Versnelde klimaatinvesteringen industrie

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Wat is de Versnelde klimaatinvesteringen industrie?

De Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI) is een subsidie voor ondernemingen in de industrie die investeren in bewezen technieken die de CO2-uitstoot in Nederland verminderen. De subsidie is bedoeld voor investeringen die zonder steun een terugverdientijd van meer dan 5 jaar hebben en die je voor eigen rekening en risico uitvoert. De bijdrage is gekoppeld aan de gerealiseerde CO2-reductie, met een maximum van € 80 per ton CO2.

Wie komt in aanmerking voor de Versnelde klimaatinvesteringen industrie?

De VEKI is bedoeld voor individuele ondernemingen in de industrie die een project voor eigen rekening en risico uitvoeren. Concreet gaat het om ondernemingen die vallen onder:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming
Bedrijfsgrootte: mkb, groot
Je sector valt onder SBI C, D, E
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
  • hoofdgroep C (Industrie) van de Standaard Bedrijfsindeling van het CBS,
  • hoofdgroep D, maar dan alleen voor energiedistributie, of
  • hoofdgroep E (afval- en afvalwaterverwerking).

Het gaat om de SBI-code van de activiteit waarmee de CO2-reductie wordt behaald, niet per se om de SBI-code waaronder het bedrijf bij de KVK staat ingeschreven. Als de onderneming onderdeel is van een economische eenheid met controlerend belang, hoeven de aanvrager en de partij die de CO2-reductie behaalt niet dezelfde entiteit te zijn, zolang de reductie binnen die economische eenheid valt.

De onderneming mag geen onderneming in moeilijkheden zijn volgens de definitie uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Provincies, gemeenten en openbare lichamen kunnen zelf geen subsidie ontvangen.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor investeringen in apparaten, systemen of technieken binnen je eigen bedrijfsvoering die passen binnen een van deze thema's:

  • Energie-efficiëntie (niet in gebouwen): investeringen die het energieverbruik binnen het productieproces verlagen.
  • Circulaire economie: hergebruik of verwerking van afvalproducten tot producten, materialen of stoffen, of het gescheiden inzamelen en sorteren van afval.
  • Overige CO2-reducerende maatregelen: investeringen die de CO2-uitstoot binnen het eigen productieproces verminderen.
  • Infrastructuurvoorzieningen voor afvalwarmte en waterstof: infrastructuur voor de distributie van afvalwarmte of (een combinatie van hernieuwbare en niet-hernieuwbare) waterstof.

De techniek moet marktrijp zijn; demonstratie- of pilotprojecten vallen niet onder de VEKI (daarvoor is de DEI+ bedoeld).

Subsidiabele kosten zijn steeds de meerkosten ten opzichte van een nulscenario (een minder milieuvriendelijk alternatief), behalve bij infrastructuur onder artikel 36 en 41 (daar telt de totale investering) en artikel 56 (investeringskosten minus exploitatiewinst). Kostenposten in de begroting vallen uiteen in: gronden en gebouwen, installaties en machines, materialen en hulpmiddelen, en immateriële activa (zoals octrooien, licenties en advieskosten voor zover anders dan in het nulscenario). Ook de noodzakelijke verzwaring van een eigen netaansluiting kan subsidiabel zijn, geheel of naar rato afhankelijk van de situatie.

Niet subsidiabel of uitgesloten zijn onder meer:

  • projecten die enkel gericht zijn op ontwerp en productie van milieuvriendelijke producten zelf;
  • projecten zonder direct milieuvoordeel voor de eigen onderneming;
  • investeringen om te voldoen aan Unienormen die al gelden;
  • maatregelen voor hernieuwbare energiebronnen onder artikel 41 AGVV;
  • projecten voor biobrandstoffen;
  • CO2-afvang, -opslag en -hergebruik (inclusief blauwe waterstof);
  • pre-engineering van een installatie zonder ingebruikname;
  • aanschaf of ombouw van mobiel bouwmaterieel (hiervoor is de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel bedoeld);
  • productie van waterstof of van elektriciteit uit hernieuwbare waterstof;
  • apparatuur die fossiele brandstoffen (inclusief aardgas) gebruikt;
  • erkende maatregelen voor energiebesparing die je toch al verplicht moet uitvoeren.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedraagt maximaal € 80 per ton CO2-vermindering, gerekend over de eerste 15 jaar vanaf ingebruikname van de investering, of over de hele levensduur als die korter is dan 15 jaar.

Daarnaast gelden subsidiepercentages per thema, berekend over de subsidiabele (meer)kosten:

  • Overige CO2-reducerende maatregelen: 40% (of 20% als je geen nulscenario toepast);
  • Circulaire economie: 40%;
  • Energie-efficiëntie: 30% (of 15% als je geen nulscenario toepast);
  • Infrastructuurvoorzieningen voor afvalwarmte en waterstof: 30 tot 50%, afhankelijk van het toepasselijke AGVV-artikel.

Voor alle projecten geldt een opslag op het percentage van 10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen (5 procentpunten als je geen nulscenario toepast) en 20 procentpunten voor kleine ondernemingen (10 procentpunten zonder nulscenario).

Maximale subsidie per project:

  • € 30.000.000 in de meeste gevallen;
  • € 25.000.000 bij specifieke infrastructuur en opslag van waterstof of afvalwarmte;
  • € 11.000.000 bij openbare infrastructuurvoorzieningen voor waterstof.

Bij infrastructuurprojecten onder artikel 56 AGVV mogen de projectkosten niet hoger zijn dan € 22.000.000; de exploitatiewinst wordt daarbij afgetrokken van de subsidiabele kosten.

Je hebt minimaal € 125.000 subsidie nodig als grote onderneming, of minimaal € 30.000 als kleine of middelgrote onderneming.

Je krijgt alleen subsidie voor het deel van de investering met een terugverdientijd van meer dan 5 jaar zonder subsidie. Andere subsidies of steun (van bijvoorbeeld regionale overheden of de EU) voor hetzelfde project moeten in de begroting worden vermeld; RVO beoordeelt dan hoe deze optellen bij de gevraagde VEKI-subsidie.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2026-20277 mei 202628 jan 2027€ 123,2 mlnWie het eerst komt (fcfs)
20267 mei 202628 jan 2027€ 123,2 mlnWie het eerst komt (fcfs)

Wat zijn de voorwaarden van de Versnelde klimaatinvesteringen industrie?

De belangrijkste eisen waarop een aanvraag wordt beoordeeld en kan sneuvelen:

  • Je start niet met de werkzaamheden (bouw, bestellingen, andere onomkeerbare verplichtingen) vóórdat je de subsidieaanvraag indient.
  • Je start binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking met de werkzaamheden uit het projectplan.
  • Je voert het project uit binnen 4 jaar na de start van de werkzaamheden.
  • De terugverdientijd van de (meer)investering moet, zonder subsidie, meer dan 5 jaar bedragen.
  • De te verlenen subsidie mag niet meer zijn dan € 80 per ton CO2-reductie.
  • Het project moet leiden tot een absolute CO2-reductie in Nederland ten opzichte van de bestaande situatie.
  • Je moet aannemelijk maken dat je eigen aandeel in de projectkosten gefinancierd kan worden; is daar onvoldoende vertrouwen in, dan wordt de aanvraag afgewezen.
  • De onderneming mag geen onderneming in moeilijkheden zijn.
  • De kwaliteit van het project moet voldoende zijn: aanpak, methodiek, risicobeheersing, uitvoerbaarheid en de betrokken partijen worden beoordeeld.
  • Je moet aannemelijk maken dat de technologie zich al bewezen heeft in soortgelijke projecten in de industrie (in de regel minstens 3 vergelijkbare, goed functionerende projecten, of een aantoonbare exacte kopie van een eerdere goedwerkende investering).
  • De te verlenen subsidie moet minimaal € 30.000 zijn voor kleine of middelgrote ondernemingen en minimaal € 125.000 voor grote ondernemingen.

Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum telt waarop de aanvraag compleet is. Subsidie wordt verleend totdat het beschikbare budget op is.

Voor projecten waarvoor € 2.000.000 of meer aan subsidie wordt gevraagd, is een begroting met mijlpalen verplicht.

Hoe vraag je de Versnelde klimaatinvesteringen industrie aan?

Je dient de aanvraag zelf in, of laat dit doen door een intermediair (bijvoorbeeld een adviseur, of een moeder- of zusterbedrijf). Een intermediair moet een rechtsgeldig ondertekende machtiging meesturen.

Bij de aanvraag lever je onder meer de volgende stukken aan:

  • Aanvraagformulier, digitaal ingevuld en ondertekend met eHerkenning.
  • Projectplan (verplicht model), met onder meer een openbare samenvatting, projectbeschrijving, werkplan met werkpakketten of mijlpalen, onderbouwing van het nulscenario, CO2-reductie- en kosteneffectiviteitsberekening, risico-analyse en onderbouwing van de eigen bijdrage.
  • Begroting (verplicht model), met de relevante tabbladen ingevuld; bij subsidieaanvragen op grond van artikel 56 AGVV vul je ook het tabblad exploitatieberekening in.
  • Financiële onderbouwing van de eigen bijdrage (vormvrij), bijvoorbeeld een bankverklaring, jaarverslag of businessplan.
  • Mkb-verklaring, in te vullen via de online mkb-toets.
  • Berekening terugverdientijd (verplicht rekenmodel).
  • Kosteneffectiviteit en CO2-berekening (verplicht rekenmodel).
  • Verklaring VEKI-aanvraag: geen EML-maatregelen, ondertekend door de vertegenwoordiger van het bedrijf.
  • Verklaring 'Geen onderneming in moeilijkheden', met bijbehorend digitaal beslisschema, het laatste (geconsolideerde) jaarrapport en een organogram van de juridische structuur en aandelenverhouding van de groep.

Voor het inloggen op het aanvraagportaal heb je eHerkenning nodig op minimaal betrouwbaarheidsniveau 3, met machtiging RVO-diensten op niveau eH3.

Aanvragen die op de sluitingsdag binnenkomen, worden alleen in behandeling genomen als ze compleet zijn; na de sluitingsdag kun je een aanvraag niet meer aanvullen. Alle berichtgeving over de aanvraag gaat naar de penvoerder of intermediair.

Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

RVO beoordeelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop de aanvraag compleet is. Is de aanvraag compleet, dan is de beoordelingstermijn 8 weken; deze kan eenmaal met 8 weken worden verlengd. Je ontvangt de beoordeling in een subsidiebeschikking, met daarin de hoogte van de subsidie (die lager kan zijn dan aangevraagd, bijvoorbeeld omdat een deel van de kosten niet subsidiabel blijkt), de uitbetalingsdetails en de geldende verplichtingen.

Uitbetaling gebeurt in de vorm van voorschotten. Het eerste voorschot volgt automatisch binnen 2 weken na verlening (of, als het project later start, binnen 2 weken na de start). Zonder mijlpalenbegroting krijg je in totaal 90% van het subsidiebedrag lineair verspreid over de projectperiode uitgekeerd, per kwartaal. Met een mijlpalenbegroting worden de voorschotten verdeeld op basis van de mijlpalen, eveneens per kwartaal uitbetaald. In beide gevallen volgt de laatste 10% na afsluiting, bij de vaststelling van het project.

Verplichtingen tijdens de looptijd:

  • een correcte en overzichtelijke projectadministratie bijhouden;
  • het project uitvoeren volgens het projectplan en de beschikking;
  • bij een looptijd langer dan 12 maanden (de webpagina noemt 12 maanden, de handleiding noemt 16 maanden) jaarlijks een voortgangsrapportage indienen over de inhoudelijke en financiële voortgang;
  • belangrijke wijzigingen (zoals begrotingswijzigingen van meer dan 25% per jaar of kwartaal, vertraging, wijzigingen in kostensoorten, het niet uitvoeren van een projectonderdeel, faillissement, fusie of overname, of het ontvangen van andere subsidies) vooraf schriftelijk melden; de beoordelingstermijn hiervoor is 8 weken, eenmaal verlengbaar met 8 weken.

Na afloop van het project vraag je binnen 13 weken de vaststelling aan; deze termijn kan eenmaal met 13 weken worden verlengd. Bij subsidies tussen € 30.000 en € 125.000 lever je een bestuursverklaring en het vaststellingsformulier aan; bij subsidies vanaf € 125.000 een controleverklaring van de accountant. Je levert altijd een (vertrouwelijk en openbaar) eindrapport aan. De vaststelling gebeurt op basis van de werkelijke kosten min de opbrengsten, met als maximum het oorspronkelijk verleende bedrag.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 8 documenten bij deze regeling, waarvan er 7 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Versnelde klimaatinvesteringen industrie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.