen. In dit geval gaan wij een aanvraag opvoeren voor de onderwijscategorieën Middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en Hoger beroepsonderwijs (hbo) en selecteer ik dus deze onderwijscategorieën. We komen nu op de pagina Leerbedrijven. Hier ziet u een overzicht van de leerbedrijven. Deze stap is alleen van toepassing voor de onderwijscategorieën voortgezet onderwijs (vo) en mbo. Omdat wij onder andere mbo hebben geselecteerd, moeten we deze stap doorlopen. Als we alleen hbo-studenten zouden opvoeren, dan zou deze stap overgeslagen worden. Hier wordt het overzicht getoond van de leerbedrijven die volgens de SBB bij uw KvK-inschrijving horen. Controleer dit overzicht. Als u een leerbedrijf mist, dan kunt u er handmatig één toevoegen via de knop Leerbedrijf toevoegen. We komen nu op de pagina Studenten. Omdat wij mbo en hbo hebben geselecteerd, kunnen we hier alleen studenten toevoegen voor deze onderwijscategorieën. Ik ga eerst een mbo-student toevoegen. Door op deze uitklapper te drukken wordt getoond wanneer mbo-studenten in aanmerking komen. Ik ga nu de eerste student invoeren door het BSN van de student in te vullen in het vak BSN. Vervolgens druk ik op de knop Student ophalen. De gegevens van de student zijn nu succesvol opgehaald. Dit komt omdat er bij DUO een BPV-registratie bekend is bij één van de leerbedrijven die onder uw KvK-nummer vallen. Daarmee hebben we geverifieerd dat de student een BPV-periode heeft gehad bij uw organisatie in het studiejaar. Het aanvullen van de gegevens van de student kunnen we alleen voor de onderwijscategorie mbo. Bij andere onderwijscategorieën wordt de inschrijving voor de opleiding van studenten wel geregistreerd, maar de praktijkplaatsen bij leerbedrijven niet. Nu hoef ik alleen nog maar het aantal weken begeleiding in te vullen. Er passen maximaal 11 weken in de periode. Ik controleer aan de hand van de aanwezigheidsadministratie hoeveel weken de student aanwezig was in de opgehaalde BPV-periode. De student blijkt 2 volledige kalenderweken vakantie te hebben gehad. Ik geef daarom 9 weken op en ga verder met de aanvraag. Ik ga een tweede mbo-student invoeren door hier op de knop Mbo-student toevoegen te klikken. Na invoeren BSN, druk ik weer op de knop Student ophalen. De gegevens van de student zijn niet aangevuld en ik krijg een gele waarschuwende melding. Uit de melding blijkt dat deze persoon volgens DUO in dit studiejaar niet is ingeschreven voor een BPV in het kader van de Beroepsbegeleidende leerweg. We adviseren om deze meldingen altijd goed te lezen en zo nodig de gevraagde actie uit te voeren. Ik kan de studentgegevens echter wel handmatig opvoeren als ik er zeker van ben dat de melding onjuist is. Gele waarschuwende meldingen en blauwe informerende meldingen zijn niet blokkerend. Wel bestaat de kans dat wij in het kader van de beoordeling van uw subsidieaanvraag contact met u opnemen in verband met deze meldingen. Ik vul de studentgegevens nu aan. In de periode passen maximaal 27 weken. Als ik nu 29 weken invul, krijg ik een rode melding. Het aantal weken past niet in de periode. Rode meldingen zijn wel blokkerend en moeten eerst opgelost worden, anders kan ik niet verder met de aanvraag. Ik pas het aantal weken aan en daarmee is de melding opgelost. Ik ga nu verder met mijn aanvraag. Ik kom weer op de pagina Studenten. Hier zie ik het overzicht van de studenten die ik heb opgevoerd. Je ziet ook dat de waarschuwende melding in beeld blijft ter herinnering. Gezien de eerder getoonde uitgebreide melding besluit ik de praktijkleren overeenkomst van de student nogmaals te controleren. Hieruit blijkt dat deze student een opleiding in de beroepsopleidende leerweg volgt, ofwel BOL. BOL komt niet in aanmerking voor subsidie en daarom verwijder ik de student uit de aanvraag. Dat doe ik door hier op de prullenbak te klikken. Ik ben nog steeds op de pagina Studenten. Door hier op de knop Hbo-student toevoegen te klikken kan ik een hbo-student opvoeren in mijn aanvraag. Ik kan via deze uitklapper weer controleren wanneer hbo-studenten in aanmerking komen. Ik voer nu de gevraagde gegevens in. Er passen 26 weken in de periode. De student heeft in deze periode volgens de aanwezigheidsadministratie drie volledige kalenderweken vakantie gehad en is één volledige kalenderweek ziek geweest. Ik voer daarom 22 weken in. Ik ga nu verder met mijn aanvraag. Ik heb geen studenten meer die ik wil opvoeren en ga nu verder met mijn aanvraag. Ik kom nu op de Controleren en indienen-pagina. Hier worden ter controle nogmaals uw gegevens getoond en de gegevens van de studenten die u heeft opgevoerd. Controleer dit op juistheid. Tot slot moet er voor indiening een aantal verplichte verklaringen 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor hbo Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor hbo Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 Voor hbo-studenten ondersteunt de Subsidieregeling praktijkleren in Nederland gevestigde bedrijven of organisaties die een praktijkleerplaats bieden. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken waarin de student praktijkbegeleiding kreeg in het studiejaar. U vraagt de subsidie per studiejaar aan, na afloop van de begeleiding in het studiejaar (dus achteraf). Loopt de opleiding over meerdere studiejaren? Dien dan jaarlijks een aanvraag in voor de begeleiding die in het betreffende studiejaar is gegeven. Voorwaarden Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden: De student De student volgt een duaal- of deeltijdtraject. De opleiding U biedt praktijkbegeleiding aan een student van een hbo-opleiding die is opgenomen in het Overzicht Erkenningen ho - Open Onderwijsdata. Op deze pagina kunt u doorlinken naar HO erkenningen RIO. De opleiding richt zich op een volledig diploma. De opleidingscode van de RIO valt binnen de onderdelen: techniek; landbouw en natuurlijke omgeving; gezondheidszorg; of gedrag en maatschappij. Het praktijkdeel is een verplicht onderdeel van de opleiding. De student moet voor de aanvraagperiode ingeschreven staan voor de opleiding in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het ministerie verstrekt de subsidie alleen voor de nominale duur van de opleiding. Dit maximum is gerelateerd aan het aantal jaar van de opleiding. Het maximale subsidiebedrag, waarop een werkgever aanspraak kan maken, is voor een volledige praktijkleerplaats in het hbo bijvoorbeeld 42 weken vermenigvuldigd met de nominale duur van de opleiding. Zie de veelgestelde vragen voor meer gedetailleerde informatie over het de nominale duur. Een associate degree of hbo-master komt ook in aanmerking, als aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan. Lees meer over opleidings- en erkenningscodes voor leerbedrijven Administratie U heeft de praktijkbegeleiding van de student aangeboden op basis van een geldige en ondertekende praktijkleerovereenkomst. Deze overeenkomst is opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door: de werkgever; de onderwijsinstelling; en de student. In deze overeenkomst staan in elk geval: de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming; de tijdsduur van de beroepsuitoefening; de begeleiding van de student; dat deel van de kwaliteiten met betrekking tot de beroepsuitoefening dat de student tijdens de beroepspraktijkvorming moet behalen en de beoordeling daarvan; en de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden. U beschikt over een aanwezigheidsadministratie op dag- of weekbasis voor de student bij de beroepspraktijkvorming. U beschikt over een administratie waaruit blijkt dat uw bedrijf of organisatie de student in het kader van de beroepspraktijkvorming heeft begeleid. U moet per leerling de vereiste administratie kunnen verstrekken. Het is belangrijk dat u alle informatie over administratie en controle, zoals de formats die u kunt gebruiken en de administratieve voorwaarden, goed doorleest op de pagina Administratie en controle. U kunt alleen subsidie aanvragen voor de weken waarin daadwerkelijk begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft plaatsgevonden. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet gedurende het studiejaar in minimaal 42 weken begeleiding zijn verzorgd. Het studiejaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus. Weken van volledige afwezigheid, bijvoorbeeld omdat de student ziek was of met vakantie, tellen niet mee als weken van begeleiding. Zo zal 21 weken begeleiding leiden tot een maximaal subsidiebedrag van 50% van € 2.800. U kunt dus ook subsidie aanvragen als u minder dan 42 weken begeleiding heeft gegeven. Welke hbo-trajecten komen niet in aanmerking? Niet in aanmerking komen het begeleiden van: een student die een voltijd hbo-opleiding volgt; een student die een duaal- of deeltijdtraject volgt in andere sectoren dan: techniek; landbouw en natuurlijke omgeving; gezondheidszorg; gedrag en maatschappij; een student die een deeltijdopleiding volgt waarbij de beroepsuitoefening geen verplicht onderdeel van de opleiding vormt. Non-formele opleidingen Hbo is een formele opleiding. Er zijn ook non-formele opleidingen zoals brancheopleidingen. Deze opleidingen komen niet in aanmerking voor subsidie. Dit geldt ook als deze opleidingen in het NLQF (nationaal kwalificatieraamwerk) zijn ingeschaald op een niveau zoals bij formele opleidingen. Buitenlandse opleiding Bent u een Nederlandse werkgever en biedt u een praktijkleerplaats aan studenten aan die een buitenlandse (duaal/deeltijd) opleiding volgen voor hbo in de sectoren techniek, landbouw en natuurlijke omgeving, gezondheidszorg, of gedrag en maatschappij? Dan kunt u mogelijk aanspraak maken op de Subsidieregeling praktijkleren. U kunt dan bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een verklaring aanvragen. Deze geeft aan dat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding. U heeft deze verklaring nodig op het moment dat u de subsidieaanvraag doet. Voorwaarden andere onderwijscategorieën Vmbo Mbo Promovendi en toio's Praktijkonderwijs VSO In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Tips voor aanvragers Subsidieregeling praktijkleren: Tips voor aanvragers Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 Een goede voorbereiding van uw aanvraag is belangrijk. We geven u tips voor een hogere slagingskans van uw aanvraag. Zorg op tijd voor eHerkenning en ketenmachtiging (voor intermediairs) U logt in met eHerkenning. Voor uw aanvraag heeft u minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3 nodig. Dient u een aanvraag in voor een ander? Regel dan op tijd een ketenmachtiging. Lees meer over ketenmachtiging Bekijk wat wel/niet voor subsidie in aanmerking komt De Subsidieregeling praktijkleren is bestemd voor bepaalde onderwijscategorieën. Lees de verschillende voorwaarden per onderwijscategorie. Onderstaande trajecten komen niet in aanmerking. Een stage van een aantal maanden in de basisberoepsgerichte, kadergerichte of gemengde leerweg, of een entree-opleiding in het vmbo (anders verzorgd dan de beroepsbegeleidende leerweg), ook al noemt men dit een leerwerktraject. Bij praktijkonderwijs en vso: een stage die/leerwerktraject dat niet in het laatste jaar van de opleiding heeft plaatsgevonden. Bij vso: het uitstroomprofiel 'dagbesteding'. Bij vso: in het uitstroomprofiel 'vervolgonderwijs' dat niet is ingericht als leerwerktraject. Een mbo-BBL-traject dat gericht is op een deelcertificaat in plaats van een diploma. Een mbo-BOL-traject (beroepsopleidende leerweg). Een mbo derde leerweg (ovo). Een EVC-traject. Een mbo-BBL-traject waarbij de onderwijsuren via e-learning worden ingevuld. Een specifieke maatwerkopleiding. Een voltijd hbo-opleiding of een hbo-duaal- of deeltijdtraject waarvan de CROHO valt in andere onderdelen dan techniek/landbouw en natuurlijke omgeving/gezondheidszorg, gedrag & maatschappij. Een deeltijd hbo-opleiding waarbij de beroepsuitoefening geen verplicht onderdeel vormt van de opleiding. Zorg dat uw administratie op orde is Uitgangspunt bij de regeling is dat de administratieve lasten bij een aanvraag zo beperkt mogelijk zijn. U verklaart in uw aanvraag dat u/de werkgever beschikt over: Een geldige praktijkleerovereenkomst die is afgesloten tussen student, werkgever en onderwijsinstelling. Een aanwezigheidsadministratie van de student(en) binnen uw organisatie in de aangevraagde weken. Een begeleidingsadministratie en onderbouwing van de voortgang van de student(en) in het kader van de opleiding in de praktijk binnen uw organisatie in de aanvraagperiode. Het behaalde diploma van de studenten als de opleiding is afgerond. Bij de aanvraag hoeft u deze documenten niet mee te sturen. Wel is het voor elke deelcategorie van belang dat uw administratie op orde is. Tijdens de beoordeling van uw aanvraag en na het verstrekken van de subsidie kunnen wij bovenstaande stukken namelijk bij u opvragen. Dit is om te toetsen of de subsidie terecht wordt/is uitbetaald. U heeft als werkgever daarom een bewaarplicht van de relevante documenten tot 5 jaar na afloop van het school- of studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt. Lees meer over de benodigde administratie Bepaal de juiste begin- en einddatum van begeleiding Bij de onderwijscategorie mbo hoeft u de juiste start- en einddatum niet meer zelf te bepalen. Wel moet u het juiste aantal weken begeleiding binnen de BPV periode opgeven. De juiste begin- en einddatum van de begeleiding wordt namelijk opgehaald vanuit het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Dit wordt bepaald aan de hand van de geregistreerde start- en einddatum van de BPV-periode (beroepspraktijkvorming) bij uw leerbedrijf. Als u een mbo-student handmatig wilt opvoeren (bijvoorbeeld omdat er geen BPV-periode bekend is bij DUO) of als u studenten bij andere onderwijscategorieën wilt opvoeren, volg dan onderstaande werkwijze. Welke begindatum vult u in? Begint de begeleiding eerder dan afgesproken in de overeenkomst? Vul dan de begindatum zoals afgesproken in de overeenkomst in. Begint de begeleiding later dan afgesproken in de overeenkomst? Vul dan de eerste begeleidingsdag in als begindatum. Welke einddatum vult u in? Stopt de begeleiding eerder dan afgesproken in de overeenkomst? Dan vult u de laatste begeleidingsdag in als einddatum. Dit kan gebeuren omdat de student zijn diploma heeft behaald of is gestopt met de opleiding. De diplomadatum is de einddatum, omdat voor de weken na het behalen van een diploma het recht op subsidie voor de praktijkbegeleiding vervalt. Stopt de begeleiding later dan afgesproken in de overeenkomst? Dan vult u de einddatum in zoals afgesproken in de overeenkomst. Bepaal het aantal weken begeleiding binnen de aanvraagperiode Cruciaal bij het toekennen van subsidie is de periode waarin daadwerkelijk begeleiding heeft plaatsgevonden. Op te geven weken zijn weken: waarin voor de opleiding begeleiding binnen uw bedrijf is gegeven; die binnen de periode van de praktijkleerovereenkomst, werkleerovereenkomst of overeenkomst vallen; die voor een (eventuele) diplomadatum vallen. Niet op te geven weken zijn weken: waarin helemaal geen begeleiding is geweest omdat de leerling of student niet bij u aanwezig was (bijvoorbeeld door ziekte, verlof of vorstverlet); die liggen vóór de begindatum en/of na de einddatum van de werkleerovereenkomst, praktijkleerovereenkomst of overeenkomst; die liggen na diplomering. Behaalt een leerling of student gedurende de begeleidingsperiode het diploma, dan moet u de datum van het diploma opgeven als einddatum. Voor de weken na het behalen van het diploma vervalt het recht op subsidie voor de praktijkbegeleiding. die liggen na (voortijdige) beëindiging van de opleiding door de student; die liggen buiten de BPV periode bij het leerbedrijf waarvoor subsidie wordt aangevraagd (mbo-bbl); die liggen buiten de geldigheidsperiode van de groene pas (aspirantenpas). Dit geldt alleen voor de mbo-bbl opleiding tot beveiliger. Gebruik een xlsx-bestand bij veel studenten In het aanvraagformulier vraagt u meerdere leerplaatsen in één keer aan. Naast het handmatig invullen van het aanvraagformulier, kunt u ook via het uploaden van één of meer xlsx-bestanden gegevens van meerdere studenten tegelijk importeren. In één aanvraag kunnen meerdere onderwijscategorieën opgevoerd worden. Per onderwijscategorie moet wél een apart xlsx-bestand gebruikt worden omdat de in te voeren gegevens per onderwijscategorie verschillen. Gebruik altijd de meest actuele versies van de xlsx-bestanden die tijdens de openstellingsperiode op de pagina Aanvragen staan. Bestanden van voorgaande jaren zijn mogelijk niet meer bruikbaar. U kunt het xlsx-bestand wel alvast voorbereiden. U kunt per aanvraag voor maximaal 600 studenten subsidie aanvragen. Wilt u voor meer studenten aanvragen? Verdeel de studenten dan over minimaal 2 aanvragen. Neem dus ook nooit meer dan 600 studenten op in een xlsx-bestand. Als u voor meerdere onderwijscategorieën xlsx-bestanden wilt uploaden in één aanvraag, dan mag het totaal aantal studenten over de verschillende xlsx-bestanden niet boven de 600 uitkomen. Dien uw aanvraag op tijd in Wacht niet tot het laatste moment met de aanvraag, maar doe dit zo snel mogelijk na afronding van de begeleiding in het afgelopen school-/studiejaar. Dien uw aanvraag in ieder geval in vóór sluiting van het aanvraagportaal. U ontvangt altijd een notificatiemail ter bevestiging van uw indiening. Controleer of u een bevestigingsmail heeft ontvangen Heeft u uw aanvraag ingediend? Dan ontvangt de door u geselecteerde contactpersoon een e-mail van ons, waarmee wij de aanvraag bevestigen. Hierin staat het zaaknummer (PL2XXXXXXX) van uw aanvraag. Wij gebruiken noreply[at]rvo.nl voor het versturen van de bevestigingsmail, dus zorg ervoor dat onze noreply e-mails niet in uw ongewenste e-mail terecht komen. Wij raden u aan om meerdere medewerkers toegang te geven tot het correspondentie e-mailadres dat u opgeeft in uw aanvraag. Heeft een intermediair uw aanvraag namens u ingediend, dan ontvangt de intermediair onze bevestigingsmail. Het is belangrijk om de ontvangst van de bevestigingsmail te controleren. Heeft u de e-mail ontvangen? Dan weet u dat uw aanvraag is ingediend en dat wij uw aanvraag in behandeling nemen. Heeft u geen e-mail ontvangen? Controleer dan eerst uw spambox. Is de e-mail daar ook niet binnengekomen? Neem dan contact met ons op. Bereid u voor op volgend jaar Voor deze regeling geldt dat een goed begin het halve werk is. Wij adviseren u dan ook vanaf de start van het nieuwe schooljaar te beginnen met het verzamelen van de benodigde administratie voor uw aanvragen van het volgende studiejaar. Denk bijvoorbeeld aan de wekelijkse urenstaten, de bewijslast van begeleiding en de (door alle partijen ondertekende) (werkleer-/praktijkleer)overeenkomst. Voor de aanwezigheids- en begeleidingsadministratie kunt u onze formats gebruiken, maar dit is niet verplicht. U mag ook gebruik maken van gegevens uit uw eigen administratie. Lees meer over de formats en benodigde administratie In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor mbo Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor mbo Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 Voor mbo-bbl studenten ondersteunt de Subsidieregeling praktijkleren bedrijven en organisaties die een praktijkleerplaats bieden. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken waarin de student begeleiding kreeg in het studiejaar. U vraagt de subsidie per studiejaar aan, na afloop van de begeleiding in het studiejaar (dus achteraf). Loopt de opleiding over meerdere studiejaren? Dien dan jaarlijks een aanvraag in voor de begeleiding die in het betreffende studiejaar is gegeven. Alleen mbo-bbl komt in aanmerking Studenten aan een beroepsopleidende leerweg (bol) komen niet in aanmerking voor subsidie. Dit geldt ook voor studenten aan de derde leerweg (ovo), EVC-trajecten en specifieke maatwerktrajecten (geen mbo bbl-opleidingen). Begeleidt u een student die een opleiding volgt binnen de derde leerweg? Kijk dan of u subsidie kunt krijgen vanuit de Subsidieregeling Praktijkleren in de derde leerweg. Non-formele opleidingen Mbo-bbl is een formele opleiding. Er zijn ook non-formele opleidingen zoals brancheopleidingen. Deze opleidingen komen niet in aanmerking voor subsidie. Dit geldt ook als deze opleidingen in het NLQF (nationaal kwalificatieraamwerk) zijn ingeschaald op een niveau zoals bij formele opleidingen. Keuzedelen mbo-bbl Met de herziening van de kwalificatiestructuur mbo zijn keuzedelen in het mbo geïntroduceerd. Met ingang van studiejaar 2016/2017 kunnen studenten naast beroepspraktijkvorming (BPV) voor de kwalificatie van de opleiding ook BPV voor een keuzedeel volgen. Als de BPV alleen betrekking heeft op één of meer keuzedelen dan komt dit niet voor subsidie in aanmerking. Voorwaarden Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden: De student U biedt praktijkbegeleiding aan een student van een mbo-opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Uw bedrijf of organisatie Uw bedrijf of organisatie is voor de periode waarin de begeleiding heeft plaatsgevonden door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend als leerbedrijf voor de betreffende mbo-opleiding. Het buitenschools praktijkgedeelte bij uw bedrijf of organisatie omvat minimaal 610 klokuren per studiejaar. Het studiejaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Bij een kortere of langere begeleidingsperiode kan het minimale aantal klokuren naar rato omgerekend worden. De opleiding De opleiding moet gericht zijn op een volledig diploma en zijn opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo). Op de website van de SBB vindt u meer informatie over alle crebo-opleidingen en de kwalificaties die van toepassing zijn op een opleiding. De onderwijsinstelling biedt minimaal 200 begeleide onderwijsuren aan per studiejaar. De voorwaarde van 200 begeleide onderwijsuren geldt zowel voor bekostigde als niet-bekostigde opleidingen. De student moet voor de aanvraagperiode ingeschreven staan voor de opleiding in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het ministerie verstrekt de subsidie alleen voor de nominale duur van de opleiding. Dit maximum is gerelateerd aan het aantal jaar van de opleiding. Het maximale subsidiebedrag, waarop een werkgever aanspraak kan maken, is voor een volledige praktijkleerplaats in het mbo bijvoorbeeld 40 weken vermenigvuldigd met de nominale duur van de opleiding. Zie de veelgestelde vragen voor meer gedetailleerde informatie over het de nominale duur. Lees meer over opleidings- en erkenningscodes voor leerbedrijven Administratie U heeft de praktijkbegeleiding van de student aangeboden op basis van een geldige en ondertekende praktijkleerovereenkomst. Deze overeenkomst is opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door: het erkende leerbedrijf; het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling; en de student. In deze praktijkleerovereenkomst staan in elk geval: de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming; het totaal aantal te volgen praktijkuren en de verdeling daarvan over de studiejaren; de begeleiding van de student; dat deel van de kwalificaties dat de student tijdens de beroepspraktijkvorming bij het bedrijf of de organisatie moet behalen en de beoordeling daarvan; en de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden. U beschikt over een aanwezigheidsadministratie op dag- of weekbasis voor de student bij de beroepspraktijkvorming. U beschikt over een administratie waaruit blijkt dat uw erkende leerbedrijf de student in het kader van de beroepspraktijkvorming heeft begeleid. Wanneer de student een opleiding tot beveiliger volgt, beschikt u over (een kopie van) het legitimatiebewijs (groene of grijze beveiligingspas), geldig voor de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd. U moet per leerling de vereiste administratie kunnen verstrekken. Het is belangrijk dat u alle informatie over administratie en controle, zoals de formats die u kunt gebruiken en de administratieve voorwaarden, goed doorleest op de pagina Administratie en controle. U kunt alleen subsidie aanvragen voor de weken waarin daadwerkelijk begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft plaatsgevonden. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet in minimaal 40 weken begeleiding zijn verzorgd. Weken van volledige afwezigheid, bijvoorbeeld omdat de student ziek was of met vakantie, tellen niet mee als weken van begeleiding. Als voorbeeld: 20 weken begeleiding resulteert in een subsidiebedrag van 50% van € 2.800. De hoogte van de subsidie hangt dus af van het aantal weken waarin de leerling praktijkbegeleiding kreeg in het schooljaar. U kunt dus ook subsidie aanvragen als u minder dan 40 weken begeleiding heeft gegeven. Buitenlandse opleiding Bent u een Nederlandse werkgever en biedt u een praktijkleerplaats aan studenten aan die een buitenlandse opleiding volgen voor mbo (bbl)? Dan kunt u mogelijk aanspraak maken op de Subsidieregeling praktijkleren. U kunt bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een verklaring aanvragen. Deze DUO-verklaring geeft aan dat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding. U heeft deze verklaring nodig als u de subsidieaanvraag doet. Voorwaarden overige onderwijscategorieën Vmbo Hbo Promovendi en toio's Praktijkonderwijs VSO In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor praktijkonderwijs Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor praktijkonderwijs Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 De Subsidieregeling praktijkleren ondersteunt bedrijven en organisaties die een praktijkleerplaats bieden aan leerlingen in het laatste jaar van het praktijkonderwijs (pro). U vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding in het schooljaar aan (dus achteraf). Alleen het laatste leerjaar van de opleiding komt in aanmerking voor subsidie. Voorwaarden Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden: De leerling De leerling moet voor de aangevraagde periode als schoolgaand ingeschreven staan bij een school voor praktijkonderwijs. De onderwijsinstelling is ervoor verantwoordelijk dat deze inschrijving ook doorgevoerd wordt in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De leerling volgt onderwijs in het laatste schooljaar. Het schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. De leerling volgt minimaal 1 dag per week binnenschools onderwijs en heeft maximaal 4 stagedagen per week. Uw bedrijf of organisatie Uw bedrijf of organisatie is voor de periode waarin de praktijkbegeleiding plaatsvindt door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend als leerbedrijf. De stage De stage omvat minimaal 640 klokuren aan beroepspraktijkvorming. De stage voldoet aan de geldende onderwijswetgeving. De duur van de stage gedurende de totale opleiding mag maximaal 50% van het aantal uren bedragen waarin onderwijs wordt verzorgd. Administratie U heeft de praktijkbegeleiding van de leerling aangeboden op basis van een geldige en ondertekende stageovereenkomst. Deze overeenkomst is opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door: het erkende leerbedrijf; het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling; en de leerling; als de leerling minderjarig is: ook de wettelijke vertegenwoordiger. In deze overeenkomst staan in elk geval: de leeractiviteiten die de leerling tijdens de stage heeft moeten ontplooien; de aanvangsdatum, de einddatum en de tijden van de leeractiviteiten; een regeling voor de begeleiding van de leerling bij de stagegever; de manier waarop de stagegever bij de beoordeling van de leeractiviteiten van de leerling wordt betrokken; en een regeling die de inspectie in staat stelt toezicht te houden op de leeractiviteiten die door de leerling bij de stagegever worden ontplooid. U beschikt over een aanwezigheidsadministratie op dag- of weekbasis voor de leerling bij de praktijkbegeleiding. U beschikt over een administratie waaruit blijkt dat uw erkende leerbedrijf de leerling in het kader van de praktijkbegeleiding heeft begeleid. U moet per leerling de vereiste administratie kunnen verstrekken. Het is belangrijk dat u alle informatie over administratie en controle, zoals de formats die u kunt gebruiken en de administratieve voorwaarden, goed doorleest op de pagina Administratie en controle. U kunt alleen subsidie aanvragen voor de weken waarin daadwerkelijk begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft plaatsgevonden. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet u in minimaal 40 weken begeleiding verzorgen. Weken van volledige afwezigheid, bijvoorbeeld omdat de student ziek was of met vakantie, tellen niet mee als weken van begeleiding. Als voorbeeld: 20 weken begeleiding resulteert in een maximaal subsidiebedrag van 50% van € 2.800. De hoogte van de subsidie hangt dus af van het aantal weken waarin de leerling praktijkbegeleiding kreeg in het schooljaar. U kunt dus ook subsidie aanvragen als u minder dan 40 weken begeleiding heeft gegeven. Voorwaarden andere onderwijscategorieën Vmbo Mbo Hbo Promovendi en toio's VSO In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: voorwaarden voor promovendi en toio's Subsidieregeling praktijkleren: voorwaarden voor promovendi en toio's Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 Voor promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio's) ondersteunt de Subsidieregeling praktijkleren bedrijven of organisaties die een werkleerplaats bieden met een tegemoetkoming in de gemaakte loon- of begeleidingskosten. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal maanden en contracturen waarin de student bij u heeft gewerkt aan hun onderzoek of ontwerpopdracht in het studiejaar. U vraagt de subsidie per studiejaar aan (achteraf). Loopt het onderzoek of de ontwerpopdracht over meerdere studiejaren? Dien dan jaarlijks een aanvraag in voor de maanden en contracturen die de promovendus aan hun onderzoek of de toio aan hun ontwerpopdracht bij u heeft gewerkt. Begeleiding van de promovendus of toio Als u een promovendus begeleidt, zijn er 2 mogelijkheden: De promovendus is voor het onderzoek in dienst van of heeft een aanstelling bij de universiteit of een instituut van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) of de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), terwijl u op basis van een overeenkomst de loonkosten van deze promovendus betaalt. De promovendus is in dienst bij de werkgever, en de begeleiding bij het onderzoek vindt plaats door de universiteit of door een instituut van de NWO of de KNAW. In het kader van de Subsidieregeling praktijkleren moet de universiteit of een instituut van de NWO of KNAW de begeleiding van de promovendus verzorgen. Als u een toio begeleidt, zijn er 2 mogelijkheden: De toio is in dienst van of heeft een aanstelling bij de universiteit, en voert zijn ontwerpopdracht bij uw bedrijf uit op basis van een overeenkomst. De toio is in dienst bij de werkgever en voert zijn ontwerpopdracht uit, terwijl de universiteit de toio begeleidt op basis van een overeenkomst tussen werkgever en universiteit. In het kader van de Subsidieregeling praktijkleren moet een universiteit de begeleiding van de toio verzorgen. Voorwaarden Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden: De universiteit Begeleidt een universiteit de promovendus of toio? Dan moet het een openbare universiteit zijn in Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam, Maastricht, of een bijzondere universiteit in: Amsterdam, die uitgaat van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs; Nijmegen, die uitgaat van de Stichting Katholieke universiteit; Tilburg, die uitgaat van de Stichting katholieke Universiteit Brabant. Een bijzondere universiteit, een daaraan verbonden academisch ziekenhuis, of een privaatrechtelijke onderzoeksorganisatie (Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Deltaris, Nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium, Energieonderzoek Centrum Nederland en MARIN) komen niet in aanmerking voor subsidie. Administratie U heeft de promovendus of toio een werkleerplaats geboden op basis van een geldige en ondertekende overeenkomst. Deze overeenkomst is getekend door u en de kennisinstelling. Is de promovendus in dienst is van, of heeft hij of zij een aanstelling bij een kennisinstelling? Dan staan in de overeenkomst in ieder geval: een bepaling dat de werkgever de loonkosten van de promovendus financiert; de periode van de arbeidsovereenkomst met of aanstelling bij de kennisinstelling; de totale arbeidsduur in uren per week van de promovendus; en de naam en het adres van de werkgever, kennisinstelling en promovendus. Is de promovendus of toio bij de werkgever in dienst? Dan staan in de overeenkomst in ieder geval: een bepaling dat de werkgever de loonkosten van de promovendus financiert; de naam en het adres van de werkgever, kennisinstelling en promovendus/toio; de periode van begeleiding door de kennisinstelling; en de totale arbeidsduur in uren per week van de promovendus/toio bij de werkgever. Is de toio in dienst van de universiteit? Dan staan in de overeenkomst in ieder geval: de periode waarin de toio de ontwerpopdracht bij de werkgever vervult; de totale arbeidsduur in uren per week van de toio; en de naam en het adres van de werkgever, de universiteit en de toio. Periode en maximale subsidie bij een promovendus U kunt alleen subsidie aanvragen voor de maanden waarin de promovendus aan zijn promotieonderzoek heeft gewerkt, en waarbij u de loonkosten van de promovendus heeft gefinancierd. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal maanden waarin aan het promotieonderzoek is gewerkt (maximaal 12 per studiejaar; het studiejaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus) te vermenigvuldigen met de arbeidsduur in uren per week die u financiert (maximaal 36 uur per week). Als voorbeeld: 6 maanden onderzoek met een arbeidsduur van 18 uur per week, leidt tot een subsidiebedrag van 6/12 vermenigvuldigd met 18/36 vermenigvuldigd met € 2.800. Dit komt uit op een maximaal subsidiebedrag van € 700. Periode en maximale subsidie bij een toio U kunt alleen subsidie aanvragen voor de maanden waarin de toio bij u aan zijn of haar ontwerpopdracht heeft gewerkt. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal maanden waarin aan de ontwerpopdracht is gewerkt (maximaal 12 per studiejaar) te vermenigvuldigen met de arbeidsduur in uren per week van de toio (maximaal 36 uur per week). Zie het voorbeeld hierboven. Voorwaarden andere onderwijscategorieën Vmbo Mbo Hbo Praktijkonderwijs VSO In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor vmbo Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor vmbo Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 17 september 2025 Voor vmbo-leerlingen ondersteunt de Subsidieregeling praktijkleren bedrijven en organisaties die een praktijkleerplaats in de basisberoepsgerichte leerweg aanbiedt die is ingericht als een leer-werktraject of entreeopleiding. U vraagt de subsidie per schooljaar aan, na afloop van de begeleiding in het schooljaar (dus achteraf). Alleen het 3e en 4e leerjaar van de opleiding komen in aanmerking voor subsidie. Voorwaarden Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden: De leerling Uw bedrijf of organisatie biedt praktijkbegeleiding aan een leerling van het vmbo die een basisberoepsgerichte leerweg volgt, ingericht als een leerwerktraject of entreeopleiding. De leerling zit in het 3e of 4e leerjaar van zijn of haar opleiding. Het leerwerktraject is gericht op het halen van een startkwalificatie op het niveau van een basisberoepsopleiding. Uw bedrijf of organisatie Uw bedrijf of organisatie is voor de periode waarin de praktijkbegeleiding heeft plaatsgevonden door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend als leerbedrijf voor het vmbo. Het buitenschools praktijkgedeelte bij uw bedrijf of organisatie omvat voor het leerwerktraject minimaal 640 klokuren en maximaal 1.280 klokuren per schooljaar. Het schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Voor een entreeopleiding omvat het buitenschools praktijkgedeelte minimaal 610 klokuren in de beroepsbegeleidende leerweg. Bij een kortere of langere begeleidingsperiode kan het minimale aantal klokuren naar rato omgerekend worden. De opleiding De opleiding biedt in elke schoolweek van het 3e en 4e leerjaar binnenschools onderwijs aan. De leerling moet voor de aanvraagperiode ingeschreven staan voor de opleiding in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD). De onderwijsinstelling is ervoor verantwoordelijk dat deze inschrijving ook doorgevoerd wordt in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Administratie U heeft de praktijkbegeleiding van de leerling aangeboden op basis van een geldige en ondertekende leerwerkovereenkomst. Deze overeenkomst is opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door: het erkende leerbedrijf; het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling; en de leerling; als de leerling minderjarig is: ook de wettelijke vertegenwoordiger. In deze leerwerkovereenkomst staan in elk geval: inhoud, leerdoelen, duur, periode van beoordelingsmaatstaven voor het buitenschoolse praktijkgedeelte; de begeleiding van de leerling; en de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden. U beschikt over een aanwezigheidsadministratie op dag- of weekbasis voor de leerling bij de praktijkbegeleiding. U beschikt over een administratie waaruit blijkt dat uw erkende leerbedrijf de leerling in het kader van de praktijkbegeleiding heeft begeleid. U moet per leerling de vereiste administratie kunnen verstrekken. Het is belangrijk dat u alle informatie over administratie en controle, zoals de formats die u kunt gebruiken en de administratieve voorwaarden, goed doorleest op de pagina Administratie en controle. U kunt alleen subsidie aanvragen voor de weken waarin daadwerkelijk begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft plaatsgevonden. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet u in minimaal 40 weken begeleiding verzorgen. Weken van volledige afwezigheid, bijvoorbeeld omdat de student ziek was of met vakantie, tellen niet mee als weken van begeleiding. Als voorbeeld: 20 weken begeleiding resulteert in een maximaal subsidiebedrag van 50% van € 2.800. De hoogte van de subsidie hangt dus af van het aantal weken waarin de leerling in het schooljaar praktijkbegeleiding kreeg. U kunt dus ook subsidie aanvragen als u minder dan 40 weken begeleiding heeft gegeven. Voorwaarden andere onderwijscategorieën Mbo Hbo Promovendi en toio's Praktijkonderwijs VSO In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor vso Subsidieregeling praktijkleren: Voorwaarden voor vso Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 De Subsidieregeling praktijkleren ondersteunt bedrijven en organisaties die een praktijkleerplaats bieden aan bepaalde leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) in het kader van de beroepspraktijkvorming in het laatste schooljaar. U vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding in het schooljaar aan (dus achteraf). Alleen het laatste leerjaar van de opleiding komt in aanmerking voor subsidie. Voorwaarden Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden: De leerling De leerling moet voor de aangevraagde periode als schoolgaand ingeschreven staan bij een school voor voortgezet speciaal onderwijs. De onderwijsinstelling is ervoor verantwoordelijk dat deze inschrijving ook doorgevoerd wordt in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De leerling volgt in het laatste schooljaar onderwijs in het uitstroomprofiel 'arbeidsmarktgericht' of in een leerwerktraject of entreeopleiding binnen het uitstroomprofiel 'vervolgonderwijs'. Het schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. De leerling volgt minimaal 1 dag per week binnenschools onderwijs en heeft maximaal 4 stagedagen per week. Uw bedrijf of organisatie Uw bedrijf of organisatie is voor de periode waarin de praktijkbegeleiding plaatsvindt door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend als leerbedrijf. De stage De stage omvat minimaal 640 klokuren aan beroepspraktijkvorming. De stage voldoet aan de geldende onderwijswetgeving. De duur van de stage gedurende de totale opleiding mag maximaal 50% van het aantal uren bedragen waarin onderwijs wordt verzorgd. Administratie U heeft de praktijkbegeleiding van de leerling aangeboden op basis van een geldige en ondertekende stageovereenkomst. Deze overeenkomst is opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door: het erkende leerbedrijf; het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling; en de leerling; als de leerling minderjarig is: ook de wettelijke vertegenwoordiger. In deze overeenkomst staan in elk geval: de leeractiviteiten die de leerling tijdens de stage moet ontplooien; de aanvangsdatum, de einddatum en de tijden van de leeractiviteiten; een regeling voor de begeleiding van de leerling bij de stagegever; de manier waarop de stagegever bij de beoordeling van de leeractiviteiten van de leerling wordt betrokken; en een regeling die de inspectie in staat stelt toezicht te houden op de leeractiviteiten die door de leerling bij de stagegever worden ontplooid. U beschikt over een aanwezigheidsadministratie op dag- of weekbasis voor de leerling bij de praktijkbegeleiding. U beschikt over een administratie waaruit blijkt dat uw erkende leerbedrijf de leerling in het kader van de praktijkbegeleiding heeft begeleid. U moet per leerling de vereiste administratie kunnen verstrekken. Het is belangrijk dat u alle informatie over administratie en controle, zoals de formats die u kunt gebruiken en de administratieve voorwaarden, goed doorleest op de pagina Administratie en controle. U kunt alleen subsidie aanvragen voor de weken waarin daadwerkelijk begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft plaatsgevonden. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet u in minimaal 40 weken begeleiding verzorgen. Weken van volledige afwezigheid, bijvoorbeeld omdat de student ziek was of met vakantie, tellen niet mee als weken van begeleiding. Als voorbeeld: 20 weken begeleiding resulteert in een maximaal subsidiebedrag van 50% van € 2.800. De hoogte van de subsidie hangt dus af van het aantal weken waarin de leerling praktijkbegeleiding kreeg in het schooljaar. U kunt dus ook subsidie aanvragen als u minder dan 40 weken begeleiding heeft gegeven. Voorwaarden overige onderwijscategorieën Vmbo Mbo Hbo Promovendi en toio's Praktijkonderwijs In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidieregeling praktijkleren Subsidieregeling praktijkleren: Veelgestelde vragen Subsidieregeling praktijkleren: Veelgestelde vragen Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juni 2026 Hier vindt u veelgestelde vragen en antwoorden die gaan over het aanvragen en de voorwaarden en berekening van de Subsidieregeling praktijkleren. Heeft u nog andere vragen? Voor vragen over praktijkleren kiest u in ons telefonisch keuzemenu voor Innovatie, onderzoek, onderwijs, zorg en welzijn. Veelgestelde vragen over het aanvragen Wat vul ik in als einddatum in het aanvraagformulier 2026? Het studiejaar is niet voor alle onderwijscategorieën gelijk. Voor vmbo, VSO, PRO, entree in vmbo en mbo loopt het studiejaar van 1 augustus tot en met 31 juli. Het studiejaar voor hbo, promovendi en toio's loopt van 1 september tot en met 31 augustus. U vraagt de subsidie aan na afloop van de begeleiding. Bij de onderwijscategorie mbo hoeft u de juiste start- en einddatum niet meer zelf te bepalen. De juiste begin- en einddatum van de begeleiding wordt namelijk opgehaald vanuit het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Dit geldt niet voor de andere onderwijscategorieën. Een voorbeeld: u begeleidt een hbo-student in de periode 1 oktober 2025 tot en met 31 juli 2026. Dan vult u in het aanvraagformulier als begindatum 1 oktober 2025 en als einddatum 31 juli 2026 in. U kunt de subsidieaanvraag pas indienen ná 31 juli 2026, want dat is de einddatum van de begeleiding. Eerder indienen met als einddatum 31 juli 2026 wordt niet geaccepteerd. Latere instroom in het studiejaar/begeleiding in meerdere studiejaren, hoe dien ik dit in? Aanvragen dient u in: per studiejaar; per leerling/student; en per opleiding. Vmbo/mbo studiejaren eindigen op 31 juli en beginnen op 1 augustus. Hbo/promovendi/toio’s studiejaren eindigen op 31 augustus en beginnen op 1 september. U geeft het aantal weken begeleiding op per studiejaar, per leerling/student en per opleiding. Weken van ziekte en verlof tellen hierin niet mee. Voorbeeld mbo bbl: Stel u begeleidt een student van 24 februari 2024 tot 17 februari 2026. Zo dient u in: De periode 24 februari 2024 – 31 juli 2024 valt binnen het studiejaar 2023/2024 en moet voor 17 september 2024 uiterlijk 17:00 uur worden ingediend. De periode 1 augustus 2024 – 31 juli 2025 valt binnen het studiejaar 2024/2025 en moet voor 17 september 2025 uiterlijk 17:00 uur worden ingediend. De periode 1 augustus 2025 – 17 februari 2026 valt binnen het studiejaar 2025/2026 en moet voor 17 september 2026 uiterlijk 17:00 uur worden ingediend. Kan ik zonder burgerservicenummer (bsn) van de student een aanvraag indienen? Voor het indienen van een aanvraag maakt u gebruik van het aanvraagformulier in de beveiligde omgeving van ons aanvraagportaal. In dit formulier moet u onder andere het bsn van de student invullen. Als een student geen bsn heeft, bijvoorbeeld een buitenlandse student, dan kan er ook worden aangevraagd met een onderwijsnummer van DUO. Dit is niet mogelijk voor wo-studenten. Het bsn (of het onderwijsnummer) wordt door RVO gebruikt om te bepalen of de opgegeven student voor de subsidie in aanmerking komt. Omdat deze controle onderdeel is van de wettelijke taak van RVO, is opname in een verwerkingsregister niet nodig. Hoe kan een werkgever de begeleide onderwijsuren en de uren beroepspraktijkvorming aantonen? Een voorwaarde voor subsidie is dat de student de begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming heeft genoten. Deze uren vloeien voort uit het onderwijsprogramma van de crebo beroepsopleiding. Dat programma is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling waarbij het bedrijf er mede zorg voor dient te dragen dat het onderwijsprogramma uitgevoerd kan worden zoals gepland. Uit de aanwezigheidsadministratie van de werkgever blijkt of de student aanwezig is geweest bij de beroepspraktijkvorming. Daarnaast moet de onderwijsinstelling aan kunnen tonen dat de student aanwezig is geweest bij de begeleide onderwijsuren die verzorgd worden door de onderwijsinstelling. Deze begeleide onderwijsuren kunnen ook door de onderwijsinstelling bij het bedrijf worden aangeboden. In alle gevallen moet een aanwezigheidsregistratie bijgehouden worden die ook beschikbaar moet worden gesteld aan het bedrijf als hierom wordt gevraagd ten behoeve van de verantwoording. Het bedrijf kan dat van tevoren in de afspraken over de opleiding met de onderwijsinstelling vastleggen. Wie mag subsidie aanvragen bij een organisatorische verandering, zoals een bedrijfsfusie of -overname, wijzing van rechtsvorm of een entiteitswijziging? Als uw ondernemingsvorm is gewijzigd, kan de nieuwe entiteit aanvragen over de gehele periode. Het gaat dan in feite om dezelfde leerwerkplaats. Als uw onderneming is overgenomen of gefuseerd met een andere onderneming gaat het in principe ook om dezelfde leerwerkplaats. Voor de student verandert er in het kader van de beroepspraktijkvorming niet veel. Normaal gesproken gaan alle rechten en plichten over op de nieuwe eigenaar of entiteit. De nieuwe eigenaar of entiteit kan de subsidie aanvragen over de gehele periode. De nieuwe eigenaar of entiteit beschikt dan ook over de praktijkleren-administratie. Heeft u te maken met een specifieke situatie en bent u er niet zeker van hoe u moet handelen? Neem dan contact op met afdeling Praktijkleren. Veelgestelde vragen over de voorwaarden en subsidieberekening Hoe berekent RVO de subsidie? De berekening verschilt per categorie. Voor vmbo, pro, vso en mbo-bbl geldt het aantal weken dat onderricht in de praktijk plaatsvindt (met een maximum van 40 weken per studiejaar) gedeeld door 40. Bij hbo is dit maximaal 42 weken gedeeld door 42. Het maximale subsidiebedrag bedraagt de uitkomst van de berekening vermenigvuldigd met € 2.800. Het bedrag van € 2.800 wordt verlaagd als er meer subsidie wordt aangevraagd dan het beschikbare budget in een categorie. Voor promovendi en technologisch ontwerper in opleiding geldt het aantal maanden dat een promovendus zijn onderzoek verricht of een technologisch ontwerper in opleiding is ingeschreven bij een universiteit gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal uren per week (met een maximum van 36) gedeeld door 36. Het maximale subsidiebedrag bedraagt de uitkomst van de berekening vermenigvuldigd met € 2.800. Het bedrag van € 2.800 wordt verlaagd als er meer subsidie wordt aangevraagd dan het beschikbare budget in deze categorie. Kan je subsidie aanvragen bij minder dan 40 weken begeleiding in het studiejaar? Ja, ook voor een kortere begeleidingsperiode kunt u subsidie aanvragen. Wel moet u naar rato voldoen aan de urennorm (zie de voorwaarden per onderwijscategorie). Stel u heeft een mbo-bbl student 20 weken begeleiding gegeven. Dan ziet de berekening er als volgt uit: 20 gedeeld door 40 = 0,5 0,5 x 2.800 = € 1.400 Wat is de beroepspraktijkvorming urennorm? En wat als de student/leerling maar een deel van het studiejaar begeleiding bij mijn bedrijf heeft gehad? Heeft de begeleiding bij de beroepspraktijkvorming (BPV) van de student of leerling gedurende het hele studiejaar bij uw leerbedrijf plaatsgevonden? Dan moet deze BPV minimaal 610 klokuren omvatten bij mbo-studenten en minimaal 640 uur voor vmbo/PRO/VSO-leerlingen. Is een student of leerling een kortere periode door uw leerbedrijf begeleid? Dan wordt in verhouding naar de BPV-uren gekeken. Bijvoorbeeld: uw leerbedrijf heeft een mbo-student van 1 augustus 2023 tot en met 31 januari 2024 (dus 6 maanden) BPV-begeleiding gegeven. Dan moet uw leerbedrijf in deze periode minimaal 6/12 x 610 = 305 klokuren BPV-begeleiding aan deze student hebben gegeven. Voor de begeleiding van een vmbo/PRO/VSO-leerling geldt in dit geval minimaal 6/12 x 640 = 320 klokuren. Hoe gaat RVO om met de nominale duur van de opleiding? Het ministerie verstrekt de subsidie alleen voor de nominale duur van de opleiding. Dit maximum is gerelateerd aan het aantal jaar van de opleiding. Het maximale subsidiebedrag waarop een werkgever aanspraak kan maken is voor een volledige praktijkleerplaats in het mbo bijvoorbeeld 40 weken vermenigvuldigd met de nominale duur van de opleiding. Vertraging, waardoor de nominale duur van de opleiding wordt overschreden, is dus niet subsidiabel. Tussentijds stopzetten van de opleiding Het tussentijdse stopzetten van de opleiding, bijvoorbeeld in verband met zwangerschapsverlof, brengt geen wijziging in de nominale duur van de opleiding. Gedurende het verlof is er geen praktijkbegeleiding en kunt u dus ook geen aanspraak maken op subsidie. Zodra de praktijkbegeleiding na het verlof weer start, kunt u als werkgever aanspraak op subsidie maken totdat het maximum is bereikt. Uiteraard moet aan de overige voorwaarden van de regeling zijn voldaan (opleidingseisen, (praktijkleer)overeenkomst, feitelijke begeleiding). Doorstroom naar een hoger niveau opleiding Heeft een student bijvoorbeeld eerst een niveau 3-opleiding afgerond en wil hij daarna een niveau 4-opleiding gaan doen, dan gaat vanaf de start van de niveau 4-opleiding de nominale duur van de opleiding (3 of 4 jaar) opnieuw in. Maar een onderwijsinstelling zal een student die al een niveau 3-diploma heeft geen 3 of 4 jaar meer over een opleiding laten doen (de school krijgt immers bijna geen bekostiging meer voor deze leerling). De werkgever krijgt (als hij aan de voorwaarden voldoet) een tegemoetkoming maximaal voor de nominale duur van de opleiding op niveau 4, totdat de student zijn diploma haalt en uitgeschreven wordt op school. Dit geldt ook bij doorstroom van een niveau 1-opleiding naar niveau 2, en niveau 2 naar 3. Vallen EVC- en maatwerktrajecten onder de Subsidieregeling praktijkleren? EVC-trajecten vallen niet onder de subsidieregeling. Een mbo-bbl opleiding die wordt gevolgd na afronding van een EVC-traject kan wel subsidie krijgen als deze volledig aan de eisen van een mbo-bbl opleiding en de Subsidie praktijkleren voldoet. Hierbij zal de student waarschijnlijk niet de hele nominale duur van het mbo-bbl traject doorlopen. Als gevolg van behaalde competenties kan de student vrijstellingen hebben gekregen. De weken dat daadwerkelijk begeleiding wordt verzorgd tijdens het mbo-bbl traject kunnen in aanmerking komen voor de subsidie. Een maatwerktraject komt alleen voor subsidie in aanmerking als het traject volledig aan de eisen van een mbo-bbl opleiding en de Subsidieregeling praktijkleren voldoet. De regeling stelt namelijk als voorwaarde dat werkgevers in aanmerking komen voor subsidie als de student een volledig onderwijsprogramma volgt voor een erkend kwalificerend diploma. Kan een uitzendbureau of detacheringsbureau aanspraak maken op de Subsidieregeling praktijkleren? Een uitzendbureau of detacheringsbureau kan voor zichzelf subsidie aanvragen als het een werkgever is in de zin van de regeling. Dit betekent voor de begeleiding van vmbo of mbo-bbl studenten onder andere dat het uitzendbureau een erkend leerbedrijf is. Verder moet het uitzendbureau zelf de student, waarmee het een praktijkleerovereenkomst heeft gesloten, begeleiden in de praktijk in hun eigen bedrijf. Voor werknemers die worden uitgezonden of gedetacheerd bij andere organisaties kan een uitzendbureau of detacheringsbureau geen subsidie aanvragen, omdat de inlenende organisatie de begeleiding bij de beroepspraktijkvorming doet. Mag ik meerdere opleidingssubsidies combineren of stapelen (cumulatie)? Ja, cumulatie is mogelijk. De regeling bevat geen bepalingen waarmee dit wordt uitgesloten. Let u er wel op dat dit bij de andere regelingen wel het geval kan zijn. Kunnen we een deel van de 200 uurnorm voor begeleide onderwijsuren invullen door middel van e-learning? Met de 200 uurnorm voor begeleide onderwijstijd wordt bedoeld dat er minimaal 200 contacturen tussen de student en de docent plaats moeten vinden om tot een voldoende intensief, uitdagend en afwisselend onderwijsprogramma te komen. Het gaat daarbij ook o
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Aanhef
    Lichaam
    ARTIKEL I
    ARTIKEL II
    Ondertekening
    TOELICHTING
    1. Algemeen
    2. Openstelling van de subsidieregeling voor Caribisch Nederland
    2.1 Aanvragen van een subsidie op Sint Eustatius en Saba
    3. Additionele middelen Klimaatfonds
    3.1 Actualisatie opleidingscodes
    4. Verwerking van persoonsgegevens
    5. Financiële gevolgen
    6. Overige aspecten
    ARTIKELSGEWIJS
    Onderdeel A
    Onderdeel B
    Onderdeel C
    Onderdelen D, F en G
    Onderdeel E
    Onderdeel H
    Onderdeel I
    Onderdeel J
    Onderdelen K en L
    Onderdeel M
    Onderdeel N
    Onderdeel O
    Onderdeel Q
    Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 juni 2026, nr. MBO/56156229,
    houdende wijziging van de Subsidieregeling praktijkleren in verband met onder meer
    de uitbreiding naar Sint Eustatius en Saba, alsmede de actualisatie van de opleidingscodes
    met betrekking tot de aanvullende subsidie klimaat- en energietransitie
    De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
    Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 4, 5
    en 10 van de Wet overige OCW-subsidies;
    Besluit:
    ARTIKEL I
    De Subsidieregeling praktijkleren wordt als volgt gewijzigd:
    A
    Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
    1. In het eerste lid wordt ‘of artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de WEB BES.’
    vervangen door ‘of artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB BES, of voor een leerling
    die bekostigd onderwijs volgt als bedoeld in artikel 10 van het Besluit Saba Comprehensive
    School en Gwendoline van Puttenschool BES.’.
    2. Aan het tweede lid wordt toegevoegd ‘of dit verzorgt voor de leerling die bekostigd
    onderwijs volgt als bedoeld in artikel 10 van het Besluit Saba Comprehensive School
    en Gwendoline van Puttenschool BES’.
    B
    Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
    1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘artikel 7.2.6 van de WEB BES;’ vervangen door
    ‘artikel 7.2.6, vierde lid, van de WEB BES of artikel 11 van het Besluit Saba Comprehensive
    School en Gwendoline van Puttenschool BES;’.
    2. Aan het tweede lid wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.
    C
    In artikel 7, onderdeel a, vervalt ‘en artikel 6.1.1. van de WEB BES,’.
    D
    Aan artikel 9d, tweede lid, wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.
    E
    In artikel 10, vierde lid, wordt ‘artikel 7.2.9, derde lid, van de WEB’ vervangen
    door ‘artikel 7.2.8, derde lid, van de WEB’.
    F
    Aan artikel 11, derde lid, wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.
    G
    In artikel 15, tweede lid, wordt na ‘gerealiseerde praktijkleerplaats op Bonaire’
    ingevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.
    H
    Artikel 15b wordt als volgt gewijzigd:
    1. Het tweede en derde lid komen te luiden:
    2. Voor de verstrekking van aanvullende subsidies op grond van deze paragraaf voor mbo-praktijkleerplaatsen
    in sectoren die contact- en conjunctuurgevoelig zijn, is voor het studiejaar 2020–2021
    € 15.800.000 beschikbaar en is voor het studiejaar 2021–2022 € 19.000.000 beschikbaar.
    3. Voor de verstrekking van aanvullende subsidies op grond van deze paragraaf voor mbo-praktijkleerplaatsen
    voor opleidingen als bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling is voor studiejaar 2025–2026
    € 7.000.000,– en is voor het studiejaar 2026–2027 € 8.000.000,– beschikbaar.
    I
    In artikel 15c1, eerste lid, wordt ‘artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de
    WEB BES,’ vervangen door ‘artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB BES,’.
    J
    Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
    1. In het derde lid, wordt na ‘Voor aanvragers op Bonaire’ ingevoegd ‘, Sint Eustatius
    en Saba’.
    2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
    5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragers van Bonaire, Sint
    Eustatius en Saba.
    K
    In artikel 18, tweede lid, wordt na ‘gerealiseerde praktijkleerplaats op Bonaire’
    ingevoegd ’, Sint Eustatius of Saba’.
    L
    In artikel 19, derde lid, wordt na ‘gerealiseerde praktijkleerplaats op Bonaire’ ingevoegd
    ‘, Sint Eustatius en Saba’.
    M
    Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
    1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
    2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
    2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op werkgevers gevestigd op Bonaire,
    Sint Eustatius en Saba.
    N
    Aan artikel 23, tweede lid, wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.
    O
    In artikel 27a, derde lid, wordt ‘deze gegevens’ vervangen door ‘het persoonsgebonden
    nummer, bedoeld in artikel 1 van de Wet register onderwijsdeelnemers’.
    P
    Aan artikel 31a wordt toegevoegd ‘ en artikel 11 van het besluit Saba Comprehensive
    School en Gwendoline van Puttenschool BES’.
    Q
    Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:
    Aan het Overzicht opleidingscodes worden de volgende codes toegevoegd:
    Beroepscode
    Kwalificatie
    Naam opleiding
    b0919
    27095
    Uitvoerder bouw/infra
    b0357
    27096
    Uitvoerder gespecialiseerde aannemerij
    b0216
    27093
    Werkvoorbereider fabricage
    b0356
    27094
    Werkvoorbereider gespecialiseerde aannemerij
    b0217
    27092
    Werkvoorbereider installaties
    b1042
    27113
    Allround technicus voertuigen en mobiele werktuigen
    b1041
    27112
    Basis technicus voertuigen en mobiele werktuigen
    b1044
    27111
    Technisch specialist voertuigen en mobiele werktuigen
    b0954
    27071
    Allround dakdekker bitumen en kunststof
    b0952
    27072
    Allround monteur metalen daken en gevels
    b0354
    27070
    Allround dakdekker pannen/leien
    b0955
    27051
    Dakdekker bitumen en kunststof
    b0351
    27050
    Dakdekker pannen/leien
    b0350
    27067
    Dakdekker riet
    b0953
    27068
    Monteur metalen daken en gevels
    ARTIKEL II
    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026.
    Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
    De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
    R.M. Letschert
    TOELICHTING
    1. Algemeen
    Middels deze wijzigingsregeling worden vier wijzigingen doorgevoerd in de Subsidieregeling
    praktijkleren (hierna: de subsidieregeling). Het gaat om de volgende wijzigingen:
    1. De subsidieregeling wordt opengesteld voor Sint Eustatius en Saba.
    2. De aanvullende subsidie voor mbo-opleidingen in sectoren die benodigd zijn voor de
    klimaat- en energietransitie wordt verlengd voor het studiejaar 2026–2027.
    3. De opleidingscodes die bijdragen aan de klimaat- en energietransitie worden geactualiseerd
    naar aanleiding van de jaarlijkse herziening van de kwalificatiedossiers.
    4. Er wordt gespecifieerd welk persoonsgegeven verder mag worden verwerkt voor de uitvoering
    van de Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang.
    2. Openstelling van de subsidieregeling voor Caribisch Nederland
    Sinds 10 oktober 2010 zijn de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden)
    als bijzondere gemeenten onderdeel van Nederland. Voor het onderwijs wordt toegewerkt
    naar één wettelijk kader voor Europees en Caribisch Nederland en dienen voorzieningen
    die in Europees Nederland beschikbaar zijn, in beginsel ook op Caribisch Nederland
    beschikbaar te zijn. Op deze wijze wordt aangesloten bij het kabinetsstandpunt ‘comply
    or explain’, waarbij het uitgangspunt is dat regelgeving van toepassing is op Caribisch
    Nederland of als dit niet van toepassing is wordt uitgelegd waarom dit niet van toepassing
    is.1
    De evaluatie van de subsidieregeling die is uitgevoerd over de periode 2019 tot en
    met 2022 bevestigt dat, in ieder geval voor Bonaire, uitbreiding naar Caribisch Nederland
    wenselijk en voor Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitvoerbaar was. Deze
    uitbreiding is verwerkt vanaf studiejaar 2025–2026. Benoemd werd dat meer tijd nodig
    was om vervolgonderzoek te doen naar de uitvoerbaarheid van deze uitbreiding op Sint
    Eustatius en Saba.2 Sint Eustatius en Saba kennen namelijk een andere onderwijsinrichting en examensysteem
    dan Europees Nederland en Bonaire. Zo wordt bijvoorbeeld het onderwijs Engelstalig
    aangeboden volgens het curriculum van de Caribbean Examinations Council (CXC). Dit vervolgonderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden, waarna is besloten dat
    de uitbreiding naar Sint Eustatius en Saba mogelijk is. Met deze wijzigingsregeling
    wordt dan ook aan het voornemen voldaan om de subsidieregeling open te stellen voor
    Sint Eustatius en Saba.
    Voor een goede aansluiting van het Caribbean Vocational Qualification (CVQ) op de
    arbeidsmarkt is in artikel 11, eerste lid, van het Besluit Saba Comprehensive School
    en Gwendoline van Puttenschool BES vastgelegd dat 20 procent van het CVQ-onderwijs
    wordt gevolgd op een stageplaats. Deze buitenschoolse praktijkvorming vindt plaats
    bij de door de Raad onderwijs arbeidsmarkt (ROA CN) erkende leerwerkbedrijven. De
    regering vindt het belangrijk om ook deze leerwerkbedrijven tegemoet te komen in de
    begeleidingskosten voor deze leerlingen. Met onderhavige wijzigingsregeling wordt
    dit mogelijk gemaakt en wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het wettelijk kader
    voor Europees Nederland en Bonaire. Gelet op bovenstaande en de contextuele verschillen
    is de regeling niet één-op-één toepasbaar.
    2.1 Aanvragen van een subsidie op Sint Eustatius en Saba
    Gezien de kleinschaligheid van Sint Eustatius en Saba wijkt de aanvraag- en beoordelingsprocedure
    op enkele punten af van de procedure in Europees Nederland en is zoveel mogelijk aangesloten
    bij de procedure van Bonaire. De onderwijsinstellingen op Sint Eustatius en Saba zijn
    nog niet aangesloten op het register onderwijsdeelnemers (ROD) van de Dienst Uitvoering
    Onderwijs (DUO). Daardoor kan tussen RVO en DUO nog geen automatische gegevenslevering
    plaatsvinden voor de controle op basis van inschrijfgegevens. Totdat de onderwijsinstellingen
    zijn aangesloten op het ROD wordt een subsidieaanvraag fysiek en schriftelijk ingediend.
    Omdat voor Caribisch Nederland geen uitwisseling met DUO en Samenwerkingsorganisatie
    Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) kan plaatsvinden en bedrijven op Caribisch Nederland
    (nog) niet veel digitaal werken, heeft RVO een loket ingericht om de aanvragen schriftelijk
    in ontvangst te nemen. Het loket moet eenvoudig toegankelijk zijn voor aanvragers.
    RVO houdt hier rekening mee en maakt de locatie van het loket en de openingstijden
    tijdig bekend op haar website.
    Het loket wordt bemand door een (of meerdere) medewerker(s) van RVO op Bonaire en
    OCW Caribisch Gebied op Sint Eustatius en Saba, die de aanvragen in ontvangst nemen,
    beoordelen en vervolgens aan het RVO-team op Bonaire verstrekken. Bij in ontvangstneming
    van de aanvraag, wordt de aanvraag inclusief bijlagen beoordeeld op volledigheid en
    juistheid. Mogelijk wordt de aanvrager verzocht extra gegevens aan te leveren als
    de gevraagde gegevens niet compleet zijn aangeleverd. Indien akkoord bevonden kan
    de subsidie worden verstrekt.
    De aanvraag voor de subsidie bevat een door RVO opgesteld aanvraagformulier met de
    volgende bijlagen:
    1. De Praktijkleerovereenkomst (ondertekend door de CVQ-leerling die de buitenschoolse
    praktijkvorming volgt, de onderwijsinstelling, werkgever en het ROA);
    2. Een voor aanvragers op Sint Eustatius en Saba door RVO opgesteld format, dat ziet
    op de aanwezigheidsadministratie die gedurende het studiejaar door de CVQ-leerling
    die de buitenschoolse praktijkvorming volgt is ingevuld en door de werkgever is ondertekend;
    3. Een voor aanvragers op Sint Eustatius en Saba door RVO opgesteld format, dat ziet
    op de begeleidingsadministratie gedurende de buitenschoolse praktijkvorming van de
    CVQ-leerling. Dit format dient ondertekend te worden door CVQ-leerling die de buitenschoolse
    praktijkvorming volgt, de werkgever en opleidingsinstelling;
    4. Een kopie dagafschrift van de bank waaruit is af te leiden dat de aanvrager de houder
    van het bankrekeningnummer is.
    3. Additionele middelen Klimaatfonds
    Vanaf studiejaar 2025–2026 is een pilot gestart met additionele middelen vanuit het
    Klimaatfonds voor de klimaat- en energietransitie. Het doel van deze aanvullende subsidie
    is om het tekort aan vakmensen in deze sector aan te pakken door het stimuleren van
    extra praktijkleerplaatsen om deze studenten op te leiden tot vakmensen voor de klimaat-
    en energietransitie. De aanvullende subsidie vanuit het Klimaatfonds is een impuls
    voor bedrijven die praktijkleerplaatsen aanbieden voor studenten die de beroepsbegeleidende
    leerweg volgen (bbl-studenten). Deze bbl-studenten worden direct opgeleid om uitvoering
    te geven aan CO2-reducerende a
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.