Open voor aanvragenEIPProvincie · Subsidie

GLB 2023-2027 Samenwerking voor innovatie EIP provincie Gelderland

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Samenwerkingsverbanden van landbouwers, ketenpartners en innovatoren die gezamenlijk aan innovatieve projecten in de landbouw werken.

Ook bekend als EIP, Europese Innovatiepartnerschap, GLB 2023-2027

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via stimulus.nl
Percentage
57%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 5,1 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidie voor innovatieve samenwerkingsprojecten in de landbouw gericht op duurzaamheid, verdienmodellen, marktgerichtheid en klimaatadaptatie in provincie Gelderland. Subsidieplafond € 5.056.100 waarvan 43% ELFPO en 57% provinciale cofinanciering. Aanvragen open van 3 november 2025 tot 15 januari 2026.

Voor wie is het bedoeld?

Samenwerkingsverbanden van landbouwers, ketenpartners en innovatoren die gezamenlijk aan innovatieve projecten in de landbouw werken.

SamenwerkingsverbandLandbouwbedrijfKetenpartner

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor innovatief samenwerkingsproject in landbouw
  • Duurzame verdienmodellen en marktgerichtheid in landbouw
  • Innovatie voor klimaatadaptatie en biodiversiteit
  • Samenwerkingsproject voor voedselketen en digitalisering

Voorwaarden

  • Innovatief samenwerkingsproject met minimaal één van de genoemde thema's (duurzame verdienmodellen, marktgerichtheid, waardeketen, biodiversiteit, natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering, voedsel en gezondheid)
  • Project moet betrekking hebben op voortbrenging of handel in landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 VWEU
  • Aanvrager moet zich hebben georiënteerd op reeds uitgevoerde onderzoeken en bestaande initiatieven
  • Onderbouwing vereist over verspreiding van kennis uit het project
  • Toelichting op eventuele investeringen in bedrijfsmiddelen
  • Onderbouwing verwacht aantal personen dat profiteert van advies, opleiding en kennisuitwisseling
  • Bij activiteiten met stikstofuitstoot: geldige natuurvergunning of bewijs van geen stikstofuitstoot vereist
  • Maximaal 50% van subsidie als voorschot; deelbetalingen eenmaal per jaar mogelijk

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een samenwerkingsverband of landbouwbedrijf of ketenpartner
Uw sector/SBI valt onder: 01, 02, 03
U vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist een consortium of meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Gelderland.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
57% uit provinciale cofinancieringsmiddelen
Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Samenwerking voor innovatie EIP provincie Gelderland 2025
  • Toon brontekst
    5 miljoen euro voor innovatieve samenwerkingsprojecten in de Gelderse land- en tuinbouw Provincie Gelderland stelt dit najaar de GLB-subsidieregeling ‘Samenwerking voor innovatie EIP 2025’ open. Land- en tuinbouwers kunnen daarmee samen met een partner in de keten subsidie aanvragen voor een innovatief samenwerkingsproject gericht op ketens in de food en non-food. Met de subsidieregeling wil provincie Gelderland nieuwe concepten, producten of diensten helpen ontwikkelen, door ontwikkelen of praktijkrijk maken. Om zo boeren en tuinders te helpen de land- en tuinbouw in Gelderland duurzamer en toekomstbestendiger te maken. Bijvoorbeeld door technische of sociale innovaties in het voedselsysteem of in de non-foodketen. Samenwerkingen De subsidie wordt aangevraagd door een combinatie van minimaal 2 landbouwers en 1 ketenpartner. Bestaande samenwerkingen kunnen ook een aanvraag indienen als zij een nieuwe activiteit willen opzetten. Hierbij moet het verschil met de vorige activiteit wel duidelijk zijn. In alle gevallen moet het project én gericht zijn op het verder brengen van een innovatief idee én gericht zijn op samenwerking in de keten. Budget en openstelling Het budget voor deze GLB-regeling is ongeveer €5 miljoen. De hoogte van de subsidie per aanvraag bedraagt minimaal €35.000 en maximaal €200.000. De subsidie bedraagt 90% van de subsidiabele kosten. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen is de subsidie 40%. De regeling is onderdeel van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Provincie Gelderland stelt de regeling open van 3 november 2025 tot en met 15 januari 2026. De publicatie van het openstellingsbesluit behorende bij deze regeling is hier te vinden. Menu
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Samenwerking voor innovatie EIP provincie Gelderland 2025
    Bekendmaking van het besluit van 4 augustus 2025- zaaknummer 2025-010371 tot vaststelling van een regeling.
    Gedeputeerde Staten van Gelderland
    Gelet op artikel 1.2 van hoofdstuk 1 en paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland;
    Besluiten:
    - vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Samenwerking voor innovaties EIP provincie Gelderland 2025 als bedoeld in paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Gelderland;
    - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 5.056.100 waarvan 43% afkomstig uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en 57% uit provinciale cofinancieringsmiddelen.
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 3 november 2025 09:00 uur tot en met 15 januari 2026 17:00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In aanvulling op artikel 2.5.1 van de Verordening wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
    - Ketenpartner: een partij die voor eigen rekening en risico onderneemt en kosten maakt in het project en daarbij een toeleverende (leveren van goederen of grondstoffen) rol vervult of een verwerkende of afnemende (van halffabricaten of producten) rol ten behoeve van de innovatie die centraal staat in de aanvraag;
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteit
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een innovatief samenwerkingsproject als bedoeld in artikel 2.5.2 van de Verordening.
    2..
    Het innovatieve samenwerkingsproject dient betrekking te hebben op de voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).
    3..
    Het innovatieve samenwerkingsproject heeft betrekking op één of meerdere van de thema’s zoals genoemd in artikel 2.5.2, derde lid van de Verordening
    
    Artikel 3 Aanvrager
    1..
    Subsidie wordt verstrekt aan deelnemers van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.5.3 van de Verordening.
    2..
    In afwijking van artikel 2.5.3, eerste lid, onder a, van de Verordening bestaat een samenwerkingsverband uit minimaal drie deelnemende partijen, waarvan in ieder geval twee landbouwers en een ketenpartner.
    
    Artikel 4 Aanvraagvereisten
    1..
    De aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.5.4 van de Verordening zijn onverminderd van toepassing op dit openstellingsbesluit.
    2..
    In aanvulling op het eerste lid bevat de aanvraag een toelichting waaruit blijkt of bij een of meer activiteiten al dan niet sprake is van het vrijkomen van stikstof.
    3..
    Indien uit de toelichting bedoeld in het tweede lid blijkt dat bij een of meer activiteiten sprake is van het vrijkomen van stikstof, bevat de aanvraag:
    - bewijs dat voor deze activiteiten recent een geldige natuurvergunning is verkregen; of
    - een onderbouwing waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de stikstofuitstoot tijdelijk is en geen significant ecologisch effect heeft, bijvoorbeeld aan de hand van een ecologische voortoets.
    4..
    Indien uit de toelichting bedoeld in het tweede lid blijkt dat géén sprake is van het vrijkomen van stikstof, moet deze stelling voldoende aannemelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld door dit te onderbouwen met een AERIUS-berekening
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Voor subsidie komen uitsluitend de kosten als bedoeld in artikel 2.5.5, eerste lid, van de Verordening in aanmerking voor subsidie.
    2..
    In aanvulling op het eerste lid komen ook kosten voor investeringen van bedrijfsmiddelen voor subsidie in aanmerking.
    3..
    De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9a of 1.9b van de Verordening.
    4..
    Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.
    5..
    Indien kennisinstellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Verordening onderdeel zijn van het samenwerkingsverband, kunnen deze ook gebruik maken van de in artikel 1.9d van de Verordening opgenomen integrale kostprijssystematiek.
    
    Artikel 6 Niet subsidiabele kosten
    Kosten zoals opgenomen in artikel 2.5.6 van de Verordening komen niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 7 Hoogte subsidie
    1..
    In afwijking van artikel 2.5.7, eerste lid van de Verordening bedraagt de subsidie minimaal € 35.000 en maximaal € 200.000.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.5.7, tweede lid, onder a van de Verordening bedraagt de hoogte van de subsidie voor investeringen in bedrijfsmiddelen 40%.
    3..
    In afwijking van artikel 2.5.7, tweede lid, onder b van de Verordening bedraagt de hoogte van de subsidie 90% van de overige subsidiabele kosten.
    
    Artikel 8 Weigeringsgronden
    De weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 2.5.8 van de Verordening zijn onverminderd van toepassing op dit openstellingsbesluit.
    
    Artikel 9 Selectie en rangschikking
    1..
    Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5.2 van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke en deskundige adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria en wegingsfactoren:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    a. | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15
    b. | Haalbaarheid/ kans op succes | 4 | 0-5 | 20
    c. | lnnovativiteit | 2 | 0-5 | 10
    d. | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10
    Maximumaantal te behalen punten | 55
    2..
    Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 1 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid.
    3..
    Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 33 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
    
    Artikel 10 Verplichtingen
    1..
    In aanvulling op artikel 1.15 en artikel 2.5.10 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 30 december 2028 afgerond te zijn.
    2..
    De rapportageverplichtingen zoals opgenomen in artikel 2.5.11 en 2.5.12 van de Verordening zijn onverminderd van toepassing.
    
    Artikel 11 Subsidie-arrangement
    1..
    In geval de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening van toepassing.
    2..
    In geval de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing.
    
    Artikel 12 Voorschot en deelbetalingen
    1..
    Overeenkomstig artikel 1.17 van de Verordening wordt ambtshalve een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt.
    2..
    Per jaar dat het innovatieproject waarvoor subsidie is verstrekt in uitvoering is, kan maximaal een keer een verzoek tot deelbetaling overeenkomstig artikel 1.18 van de Verordening worden ingediend.
    
    Artikel 13 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 14 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Samenwerking voor innovatie EIP provincie Gelderland 2025.
    Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
    Marjoos van den Berg
    Teammanager Agrifood
    
    Bijlage 1 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
    Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 9 van dit openstellingsbesluit.
    - Effectiviteit
    De mate van de effectiviteit van de innovatie is een beoordeling op de toegevoegde waarde van een verbeterd product, dienst, methode of procedé voor het benaderen van de thematiek binnen deze openstelling. Nadrukkelijk wordt hierbij gekeken naar het doel van deze openstelling: uitvoering van innovatieprojecten in relatie tot samenwerking in de keten. De mate van effectiviteit wordt bepaald op basis van de samenhang van de volgende aspecten:
    - Meerwaarde van de beoogde innovatie voor de gestelde doelen binnen het thema van de openstelling; hieronder wordt bedoeld het (potentiële) effect van een geslaagde innovatie (nieuw of verbeterd product, dienst, methode of procedé) op de thema’s.
    - Voorbeeldwerking van het innovatieproject in breder verband; bij samenwerkingsprojecten gaat het niet alleen om het (potentiële) effect van de innovatie zelf maar ook om de meerwaarde van het samenwerkingsproces op regionaal, nationaal of eventueel mondiaal niveau. Naast de reikwijdte van dergelijke verbanden wordt ook het ontstaan van nieuwe innovatie-verbindingen (zoals cross-overs tussen meerdere sectoren) en nieuw samenspel tussen ketenpartners positief beoordeeld.
    - De mate waarin de innovatie breed toepasbaar is; onder brede toepasbaarheid wordt verstaan dat er een goede motivatie wordt gegeven wie potentieel de innovatie adopteert. Het is van belang om daarbij de doelgroep goed voor ogen te hebben. Het kan gaan om een selectieve groep van koplopers of een brede groep (peloton). Tevens is de mate van geschiktheid van de beoogde innovatie voor brede toepasbaarheid of uitrol in de provincie of bepaald gebied van belang om duidelijk in beeld te brengen. Dit omdat sommige nieuwe verdienmodellen zich bijvoorbeeld kunnen richten op een bepaald gebied (zoals een polder) of op een bepaald marktsegment (korte keten of specifieke groep consumenten).
    - Kwaliteit communicatieplan ten behoeve van kennisdeling tijdens het innovatieproject en ten behoeve van verspreiding van resultaten. Is er blijk van actieve beoogde koppeling van wetenschappelijke en praktijkkennis en bevat de begroting ruimte voor actieve kennisdeling?
    - Haalbaarheid/ kans op succes
    De mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt en haalbaar vanuit de context van de innovatie. Hierbij gaat het om het vooraf kunnen beoordelen of de partijen er ook in geslaagd zijn een innovatie-idee goed uitgewerkt hebben om te kunnen testen of te beproeven. Het gaat om bijvoorbeeld een uitwerking naar (installatie)technische specificaties, bouwkundig ontwerp, businessmodel of proefopstelling. Ook het procesmatige aspect van de samenwerking zoals onderlinge taakverdeling, planning en inzet van menskracht wordt hierbij beoordeeld. Haalbaarheid wordt beoordeeld aan de hand van de samenhang van de volgende aspecten:
    - Kwaliteit procesplan voor samenwerking en/of projectplan voor de ontwikkeling van de beoogde innovatie; de kwaliteit van een project- en/of procesplan wordt beoordeeld aan de hand van de beschrijving van het probleem en onderbouwing van de aanpak van activiteiten. Daarnaast dient een proces/projectplan een heldere omschrijving van de beheersmatige aspecten zoals tijdsplanning, kosten, menskracht, organisatie, en risico’s te bevatten.
    - Blijk van oriëntatie op (technische) haalbaarheid op basis van de kennis die voor handen ligt; hieruit moet blijken of het samenwerkingsverband zich in voldoende mate heeft georiënteerd of gaat oriënteren op bestaande kennis, bestaande praktijken, aanbevelingen en dergelijke rond het beoogde innovatiedoel.
    - Blijk van oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel; hieruit moet blijken of het samenwerkingsverband zich in voldoende mate heeft georiënteerd op het businessmodel achter de innovatie. Daarin spelen de aspecten die bepalen of de toekomstige aanbieder of leverancier een business case heeft voor de innovatie. Het gaat daarbij om zaken zoals het beoogde marktsegment, klantenrelaties, waarde propositie, kostenstructuur en marktprijs.
    - Kwaliteit van het samenwerkingsverband in relatie tot het ambitieniveau; de kwal
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.