Subsidieregeling gemeente Zwijndrecht 2026
Gemeente Zwijndrecht
Voor inwoners van Zwijndrecht die deelnemen aan of organisaties die activiteiten uitvoeren op het gebied van jeugdbeleid, welzijn, cultuur, sport, zorg en ondersteuning van mensen met financiële problemen.
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke subsidieregeling voor diverse activiteiten op het gebied van welzijn, zorg en armoedaanpak in Zwijndrecht. De regeling omvat structurele doelsubsidies voor preventief jeugdbeleid, brede welzijnsaanpak, culturele activiteiten, sport en ondersteuning van kwetsbare groepen. Totaal subsidieplafond voor preventief jeugdbeleid bedraagt € 341.303.
Voor wie is het bedoeld?
Voor inwoners van Zwijndrecht die deelnemen aan of organisaties die activiteiten uitvoeren op het gebied van jeugdbeleid, welzijn, cultuur, sport, zorg en ondersteuning van mensen met financiële problemen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil subsidie aanvragen voor preventief jeugdbeleid in mijn gemeente
- Ik zoek financiering voor culturele evenementen en activiteiten
- Ik wil ondersteuning voor sport- en beweegactiviteiten
- Ik zoek subsidie voor zorg en ondersteuning van kwetsbare groepen
- Ik wil financiering voor armoedaanpak en ondersteuning van mensen met financiële problemen
Voorwaarden
- Subsidies tot en met € 5.000 worden in januari voor 100% bevoorschot
- Subsidies van € 5.001 tot € 15.000 worden in twee termijnen bevoorschot (50% januari, 50% juni)
- Subsidies vanaf € 15.001 worden in vier termijnen bevoorschot (25% januari, april, juli, oktober)
- Voor preventief jeugdbeleid: aantoonbare samenwerking met professionele partijen vereist
- Calamiteiten en geweldsincidenten moeten onverwijld worden gemeld aan Dienst Gezondheid & Jeugd
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2026
- Sluit
- -
- Budget
- € 341,3k
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Het college kent geen subsidies lager dan € 250,– toe.”
Toon brontekst
Subsidieregeling gemeente Zwijndrecht 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht, Gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Zwijndrecht 2015, Besluit vast te stellen de volgende nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling): Subsidieregeling gemeente Zwijndrecht 2026 Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1: Algemeen De wettelijke grondslagen en de bevoegdheid waarop dit document is gebaseerd zijn artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Zwijndrecht (ASV). De begripsbepalingen uit de ASV zijn van overeenkomstige toepassing. De nadere uitwerking van de verordening per beleidsterrein is opgenomen in deze subsidieregeling. De doelenboom in deze subsidieregeling is richtinggevend voor het verstrekken van subsidie. Artikel 2: Inhoudelijke verankering - Beleidsmatige (kader)nota's geven sturing aan de doelen en activiteiten waarvoor subsidies worden verleend. Hierin wordt de gewenste situatie van doelgroepen, thema's of sectoren in doelen, prestaties en activiteiten beschreven. Het beleid (zie bijlage) wordt op basis hiervan in deze subsidieregeling zodanig geoperationaliseerd dat product- en prestatieafspraken met maatschappelijke instellingen mogelijk zijn en doelen van subsidies worden aangegeven. Er wordt meer gestuurd op outcome. - Waar het om gaat is dat de gemeente prestaties en resultaten vaststelt in de subsidieverlening die haalbaar, beïnvloedbaar, toetsbaar en meetbaar zijn, op basis van geformuleerde doelstellingen. Nadere afspraken over producten, prijzen (in relatie tot doelen) en aanvullende voorwaarden en voorschriften kunnen worden vastgelegd in de beschikking, met als bijlage een uitvoeringsovereenkomst. Artikel 3: Soorten subsidies - Subsidies onderscheiden zich in juridische zin slechts door het feit of het een jaarlijkse dan wel incidentele subsidie betreft. De jaarlijkse subsidie wordt nog onderverdeeld in doelsubsidies en waarderingssubsidies. - De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op activiteiten van een rechtspersoon. Hieronder vallen:waarderingssubsidies: bedoeld om waardering voor of belang van bepaalde structurele activiteiten aan te geven, waarbij de hoogte van de totale subsidie die de instelling in één kalenderjaar ontvangt € 15.000,– of minder bedraagt. doelsubsidies: de subsidie is gericht op een prestatie, activiteit, evenement, product of resultaat, die aansluit op gemeentelijk beleid, die in tijd beperkt is en die inhoudelijk een afgerond resultaat oplevert, waarbij de hoogte van de totale subsidie die de instelling in één kalenderjaar ontvangt meer dan € 15.000,- bedraagt. - Incidentele subsidies zijn subsidies voor een eenmalige activiteit van een rechtspersoon die een bijdrage leveren aan gemeentelijk beleid, zoals beschreven in de doelenboom. Artikel 4: Minimale subsidie Het college kent geen subsidies lager dan € 250,– toe. Artikel 5: Maximaal beschikbare budgetten: subsidieplafonds Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting door de Raad worden de subsidieplafonds per beleidsterrein of werkveld vastgesteld. De subsidieplafonds en eventueel door het college vastgestelde deelplafonds maken budgetteren mogelijk. Het bereiken van een (deel)subsidieplafond is reden een aanvraag te weigeren. Elk plafond of deelplafond is gekoppeld aan een inhoudelijke opgave, waarvoor de Raad een budget ter beschikking stelt. Met het vaststellen van plafonds bepaalt de Raad de hoofdlijnen van het subsidiebeleid voor wat betreft de hoogte van subsidies, gekoppeld aan inhoud op hoofdlijnen. Artikel 6: Berekening subsidie - De volgende kosten kunnen voor subsidie in aanmerking komen:organisatiekostenactiviteitenkostenhuisvestingskostenafschrijvingskostensalariskosten (tot een maximumbedrag, welke bepaald wordt aan de hand van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt)overige personeelsleden (bijvoorbeeld wervingskosten, deskundigheidsbevordering) Artikel 7: Grondslag verdeling subsidie Incidentele subsidies worden verstrekt op basis van volgorde van binnenkomst. De grondslag voor de verdeling van jaarlijkse subsidies is verschillend. Per activiteit is dit vastgelegd in de nadere uitwerking van de doelenboom. Artikel 8: Weigeringsgronden - Een subsidieaanvraag kan naast de weigeringsgronden uit de ASV, ook door het college worden geweigerd indien:de activiteit niet gericht is op de doelgroep;activiteiten die in grote mate een partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijk karakter hebben;de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;de activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan de realisering van met subsidie beoogde beleidsdoelen;de activiteit ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds geheel of gedeeltelijk heeft plaatsgevonden;de activiteit een commercieel doel heeft;de activiteit in strijd is met een ander gemeentelijk doel;er al in het betreffende jaar een subsidieaanvraag is gehonoreerd voor deze activiteit of een onderdeel daarvan, door de dorpsraad, één van de wijkplatforms of regulier binnen de context van deze subsidieregeling;er sprake is van een onevenredige verhouding tussen kosten en baten;de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van de activiteit te dekken;de aanvraag of verantwoording niet tijdig is ingediend er geen (schriftelijk) uitstel is gevraagd en verleend. Artikel 9: Subsidieontvanger - Bij het verstrekken van subsidie aan een groep van natuurlijke personen zijn zij als persoon verantwoordelijk voor een rechtmatige besteding van de subsidie. Bij het in gebreke blijven kunnen zij daarvoor als natuurlijke persoon hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. - Bij subsidiebedragen hoger dan € 2.500,– wordt alleen subsidie verstrekt aan rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid. Dit om als gemeente meer zekerheid te hebben en om risico's voor de subsidieaanvrager te beperken. Artikel 10: Bevoorschotting jaarlijkse subsidies - Subsidies tot en met € 5.000,– worden in januari voor 100% bevoorschot. - Subsidies van € 5.001,– tot en met € 15.000,– worden in twee termijnen bevoorschot, zijnde 50% in januari en 50% in juni. - Subsidies vanaf € 15.001,– worden in vier termijnen bevoorschot, zijnde 25% in januari, 25% in april, 25% in juli en 25% in oktober. Artikel 11: Verantwoording - Verantwoording van de subsidie vindt plaats aan de hand van de subsidieverordening. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen subsidies tot € 5.000,–, subsidies tussen € 5.001,– en € 75.000,– en subsidies van meer dan € 75.000,–. bij subsidies tot en met € 5.000,– is sprake van een minimale verantwoordingsplicht en aanvraageisen. Deze subsidies worden ambtshalve vastgesteld. Subsidies op basis van ledenaantallen worden ook direct ambtshalve vastgesteld. bij subsidies tussen de € 5.001,– en € 75.000,– wordt de subsidie vastgesteld aan de hand van een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Tevens legt de aanvrager rekening en verantwoording af over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. bij subsidies van meer dan € 75.000,– vindt verantwoording plaats over prestaties en kosten aan de hand van een inhoudelijk verslag, een financieel verslag over het afgelopen subsidietijdvak en een door een accountant opgestelde controleverklaring. Artikel 12: Meerjarige subsidierelaties Het college kan bepalen meerjarige subsidies vast te stellen (onder begrotingsvoorbehoud t.a.v. subsidieplafond). Daarbij wordt bij vierjarige subsidies minimaal om de 2 jaar een evaluatie van de prijs/kwaliteitverhouding uitgevoerd op basis waarvan het college de subsidie na afloop van de vastgestelde subsidieperiode kan beëindigen, dan wel continueren. Artikel 13: Indexering - De hoogte van de te verlenen subsidies kan jaarlijks worden bijgesteld (geïndexeerd) op basis van een compensatiepercentage. Als compensatiepercentage voor niet loongevoelige subsidie- componenten wordt het stijgingspercentage voor overheidsconsumptie gehanteerd. - Bij organisaties (met eigen personeel) die te maken hebben met loongevoelige en niet loongevoelige componenten kan compensatie plaatsvinden op basis van het gemiddelde van het stijgingspercentage voor overheidsconsumptie en dat op basis van de VNG-uitgangspunten. De te hanteren percentages worden jaarlijks vastgelegd in de gemeentelijke begrotingsrichtlijnen. - Indien de loonstijgingen van gesubsidieerde organisaties, die het gevolg zijn van cao afspraken, hoger uitvallen dan de jaarlijkse bepaalde gemeentelijke indexering, dan wordt dit achteraf niet vergoed. Artikel 14: Eigen vermogen - Tot het eigen vermogen wordt gerekend de algemene reserves, de egalisatiereserve, bestemmingsreserve en overige reserves. - Voor rechtspersonen die structureel subsidie ontvangen van tenminste € 100.000,– per jaar, dient in beginsel een algemene of egalisatiereserve aanwezig te zijn van tenminste 10% van het balanstotaal. De gemeente hanteert dit uitgangspunt ten behoeve van de continuïteit van de rechtspersoon en daarmee het mogelijk maken van duurzame samenwerking met rechtspersonen die subsidie ontvangen. Artikel 15: Bestemmingsreserve - Het college kan de gesubsidieerde rechtspersoon toestemming verlenen om bestemmingsreserves te vormen. - Het college geeft instemming voor het vormen van een bestemmingsreserve, indien naar het oordeel van het college de noodzaak hiertoe door de gesubsidieerde rechtspersoon is aangetoond. - Bestemmingsreserves mogen slechts worden aangewend voor het doel waarvoor ze gevormd zijn. Artikel 16: Voorzieningen - Het college kan de structureel gesubsidieerde rechtspersoon toestemming verlenen voor het vormen van voorzieningen. Het college geeft hiervoor toestemming, indien de noodzaak hiertoe door de instelling is aangetoond. - Voorzieningen kunnen slechts voor instemming in aanmerking komen als zij gevormd worden ten behoeve van verplichtingen en verliezen, waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs wel is in te schatten;op de balansdatum bestaande risico's als gevolg van te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;kosten welke in een volgend boekjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het boekjaar of in een voorafgaand boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van bepaalde lasten over een aantal jaren. - Als de structureel gesubsidieerde rechtspersoon eigenaar is van onroerend goed moet betreffende het onderhoud daarvan een voorziening groot planmatig onderhoud (buiten en binnen) worden opgesteld op basis van een meerjaren onderhoudsplan - en begroting. - De met instemming van het college gevormde voorzieningen mogen door de structureel gesubsidieerde rechtspersoon slechts worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn gevormd. Artikel 17: Verplichtingen subsidieontvanger Naast de in de ASV vermelde verplichtingen over tussentijdse rapportages, meldingsplicht bij afwijkingen en overige verplichtingen van de subsidieontvanger is het college bevoegd om nadere verplichtingen aan te geven. Eventuele nadere verplichtingen staan beschreven onder het kopje 'nadere verplichtingen' in de hoofdstukken van deze subsidieregeling. Artikel 18: Verzekeringen Elke instelling is verplicht zich te verzekeren tegen wettelijke en bestuurlijke aansprakelijkheid. Artikel 19: Aanvullende subsidievoorwaarden Aan de subsidieverlening is de voorwaarde verbonden dat subsidieontvangers actief een maatschappelijke tegenprestatie leveren. Eventuele aanvullende subsidievoorwaarden staan beschreven onder het kopje 'aanvullende voorwaarden' in de hoofdstukken van deze subsidieregeling. Hoofdstuk 2: UITWERKING SUBSIDIEREGELS Artikel 20: Subsidieregel 1.a. Uitvoering geven aan de uitvoering van […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.