Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 meer bos in Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Voor eigenaren van landbouwgrond in Zuid-Holland die bos willen aanleggen of hun grond willen omzetten naar natuur of bos.
Ook bekend als Srg, Subsidieregeling groen Zuid-Holland
Waar is deze subsidie voor?
Projectsubsidie voor de realisatie van bos en functiewijziging van landbouwgrond naar natuur of bos in Zuid-Holland. Gericht op het realiseren van de landelijke ambitie voor 10% meer bos. Deelplafond €1.800.000 voor 2025.
Voor wie is het bedoeld?
Voor eigenaren van landbouwgrond in Zuid-Holland die bos willen aanleggen of hun grond willen omzetten naar natuur of bos.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil bos aanleggen op mijn landbouwgrond
- Ik wil mijn landbouwgrond omzetten naar bos of natuur
- Ik wil bijdragen aan bosuitbreiding in Zuid-Holland
Voorwaarden
- Bos moet minimaal 80% inheemse bomen, struiken en kruiden bevatten
- Bij aanplant moet gebruik worden gemaakt van soorten op de Nederlandse Rassenlijst Bomen of inheemse boomsoorten
- Aanplant moet plaatsvinden tussen 1 oktober en 30 april
- Aanplant moet binnen 1 jaar na subsidieverlening starten en binnen 3 jaar gerealiseerd zijn
- Bos groter dan 2 hectare moet gedurende minimaal 8 maanden per jaar kosteloos opengesteld zijn voor publiek
- Inrichtingsplan moet worden opgesteld door deskundig ecoloog in samenwerking met landschapsontwerper
- Landbouwproductie op de grond moet onherroepelijk worden gestopt
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 1,8 mln
- Verdeling
- Tender
Documenten
- groeimodelbosenbomenzuid-holland_september2020.pdf · 22 pag.
Toon documenttekst
Groeimodel Bos- en bomenbeleid Groeimodel Bos- en bomenbeleid Beschrijving stand van zaken September 2020 Provincie Zuid-Holland Foto impressie bos en bomen in Zuid-Holland -- 1 of 22 -- Groeimodel Bos- en bomenbeleid 22 Samenvatting stand van zaken en ambities Bos- en bomen Bos en bomen staan in de publieke belangstelling. Met PS is afgesproken om te werken aan een Bos- en bomenbeleid en hen voor de behandeling van de begroting 2021 te informeren over de stand van zaken. Ook het Rijk werkt, in overleg met de provincies, aan een Nationale bossenstrategie. Het advies van het College van Rijkadviseurs is om daarbij zeker ook te investeren in bos en bomen in de westelijke randstad. In de voorliggende notitie wordt aan de hand van drie pijlers de stand van zaken van het Zuid-Holland- se Bos- en bomenbeleid beschreven. De belangrijkste punten per pijler zijn hieronder samengevat. Pijler 1. Bescherming bestaand bos • We werken aan enkele aanpassingen aan de omgevingsverordening om bestaand bos nog beter te beschermen. Voor de besluitvorming wordt aangehaakt op de volgende verzamelherziening van de verordening. De belangrijkste inhoudelijke voorstellen zijn benoemd in deze notitie. Pijler 2. Uitbreiding bos en bomen • Kleinschalige bosuitbreiding en aanplant van solitaire bomen kan veel bijdragen aan onze provin- ciale opgaven, zoals gezondheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, verduurzaming van de landbouw, CO2 opslag en een aantrekkelijke leefomgeving. We zien diverse mogelijkheden om dit te doen met behoud van onze karakteristieke open landschappen. Bovendien zijn er verschillende initiatie- ven uit de samenleving om aan de slag te gaan met het aanplanten van bomen en sluit dit aan op de ambities uit de Nationale bossenstrategie. We gaan via drie sporen aan de slag: o Uitbreiding bos en bomen wordt gekoppeld aan provinciale opgaven en als ambitie mee genomen bij lopende gebiedsprocessen en programma’s. Zoals bij bodemdaling, waterberging, verduurzaming landbouw, gebiedsprocessen stikstof, infrastructurele projecten, circulair bouwen, verstedelijkingsopgave en diverse andere gebiedsprocessen zoals voor het Landschaps- park Zuidvleugel. o In het Zuid-Hollands Programma Natuur werken we, samen met onze Groene partners, een onderdeel Bos en bomen uit. We sluiten aan bij dit programma omdat een deel van de afspra- ken over financiering en governance van de doelen uit de Nationale bossenstrategie ook via het Programma Natuur lopen. De prioriteit binnen het Programma Natuur ligt bij het oplossen van knelpunten rondom stikstofgevoelige natuur. o Daarnaast zien we kans om in 2021 al vaart te maken door aan te sluiten bij concrete maat- schappelijke initiatieven en daardoor ook spoor 1 en 2 goed van de grond te krijgen. • Aan alle provincies is vanuit de Nationale bossenstrategie gevraagd om ook de mogelijkheden voor bosuitbreiding binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in beeld te brengen. In Zuid-Holland zijn de kansen beperkt omdat veel (internationale) natuurdoelen binnen onze provincie afhanke- lijk zijn van een open landschap. We zien ruimte voor circa 150 ha extra bos binnen het NNN en werken dit de komende periode verder uit. -- 2 of 22 -- Groeimodel Bos- en bomenbeleid 3 Pijler 3. Vitaliteit bestaande bossen en bomen • Aandachtspunten m.b.t. de vitaliteit van de bossen binnen het NNN worden meegenomen in reguliere overleggen over het NNN en de N2000 gebieden. • In de recreatiegebieden is investeren in vitaliteit en diversiteit noodzakelijk om de bossen toegan- kelijkheid te houden en de beleefbaarheid te vergroten. Het budget vanuit recreatie is beperkt. We gaan wij als onderdeel van het Zuid-Hollandse Programma Natuur verkennen welke mogelijkheden er zijn om extra te investeren in vitaliteit, biodiversiteit en beheer van deze recreatiebossen. • Ook langs provinciale wegen investeren we in behoud en vitaliteit van de bomen. Bij het beheer en onderhoud betrekken we verschillende aspecten zoals landschap biodiversiteit en klimaatadaptatie. Via het Programma Natuur, het Klimaatakkoord en mogelijk ook via het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie komt landelijk budget beschikbaar voor de ambities uit de Nationale bossenstrategie. De verdeling moet nog uitgewerkt worden en ondanks dat er veel geld beschikbaar komt zal dit waar- schijnlijk niet de hoge landelijke ambities dekken. Met bovenstaande aanpak willen we in Zuid-Hol- land actief aan de slag gaan met de kansen die we zien en proberen een deel van het landelijk beschik- bare budget in te zetten voor meer bos en bomen in Zuid-Holland. -- 3 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 4 Groeimodel Bos- en bomenbeleid Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Doel van notitie 5 1.3 Belang van bos en bomen 5 1.4 Zuid-Holland in relatie tot de Nationale bossenstrategie 6 2 Bescherming bestaand bos (behouden wat je hebt) 7 2.1 Hoeveel bos hebben we in Zuid-Holland? 7 2.2 Huidige wetgeving en beleid vastgelegd in de verordening 7 2.3 Voorstel voor aanpassing aan de verordening 8 3 Uitbreiding van bossen en bomen 9 3.1 Wat hebben we de afgelopen periode gedaan? 9 3.2 Verkenning extra bos binnen het Natuurnetwerk Nederland 9 3.3 Verkenning uitbreiding bos en bomen buiten het NNN 9 3.4 Advies Rijksadviseurs Landschap 14 3.5 Hoe verder? 15 4 Vitaliteit bestaande bossen en bomen 17 4.1 Wat is een vitaal bos en waarom is het van belang? 17 4.2 Beleid en afspraken over beheer binnen het Natuurnetwerk 18 4.3 Beleid en afspraken over beheer binnen recreatiegebieden 18 4.4 Bomen langs provinciale wegen 19 Bijlage 1: Voorstel voor aanpassingen in omgevingsverordening 21 Bijlage 2: Aandachtspunten vitaliteit en beheer binnen NNN en Natura 2000 gebieden 22 -- 4 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 5 Groeimodel Bos- en bomenbeleid 1 Inleiding 1.1 Aanleiding PS hebben gevraagd het Bos- en bomenbeleid nader uit te werken (motie 881, 3 juli 2019). Deze vraag richtte zich op het beschermen van bestaand bos. In reactie op deze motie is aangegeven dit breder op te pakken. In maart 2020 hebben wij PS, via een brief (2020-725320589), geïnformeerd over de Nationale bossenstrategie en de Zuid-Hollandse uitwerking hiervan. Toegezegd is om te werken aan een groeimodel Bos- en bomenbeleid en PS hierbij te betrekken. 1.2 Doel van notitie In deze notitie is, aan de hand van drie pijlers, de stand van zaken voor het Zuid-Hollandse Bos- en bomen- beleid beschreven: • Pijler 1: Bescherming bestaande bossen (behouden wat je hebt) • Pijler 2: Uitbreiding van bos en bomen • Pijler 3: Investeren in vitaliteit van de bestaande bossen De notitie kan gezien worden als groeimodel. Het geeft de richting aan waarmee GS de komende tijd aan de slag willen. 1.3 Belang van bos en bomen Bossen en bomen leveren veel ecosysteemdiensten (zie figuur1) en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan onze provinciale opgaven zoals recreatie, gezondheid (o.a. door versterken immuunsysteem en verminderen van stress), CO2 opslag, biodiversiteit, klimaatadaptatie (tegengaan hittestress en opvang overmatige neerslag) en verduurzaming van de landbouw. Ook de maatschappelijke belangstelling voor de bossen en bomen neemt toe. Er zijn verschillende initiatieven vanuit de samenleving en de markt om bomen aan te planten en er zijn zorgen over het kappen van bomen. Op dit moment beslaat slechts 3 % van Zuid-Holland uit bos. Investeren in bomen is ook benoemd in het coalitieakkoord (zie kader). Figuur 1. De verschillende ecosysteemdiensten die bomen leveren(Bron Cobra) Bomen in het coalitieakkoord • “We onderzoeken de mogelijkheid om in het landelijk gebied meer ruimte te voorzien voor bomen zonder dat het ten koste gaat van het open gebied en de boerenlandvogels.” • “We zetten in op een klimaatbestendige omgeving door het stimuleren van voldoen- de groen en water in en om woonwijken.” • “We stimuleren meer groen in de steden en op bedrijventerreinen.” -- 5 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 6 Groeimodel Bos- en bomenbeleid 1.4 Zuid-Holland in relatie tot de Nationale bossenstrategie Het Rijk werkt, in overleg met de provincies, aan een Nationale bossenstrategie. De bossenstrategie wordt via de BAC_VP ook door de provincies vastgesteld. Belangrijkste doelstelling is de realisatie van 37.000 ha extra bos in Nederland (dat is 10 % extra ten opzichte van het huidige bosareaal) en een forse kwaliteitsver- betering in bestaande bossen. Planning is dat de Nationale bossenstrategie eind 2020 aan de minister wordt aangeboden. Afspraken over financiering en uitvoering volgen later en worden o.a. gekoppeld aan het Programma Natuur. We hebben de mogelijkheden verkend om vanuit de provincie Zuid-Holland een bijdrage te leveren aan deze landelijke doelen. De uitkomsten worden toegelicht in deze notitie en hierbij wordt ook een relatie gelegd met de (concept) afspraken uit de Nationale bossenstrategie. Het College van Rijkadviseurs Landschap is met een advies gekomen ten aanzien van de Nationale bossenstrategie. Zij adviseren nadrukkelijk om ook te investeren in bos en bomen in de Randstad omdat dit een meerwaarde heeft voor veel mensen en zij juist ook koppelkansen zien met de verstede- lijkingsopgave. Een citaat uit dit advies is bijvoorbeeld: “Wie de ruimtelijke opgaven voor Nederland en met name de dichtbevolkte Randstad bekijkt, reali- seert zich dat veel meer groen ‘om de hoek’ nodig is om een aangename en gezonde leefomgeving te creëren. Dat geldt voor steden, maar ook voor dorpen. De Bossenstrategie is een kans om aan deze noden tegemoet te komen. Dankzij eerder beleid zoals het Rijksbufferzonebeleid, de Randstadgroen- structuur en de Strategische Groenprojecten zijn er nog altijd groene zones rondom de steden, ook al zijn deze vaak matig publiek toegankelijk. Bosontwikkeling kan de toegankelijkheid van het gebied rond steden sterk vergroten.” De rijksadviseurs hebben een voorbeelduitwerking voor de westelijke Randstad gemaakt (zie paragraaf 3.4). Dit advies is nog niet met u gedeeld. Het is zeer recent verschenen en wij willen dit eerst ook met de nieuwe Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit bespreken -- 6 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 7 Groeimodel Bos- en bomenbeleid 2 Bescherming bestaand bos (behouden wat je hebt) 2.1 Hoeveel bos hebben we in Zuid-Holland? Slechts 3% van Zuid-Holland bestaat uit bos1 (zie figuur 2). Het merendeel ligt binnen het Natuurnet- werk (53 %) en binnen recreatiegebied (21 %). 17% van het Natuurnetwerk bestaat uit bos. Een kwart van het bos ligt buiten het NNN en de recreatiegebieden. Deze overige categorie bestaat met name uit grote stadsparken en bossen in de steden zoals het Kralingse bos in Rotterdam of grote stadparken in Den Haag. Ook kleine snippers bos in het landelijk gebied en overhoeken langs (provin- ciale) wegen vallen binnen deze laatste categorie. De bijbehorende kaart wordt binnenkort gepubli- ceerd op de Staat van Zuid-Holland. 2.2 Huidige wetgeving en beleid vastgelegd in de verordening Bossen en bomen zijn beschermd via de Wet natuurbescherming, de provinciale omgevingsverorde- ning, en door de gemeentelijke kapverordeningen. In de Wet Natuurbescherming is vastgesteld dat er een kapmelding moet worden gedaan bij houtop- standen groter dan 1000 m² (10 are) en bomenrijen van meer dan 20 bomen2, die buiten de bebouwde kom liggen. Bos en bomen binnen de bebouwde kom3 zijn via beleid en verordening van gemeentes beschermd. 1 Voor het maken van deze figuren is gebruikt gemaakt van de LULUCF - Land Use, Land-Use Change and Forestry (Wageningen Environmental Research, 2017). Deze dataset is gebaseerd op de VN Food and Agriculture Organization-definitie van bos. Onderdeel van de definitie: boomkroonbedekking van meer van 10% en een aaneengesloten oppervlak van minimaal 0.5 ha. Voor de begrenzing van de recreatiegebieden is gebruikt gemaakt van de omgevingsverordening Zuid-Holland (augustus 2020). 2 Uitzondering hierop zijn bomen op erven of in tuinen en wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond. Ook voor dunningen (het verwijderen van bomen om andere bomen meer ruimte te geven) is niet meldingsplichtig. 3 Hiervoor stellen gemeentes, in overleg met de provincie een speciale bebouwde kom houtopstanden vast. Er wordt op dit moment aan gewerkt om deze allemaal digitaal vast te leggen en beschikbaar te stellen. Zie https://geo.ozhz.nl Figuur 2. Oppervlakte bos binnen Zuid-Holland en de verdeling tussen verschillende gebieden (data afkomstig uit LULUCF, Wageningen Universiteit 2017, zie voet 1 voor toelichting) -- 7 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 8 Groeimodel Bos- en bomenbeleid De provincie is bevoegd gezag buiten de bebouwde kom. Kapmeldingen worden ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid houdt toezicht op de uitvoering van vellingen (kapwerkzaamheden) en herplantverplichtingen. In de provinciale omgevingsverordening is de bescherming van bos via twee sporen geregeld. Via onderdeel houtopstanden en via het onderdeel ruimtelijke kwaliteit. In het onderdeel houtopstanden staat wanneer een kapmelding gedaan moet worden en herplant verplicht is. Via het onderdeel ruimtelijke kwaliteit en de bijbehorende beleidsregel compensatie natuur, landschap en recreatie is extra bescherming van bossen binnen het Natuurnetwerk Nederland, de recreatiegebieden, en karakteristieke landschapselementen geregeld. Daarnaast gelden ook de aanvullende regels m.b.t. de in het bos levende beschermde dieren en planten (soortenbescherming) zoals vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. 2.3 Voorstel voor aanpassing aan de verordening Afgelopen periode is samen met de omgevingsdienst en enkele terreinbeheerders onderzocht op welke punten verbetering mogelijk is. De belangrijkste voorstellen voor aanpassing waar aan we werken zijn: • Verplichten van boscompensatie als er bos verdwijnt in het kader van natuurherstel • Bos dat gekapt is buiten NNN of recreatiegebieden mag niet meer binnen het NNN of recreatiege- bieden gecompenseerd worden • Extra aandacht voor houtopstanden van voor 1850 (in ieder geval indien groter dan 1000 m2), A-locaties bossen en bosreservaten Voor de besluitvorming wordt aangehaakt op de eerstvolgende verzamelherziening van de omgevings- verordening. De definitieve teksten worden dan ter goedkeuring aan GS en PS voorgelegd. Zie bijlage 1 voor een toelichting op de voorstellen. Foto 1. & 2 Paardrijden en spelen in recreatiegebied Develbos -- 8 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 9 Groeimodel Bos- en bomenbeleid 3 Uitbreiding van bossen en bomen 3.1 Wat hebben we de afgelopen periode gedaan? Afgelopen maanden is een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor extra bos en bomen in Zuid-Holland. De landelijke ambitie uit de Bossenstrategie is 37.000 ha extra bos. Hiervan wordt 15.000 ha binnen het NNN gezocht en de rest daarbuiten. Vanuit de Nationale bossenstrategie is aan alle provincie gevraagd om de mogelijkheden binnen het NNN in beeld te brengen. In Zuid-Holland zijn de kansen beperkt (zie paragraaf 3.2). Buiten het NNN is landelijk nog niet gesproken over een verdeling tussen de provincies. Wel is aan de provincies gevraagd om de regierol te pakken in het landelijk gebied. Het Rijk ziet mogelijkheden voor uitbreiding op Rijksgronden. Binnen steden en dorpen wordt gekeken naar gemeenten en in beekdalen naar de waterschappen. Vooruitlopend hierop hebben we binnen Zuid-Holland de kansen op hoofdlijnen verkend. We zien mogelijkheden voor kleinschalige bosuitbreiding en uitbreiding van solitaire bomen in combinatie met realiseren van onze provinciale opgaven (zie paragraaf 3.3). Het college van Rijksadviseurs heeft in augustus 2020 advies uitgebracht en beschreven op welke manier bos en bomen het Nederlandse landschap kan versterken en welke kansen zij zien. Zij advise- ren uitdrukkelijk om ook te investeren in bos en bomen in de randstad omdat dit een meerwaarde heeft voor veel mensen (zie paragraaf 3.4). 3.2 Verkenning extra bos binnen het Natuurnetwerk Nederland De verkenning is gedaan doormiddel van een kaartanalyse en verkennende gesprekken met de grote terreinbeheerders. Gebleken is dat (i.v.m. het belang van internationale natuurdoelen) ruimte is voor maximaal ongeveer150 ha bosuitbreiding. Hiervan kan maximaal 60 ha in het bestaande NNN4 worden gerealiseerd en ongeveer 90 ha in nog nieuw aan te leggen NNN . We willen de komende tijd de mogelijkheden per locatie verder onderzoeken. Daarnaast ontstaat er door natuurlijke verjonging extra bos in de Delta. Enkele andere provincies zien veel meer mogelijkheden binnen het NNN. Opgeteld komen we met de 12 provincies redelijk in de buurt van de landelijke ambitie van 15.000. Het blijft nog spannend of deze ambitie realistisch is. 3.3 Verkenning uitbreiding bos en bomen buiten het NNN De verkenning buiten het NNN is gedaan aan de hand van de volgende twee vragen: • Hoe draagt uitbreiding van bos en bomen bij aan onze provinciale opgaven? (paragraaf 3.3.1) 4 Staatbosbeheer werkt parallel aan een eigen analyse. Zij betrekken daarbij niet alleen het NNN, maar ook de recreatiegebieden. Deze analyse is nog niet af, maar ook zij verwachten niet veel mogelijkheden binnen het NNN. -- 9 of 22 -- < terug naar inhoudsopgave 10 Groeimodel Bos- en bomenbeleid • Wat zijn de mogelijkheden per landschapstype en welke initiatieven lopen er (paragraaf 3.3.2) ? Samengevat zien we in alle landschapstypen mogelijkheden voor kleinschalige bosuitbreiding, extra landschapselementen en losse bomen ter versterking van het landschap. Dit kan een belang- rijke bijdragen leveren aan veel van onze provinciale opgaven. Vanwege de ruimtedruk en land- schappelijke kwaliteit, zien we geen ruimte voor grootschalige aanleg van bossen. Ook vanuit de samenleving zijn er verschillende initiatieven om meer bomen te planten o.a. om CO2 te compenseren. Voorbeelden zijn Plan Boom van de Milieufederatie, Tiny forests en groene school- pleinen (provincie draagt al aan deze laatste twee initiatieven bij) en diverse nieuwe initiatieven voor voedselbossen. Organisaties als Trees for all, Buitenfonds, Groenfonds en Landlife company willen investeren en de verzekeringsmaatschappij ASR wil bijvoorbeeld extra bos realiseren in de Hoekse Waard. De IVN natuureducatie legt zich toe op meer bomen in de stad en het creëren van bewustwor- ding en draagvlak. Staatsbosbeheer verkent actief de mogelijkheden in de terreinen die zij beheren. Ook verschillende gemeentes, waaronder Nieuwkoop5, Krimpenerwaard6, Zuidplas en verschillende gemeentes op IJsselmonde hebben ambities voor meer bos en bomen. Dunea7 en verschillende recreatieschappen hebben aangegeven graag samen op te willen trekken met de provincie om meer bos en bomen te realiseren. 3.3.1 Bomen in relatie tot enkele belangrijke provinciale opgaven Zoals in de inleiding is benoemd leveren bomen verschillende ecosysteemdiensten (zie figuur 1) en kunnen bijdragen aan verschillende provinciale opgaven. Hieronder worden enkele kansen toegelicht. Bomen in relatie tot stikstof Bos en bomen kunnen stikstof invangen. Effecten zijn lokaal en dragen beperkt bij aan het verminde- ren van de effecten van stikstof8. Veel is nog onbekend over het inzetten van deze maatregel, maar waarschijnlijk is aanplant van brede beplantingssingels rondom bedrijven de meest effectieve optie. Een veel groter effect is te bereiken als boeren, dichtbij stikstofgevoelige natuur willen stoppen of minder intensief willen boeren. In toekomstige bufferzone rondom Natura 2000 gebieden kunnen bossen of brede houtsingels bijdragen aan verschillende provinciale opgaven zoals: gezondheid, aantrekkelijk landschap, biodiversiteit, Natura 2000 doelen, recreatie & sport en houtproductie voor een circulaire economie. Wel moet per locatie bepaald worden of bosontwikkeling inderdaad gewenst is en of het vanuit de Natura 2000 doelstellingen niet noodzakelijk is om een ander type natuur te ontwikkelen. Gezonde groene leefomgeving en stad-land verbindingen; Het realiseren van extra bos en […tekst ingekort]
Bronnen en actualiteit
“Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 4, vast op €1.800.000,-.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie Artikel 3 Doelgroep Artikel 4 Aanvraagperiode Artikel 5 Weigeringsgronden Artikel 6 Subsidievereisten Artikel 7 Subsidiabele kosten Artikel 8 Niet subsidiabele kosten Artikel 9 Deelplafond Artikel 10 Subsidiehoogte Artikel 11 Rangschikking Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 13 Kwalitatieve verplichting Artikel 14 Transparantieverplichtingen verleende subsidies Artikel 15 Inwerkingtreding Artikel 16 Werkingsduur en overgangsrecht Artikel 17 Citeertitel Ondertekening Bijlage 1 behorende bij artikel 11, zesde lid, van het Openstellingsbesluit subsidie meer bos in Zuid-Holland 2025 Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van 23 september 2025, PZH-2025-879911814, tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie meer bos in Zuid-Holland 2025 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746144 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746144/1 sluiten Regeling vervalt per 31-12-2026 Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 23 september 2025, PZH-2025-879911814 (DOS-2024-0000928) tot vaststelling van het openstellingsbesluit Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 meer bos in Zuid-Holland 2025 (Openstellingsbesluit subsidie meer bos in Zuid-Holland 2025) Geldend van 01-11-2025 t/m 30-12-2026 Intitulé Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 23 september 2025, PZH-2025-879911814 (DOS-2024-0000928) tot vaststelling van het openstellingsbesluit Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 meer bos in Zuid-Holland 2025 (Openstellingsbesluit subsidie meer bos in Zuid-Holland 2025) Gedeputeerde staten van Zuid-Holland; Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op de artikelen 1.3 en 1.4 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland, de artikelen 3.1 en 3.2 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 en de Catalogus Groenblauwe Diensten; Overwegende dat het wenselijk is dat meer bos in Zuid-Holland wordt aangelegd om een bijdrage te leveren aan een biodivers, klimaatbestendig en recreatief aantrekkelijk Zuid-Holland; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit subsidie meer bos in Zuid-Holland 2025 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - agroforestry: een landbouwsysteem waarbij gestreefd wordt naar het introduceren van bomen en struiken op percelen met landbouwgewassen of grasland; - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; - autochtoon inheems plantmateriaal: bomen, struiken en planten die directe nakomelingen zijn van de planten die zich na de ijstijd spontaan hebben gevestigd in Nederland en zich via natuurlijke uitzaai of door kunstmatige vermeerdering uit lokaal plantmateriaal hebben vermeerderd; - bos: vlakvormig en aaneengesloten element met een opgaande begroeiing van minimaal 80% inheemse bomen, struiken en kruiden; - Bossenstrategie: uitwerking van ambities en doelen van de landelijke Bossenstrategie en beleidsagenda 2030 “Bos voor de toekomst”, waarin de 10% landelijke bosuitbreiding staat benoemd; - Catalogus Groenblauwe Diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend; - compensatie: herbeplanting als bedoeld in artikel 11.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving; - functiewijziging: wijziging van de toedeling van functies in het omgevingsplan, waarbij de functie landbouw wordt vervangen door de functie natuur of bos; - Groeimodel Bos en Bomen: Groeimodel Bos en Bomen Zuid-Holland, vastgesteld door gedeputeerde staten op 25 mei 2021 met kenmerk PZH-2021-773861781; - grote onderneming: onderneming waar meer dan 250 mensen voltijds werkzaam zijn, met een jaaromzet van meer dan €50 miljoen of een jaarbalans van meer dan €43 miljoen als bedoeld in artikel 2, onder 34, van de Landbouwvrijstellingsverordening; - inheemse soorten: alle planten- of boomsoorten die van oorsprong in het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort voorkomen; - Landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C204); - Natura 2000-gebied: Natura-2000 gebied als bedoeld in Bijlage A van de Omgevingswet; - Natuurnetwerk Nederland: natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.11 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; - Nederlandse Rassenlijst Bomen: hulpmiddel bij de aanleg van bos, landschappelijke beplantingen en openbaar groen; - recreatiegebied: recreatiegebied als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening waarvan de plaats geometrisch is bepaald in bijlage II van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; - Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016; - verstedelijkingsopgave: realisatie van woningen die bestaat uit minimaal 11 woningen, of meer dan 500 m2 horeca, detailhandel, kantoorontwikkeling of bedrijventerreinontwikkeling; - voedselbos: vitaal ecosysteem dat door mensen is ontworpen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met het doel voedsel te produceren. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie 1. Subsidie kan worden verstrekt voor: a. de realisatie van bos; b. functiewijziging van landbouwgrond naar natuur of bos in combinatie met de realisatie van bos door aanplant of spontane bosontwikkeling. 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan de landelijke ambitie voor 10% meer bos, bedoeld in de Bossenstrategie en de uitvoering hiervan in het Groeimodel Bos en Bomen. Artikel 3 Doelgroep 1. Subsidie als bedoeld in artikel 2 kan uitsluitend worden aangevraagd door de eigenaar of erfpachter van de grond waar het bos wordt gerealiseerd. 2. Onverminderd het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt aan: a. een onderneming uit de houtsector, die als hoofddoel commercieel levensvatbare houtwinning, het vervoer van hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen tot producten of energiebronnen heeft; b. een onderneming die op basis van de geldende Unienormen of nationale wet- en regelgeving de productie van landbouwproducten hoe dan ook moet stopzetten. Artikel 4 Aanvraagperiode In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 worden ingediend van 3 november tot en met 28 november 2025; Artikel 5 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 2 geweigerd indien: a. het project plaatsvindt op gronden gelegen binnen een Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland; b. de projectlocatie onderdeel uitmaakt van een belangrijk weidevogelgebied waar meer dan 30 broedparen grutto's, tureluurs, kieviten of scholeksters per 100 hectare broeden; c. het bos een compensatie betreft; d. de locatie een recreatiegebied betreft, tenzij sprake is van functiewijziging van landbouwgrond naar natuur of bos en de locatie nog niet was ingericht als recreatiegebied; e. het bosaanleg van agroforestry of voedselbos betreft; f. de subsidieaanvrager een ondernemer is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); g. voor zover op de grond waarop het project betrekking heeft, nog verplichtingen rusten op grond van deze regeling of enige andere regeling op grond waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer; h. bestuurlijke afspraken zijn gemaakt tussen de provincie Zuid-Holland en de grondeigenaar of de gemeente over de realisatie van bos en de financiering daarvan, vastgelegd in een overeenkomst, convenant of intentieverklaring. Artikel 6 Subsidievereisten 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a. het aan te leggen bos bestaat uit minimaal 80% inheemse soorten, passend bij de groeiplaats en bij aanplant worden er minstens vier verschillende boomsoorten geplant; b. het aan te leggen bos is: I. minimaal 1 hectare als het wordt aangelegd op een locatie grenzend aan het Natuurnetwerk Nederland, bestaand recreatiegebied of bestaand bos; of II. minimaal 1,5 hectare als het wordt gerealiseerd op een andere locatie; en III. minimaal 25 meter breed; c. indien sprake is van aanplant, worden minimaal twee bosranden gerealiseerd, bestaande uit een mantel- en een zoomvegetatie; d. het bos wordt gerealiseerd in de provincie Zuid-Holland; e. er vindt een functiewijziging plaats: de huidige functie van de grond verandert naar de functienatuur of bos, 2. Onverminderd het eerste lid, gelden de volgende vereisten om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, in aanmerking te komen: a. de betreffende landbouwgrond is de afgelopen 5 jaar onafgebroken landbouwkundig gebruikt; b. de realisatie van bos vindt plaats op de landbouwgrond die afgewaardeerd wordt. Artikel 7 Subsidiabele kosten 1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor de realisatie van bos, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: a. kosten voor het opstellen van een inrichtingsplan; b. de personeelskosten, kosten van derden, gebruik van machines en aanschafkosten van materiaal. 2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden vergoed op basis van werkelijke kosten. 3. Bij functiewijziging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is de economische waardedaling van de grond subsidiabel, waarbij geldt dat: a. de subsidie voor functiewijziging ten hoogste het verschil bedraagt in de marktwaarde van de landbouwgrond en de marktwaarde van de grond na functiewijziging; b. de marktwaarde van de landbouwgrond en de marktwaarde van de grond na functiewijziging worden bepaald op basis van een taxatie, die in opdracht van de provincie wordt uitgevoerd door een onafhankelijk NRVT-taxateur; c. bij de taxatie als peildatum wordt gehanteerd de eerste dag van de maand waarin de aanvraag volledig is. Artikel 8 Niet subsidiabele kosten 1. De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: a. kosten voor natuurbeheer; b. directe kosten voor het wijzigen van het omgevingsplan; c. kosten voor grondaankoop; d. kosten voor pachtafkoop; e. kosten voor bodemsanering. Artikel 9 Deelplafond Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 4, vast op €1.800.000,-. Artikel 10 Subsidiehoogte 1. De subsidie voor de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, is 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.800.000,-, waarbij de subsidie voor plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtingsplan maximaal € 30.000,00 per hectare bedraagt; 2. De subsidie voor de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is 80% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 70.000,00 per hectare. 3. Subsidie voor een project dat bestaat uit activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en b, gezamenlijk, bedraagt maximaal €1.800.000,-; 4. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de subsidie voor realisatie van bos die samenhangt met een versted […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.