Subsidieverordening monumenten
Gemeente Tubbergen
Voor eigenaren van beschermde monumenten (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) die onderhoud, restauratie, conservering of archeologische werkzaamheden uitvoeren.
Ook bekend als Subsidieverordening monumenten 1995
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening van gemeente Tubbergen voor onderhoud, restauratie en conservering van beschermde monumenten. Subsidies worden verleend voor gespecificeerde werkzaamheden aan gemeentelijke en rijksmonumenten, met maximale bedragen per categorie.
Voor wie is het bedoeld?
Voor eigenaren van beschermde monumenten (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) die onderhoud, restauratie, conservering of archeologische werkzaamheden uitvoeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor onderhoud van een beschermd monument
- Financiering voor restauratie van een rijksmonument
- Steun voor conservering van een kasteel- of bedrijfsruïne
- Subsidie voor archeologische opgraving van gemeentelijke betekenis
Voorwaarden
- Monument moet aangewezen zijn als beschermd monument onder Monumentenwet 1988 of Monumentenverordening 1994
- Voor restauratie- of conserveringsprojecten moet het project voorkomen op het jaarlijkse voortschrijdend vijfjarenprogramma
- Werkzaamheden moeten voldoen aan technische voorschriften vastgesteld door burgemeester en wethouders
- Voor onderhoud: subsidiabele kosten moeten minimaal € 680,67 bedragen (of € 453,78 voor zelfwerkzaamheid)
- Voor onderhoud: niet eerder in hetzelfde kalenderjaar onderhoudssubsidie voor hetzelfde monument verleend
- Aanvraag moet vergezeld gaan van gespecificeerde begroting en inspectierapport door onafhankelijke deskundige
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Het subsidie in de kosten van onderhoud aan monumenten bedraagt maximaal 15% van het totaal van de door burgemeester en wethouders subsidiabel geachte kosten tot een bedrag van maximaal € 3.403,35 per aanvraag.”
- Subsidieverordening monumenten 1995Officiële regelgeving (CVDR) · lokaleregelgeving.overheid.nl10 jul 2026
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule HOOFDSTUK I ALGEMEEN Artikel 1.1 Artikel 1.2 Artikel 1.3 Artikel 1.4 Artikel 1.5 Artikel 1.6 Artikel 1.7 Artikel 1.8 Artikel 1.9 Artikel 1.10 Artikel 1.11 Artikel 1.12 Artikel 1.13 Artikel 1.14 Artikel 1.15 Artikel 1.16 Artikel 1.17 Artikel 1.18 HOOFDSTUK II ONDERHOUD VAN MONUMENTEN Artikel 2.1 Artikel 2.2 Artikel 2.3 Artikel 2.4 HOOFDSTUK III RESTAURATIE, CONSERVERING EN HAALBAARHEIDSONDERZOEK Artikel 3.1 Artikel 3.2 Artikel 3.3 HOOFDSTUK 4 ARCHEOLOGISCHE OPGRAVINGEN EN NOODOPGRAVINGEN Artikel 4.1 Artikel 4.2 Artikel 4.3 Artikel 4.4 HOOFDSTUK 5 ONDERHOUD MOLENS Artikel 5.1 Artikel 5.2 Artikel 5.3 Artikel 5.4 Artikel 5.5 HOOFDSTUK 6 SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 6.1 Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR28216 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR28216/1 sluiten Subsidieverordening monumenten 1995 Geldend van 19-09-2001 t/m heden Intitulé Subsidieverordening monumenten 1995 De raad van de gemeente Tubbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 februari 1995, nr. 5413; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de volgende: SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN 1995 HOOFDSTUK I ALGEMEEN Artikel 1.1 In deze verordening wordt verstaan onder: 1. monument: een object dat, op het moment dat met de te subsidiëren activiteiten een begin wordt gemaakt, is aangewezen als een beschermd monument in de zin van respectievelijk artikel 3 van Monumentenwet 1988 dan wel artikel 1, eerste lid, van de Monumentenverordening 1994; 2. gemeentelijk monument: een object dat, op het moment dat met de te subsidiëren activiteiten een begin wordt gemaakt, is aangewezen als een beschermd monument in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Monumentenverordening 1994; 3. archeologische (nood)opgraving: het noodzakelijk en zonder uitstel te verrichten archeologisch bodemonderzoek dat van uitzonderlijke gemeentelijke betekenis is; 4. onderhoud: werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede, historische staat te houden en die gericht zijn op het zoveel mogelijk herstellen van de historische staat van een monument en het voorkomen van groot onderhoud en restauratie; 5. restauratie: werkzaamheden, die het onderhoud zoals bedoeld in dit artikel te boven gaan en noodzakelijk zijn om een monument in goede, historische staat te houden en die gericht zijn op het zoveel mogelijk herstellen van de historische staat van een monument; 6. conservering: werkzaamheden gericht op het treffen van zodanige historisch verantwoorde voorzieningen aan kasteel- of bedrijfsruïne, die tevens monument is, dat de staat waarin deze zich bevindt niet verder achteruit gaat en/of gericht op het zoveel mogelijk herstellen van de historische staat; 7. haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek om vast te stellen of de restauratie van een monument of conservering voldoende zinvol is. Artikel 1.2 De gemeenteraad kan de werkingssfeer van deze verordening of onderdelen daarvan naar tijd en plaats beperken. Artikel 1.3 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met inachtneming van het bepaalde in deze verordening subsidie toe te kennen. 2. Burgemeester en wethouders kennen slechts subsidie toe voor zover de op de gemeentebegroting beschikbaar gestelde middelen toereikend zijn en, indien het een restauratie- of conserveringsproject betreft, het project voorkomt op het in artikel 1.4 bedoelde programma. 3. Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden en voorschriften aan beschikkingen tot subsidieverlening of subsidievaststelling verbinden. 4. Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening bepalen dat een subsidie in meerdere termijnen zal worden uitbetaald indien het subsidie in het in artikel 1.4 bedoelde programma ten laste van de budgetten van meerdere jaren is gebracht. Artikel 1.4 1. De raad stelt jaarlijks, gehoord de Monumentencommissie, een voortschrijdend vijfjarenprogramma vast. 2. Het programma bevat in ieder geval: a. een opsomming van de in technische zin matige en slechte monumenten waarvan restauratie of conservering in de desbetreffende periode wordt voorzien; b. per monument een indicatie van de subsidiabele restauratie- of conserveringskosten; c. per monument een indicatie van het subsidie; d. de in de betreffende periode jaarlijks voor restauratie en conservering beschikbare budgetten; e. de voor het eerstvolgende jaar beschikbare budgetten voor onderhoud van monumenten, haalbaarheidsonderzoeken, archeologische opgravingen en archeologische noodopgravingen. 3. De raad kan een restauratie- of conserveringsproject ten laste van de budgetten van twee of meer achtereenvolgende jaren brengen. 4. Op een aanvraag om plaatsing op het programma wordt door de raad beslist uiterlijk bij de vaststelling van het programma. 5. Bij de bekendmaking van de vaststelling van het programma wordt gelijktijdig mededeling gedaan van de strekking van deze verordening. Artikel 1.5 In de kosten van onderhoud, restauratie en conservering kan geen subsidie worden verstrekt voor zover: a. deze kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst gedekt zijn; b. deze kosten op grond van de Wet op de omzetbelasting (Staatsblad 1968, 329) op verschuldigde belasting in aftrek gebracht kunnen worden; c. anders dan op grond van deze verordening subsidie van overheidswege is toegekend. Artikel 1.6 Het subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan: 1. de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens zakelijk recht het genot heeft van een monument; 2. de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid een archeologische (nood)opgraving is of wordt verricht. Artikel 1.7 1. Subsidie in de kosten van onderhoud, restauratie en conservering kan uitsluitend worden verstrekt indien het monument: a. 50 jaar of ouder is; b. voldoende betekenis heeft wegens schoonheid, architectonische, landschappelijke, volkskundige, historische en/of wetenschappelijke waarde; c. zich in een zodanige bouwkundige staat bevindt of gebracht kan worden dat de te subsidiëren activiteit(en) zinvol zijn; d. voor zover het een restauratie betreft, een adequate bestemming zal krijgen. 2. Subsidie in de kosten van een haalbaarheidsonderzoek kan uitsluitend worden verstrekt indien burgemeester en wethouders dit onderzoek noodzakelijk achten met het oog op een eventueel ten behoeve van de restauratie of conservering krachtens deze verordening toe te kennen subsidie. Artikel 1.8 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie mag met de uitvoering van de activiteit niet worden begonnen dan nadat dit subsidie is verleend en, voor zover voor de werkzaamheden een vergunning ingevolge de gemeentelijke monumentenverordening of de Monumentenwet 1988 is vereist, die vergunning van kracht is geworden. 2. Met de uitvoering van de werkzaamheden dient te worden begonnen binnen een door burgemeester en wethouders te stellen termijn dan wel, bij het ontbreken daarvan, binnen één jaar nadat de beschikking tot subsidieverlening aan de aanvrager bekend is gemaakt. 3. De uitvoering van de werkzaamheden dient te zijn voltooid binnen een door burgemeester en wethouders te stellen termijn dan wel, bij het ontbreken daarvan, binnen twee jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening. Artikel 1.9 1. Burgemeester en wethouders stellen technische voorschriften terzake van restauratie en onderhoud van monumenten vast. 2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften dienen bij de restauratie- en/of onderhoudswerkzaamheden te worden nageleefd behoudens vrijstelling van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan subsidie is toegekend. 3. De werkzaamheden ten behoeve waarvan subsidie is toegekend mogen niet in afwijking van de bij de aanvraag overgelegde gegevens worden uitgevoerd dan met toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel 1.10 De aanvrager van subsidie dient een door burgemeester en wethouders aangewezen personen de gelegenheid te bieden de archeologische (nood)opgraving of het monument en/of de wijze waarop de gesubsidieerde activiteiten worden of zijn uitgevoerd te inspecteren. Artikel 1.11 1. Het monument dient in redelijke staat van onderhoud te worden gehouden en voldoende verzekerd te zijn en verzekerd te worden gehouden tegen brand-, storm- en bliksemschade. 2. Het voorgaande is niet van toepassing op archeologische (nood)opgravingen. Artikel 1.12 1. Een aanvraag om subsidie gaat vergezeld van de bij of krachtens deze verordening voorgeschreven bescheiden. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om subsidie binnen twaalf weken. Zij kunnen hun beslissing met ten hoogste acht weken verdagen. 3. Alvorens een beslissing op een aanvraag te nemen kunnen burgemeester en wethouders een ter zake onafhankelijke deskundige of deskundige instantie om advies vragen. Artikel 1.13 1. Het subsidie wordt vastgesteld overeenkomstig de subsidieverlening als de wijze waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd heeft plaatsgevonden overeenkomstig de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. 2. Het subsidie wordt uitbetaald binnen vier weken na vaststelling van het subsidie, tenzij krachtens artikel 1.3 lid 4 anders is bepaald. Artikel 1.14 1. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na het gereedkomen van de werkzaamheden, wordt een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend. Bij deze aanvraag worden overgelegd: a. een gespecificeerde, financiële verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten, inclusief afschriften van de gemaakte offertes, rekeningen en betalingsbewijzen (geen bankoverschrijvingsformulieren); b. indien de betalingsbewijzen mede betrekking hebben op de kosten van personeel dat in loondienst is bij de aanvrager, een verklaring van een registeraccountant of een accountant- administratieconsulent waaruit blijkt hoeveel arbeidstijd door dat personeel aan die onderhoudswerkzaamheden is besteed; c. indien de subsidie-ontvanger ondernemer is in in de zin van de Wet op de omzetbelasting, een verklaring waaruit blijkt dat de op grond van de Wet op de omzetbelasting over de subsidiabele kosten betaalde BTW niet verrekend kan worden; d. indien de subsidie is verleend voor onderhoudswerkzaamheden, een inspectierapport van een door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen deskundige of deskundige instelling, opgesteld voorafgaand aan de uitvoering aan het onderhoud in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft of het daaraan voorafgaande jaar. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de in het eerste lid genoemde bescheiden ook andere bescheiden dienen te worden overgelegd. Artikel 1.15 1. Burgemeester en wethouders kunnen een voorschot op een verleend subsidie toekennen. 2. Het voorschot, dat in termijnen kan worden uitbetaald, zal niet meer bedragen dan 80% van het bedrag waarop door de aanvrager vermoedelijk aanspraak zal kunnen worden gemaakt. Burgemeester en wethouders zijn echter bevoegd het voorschot op een hoger percentage vast te stellen indien daarvoor naar hun oordeel gegronde redenen aanwezig zijn. Artikel 1.16 Indien degene aan wie subsidie is verleend nalatig is de voor de vaststelling van de subsidie vereiste gegevens te verstrekken kunnen burgemeester en wethouders het subsidie ambtshalve vaststellen. Artikel 1.17 Indien een aanvrager onjuiste ge […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.