Subsidie investeringen in biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwbedrijven GLB-NSP Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Voor landbouwers en samenwerkingsverbanden van landbouwers die investeringen willen doen in biodiversiteit, waterkwaliteit en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen op hun bedrijven.
Ook bekend als GLB-NSP Zuid-Holland 2024
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor investeringen in biodiversiteit, waterkwaliteit en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen op landbouwbedrijven in Zuid-Holland. Gericht op landbouwers die investeren in landschapselementen, ecosysteemdiensten en waterinfiltratiesystemen. Totaalbudget € 7.817.058 (43% EU, 57% provincie).
Voor wie is het bedoeld?
Voor landbouwers en samenwerkingsverbanden van landbouwers die investeringen willen doen in biodiversiteit, waterkwaliteit en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen op hun bedrijven.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil als landbouwer investeren in landschapselementen zoals struweelranden of knotbomenrijen
- Ik wil een waterinfiltratiesysteem aanleggen op mijn perceel
- Ik wil mijn bedrijf omschakelen naar biologische landbouw met subsidie
- Ik wil als samenwerkingsverband van landbouwers gezamenlijk een project uitvoeren
Voorwaarden
- Minimale subsidiebedrag € 25.000
- Waterkwaliteit mag niet achteruit gaan door uitvoering activiteit
- Resultaat moet gedurende minimaal 10 jaar duurzaam in stand blijven
- Onderhoud vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen
- Aanvraag moet minimaal 36 punten behalen op selectiecriteria
- Geen wettelijke verplichting mag worden vervuld met de investering
- Biologische bedrijven krijgen extra punt per aanvraag
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 7,8 mln
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“€ 7.817.058 bestaande uit 43% Europese middelen en 57% middelen van de provincie Zuid-Holland.”
- GLB NSP: niet-productieve investeringen landbouw, subsidieUitvoerder/loket · zuid-holland.nl10 jul 2026
Toon brontekst
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Nationaal Strategisch Plan (NSP): niet-productieve investeringen landbouw, subsidie | Provincie Zuid-Holland Deel dit op Delen op Facebook Delen op X Delen op LinkedIn Lees voor # Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Nationaal Strategisch Plan (NSP): niet-productieve investeringen landbouw, subsidie Dit onderdeel van het GLB-NSP biedt landbouwers en samenwerkingsverbanden van landbouwers de mogelijkheid voor het doen van investeringen voor biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwgrond (waaronder ook vollegrondstuinbouw). Deze subsidie kan worden ingezet voor de (her)inrichting van landschapselementen om bij te dragen aan het bevorderen van biodiversiteit, versterken van ecosysteemdiensten of in stand houden van habitats of landschappen. En voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen, waaronder water, bodem en lucht. Bij de beoordeling van aanvragen ligt de nadruk op de bijdrage aan biodiversiteit en de doelen van de Kader Richtlijn Water (KRW). ## Subsidie aanvragen De subsidieaanvraagperiode is inmiddels gesloten. Je kunt geen subsidie meer aanvragen. Heb jij een aanvraag ingediend en wil je jouw dossier inzien? Deze vind je via het portaal van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) . Hier vindt je ook de nodige formats voor het indienen van een deelbetalingsverzoek, voortgangsverslag of vaststellingsverzoek. Voorbeelden van investeringen: Herstel en aanleg van landschapselementen Herstel en aanleg natuurvriendelijke oevers, rietzomen/percelen, poelen Herstel en aanleg kruidenrijke akkerranden, struweelranden, vogelakkers Herstel en aanleg kruiden- en insectenrijk grasland, bosje, rietzoom, poel etc. Aanleg van cultuurlandschappelijk slotenpatroon Introduceren van bomen en struiken op percelen met landbouwgewassen of grasland (agroforestry) Bij deze subsidie sluit aan op de leefgebieden uit het Natuurbeheerplan Zuid-Holland . Hierin zijn leefgebieden van soorten beschreven, met bijpassende inrichting en beheer. Zo kan worden voorgesorteerd op subsidie voor beheer via het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). ## Deelplafond Het deelplafond van de openstelling bedraagt € 7.817.058. ### Voorwaarden Alle voorwaarden om in aanmerking de komen voor de subsidie zijn te vinden in het openstellingsbesluit. Een aantal van deze voorwaarden zijn: De subsidie wordt aangevraagd door een landbouwer of samenwerkingsverband van landbouwers. De investering vindt plaats op landbouwgrond. Hieronder valt ook vollegrondstuinbouw. De investering betreft niet de aanleg van een waterinfiltratiesysteem. Deze zijn uitgesloten. Subsidie voor de aanleg van een waterinfiltratiesysteem kan worden aangevraagd via de Subsidieregeling groen (Srg) . De investering betreft niet een investering in een watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren. De aanvraag bedraagt minimaal € 25.000 aan subsidie. De investering wordt binnen 2 jaar na subsidieverlening afgerond. De investering wordt ten minste 10 jaar duurzaam in stand gehouden en vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Bij het realiseren van beplanting, worden voor minimaal 90% inheemse soorten gebruikt, vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Bij het realiseren van voedselbossen en half- en hoogstamboomgaarden worden in het ontwerp en de aanleg in totaal voor minimaal 50% inheemse soorten gebruikt. De activiteiten die worden verricht mogen niet in strijd zijn met de KRW-grondwaterdoelen en KRW-oppervlaktewaterdoelen. Door de uitvoering van de activiteit mag de waterkwaliteit van een eventueel betreffend oppervlaktewaterlichaam niet achteruit gaan ongeacht de duur daarvan. ### Contact Heb je vragen, stuur dan een mail naar [email protected] . ## Wet- en regelgeving Openstellingsbesluit subsidie investeringen in biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwbedrijven GLB-NSP Zuid-Holland 2024 ## Beschikbaar budget De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal €25.000 en maximaal €225.000. Het subsidiepercentage bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen in het watersysteem. ## Bijgewerkt 11 november 2025
Toon brontekst
Openstellingsbesluit subsidie investeringen in biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwbedrijven GLB-NSP Zuid-Holland 2024 Gedeputeerde staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 3 van hoofdstuk 2 uit de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland; Overwegende dat gedeputeerde staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Nationaal Strategisch Plan te behalen; Overwegende dat het wenselijk is dat geïnvesteerd wordt in de inrichting of herinrichting van landschapselementen op landbouwgronden om bij te dragen aan ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen; Overwegende dat het wenselijk is dat geïnvesteerd wordt in het bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit subsidie investeringen in biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwbedrijven GLB-NSP Zuid-Holland 2024 Artikel 1 Begripsbepaling In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder: Regeling: Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland; samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten; struweelrand, knotbomenrij, solitaire knotboom, half- of hoogstamboomgaard of griendje of bosje; icoonsoorten: plant- en diersoorten die een specifiek landschapstype representeren; inheemse soorten: alle planten- of boomsoorten die van oorsprong in het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort voorkomen; perceel landbouwgrond: aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven; niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming; natuurnetwerk Nederland: Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.11 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; voedselbos: vitaal ecosysteem dat door mensen is ontworpen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met het doel voedsel te produceren; waterinfiltratiesysteem: stelsel van buizen waarmee slootwater in een perceel kan worden gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil of door middel van een pomp; watersysteem: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Artikel 2 Deelplafond Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 3, eerste lid, vast op € 7.817.058 bestaande uit 43% Europese middelen en 57% middelen van de provincie Zuid-Holland. Artikel 3 Aanvraagperiode 1.. In afwijking van artikel 26, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 worden ingediend van 4 september 2024 om 09:00 tot en met 4 december 2024 tot 17.00 uur. 2.. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen. Artikel 4 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verleend voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven. 2.. In afwijking van artikel 2.3.1, tweede lid, van de Regeling draagt de activiteit bij aan één of meerdere van de volgende doelen: - het tot stand brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen, zowel aquatisch als terrestrisch; - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen. Artikel 5 Aanvrager Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers. Artikel 6 Aanvraagvereisten 1.. Onverminderd de artikelen 1.6 en 2.3.3. van de Regeling, bevat een aanvraag een beschrijving waaruit blijkt dat het project primair gericht is op het behalen van minimaal één van de volgende doelstellingen: - het tot stand brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen, zowel aquatisch als terrestrisch; - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen. 2.. Onverminderd het eerste lid en de artikelen 1.6 en 2.3.3 van de Regeling, bevat een aanvraag voor een project dat betrekking heeft op investeringen in een watersysteem een beschrijving waaruit blijkt dat niet uitsluitend landbouwers van deze investering profiteren. Artikel 7 Subsidiabele kosten 1.. In afwijking van artikel 2.3.5 van de Regeling komen uitsluitend de kosten, bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e van de Regeling, voor subsidie in aanmerking. 2.. Voor de berekening van de subsidiabele kosten maakt de aanvrager een keuze uit toepassing van artikel 1.9a en 1.9b van de Regeling. 3.. De aanvrager die kiest voor toepassing van artikel 1.9a, dient de berekenwijze van het eerste lid onder a van het gekozen artikel te toe te passen. Artikel 8 Niet subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 1.10 van de Regeling komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: - investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking; - kosten voor de aanleg van een waterinfiltratiesysteem. Artikel 9 Hoogte subsidie 1.. Overeenkomstig artikel 2.5.7 tweede lid van de Regeling bedraagt de hoogte van de subsidie: - 100% van de subsidiabele kosten; - 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen in het watersysteem. 2.. Onverminderd artikel 2.3.7 van de Regeling bedraagt de hoogte van de subsidie ten hoogste € 225.000. 3.. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 25.000 wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel 10 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Regeling wordt de subsidie geweigerd als: - de activiteit wordt uitgevoerd om te kunnen voldoen aan een wettelijke verplichting; - toepassing van artikel 1.5 van de Regeling en artikel 9, ertoe leiden dat de te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 25.000. Artikel 11 Selectie en rangschikking 1.. Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden gerangschikt op basis van de volgende criteria: - de mate van effectiviteit van de activiteit; - de haalbaarheid van de activiteit; - de mate van urgentie; - de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit. 2.. Voor ieder van de in het eerste lid bedoelde criteria kunnen nul tot en met vijf punten worden behaald. 3.. De criteria hebben de volgende wegingsfactoren: - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 4; - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 3; - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor van 3; - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor van 2. 4.. Overeenkomstig artikel 2.3.8, derde lid, van de Regeling wordt bij de rangschikking aan landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt per aanvraag toegekend. 5.. Indien een aanvraag minder dan 36 punten behaalt of op één van de criteria uit derde lid nul of één punt scoort, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. 6.. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvragen die betrekking hebben op een project als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a. 7.. Onverminderd het zesde lid, wordt bij aanvragen die een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 8.. Onverminderd het zesde lid, wordt bij aanvragen, bedoeld in het zevende lid, die een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 9.. Onverminderd het zesde lid, wordt bij aanvragen, bedoeld in het achtste lid, die een gelijk aantal punten hebben behaald op de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid onderdeel c. 10.. Onverminderd het zesde lid, wordt bij aanvragen, bedoeld in het negende lid, die een gelijk aantal punten hebben behaald op de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. Artikel 12 Verplichting 1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.15 van de Regeling wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de Regeling in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: - de activiteit waarvoor subsidie is verleend wordt binnen 2 jaar na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking afgerond; - na uitvoering van de activiteit is geborgd dat het resultaat hiervan gedurende een periode van ten minste 10 jaar duurzaam in stand blijft en vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen wordt onderhouden; - bij het realiseren van beplanting, worden voor minimaal 90% inheemse soorten gebruikt, vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen; - bij het realiseren van voedselbossen en half- en hoogstamboomgaarden worden in het ontwerp en de aanleg in totaal voor minimaal 50% inheemse soorten gebruikt. - de activiteiten die worden verricht mogen niet in strijd zijn met de KRW-grondwaterdoelen en KRW-oppervlaktewaterdoelen; - door de uitvoering van de activiteit mag de waterkwaliteit van een eventueel betreffend oppervlaktewaterlichaam niet achteruit gaan ongeacht de duur daarvan. 2.. Indien de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn tot uiterlijk 30 juni 2028. Artikel 13 Subsidie-arrangement 1.. In geval de subsidie lager is dan €125.000 zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Regeling van toepassing. 2.. In geval de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Regeling van toepassing. Artikel 14 Voorschot Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt op basis van artikel 1.17 van de Regeling. Artikel 15 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst. Artikel 16 Werkingsduur Dit besluit vervalt op 31 december 2029. Artikel 17 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie investeringen in biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwbedrijven GLB-NSP Zuid-Holland 2024. Den Haag, 18 juni 2024 Gedeputeerde staten van Zuid-Holland drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris drs. J. Smit, voorzitter Toelichting LEESWIJZERVoorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang geleze […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.