Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
Rechtspersonen zonder winstoogmerk die een wildopvangcentrum voor inheemse beschermde dieren in Zuid-Holland exploiteren
Waar is deze subsidie voor?
Projectsubsidie voor rechtspersonen zonder winstoogmerk die wildopvangcentra in Zuid-Holland exploiteren. Ondersteunt investeringen in voorzieningen, personeelsopleiding en maatregelen voor continuïteit van opvangcapaciteit voor zieke of gewonde inheemse beschermde dieren. Maximaal €120.000 per centrum; totaalbudget €1.000.000.
Voor wie is het bedoeld?
Rechtspersonen zonder winstoogmerk die een wildopvangcentrum voor inheemse beschermde dieren in Zuid-Holland exploiteren
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil mijn wildopvangcentrum moderniseren en uitbreiden met betere faciliteiten
- Ik wil mijn personeel professionaliseren met trainingen en cursussen
- Ik wil mijn wildopvangcentrum financieel ondersteunen om duurzaam te blijven functioneren
Voorwaarden
- Wildopvangcentrum biedt opvang aan zieke of gewonde inheemse in het wild levende beschermde dieren aangetroffen in Zuid-Holland
- Activiteit draagt aantoonbaar bij aan professionalisering en behoud van bestaande opvangcapaciteit
- Geen wildopvangcentra voor zeedieren
- Wildopvangcentrum moet beschikken over omgevingsvergunning voor opvang van in het wild levende dieren
- Activiteit mag niet leiden tot structurele vergroting van opvangcapaciteit
- Project moet binnen twee jaar na subsidieverlening worden afgerond
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“De subsidie bedraagt maximaal € 120.000,- per wildopvangcentrum.”
Toon brontekst
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 december 2025, PZH-2025-883611282 tot vaststelling van de Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026 (Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026) Gedeputeerde staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; Overwegende dat het wenselijk is wildopvangcentra in Zuid-Holland te ondersteunen bij de opvang van zorgbehoevende in het wild levende inheems beschermde dieren zodat zij duurzaam en zelfstandig kunnen blijven functioneren zonder structurele overheidssteun, met behoud van huidige opvangcapaciteit in de provincie Zuid-Holland; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; - opvangcapaciteit: het maximaal aantal in het wild levende inheems beschermde dieren dat een wildopvangcentrum op enig moment verantwoord kan opvangen en verzorgen, met inachtneming van de beschikbare faciliteiten, voorzieningen, deskundigheid van het personeel en de geldende wettelijke eisen; - wildopvangcentrum: opvangcentrum, zijnde een rechtspersoon zonder winstoogmerk, dat zich bezighoudt met niet-commerciële tijdelijke opvang van in het wild levende inheemse beschermde dieren. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor: - investeringen in voorzieningen, installaties of gebouwen van een wildopvangcentrum gericht op behoud of verbetering van de bestaande opvangcapaciteit; - het opleiden of bijscholen van personeel ten behoeve van de professionalisering van een wildopvangcentrum; - overige maatregelen die noodzakelijk zijn voor de continuïteit van de opvangcapaciteit van het wildopvangcentrum. 2.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 3.. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan het professionaliseren, continueren of vernieuwen van het wildopvangcentrum, met behoud van de bestaande opvangcapaciteit. Artikel 3 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen zonder winstoogmerk die een wildopvangcentrum exploiteren in de provincie Zuid-Holland. Artikel 4 Subsidievereisten Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten: - het wildopvangcentrum biedt opvang in een opvangcentrum aan zieke of gewonde inheemse in het wild levende beschermde dieren die zijn aangetroffen in de provincie Zuid-Holland; - de activiteit draagt aantoonbaar bij aan het professionaliseren van de opvang en het behouden van de bestaande opvangcapaciteit. Artikel 5 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als: - het een wildopvangcentrum voor zeedieren betreft; - het wildopvangcentrum niet beschikt over een omgevingsvergunning voor de opvang van in het wild levende dieren; - de activiteit ertoe leidt dat de opvangcapaciteit structureel wordt vergroot. Artikel 6 Aanvraagperiode In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 2 maart 2026 tot en met 31 maart 2026. Artikel 7 Plafond Gedeputeerde staten stellen het plafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op € 1.000.000,-. Artikel 8 Subsidiehoogte De subsidie bedraagt maximaal € 120.000,- per wildopvangcentrum. Artikel 9 Verdelingswijze Als de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, verdelen gedeputeerde staten de subsidie naar evenredigheid over de subsidieaanvragers die in aanmerking komen voor subsidie. Artikel 10 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: - kosten voor werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het bouwkundig verbeteren of aanpassen van het wildopvangcentrum; - kosten voor het onderhoud, vernieuwing of renovatie van dierverblijven; - kosten voor de aanschaf van machines, apparatuur en installaties ten behoeve van de opvang of verzorging van dieren; - kosten voor trainingen en cursussen ter professionalisering van personeel; - kosten van vergoedingen aan vrijwilligers, voor zover deze werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde activiteiten en niet zien op structurele, reguliere taken van het wildopvangcentrum; - overige kosten die verband houden met de in artikel 2 genoemde subsidiabele activiteiten, voor zover deze naar het oordeel van gedeputeerde staten noodzakelijk en doelmatig zijn voor het behoud van de bestaande opvangcapaciteit van het wildopvangcentrum. Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 9 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: - kosten die betrekking hebben op het opstellen en indienen van de subsidieaanvraag; - kosten waarvoor de aanvrager reeds subsidie ontvangt; - reguliere personeelskosten en exploitatiekosten, waaronder voedsel en dierverzorging; - vergoedingen aan vrijwilligers voor structurele, reguliere werkzaamheden die geen rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde activiteiten; - kosten voor communicatiemiddelen en reclame-uitingen; - acquisitiekosten; - kosten voor fondsenwerving. Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen: - het project wordt binnen twee jaar na subsidieverlening afgerond; - gedeputeerde staten kunnen, op een gemotiveerd schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger, de in onderdeel a bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste één jaar verlengen, indien naar hun oordeel sprake is van omstandigheden die de subsidieontvanger niet kunnen worden toegerekend; - de investering mag niet leiden tot een structurele toename van het aantal op te vangen dieren. Artikel 13 Bevoorschotting en betaling 1.. Het voorschot voor subsidies vanaf € 25.000,00 bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag. 2.. Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. 3.. Indien voor de uitvoering van bepaalde gesubsidieerde activiteiten een omgevingsvergunning is vereist, vindt bevoorschotting van die activiteiten pas plaats nadat de vereiste vergunning is verleend. Voor activiteiten waarvoor geen vergunning is vereist, kan wel bevoorschotting plaatsvinden. 4.. Gedeputeerde staten kunnen, op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een aanvullend voorschot verstrekken tot ten hoogste 95% van het verleende subsidiebedrag, indien de subsidieontvanger aantoont dat dit noodzakelijk is voor de voortgang of afronding van de gesubsidieerde activiteiten. Artikel 14 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht Deze regeling vervalt op 1 juli 2029, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026. Den Haag, 9 december 2025 Gedeputeerde staten van Zuid-Holland drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris mr. A.W. Kolff, voorzitter
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.