Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren

Gemeente Echt-Susteren

Voor kindercentra in Echt-Susteren die peuterprogramma's aanbieden voor kinderen van 2-4 jaar, zowel reguliere peuters als peuters met geïndiceerde taalachterstanden (VVE-peuters).

Ook bekend als Peuterprogramma Echt-Susteren 2019

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 6.288
per aanvraag

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor deelname van peutertjes (2-4 jaar) aan peuterprogramma's in kindercentra in Echt-Susteren. Ondersteuning voor reguliere peuters zonder kinderopvangtoeslag en VVE-peuters (met taalachterstanden). Subsidie per peuter per maand op basis van gemiddeld aantal deelnemers.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kindercentra in Echt-Susteren die peuterprogramma's aanbieden voor kinderen van 2-4 jaar, zowel reguliere peuters als peuters met geïndiceerde taalachterstanden (VVE-peuters).

Kindercentrum

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuterprogramma in kindercentrum
  • Financiering van voorschoolse educatie voor taalachterstanden
  • Ondersteuning van kinderopvang voor peuters zonder kinderopvangtoeslag

Voorwaarden

  • Kindercentrum moet ingeschreven zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
  • Peuterprogramma moet voldoen aan AMVB Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
  • Voor reguliere peuters: ouders mogen geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag
  • Voor VVE-peuters: kind moet geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in Nederlands hebben (GGD-indicatie)
  • Inkomensverklaring van ouders vereist
  • Werkplan met pedagogisch beleid, educatieaanbod en zorgstructuur vereist
  • Administratie minimaal 7 jaar bewaren

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kindercentrum
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Echt-Susteren.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2019Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
3,4 x € 6.288 = € 21.379,20 : 10 x 3 mnd = € 6.413,76
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren houdende regels omtrent peuterprogramma (Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2019)
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule 1. Inleiding 2. Doelstelling van het controleprotocol 3. Wet- en regelgeving 4. Uitzonderingen 5. Reikwijdte van het onderzoek 6. Verantwoordelijkheden kindercentrum 7. Rapport van feitelijke bevindingen 8. Afrekening en verrekening 9. Citeerartikel 10. Inwerkingtreding Ondertekening Bijlage 1. Rapport van feitelijke bevindingen Bijlage 2. Bestedingsverklaring Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR698767 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR698767/1 sluiten Controleprotocol Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023 Geldend van 13-07-2023 t/m heden Intitulé Controleprotocol Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ECHT-SUSTEREN; Overwegende dat: • Het college de ‘Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’ (verder: de subsidieregeling) heeft vastgesteld voor het aanbieden van een peuterprogramma aan peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar door kindercentra; • In de subsidieregeling de artikelen 13 tot en met 15 van de Algemene subsidieregeling Echt-Susteren 2017 niet van toepassing zijn verklaard, zodat er in de subsidieregeling geen bepalingen zijn opgenomen betreffende de financiële verantwoording van de vastgestelde subsidie; • De partijen er - omwille van transparantie en rechtmatigheid - belang aan hechten dat, door een onafhankelijke derde jaarlijks wordt getoetst dat op een correcte wijze uitvoering is gegeven aan de subsidieregeling en voldaan is aan de verplichtingen; • Gelet op het bovenstaande in artikel 9, lid 4, sub d en e, van de subsidieregeling is bepaald dat: ○ wanneer de vast te stellen subsidie meer dan € 50.000 bedraagt, het kinder-centrum bij de aanvraag om subsidievaststelling: ▪ een controleverklaring overlegd, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, sub d. van de algemene subsidieverordening, óf ▪ een ‘rapport van feitelijke bevindingen’ overlegd omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden voorwaarden, opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door het college vast te stellen protocol; ○ wanneer de subsidie € 50.000 of minder bedraagt bij de aanvraag om subsidievaststelling door het kindercentrum een ‘bestedingsverklaring’ wordt overlegd, overeenkomstig een door het college vast te stellen protocol. Besluit Vast te stellen het ‘Controleprotocol Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’. 1. Inleiding Op grond van de ‘Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’ (verder; de subsidieregeling) kunnen kindercentra, zoals bedoeld in de Wet Kinderopvang, jaarlijks aanspraak maken op een subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan in de subsidieregeling nader genoemde categorieën peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar. Het aan te bieden peuterprogramma dient te voldoen aan de eisen van voorschoolse educatie, zoals nader geregeld in het ministeriële ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’. De kindercentra ontvangen in de regel een subsidie voor het aantal uren dat een peuter aan het peuterprogramma heeft deelgenomen, althans voor de uren waarbij de ouders geen aanspraak (kunnen) maken op kinderopvangtoeslag. De subsidie is afgeleid van het uurtarief kinderopvang-toeslag, zoals dat jaarlijks door de Belastingdienst wordt vastgesteld, verhoogd met een toeslag ter bekostiging van de additionele kosten die met de voorschoolse educatie en de organisatie ervan gemoeid zijn. Daarnaast wordt bij de berekening van de hoogte van de subsidie bij de opvang van peuters waarbij de ouders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag rekening gehouden met een eigen financiële bijdrage van ouders. Met de ontvangen subsidie en ouderbijdrage kan het kindercentrum voorzien in voorschoolse educatie binnen de kaders van de wet. Jaarlijks controleert de GGD of de kindercentra voldoen aan de wettelijke eisen die aan de kinderopvang in het algemeen en aan de voorschool educatie in het bijzonder zijn gesteld en rapporteert de uitkomsten van dit onderzoek aan het college. Daarnaast vindt er een controle plaats van de rechtmatige besteding van de ontvangen subsidie. Hiervoor is in de subsidieregeling opgenomen dat wanneer de vast te stellen subsidie méér dan € 50.000 bedraagt, bij het verzoek tot subsidievaststelling: a. een controleverklaring dient te worden overlegd, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, sub d. van de algemene subsidieverordening, óf b. een ‘rapport van feitelijke bevindingen’ omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden voorwaarden, opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door het college vast te stellen protocol. Het gaat daarbij om - middels een ‘Rapport van feitelijke bevindingen’ (bijlage 1) - steekproefs-gewijs voor een aantal peuters onder meer vast te stellen dat: - de opgegeven duur en het aantal uren van deelname aan het peuterprogramma overeenkomt met de met de ouders vastgestelde overeenkomst, - de noodzakelijke verklaringen aanwezig zijn; - het juiste subsidietarief is gehanteerd; - het juiste tarief van de ouderbijdrage is toegepast. In het geval dat de subsidie € 50.000 of minder bedraagt kan bij het verzoek tot het vaststellen van het subsidie worden volstaan met het overleggen van een bestedingsverklaring (bijlage 2) door het kindercentrum. Hier komt de accountant niet aan de pas. 2. Doelstelling van het controleprotocol De doelstelling van dit controleprotocol is het geven van aanwijzingen aan de accountant, die is belast met de controle van de verantwoording ten behoeve van de subsidievaststelling. Met dit protocol wordt duidelijkheid verschaft over de gewenste reikwijde en intensiteit van de accountantscontrole en over de inhoud van de af te geven ‘Verklaring van feitelijke bevindingen’ bij de eindverantwoording. De controle heeft tot doel de gemeente zekerheid te verschaffen dat de activiteiten, prestaties en verplichtingen uit de subsidieregeling en -beschikking zijn uitgevoerd en nagekomen, zodat een getrouw beeld van de rechtmatige besteding van de gelden wordt verkregen. De bedoeling is dat de subsidieontvanger het onderhavige protocol aan zijn accountant verstrekt, zodat hij bij zijn controlewerkzaamheden rekening kan houden met de inhoud van dit protocol. Dit protocol maakt onderdeel uit van de subsidiebeschikking en behoeft als zodanig naleving. De ‘Verklaring van feitelijke bevindingen’ kan worden verstrekt door een registeraccountant (RA) of een accountant administratieconsulent (AA). 3. Wet- en regelgeving Op dit controleprotocol is de volgende wet- en regelgeving van toepassing: a. artikel 393, eerste lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; b. Titel 4.2. Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht; c. de Algemene subsidieverordening Echt-Susteren 2017; d. de ‘Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’. 4. Uitzonderingen Het overleggen van een controleverklaring of een ingevulde ‘Verklaring van feitelijke bevindingen’ door een accountant geldt voor de subsidieaanvragen waarbij de subsidie € 50.000 of meer bedraagt. Is het totaal lager dan € 50.000 dan is een controle door de accountant niet vereist en kan het kindercentrum volstaan met het indienen van een ‘bestedingsverklaring’. Het college kan in de gevallen zoals genoemd in deze paragraaf afwijken, indien er sprake is van een onredelijke en onbillijke situatie. 5. Reikwijdte van het onderzoek Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole nader aan te geven. Niet beoogd wordt een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Bij het onderzoek moet vooral gekeken worden naar de rechtmatigheid van de besteding van subsidiegelden overeenkomstig het aangegeven doel. Bij het opstellen van een ‘Verklaring van feitelijke bevindingen dient steekproefsgewijs voor een aantal peuters te worden gecontroleerd of de voorwaarden en de verplichtingen van de subsidieregeling en de beschikking zijn nageleefd. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling moet de aanvrager immers aantonen dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen (art. 4:45 Awb). In het ‘Rapport van feitelijke bevindingen ‘ wordt vermeld of aan de voorwaarden zijn voldaan en de verplichtingen zijn nagekomen. Afhankelijk van de inhoud van het rapport kan het college de subsidie lager vaststellen (art. 4:46 Awb) of geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen (art. 4:47 Awb). 6. Verantwoordelijkheden kindercentrum De aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient door het kindercentrum te worden ingediend uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft (artikel 9, lid 3, van de subsidieregeling). Daarbij dient het kindercentrum de volgende informatie te verstrekken: a. een ingevulde, gedagtekende en ondertekende aanvraag tot subsidievaststelling (artikel 9, lid 2, van de subsidieregeling); b. een opgave van peuters die in het betreffende kalenderjaar aan het peuterprogramma hebben deelgenomen (artikel 9, lid 4, sub a, van de subsidieregeling); c. Een overzicht waaruit de deelname aan netwerkbijeenkomsten blijkt (artikel 9, lid 4, sub b, van de subsidieregeling); d. Een jaarverslag (artikel 9, lid 4, sub c, van de subsidieregeling); e. Een controleverklaring óf een rapport van feitelijke bevindingen boven € 50.000 subsidie (artikel 9, lid 4, sub d, van de subsidieregeling) of een bestedingsverklaring bij € 50.000 of minder subsidie (artikel 9, lid 4, sub e, van de subsidieregeling). Ingevolge artikel 9, lid 5, van de subsidieregeling kan het college daarnaast andere informatie en/of bescheiden verlangen, voor zover dit voor een goede beoordeling van de aanvraag tot vaststelling nodig is en/of nodig is voor het desgevraagd verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen of daaraan verbonden inspectiediensten. Het college kan ook genoegen nemen met minder informatie en/of bescheiden voor zover dat redelijkerwijs een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling niet in de weg staat (artikel 9, lid 6, van de subsidieregeling). 7. Rapport van feitelijke bevindingen Het belangrijkste element van de controle door de accountant is de vaststelling dat aan de voorwaarden en verplichtingen van de subsidieregeling en de beschikking zijn voldaan. De accountant legt de uitkomst van de controle vast in het ‘Rapport van feitelijke bevindingen’. 8. Afrekening en verrekening Na ontvangst van de verantwoording van de subsidie door het kindercentrum wordt de subsidie vastgesteld. Het verschil tussen de betaalde voorschotten (subsidieverlening) en het bedrag van de subsidievaststelling wordt uitbetaald of teruggevorderd (artikel 13 van de subsidieregeling). 9. Citeerartikel Dit protocol kan aangehaald worden als: ‘Controleprotocol subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’. 10. Inwerkingtreding Het protocol treedt op de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op subsidies die zijn verleend op grond van de ‘Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’. Ondertekening Echt-Susteren, 4 juli 2023 burgemeester en wethouders gemeente Echt-Susteren, secretaris voorzitter Bijlage 1. Rapport van feitelijke bevindingen Naam kindercentrum: Hier invullen Adres: Hier invullen Postcode: Hier invullen Plaats: Hier invullen Opdracht en werkzaamheden Ingevolge artikel 9, lid 4, van de ‘Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023’ (verder: de subsidier
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 3 Activiteiten Artikel 4 Hoogte van de subsidie Artikel 5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens Artikel 6 Overige voorwaarden, ouderbijdrage Artikel 7 Berekeningswijze subsidie bij de subsidieverlening Artikel 8 Bevoorschotting en betaling Artikel 9 Aanvraag om vaststelling Artikel 10 Vaststelling van de subsidie Artikel 11 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma bij de subsidievaststelling Artikel 12 Berekeningswijze subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten en overleg GGD/JGZ bij de subsidievaststelling Artikel 13 Betaling en terugvordering Artikel 14 Intrekking Artikel 15 Overgangsbepaling Artikel 16 Hardheidsclausule Artikel 17 Slotbepaling Artikel 18 Inwerkingtreding Artikel 19 Citeertitel Ondertekening Toelichting Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR698765 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR698765/2 sluiten Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023 Geldend van 16-11-2024 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-08-2024 Intitulé Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ECHT-SUSTEREN; Overwegende dat: - voorschoolse educatie deel uitmaakt van het (gemeentelijk) onderwijsachterstandenbeleid; - het college op grond van artikel 166, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) ervoor moet zorgen dat er in de gemeente voldoende voorzieningen in aantal en spreiding zijn waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal kunnen deelnemen aan voorschoolse educatie die voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 1.50b, en 2.8, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen (aanbodverplichting) - het college ook een verplichting heeft om afspraken met houders van kindercentra te maken voor een zo groot mogelijke deelname aan voorschoolse educatie; - het college, rekening houdende met de in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (hierna: de AMvB) vastgestelde kaders, de beleidsvrijheid heeft om zelf de doelgroep en de startleeftijd van de voorschoolse educatie te bepalen; - deelname aan de voorschoolse educatie (verder: peuterprogramma genoemd) een goede voorbereiding is op de basisschool, omdat het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de peuter op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Echt-Susteren 2017; Besluiten vast te stellen de volgende nadere regels: Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2023 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren; b. algemene subsidieverordening: de vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Echt-Susteren; c. wet: de Wet kinderopvang; d. besluit: het Besluit kwaliteit kinderopvang; e. regeling: de ministeriële regeling, zoals genoemd in het besluit; f. AMvB: het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; g. aanvrager: degene die een kindercentrum in de gemeente Echt-Susteren in stand houdt; h. peuterprogramma: een programma van voorschoolse educatie, zoals nader omschreven in de amvb; i. kindercentrum: een voorziening van kinderopvang, zoals bedoeld in de wet, welke is ingeschreven in het landelijk register kinderopvang en voorschoolse educatie aanbiedt; j. landelijk register kinderopvang: het register kinderopvang, zoals bedoeld in de wet; k. peuter ZKT: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, niet zijnde een VVE-peuter, waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak maakt/maken of kunnen maken op kinderopvang-toeslag; l. VVE-peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met een geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in de Nederlandse taal, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs; m. VVE-peuter ZKT: een VVE-peuter waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak maakt/maken of kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; n. VVE-peuter MKT: een VVE-peuter waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) aanspraak maakt/maken of kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; o. kinderopvangtoeslag: een kinderopvangtoeslag, zoals bedoeld in de wet; p. uurtarief kinderopvangtoeslag: het door de Belastingdienst voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde maximaal uurtarief voor dagopvang bij een kindercentrum; q. inkomensverklaring: een door de ouder(s)/verzorger(s) ondertekende verklaring, voorzien van bewijsstukken, waaruit blijkt dat geen aanspraak wordt gemaakt, of kan worden gemaakt op een kinderopvangtoeslag. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidie door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Voor het verstrekken van een eenmalige subsidie vormt deze subsidieregeling geen grondslag. Artikel 3 Activiteiten 1. Het in 40 tot 46 weken per jaar aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter ZKT, voor tenminste 280 en ten hoogste 322 uur. Het peuterprogramma wordt in 2 dagen per week aangeboden, voor tenminste 3,5 en ten hoogste 4 uur per dag. 2. Het in 40 tot 46 weken per jaar aanbieden van een peuterprogramma aan een VVE-peuter voor tenminste 480 en ten hoogste 644 uur. Het peuterprogramma wordt in tenminste 3 dagen per week aangeboden, voor ten minste 3,5 uur en ten hoogste 6 uur per dag. 3. Deelname aan netwerkbijeenkomsten in het kader van de activiteiten, zoals genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel, alsmede het voeren van overleg met de GGD/JGZ, inzake de plaatsing van VVE-peuters. Artikel 4 Hoogte van de subsidie 1. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van deze subsidieregeling, aan een peuter ZKT, wordt gebaseerd op het aantal uren dat de peuter ZKT per week aan het peuterprogramma deelneemt, vermenigvuldigd met het uurtarief. Het uurtarief wordt als volgt berekend: Het uurtarief kinderopvangtoeslag verhoogd met 50% en vervolgens verminderd met het uurtarief ouderbijdrage, zoals vermeld in artikel 6, sub a. 2. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling, aan een VVE-peuter ZKT, wordt gebaseerd op het aantal uren dat de VVE-peuter per week aan het peuterprogramma deelneemt, vermenigvuldigd met het uurtarief. Het uurtarief wordt als volgt berekend: Het uurtarief kinderopvangtoeslag verhoogd met 62,5% en vervolgens verminderd met het uurtarief ouderbijdrage, zoals vermeld in artikel 6, sub b. Voor peuters woonachtig in het in de gemeente gelegen asielzoekerscentrum, wordt bij het berekenen van het uurtarief geen rekening gehouden met een ouderbijdrage. 3. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling, aan een VVE-peuter MKT wordt, bij deelname aan het peuterprogramma gedurende 40 weken per jaar, gebaseerd op 10 uur per week, vermenigvuldigd met het uurtarief kinderopvangtoeslag. Wanneer het peuterprogramma over meer weken wordt uitgevoerd dan wordt het aantal uren per week waarover de subsidie wordt berekend naar rato verlaagd. De subsidie wordt op jaarbasis over maximaal 400 uur berekend. 4. De subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten, alsmede het voeren van overleg met de GGD/JGZ, inzake de plaatsing van VVE-peuters, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze subsidieregeling, bedraagt op jaarbasis € 1.970 per aanvrager. Artikel 5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6, lid 2, van de algemene subsidieverordening dient de aanvrager bij de aanvraag de navolgende bescheiden te overleggen: a. per kindercentrum, een overzicht van peuters, welke in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma hebben deelgenomen, onderverdeeld naar peuters ZKT, VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, met vermelding van: • uniek registratienummer; • cijfers postcode; • woonplaats; • geboortemaand en -jaar; • datum VVE-indicatie GGD (alleen benodigd voor VVE-peuters); • datum inkomensverklaring (alleen benodigd voor peuters ZKT en VVE-peuters ZKT); • datum start deelname peuterprogramma; • het aantal uren en weken opvang zoals met de ouder(s)/verzorger(s) overeenge-komen en • (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma; b. per kindercentrum, het pedagogisch beleidsplan, zoals bedoeld in het besluit en de AMvB. 2. Het bepaalde in artikel 6, lid 3, van de algemene subsidieverordening is op deze subsidieregeling niet van toepassing. Artikel 6 Overige voorwaarden, ouderbijdrage Een voorwaarde voor de subsidie is dat ouders/verzorgers die geen kinderopvangtoeslag ontvangen een ouderbijdrage betalen. a. De ouderbijdrage voor deelname aan het peuterprogramma door een peuter ZKT bedraagt per uur: 25% van het uurtarief kinderopvangtoeslag; b. De ouderbijdrage voor deelname aan het peuterprogramma door een VVE-peuter ZKT bedraagt per uur: het uurtarief voor het 1e kind behorende bij de laagste inkomenscategorie, zoals dat voor het betreffende kalenderjaar is vastgelegd in het VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. Artikel 7 Berekeningswijze subsidie bij de subsidieverlening 1. Bij de subsidieverlening wordt de subsidie gebaseerd op de vastgestelde subsidie voor het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag. 2. De subsidie wordt voor een lager bedrag verleend, wanneer de aanvrager hierom vraagt. 3. Aan een aanvrager die voor het eerst subsidie aanvraagt, wordt voor de eerste 2 kalenderjaren subsidie verleend op basis van een raming van het aantal deelnemers aan het peuterprogramma en voor het aantal uren deelname. Artikel 8 Bevoorschotting en betaling 1. Wanneer het totaal door de aanvrager te ontvangen subsidie € 25.000 of minder bedraagt, wordt het volledige bedrag uiterlijk binnen 8 weken na de subsidieverlening als voorschot uitbetaald, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is bepaald. 2. Wanneer het totaal door de aanvrager te ontvangen subsidie meer dan € 25.000 bedraagt, wordt 80% van het te subsidiëren bedrag uiterlijk binnen 8 weken na de subsidieverlening als voorschot uitbetaald, tenzij bij de subsidieverlening een hoger percentage en/of een andere termijn is bepaald. Artikel 9 Aanvraag om vaststelling 1. De artikelen 13 tot en met 15 van de algemene subsidieverordening zijn niet op deze subsidieregeling van toepassing. 2. De subsidievaststelling vindt plaats op aanvraag van de subsidieontvanger. 3. De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend bij het college uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. 4. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. per kindercentrum een overzicht van peuters, onderverdeeld naar peuters ZKT, VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, met vermelding van: • uniek registratienummer; • cijfers postcode; • woonplaats; • geboortemaand en -jaar; • datum VVE-indicatie GGD (alleen benodigd voor VVE-peuters); • datum inkomensverklaring (alleen benodigd voor peuters ZKT en VVE-peuters ZKT); • datum start deelname peuterprogramma; • het aantal uren en weken opvang zoals met de ouder(s)/verzorger(s) ove
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 3 Activiteiten Artikel 4 Hoogte van de subsidie Artikel 5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens Artikel 6 Overige voorwaarden Artikel 7 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter bij de subsidieverlening Artikel 8 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een VVE-peuter bij de subsidieverlening Artikel 9 Berekeningswijze subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten en overleg GGD/JGZ bij de subsidieverlening Artikel 10 Bevoorschotting en betaling Artikel 11 Aanvraag om vaststelling Artikel 12 Vaststelling van de subsidie Artikel 13 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter bij de subsidievaststelling Artikel 14 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een VVE-peuter bij de subsidievaststelling Artikel 15 Berekeningswijze subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten en overleg GGD/JGZ bij de subsidievaststelling Artikel 16 Berekeningswijze subsidie bij vaststelling, wanneer de aanvrager gedurende het kalenderjaar de activiteiten heeft beëindigd Artikel 17 Betaling en terugvordering Artikel 18 Indexering subsidiebedragen en ouderbijdragen Artikel 19 Intrekking Artikel 20 Overgangsbepaling Artikel 21 Slotbepaling Artikel 22 Inwerkingtreding Artikel 23 Citeertitel Ondertekening Toelichting Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2019 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR627080 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR627080/1 sluiten Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren houdende regels omtrent peuterprogramma (Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2019) Geldend van 20-08-2019 t/m heden Intitulé Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren houdende regels omtrent peuterprogramma (Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2019) BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ECHT-SUSTEREN; Overwegende dat ingevolge het bepaalde in artikel 166 van de Wet op het primair onderwijs ons college dient te voorzien in voldoende voorzieningen van voorschoolse educatie, waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal aan kunnen deelnemen; Overwegende dat deelname aan een peuterprogramma een goede voorbereiding is op de basisschool, omdat het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de peuter op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; Gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Echt-Susteren 2017; Besluiten: vast te stellen de volgende nadere regels: Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2019 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren; b. algemene subsidieverordening: de vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Echt-Susteren; c. wet: de Wet kinderopvang; d. besluit: het Besluit kwaliteit kinderopvang; e. regeling: de ministeriële regeling, zoals genoemd in het besluit; f. amvb: het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; g. aanvrager: degene die een kindercentrum in de gemeente Echt-Susteren in stand houdt; h. peuterprogramma: een programma van voorschoolse educatie, zoals nader omschreven in de amvb; i. kindercentrum: een voorziening van kinderopvang, zoals bedoeld in de wet, welke is ingeschreven in het register kinderopvang; j. register kinderopvang: het register kinderopvang, zoals bedoeld in de wet; k. peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, niet zijnde een VVE-peuter, waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak maakt/maken of kunnen maken op kinderopvangtoeslag; l. VVE-peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met een geïndiceerde achterstand of risico op achterstand in de Nederlandse taal, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs; m. VVE-peuter ZKT: een VVE-peuter waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) geen aanspraak maakt/maken of kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; n. VVE-peuter MKT: een VVE-peuter waarvoor de ouder(s)/verzorger(s) aanspraak maakt/maken of kan/kunnen maken op kinderopvangtoeslag; o. kinderopvangtoeslag: een kinderopvangtoeslag, zoals bedoeld in de wet; p. inkomensverklaring: een door de ouder(s)/verzorger(s) ondertekende verklaring, voorzien van bewijsstukken, waaruit blijkt dat geen aanspraak wordt gemaakt, of kan worden gemaakt op een kinderopvangtoeslag. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidie door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Voor het verstrekken van een eenmalige subsidie vormt deze subsidieregeling geen grondslag. Artikel 3 Activiteiten 1. Het in twee dagdelen voor tenminste 6 uur per week aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter, gedurende tenminste 40 weken per jaar. 2. Het in drie of vier dagdelen voor tenminste 10 uur per week aanbieden van een peuterprogramma aan een VVE-peuter, gedurende tenminste 40 weken per jaar. 3. Deelname aan netwerkbijeenkomsten in het kader van de activiteiten, zoals genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel, alsmede het voeren van overleg met de GGD/JGZ, inzake de plaatsing van VVE-peuters. Artikel 4 Hoogte van de subsidie 1. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van deze subsidieregeling, bedraagt op jaarbasis € 2.608 per peuter. 2. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling, aan een VVE-peuter ZKT bedraagt op jaarbasis € 6.288 per VVE-peuter. 3. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling, aan een VVE-peuter MKT bedraagt op jaarbasis € 3.208 per peuter. 4. De subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten, alsmede het voeren van overleg met de GGD/JGZ, inzake de plaatsing van VVE-peuters, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze subsidieregeling, bedraagt op jaarbasis € 1.970 per aanvrager. Artikel 5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6, lid 2, van de algemene subsidieverordening dient de aanvrager bij de aanvraag de navolgende bescheiden te overleggen: a. per locatie, een overzicht van peuters welke in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma, hebben deelgenomen, met vermelding van uniek registratienummer, cijfers postcode, woonplaats, geboortemaand en -jaar, datum inkomensverklaring, datum start deelname peuterprogramma en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma; b. per locatie, een overzicht van VVE-peuters, onderverdeeld naar VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, welke in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma hebben deelgenomen, met vermelding van uniek registratienummer, cijfers postcode, woonplaats, geboortemaand en -jaar, datum VVE-indicatie GGD, datum inkomensverklaring (alleen benodigd voor VVE-peuters ZKT), datum start deelname peuterprogramma en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma; c. een werkplan, waarin in ieder geval opgenomen: • een omschrijving van het gehanteerde peuterprogramma, zoals bedoeld in de amvb; • een omschrijving van het pedagogisch beleid en klimaat; • een omschrijving van het educatieaanbod en de wijze van educatief handelen; • voor zover van toepassing, een omschrijving van het extra educatieaanbod voor VVE-peuters; • een omschrijving van de organisatie: o de groepsindeling; o dagindeling; o wijze van intake; o wijze van inzet personeel; o opleiding personeel en opleidingsplan; • een omschrijving van de zorgstructuur, alsmede van het daarbij gehanteerde observatie- en registratie-instrument; • een omschrijving van de wijze waarop de kwaliteitszorg is ingericht en wordt geborgd; • een omschrijving van de wijze waarop de doorgaande leerlijn vorm wordt gegeven en geborgd; • de wijze waarop de ouderbetrokkenheid vorm wordt gegeven. 2. Het bepaalde in artikel 6, lid 3, van de algemene subsidieverordening is op deze subsidieregeling niet van toepassing. Artikel 6 Overige voorwaarden Om voor subsidie in aanmerking te komen: a. dienen de pedagogisch medewerkers, naast de opleidingseisen zoals vastgelegd in de regeling, te voldoen aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit van beroepskrachten in verband met voorschoolse educatie, zoals vastgelegd in de amvb; b. dient een opleidingsplan aanwezig te zijn, zoals bedoeld in de amvb; c. bedraagt de ouderbijdrage voor deelname aan het peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van deze subsidieregeling € 2,50 per uur; d. bedraagt de ouderbijdrage voor deelname aan het peuterprogramma door een VVE-peuter ZKT, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling € 0,32 per uur. Artikel 7 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een peuter bij de subsidieverlening 1. Bij de verlening wordt de subsidie berekend door het gemiddelde aantal peuters te vermenigvuldigen met het bedrag genoemd onder artikel 4, lid 1, van deze subsidieregeling. 2. Het gemiddelde aantal peuters betreft het aantal peuters dat op de 1e dag van de maanden januari t/m juni en september t/m december in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma heeft deelgenomen, zoals vermeldt op het overzicht als bedoeld in artikel 5, lid 1, sub a, van deze subsidieregeling, gedeeld door 10. De uitkomst van de berekening wordt - naar boven - op één cijfer achter de komma afgerond. 3. Voor een aanvrager aan wie voor het eerst subsidie wordt verleend, wordt voor het eerste kalenderjaar de subsidie verleend op basis van een raming van het gemiddelde aantal peuters en voor het tweede jaar op basis van het gemiddelde aantal peuters, zoals bedoeld in lid 2, zij het over de periode januari t/m juni, tenzij de aanvrager met het college een ander aantal overeenkomt. Artikel 8 Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan een VVE-peuter bij de subsidieverlening 1. Bij de verlening wordt de subsidie berekend door het gemiddelde aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT te vermenigvuldigen met het bedrag genoemd onder artikel 4, lid 2, respectievelijk artikel 4, lid 3, van deze subsidieregeling. 2. Het gemiddelde aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT betreft het aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT dat op de 1e dag van de maanden januari t/m juni en september t/m december in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van de aanvraag aan het peuterprogramma heeft deelgenomen, zoals vermeldt op het overzicht als bedoeld in artikel 5, lid 1, sub b, van deze subsidieregeling, gedeeld door 10. De uitkomst van de berekening wordt - naar boven - op één cijfer achter de komma afgerond. 3. Voor een aanvrager aan wie voor het eerst subsidie wordt verleend, wordt voor het eerste kalenderjaar de subsidie verleend op basis van een raming van het gemiddelde aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT en voor het tweede jaar op basis van het gemiddelde aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, zoals bedoeld in lid 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.