Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2025-2026
Gemeente Rotterdam
Voor rechtspersonen die activiteiten uitvoeren gericht op preventie van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling en schadelijke traditionele praktijken.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor rechtspersonen die activiteiten uitvoeren gericht op preventie van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling en schadelijke traditionele praktijken in Rotterdam. Maximaal € 75.000 per activiteit (max. € 200.000 per aanvrager) voor preventieactiviteiten en € 15.000 voor sensibiliseringsactiviteiten. Totaal subsidieplafond 2025: € 1.050.000.
Voor wie is het bedoeld?
Voor rechtspersonen die activiteiten uitvoeren gericht op preventie van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling en schadelijke traditionele praktijken.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor preventieactiviteiten tegen huiselijk geweld
- Financiering voor kindermishandelingpreventie in Rotterdam
- Subsidie voor sensibiliseringsactiviteiten seksueel geweld
- Ondersteuning van organisaties die ouderenmishandeling voorkomen
Voorwaarden
- Activiteiten moeten plaatsvinden in het kalenderjaar waarvoor subsidie is aangevraagd
- Uitvoerende medewerkers moeten een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag hebben
- Verplichte rapportage over resultaten, effecten, bereik en leeropbrengst
- Aanvragen worden beoordeeld op basis van puntensysteem (40 punten doelstelling, 30 punten kwaliteit, 30 punten kosteneffectiviteit, 20 punten effectiviteit, 30 punten spreiding)
- Minimale totaalscore 100 punten voor preventieactiviteiten, 80 punten voor sensibiliseringsactiviteiten
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- 31 mei 2027
- Budget
- € 1,1 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 1,1 mln
- Verdeling
- -
- Start
- 1 jan 2025
- Sluit
- -
- Budget
- € 1,1 mln
- Verdeling
- Tender
Bronnen en actualiteit
“Een subsidie bedraagt ten hoogste: € 75.000 per activiteit en bij meerdere activiteiten ten hoogste € 200.000 per aanvrager, indien sprake is van een activiteit dan wel activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a”
Toon brontekst
Start subsidie voorkomen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld aanvragen | www.rotterdam.nl - Ga naar de hoofdinhoud Zoeken - Contact - Kaart . Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad. - Translate website, Vertaal website terug # Start subsidie voorkomen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld aanvragen Lees voor ## Stap 1 van 3 ### Formulier invullen Aanvraagformulier Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld ## Stap 2 van 3 ### Documenten verzamelen ## Stap 3 van 3 ### Online aanvragen Subsidie aanvragen . Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad.
Toon brontekst
Subsidie bestrijding huiselijk geweld aanvragen | www.rotterdam.nl - Ga naar de hoofdinhoud Zoeken - Contact - Kaart . Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad. - Translate website, Vertaal website Leestijd: 2 min # Subsidie bestrijding huiselijk geweld aanvragen Lees voor Helpt uw organisatie Rotterdammers bij het tegenhouden van huiselijk geweld? Dan kunt u misschien subsidie krijgen. U vraagt online subsidie aan. Hiervoor hebt u eHerkenning nodig. Jaarlijkse subsidie vraagt u elk jaar aan vóór 1 juni. Een subsidie voor 1 keer vraagt u minimaal 3 maanden voor de start van de activiteiten aan. Subsidie aanvragen . Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad. ## Voor wie is het ## Voorwaarden ## Wat hebt u nodig ## Hoelang duurt het ## Contact
Toon brontekst
Subsidie voorkomen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld aanvragen | www.rotterdam.nl - Ga naar de hoofdinhoud Zoeken - Contact - Kaart . Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad. - Translate website, Vertaal website Leestijd: 3 min # Subsidie voorkomen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld aanvragen Lees voor Helpt uw organisatie Rotterdammers bij het voorkomen van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld en schadelijke traditionele praktijken, zoals huwelijksdwang? En helpt u ook om deze onderwerpen bespreekbaar te maken? Dan kunt u misschien subsidie krijgen. U kunt tot en met 31 juli 2026 subsidie aanvragen voor groepsactiviteiten in november of december 2026. Subsidie aanvragen ## Voor wie is het ## Voorwaarden ## Hoogte subsidie ## Kosten ## Hoelang duurt het ## Contact
Toon brontekst
Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2027-2028 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; gelezen het voorstel van de wethouder Zorg, Ouderen en Jeugdzorg van 17 maart 2026 M2603-3028; gelet op artikel 3, derde lid, artikel 4, tweede lid, artikel 6, derde lid, artikel 7, derde lid, artikel 8, aanhef en onderdeel k, van de SVR 2014; overwegende, dat het wenselijk is een volgende subsidieregeling vast te stellen ter stimulering van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van, het voorkomen van herhaling van en het terugdringen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld door het maatschappelijke gesprek aan te gaan, vroegtijdig te signaleren en de weerbaarheid te bevorderen, omdat iedere Rotterdammer recht heeft op een gezond en veilig leven; besluit: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - beleidsplan: beleidsplan huiselijk geweld van de gemeente Rotterdam ‘Samen naar een toekomst zonder geweld’ (Gemeenteblad 2024, 61900); - huiselijk geweld: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - interventie: doelgerichte en methodische aanpak die bestaat uit concreet uitgevoerde handelingen met een specifiek beoogd effect; - kindermishandeling: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - ouderenmishandeling: lichamelijk, psychisch of seksueel geweld, financieel misbruik, of verwaarlozing van een oudere door een persoon die een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere heeft en waarvan de oudere geheel of gedeeltelijk afhankelijk is, waardoor lichamelijke, psychische of financiële schade ontstaat dan wel dreigt te ontstaan; - schadelijke traditionele praktijken: vormen van huiselijk geweld die voortkomen uit orthodoxe of conservatieve tradities en rigide opvattingen over seksualiteit en man-vrouwrollen, die plaatsvinden in samenhang met een bepaald collectief gedachtegoed binnen al dan niet gesloten gemeenschappen; - seksueel geweld: seksuele handelingen die iemand gedwongen uitvoert, meemaakt of ziet. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: - preventieve activiteiten, al dan niet groepsgericht, gericht op het bijdragen aan het voorkomen van, het voorkomen van herhaling van en terugdringen van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken, door middel van: het maatschappelijk gesprek om taboes te doorbreken; het bevorderen van bewustzijn, weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking van slachtoffers, plegers of andere betrokkenen, niet zijnde professionals, waarbij de activiteiten nadrukkelijk een voorkomende, versterkende of signalerende functie hebben; - groepsgerichte preventieve activiteiten in de periode november of december vanaf 2027 in het kader van de Week tegen Kindermishandeling en Orange the World, ter bevordering van het maatschappelijke gesprek om taboes over huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken te doorbreken of het vergroten van kennis om een van de vormen van geweld of mishandeling zo vroeg mogelijk te kunnen signaleren, daarop te handelen en te melden; - innovatieve activiteiten gericht op preventie voldoen aan de volgende vereisten: de aanpak of interventie heeft een meerwaarde ten opzichte van reeds bestaande onderbouwde en effectieve aanpakken; de aanpak of interventie is potentieel effectief; en de activiteit wordt ingezet in het kader van een activiteit als bedoeld in onderdeel a; - innovatieve activiteiten gericht op preventie voldoen daarnaast tenminste aan één van de volgende vereisten: er wordt een nieuwe aanpak of interventie ontwikkeld; een bestaande effectieve preventieve interventie wordt eenmalig doorontwikkeld ten behoeve van: een nieuwe groep slachtoffers, plegers of andere betrokkenen waar de bestaande interventie nu nog niet op wordt toegepast; of een nieuwe setting in de wijk, school, thuis of online; er wordt een bestaande preventieve interventie uitgevoerd waar het college nog niet eerder subsidie voor heeft verleend; er wordt een effectieve preventieve interventie uit het buitenland aangepast aan de Nederlandse context, of voor zover van toepassing, aan de Rotterdamse context. 2.. De activiteiten worden verricht voor: - personen woonachtig in de gemeente Rotterdam; - jeugdigen of jongvolwassenen die, ongeacht hun woonplaats, onderwijs volgen aan een onderwijsinstelling in de gemeente Rotterdam waarbij de activiteit in samenwerking met de onderwijsinstellingen plaatsvindt; of - professionals, ervaringsdeskundigen of vrijwilligers die werkzaam zijn in de gemeente Rotterdam, indien sprake is van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 3.. Indien er sprake is van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of c, wordt de activiteit hoofdzakelijk verricht voor de groepen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of b en kan de activiteit slechts gedeeltelijk worden verricht voor de groep, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. Artikel 4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen of aan rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid. Artikel 5 Subsidiabele kosten 1.. Uitsluitend de volgende redelijk gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking, voor zover zij een directe relatie hebben met een subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 3: - loonkosten in verband met de inzet van gekwalificeerde medewerkers, volgens de toepasselijke gemiddelde uurtarieven dan wel gemiddelde cao-conforme uurtarieven; - kosten verbonden aan de benodigde locatie; - materiaalkosten; - organisatie- en administratiekosten; - ontwikkelkosten voor zover deze in verhouding staan tot de overige aangevraagde kosten. 2.. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor: - een individueel hulpverleningstraject; - maatwerkondersteuning in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - een voorziening in het kader van de Jeugdwet; - zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg; - geboden zorg vanuit een strafrechtelijk kader; - trainingen of -cursussen over de meldcode voor professionals werkzaam in de sectoren waarvoor het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling geldt. Artikel 6 Hoogte van een subsidie Een subsidie bedraagt ten hoogste: - € 75.000 per activiteit en bij meerdere activiteiten ten hoogste € 200.000 per aanvrager, indien sprake is van een activiteit dan wel activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; - € 8.000 per aanvrager, indien sprake is van een activiteit dan wel activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b; - € 20.000 per aanvrager, indien sprake is van een innovatieve activiteit dan wel activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c. Artikel 7 Subsidieplafond 1.. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van € 1.110.000. Dit bedrag is uitgesplitst naar de volgende deelplafonds: - € 1.000.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; - € 50.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b; - € 60.000 voor innovatieve activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c. 2.. Het college stelt het subsidieplafond en de deelplafonds voor het kalenderjaar 2028 bij separaat besluit vast. 3.. De subsidieplafonds en de deelplafonds worden vastgesteld onder voorbehoud dat voldoende middelen door de gemeenteraad op de begroting beschikbaar worden gesteld. Artikel 8 Wijze van verdeling 1.. De verstrekking van subsidie geschiedt op basis van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het toepasselijke deelplafond is bereikt. De aanvragen worden gerangschikt per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot met en c. 2.. Bij de rangschikking kent het college punten toe aan criteria op basis van de systematiek, bedoeld in bijlage 1 behorende bij deze subsidieregeling. 3.. Uitsluitend subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, met een minimale totaalscore van 100 punten worden in de rangschikking meegenomen. 4.. Uitsluitend subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, met een minimale totaalscore van 80 punten worden in de rangschikking meegenomen. 5.. Uitsluitend subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, met een minimale totaalscore van 100 punten worden in de rangschikking meegenomen. 6.. In aanvulling op het eerste lid, geldt voor de rangschikking van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, dat bij de verdeling voorrang wordt gegeven aan de twee hoogst gerangschikte aanvragen op een thema, zijnde huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele activiteiten. De verdeling vindt vervolgens uitsluitend plaats op volgorde van de toegekende punten van hoog naar laag. Artikel 9 Aanvraag 1.. Onderdelen binnen één deelplafond die inhoudelijk, procesmatig of qua uitvoering onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, worden als één activiteit beschouwd en kunnen niet als afzonderlijke activiteiten worden ingediend 2.. Een aanvraag voor meerdere activiteiten binnen één deelplafond als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, b dan wel c wordt gebundeld in één subsidieaanvraag. 3.. Een subsidieaanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, voor het volgende kalenderjaar kan worden ingediend tot en met 31 mei. 4.. Een subsidieaanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kan worden ingediend tot en met 31 mei van het betreffende kalenderjaar. 5.. Een subsidieaanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, voor het volgende kalenderjaar kan worden ingediend tot en met 31 mei. 6.. Een subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend onder gebruikmaking van het aanvraagformulier dat bekend is gemaakt op de website Subsidie voorkomen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld aanvragen | www.rotterdam.nl. 7.. Het aanvraagformulier wordt volledig ingevuld en voorzien van alle op het aanvraagformulier genoemde gegevens. Artikel 10 Beslistermijn Het college beslist binnen 8 weken na het sluiten van de betreffende aanvraagtermijn, welke termijn met ten hoogste 12 weken kan worden verlengd. Artikel 11 Aanvullende weigeringsgrond Subsidieverlening wordt geweigerd als de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, reeds worden dan wel kunnen worden, gefinancierd vanuit voorliggende middelen van de aanvrager zelf, door andere overheden of vanuit andere subsidieregelingen, al dan niet van het college. Artikel 12 Subsidieverplichtingen 1.. Aan de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, b of c worden in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd: - het nemen van verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en integriteit van professionals en vrijwilligers die worden ingezet bij de feitelijke uitvoering van de activiteiten en het er voor zorg dragen dat zij in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag die bij de aanvang van de activiteiten niet ouder mag zijn dan drie maanden; - het inzetten van gekwalificeerd personeel dat voldoet aan de gangbare professionele normen, wetenschappelijke inzichten en standaarden; - het kosteloos meewerken aan een ond […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2025-2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; gelezen het voorstel van de wethouder Zorg, Ouderen en Jeugdzorg van 2 juli 2024, registratienummer M2404-4162 - 24bo005957; gelet op artikel 3, derde lid, artikel 6, derde lid, artikel 7, derde lid, artikel 8, aanhef en onderdeel k, artikel 12a van de SVR 2014; overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen ter stimulering van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van, het voorkomen van herhaling van en het terugdringen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld door het maatschappelijke gesprek aan te gaan, vroegtijdig te signaleren en de weerbaarheid te bevorderen, omdat iedere Rotterdammer recht heeft op een gezond en veilig leven; besluit: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - huiselijk geweld: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - kindermishandeling: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - ouderenmishandeling: lichamelijk, psychisch of seksueel geweld, financieel misbruik, of verwaarlozing van een oudere door een persoon die een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere heeft en waarvan de oudere geheel of gedeeltelijk afhankelijk is, waardoor lichamelijke, psychische of financiële schade ontstaat dan wel dreigt te ontstaan; - schadelijke traditionele praktijken: vormen van huiselijk geweld die voortkomen uit orthodoxe of conservatieve tradities en rigide opvattingen over seksualiteit en man-vrouwrollen, die plaatsvinden in samenhang met een bepaald collectief gedachtegoed binnen al dan niet gesloten gemeenschappen; - seksueel geweld: seksuele handelingen die iemand gedwongen uitvoert, meemaakt of ziet. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: - een van de volgende, al dan niet groepsgerichte, preventieve activiteiten gericht op het bijdragen aan het voorkomen van, het voorkomen van herhaling van en terugdringen van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken, door middel van: het maatschappelijk gesprek om taboes te doorbreken; het bevorderen van bewustzijn, weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking van slachtoffers, plegers of andere betrokkenen; het vergroten van deskundigheid om een van de vormen van geweld of mishandeling zo vroeg mogelijk te kunnen signaleren, daarop te handelen en te melden; - groepsgerichte preventieve activiteiten in de periode november of december ter bevordering van het maatschappelijke gesprek om taboes over huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken te doorbreken. 2.. De activiteiten worden verricht voor: - personen woonachtig in de gemeente Rotterdam; - jeugdigen of jongvolwassenen die, ongeacht hun woonplaats, onderwijs volgen aan een onderwijsinstelling in de gemeente Rotterdam waarbij de activiteit in samenwerking met de onderwijsinstellingen plaatsvindt; of - professionals, ervaringsdeskundigen of vrijwilligers die werkzaam zijn in de gemeente Rotterdam, indien sprake is van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3. Artikel 4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 5 Subsidiabele kosten 1.. Uitsluitend de volgende redelijk gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking, voor zover zij een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3: - loonkosten in verband met de inzet van gekwalificeerde medewerkers, volgens de van toepassing zijnde gemiddelde uurtarieven dan wel gemiddelde cao-conforme uurtarieven; - kosten verbonden aan de benodigde locatie; - materiaalkosten; - organisatie- en administratiekosten. 2.. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor: - een individueel hulpverleningstraject; - maatwerkondersteuning in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - een voorziening in het kader van de Jeugdwet; - zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg; - geboden zorg vanuit een strafrechtelijk kader; - trainingen of -cursussen over de meldcode voor professionals werkzaam in de sectoren waarvoor het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling geldt. Artikel 6 Hoogte van een subsidie Een subsidie bedraagt ten hoogste: - € 75.000 per activiteit en bij meerdere activiteiten ten hoogste € 200.000 per aanvrager, indien sprake is van een activiteit dan wel activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; - € 15.000 per aanvrager, indien sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b. Artikel 7 Subsidieplafond 1.. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 een subsidieplafond van € 1.050.000. Dit bedrag is uitgesplitst naar de volgende deelplafonds: - € 1.000.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; - € 50.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b. 2.. Het college stelt het subsidieplafond en de deelplafonds voor het kalenderjaar 2026 vast. 3.. De subsidieplafonds en de deelplafonds worden vastgesteld onder voorbehoud dat voldoende middelen door de gemeenteraad op de begroting beschikbaar worden gesteld. Artikel 8 Wijze van verdeling 1.. De verstrekking van subsidie geschiedt op basis van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het toepasselijke deelplafond is bereikt. De aanvragen die zien op de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, worden apart gerangschikt van de aanvragen die zien op de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b. 2.. Bij de rangschikking kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten tot het daarbij vermelde maximumaantal: - ten hoogste 40 punten voor de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het in artikel 3 gestelde en daarmee de mate waarin de aanvraag beschrijft en voldoet aan de in deze regeling gestelde vereisten en verplichtingen en deze realistisch, transparant en inzichtelijk zijn gemaakt:voldoet geheel: 40 punten;voldoet gedeeltelijk: 20 punten;voldoet onvoldoende: 0 punten; - ten hoogste 30 punten voor de mate waarin uit de aanvraag de kwaliteit van de activiteit blijkt, door de mate waarin: wordt voldaan aan gangbare professionele normen, wetenschappelijke en op de praktijk gebaseerde inzichten en standaarden; de aanvrager beschikt over een relevant sociaal- en zorgnetwerk in Rotterdam; er structureel wordt gewerkt aan kwaliteitsverbetering; men in staat is huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken, of vermoedens daarvan, zo vroeg mogelijk te signaleren, op te pakken en te melden; ervaringsdeskundigheid wordt ingezet bij de ontwikkeling of de uitvoering van de activiteit;zeer hoge kwaliteit (voldoet aan alle subonderdelen): 30 punten; hoge kwaliteit (voldoet aan vier subonderdelen): 20 punten; voldoende kwaliteit (voldoet aan drie subonderdelen): 10 punten; onvoldoende kwaliteit (voldoet aan twee of minder subonderdelen): 0 punten; - ten hoogste 30 punten wanneer de kosten van de activiteit in verhouding staan tot het beoogd bereik en de beoogde impact:kosten staan in verhouding tot bereik en impact: 30 punten;kosten staan redelijk in verhouding met het bereik en de impact: 15 punten;kosten staan in geen verhouding tot het bereik: 0 punten; - ten hoogste 20 punten voor de mate waarin de activiteit effectief is, waarbij registratie in één van de landelijke databanken met effectieve interventies, genoemd in de bijlage, dan wel en een beschrijving door een kennisinstituut bepalend is:interventie is opgenomen in landelijke databank: 20 punten;interventie is niet opgenomen in landelijke databank, maar wel beschreven door een kennisinstituut: 10 punten;interventie is niet opgenomen in landelijke databank noch beschreven door een kennisinstituut: 0 punten. - ten hoogste 30 punten wanneer de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van activiteiten in de stad en een divers aanbod:de activiteit draagt bij aan een evenwichtige verdeling en divers aanbod: 30 punten;de activiteit draagt redelijk bij aan een evenwichtige verdeling en divers aanbod: 15 punten;de activiteit draagt niet bij aan een evenwichtige verdeling en divers aanbod: 0 punten. 3.. Uitsluitend subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, met een minimale totaalscore van 100 punten worden in de rangschikking meegenomen. 4.. Uitsluitend subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, met een minimale totaalscore van 80 punten worden in de rangschikking meegenomen. 5.. In aanvulling op het eerste lid, geldt voor aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, dat bij de verdeling voorrang wordt gegeven aan de hoogst gerangschikte aanvragen die zien op activiteiten voor de thema's huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld en schadelijke traditionele activiteiten, met een maximum van twee activiteiten per thema, waarna de verdeling vervolgens uitsluitend plaatsvindt op basis van de rangschikking op volgorde van de toegekende punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. Artikel 9 Aanvraag 1.. Een aanvraag om een subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, voor het volgende kalenderjaar kan worden ingediend tot en met 31 juli. 2.. Een subsidieaanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kan worden ingediend tot en met 31 juli van het betreffende kalenderjaar. 3.. Een subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend onder gebruikmaking van het aanvraagformulier dat bekend is gemaakt op de website https://www.rotterdam.nl/subsidie-bestrijding-huiselijk-geweld-aanvragen. 4.. Het aanvraagformulier wordt volledig ingevuld en voorzien van alle op het aanvraagformulier genoemde gegevens. Artikel 10 Beslistermijn Het college beslist binnen 8 weken na het sluiten van de betreffende aanvraagtermijn, welke termijn met ten hoogste 12 weken kan worden verlengd. Artikel 11 Aanvullende weigeringsgrond Subsidieverlening wordt geweigerd als de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, reeds worden, of kunnen worden, gefinancierd vanuit voorliggende middelen van de aanvrager zelf, door andere overheden of vanuit andere subsidieregelingen, al dan niet van het college. Artikel 12 Subsidieverplichtingen 1.. Aan de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, worden in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd: - het verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit en integriteit van professionals en vrijwilligers die worden ingezet bij de feitelijke uitvoering van de activiteiten en het er voor zorg dragen dat zij in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag die bij de aanvang van de activiteiten niet ouder mag zijn dan drie maanden; - het inzetten van gekwalificeerd personeel dat voldoet aan de gangbare professionele normen, wetenschappelijke inzichten en standaarden; - het kosteloos meewerken aan onderzoek door of namens het college naar de kwaliteit en de resultaten van de activiteiten; - het monitoren op de items, genoemd in de verleningsbeschikking en deze geanonimiseerd aanleveren bij de gevraagde rapportages; - het uiterlijk op 1 april […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieplafond & deelplafonds Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2025–2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van Wethouder Zorg, Ouderen en Jeugdzorg van 13 mei 2025 kenmerk 25bo005010; gelet op artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2025-2026; overwegende dat het wenselijk is het subsidieplafond en de deelplafonds van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2025 – 2026 voor het kalenderjaar 2026 vast te stellen; besluit: Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2025–2026, voor het kalenderjaar 2026, wordt vastgesteld op € 1.050.000. Dit bedrag is uitgesplitst naar de volgende deelplafonds: - € 1.000.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld 2025-2026; - € 50.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld 2025-2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 mei 2025. De secretaris, G.J.D. Wigmans de burgemeester, C.J. Schouten Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.