Open voor aanvragenProvincie · Gelderland · Subsidie

GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2025

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Waterschappen en samenwerkingsverbanden van waterschappen met andere partijen die niet productieve investeringen in het watersysteem uitvoeren in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel.

Ook bekend als GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen Waterschap Rijn en IJssel 2025, Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem, GLB niet productieve investeringen watersysteem Gelderland, GLB-openstellingsbesluit Rijn en IJssel watersysteem 2026

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via stimulus.nl
Percentage
100%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 3,6 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor niet productieve investeringen in het watersysteem (waterkwantiteit, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit) in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel. Gericht op waterschappen en samenwerkingsverbanden. Totaal budget € 3.597.189.

Voor wie is het bedoeld?

Waterschappen en samenwerkingsverbanden van waterschappen met andere partijen die niet productieve investeringen in het watersysteem uitvoeren in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel.

Waterschap

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Waterschap wil retentiegebieden of waterbergingen aanleggen voor waterkwantiteitsbeheer
  • Waterschap voert herstelmaatregelen uit voor verbetering waterhuishouding en natuur
  • Waterschap legt vispassages aan voor bevordering vismigratie
  • Waterschap herstelt natuurvriendelijke oevers in urgente gebieden
  • Subsidie aanvragen voor waterkwaliteitsverbetering op niet-landbouwgronden
  • Financiering van watersysteemherstel in urgente gebieden
  • Investeringen in waterkwantiteitsbeheer en voorkoming wateroverlast
  • Klimaatadaptatie en duurzame waterhuishouding
  • Organisatie zoekt subsidie voor herstel natuurvriendelijke oevers
  • Waterschap plant vispassages voor vismigratie
  • Investering in waterlopen en cultuurlandschappelijk slotenpatroon

Voorwaarden

  • Investeringen moeten niet productief zijn (niet mogen leiden tot aanzienlijke stijging waarde of rentabiliteit landbouwbedrijf)
  • Investeringen moeten bijdragen aan minimaal één doel: klimaatmitigatie/adaptatie, duurzame ontwikkeling, of biodiversiteitsbehoud
  • Projectgebied moet binnen urgente gebieden vallen (kaarten bijlage 1)
  • Activiteiten moeten opgenomen zijn in Werkprogramma of Waterbeheerprogramma
  • Minimale subsidie € 250.000
  • Activiteit mag niet bedoeld zijn om aan wettelijke verplichting te voldoen
  • Directe link met landbouw moet aangetoond worden
  • Project moet uiterlijk 30 juni 2028 afgerond zijn
  • Bij natuurgevoelige habitats: natuurvergunning of aangetoond dat vergunning niet nodig is
  • Subsidiabele kosten volgens artikel 1.8 en 1.9a/1.9b van de Verordening

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent actief in Gelderland
Regionale regeling.
U bent een waterschap
Uw rechtsvorm is: Overheid
U vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist een consortium of meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Gelderland.

Zo vraagt u aan

Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.

Benodigde documenten

  • Kaart met projectgebied waarop duidelijk wordt gemaakt dat het projectgebied binnen een van de urgente gebieden valt
  • Natuurvergunning (indien van toepassing)

Aan te leveren gegevens

  • Onderbouwing dat investeringen bovenwettelijke taken betreffen
  • Aantoning dat investeringen niet leiden tot aanzienlijke stijging van waarde of rentabiliteit van landbouwbedrijf of onderneming

Aanvragen kunnen worden ingediend van 5 maart 2026 09.00 uur tot en met 30 april 2026 17.00 uur.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele ko
GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2026
  • Toon brontekst
    GLB-openstelling niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven Gelderland Vanaf 12 juni 9:00 uur is het mogelijk om subsidie aan te vragen binnen de GLB regeling Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven in de provincie Gelderland. Aanvragen kan tot 14 augustus 17:00 uur. De regeling is gericht op maatregelen voor de (her)inrichting van watersystemen in het landelijk gebied. De maatregelen dragen bij aan herstel van de natuurlijke toestand van watersystemen, het duurzaam optimaliseren van de waterhuishouding (voorkomen of beperken van watertekorten of wateroverlast) of bodemdaling, volgens de opgave die voortvloeit uit het Klimaatakkoord en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarnaast wordt ook het provinciale klimaatdoel centraal gesteld; voorkomen van wateroverlast en watertekort door het optimaliseren en herstellen van watersystemen. Beschikbaar budget De totaal beschikbare subsidie is € 6.146.863. Dit is als volgt verdeeld over de beheergebieden: Beheergebied Waterschap Rijn en IJssel: € 3.597.189 Beheergebied Waterschap Rivierenland: € 1.274.837 Beheergebied Waterschap Vallei en Veluwe: € 1.274.837 Waarvoor kan subsidie worden aangevraagd? Subsidie kan worden aangevraagd voor niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven gericht op herstelmaatregelen voor water. De projectactiviteiten moeten bijdragen aan minimaal één van de volgende doelen: matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen. Wie kunnen subsidie aanvragen? Subsidie kan worden aangevraagd door: waterschappen; samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties. Belangrijke documenten Factsheet GLB niet-productieve investeringen niet-landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland en Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland 2025 GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2025 Bijlage A – Format projectplan niet-productieve investeringen niet-landbouwbedrijven Bijlage B – Format begroting niet-productieve investeringen niet-landbouwbedrijven Bijlage C – Format verklaring geen financiële moeilijkheden Bijlage D – Format MKB-verklaring Bijlage E – Model samenwerkingsovereenkomst Bijlage F – Format machtiging intermediair GLB 2023-2027 Checklist verplichte bijlagen niet-productieve investeringen niet-landbouwbedrijven Menu
  • Toon brontekst
    GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland en Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland 2025
    Gedeputeerde Staten van Gelderland
    Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van Hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland;
    Besluiten:
    - vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland en Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland 2025;
    - het subsidieplafond vast te stellen op € 2.549.674,00, bestaande uit:€ 1.274.837,00 voor het beheergebied van het Waterschap Rivierenland, geheel afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling;€ 1.274.837,00 voor het beheergebied van het Waterschap Vallei en Veluwe, geheel afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling;
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 12 juni 2025 09.00 uur tot en met 14 augustus 2025 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen;
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder
    - Niet productieve investeringen: investeringen die niet mogen leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming. Een investering moet om als niet productieve investering aangemerkt te kunnen worden dus primair gericht zijn op het behalen van de agro,-milieu,- klimaatdoelstellingen, waarbij eventuele productieve elementen slechts “bijvangst” zijn. Indieners dienen bij indiening expliciet te onderbouwen dat de investeringen bovenwettelijke taken betreffen;
    - Waterkwantiteit: hiervan is sprake wanneer kwantiteit van water in overeenstemming wordt gebracht met de vraag naar voldoende chemisch schoon en ecologisch gezond water voor alle gebruikers en wanneer wateroverlast wordt voorkomen;
    - Werkprogramma: Werkprogramma “Wel goed water vasthouden”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost Nederland 2022-2027, herziene versie vastgesteld op 1 oktober 2021 door Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost;
    - Waterbeheerprogramma: het Waterbeheerprogramma 2022-2027 “Versterken. Verbinden. Vergroenen.” van Waterschap Rivierenland of het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Vallei en Veluwe;
    - Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren;
    - Urgente gebieden: prioritaire gebieden voor de realisatie van investeringen op het gebied van klimaat en voor de realisatie van doelen van de Kaderrichtlijn Water die zijn weergegeven op de kaarten in bijlage 1;
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    1..
    In aanvulling op artikel 2.4.1 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor investeringen in het watersysteem ten behoeve van de herinrichting, inrichting, of transformatie van watersystemen.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen:
    - matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie;
    - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;
    - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.
    3..
    Subsidiabele activiteiten worden aangegeven op een kaart waarop het projectgebied gemarkeerd is en duidelijk wordt gemaakt dat het projectgebied binnen een van de urgente gebieden valt zoals opgenomen op de kaarten in bijlage 1.
    4..
    De niet productieve investeringen waarvoor subsidie wordt verstrekt zijn opgenomen in het Werkprogramma of in een Waterbeheerprogramma.
    5..
    Als de subsidiabele activiteiten op zichzelf of als onderdeel van een groter project leiden tot een significante depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden, dan wordt de subsidie alleen verstrekt indien:
    - de subsidieaanvrager in het bezit is van een natuurvergunning op grond waarvan de subsidiabele activiteiten kunnen worden uitgevoerd; of
    - de aanvrager kan aantonen dat een natuurvergunning niet nodig is.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    In aanvulling op artikel 2.4.2 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan:
    - waterschappen;
    - samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 2.4.3 van de Verordening komen kosten als bedoeld in artikel 1.8 onder a, b en e, van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    2..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.9a of 1.9b, van de Verordening.
    3..
    Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.
    
    Artikel 5 Niet subsidiabele kosten
    Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    2..
    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor niet productieve investeringen die gericht zijn op de waterkwantiteit.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien:
    - de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 250.000;
    - de activiteit bedoeld is om aan een wettelijke verplichting te voldoen;
    - geen directe link met de landbouw aangetoond is.
    
    Artikel 8 Selectie en rangschikking
    1..
    Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    A | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15
    B | Haalbaarheid | 2 | 0-5 | 10
    C | Urgentie | 1 | 0-5 | 5
    D | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10
    Maximaal aantal te behalen punten | 40
    2..
    Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 2 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid.
    3..
    Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid, van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 24 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
    
    Artikel 9 Subsidie-arrangement
    De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing.
    
    Artikel 10 Voorschot en deelbetaling
    1..
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid van de Verordening worden geen voorschotten verstrekt.
    2..
    Een verzoek tot deelbetaling kan maximaal een keer per jaar worden ingediend.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 30 juni 2028 uitgevoerd te zijn.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland en Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland 2025.
    Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
    Marjoos van den Berg
    Teammanager Agrifood
    
    Bijlage 1: Kaarten van urgente gebieden
    Urgent gebied beheergebied waterschap Vallei en Veluwe (voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van de provincie Gelderland)
    Urgent gebied beheergebied waterschap Rivierenland (voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van de provincie Gelderland)
    
    Bijlage 2 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
    Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 8 van dit openstellingsbesluit.
    - Mate van effectiviteit van het project
    Dit criterium weegt het integrale karakter van het project, de mate waarin het project bijdraagt aan de relevante beleidsdoelen, te weten de mate waarin het project beoogt bij te dragen aan het provinciale klimaatdoel, de doelen in het Werkprogramma of een Waterbeheerprogramma en aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Om maximaal te scoren op effectiviteit is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - het project draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast en watertekorten;
    - het project draagt bij aan de doelen van of behelst maatregelen die zijn opgenomen in het betreffende werkprogramma of een waterbeheerprogramma;
    - het project draagt bij aan realisatie van de doelen van de KRW;
    - het project draagt bij aan de economische vitaliteit van het projectgebied en zijn omgeving door de beschikbaarheid van voldoende schoon water voor de agrarische sector en eventuele andere watergebruikers te vergroten;
    - het project bevat activiteiten die onmiddellijk na de uitvoering al een gunstig effect hebben op de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast of watertekorten.
    De puntentoekenning is als volgt:
    - 0 punten: geen van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 1 punt: één van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 2 punten: twee van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 3 punten: drie van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 4 punten: vier van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 5 punten: alle vijf genoemde aspecten zijn van toepassing op het project.
    - De kans op succes en de haalbaarheid van het project
    Dit criterium weegt de concreetheid en (snelle) uitvoerbaarheid van het projectplan. Hoe beter het project is voorbereid, zowel inhoudelijk als qua timing, des te positiever het oordeel. Om maximaal te scoren op haalbaarheid is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - in het projectplan zijn voldoende eisen gesteld aan de kwaliteit van de nog aan te wijzen projectleider, dan wel is aangegeven dat de aangewezen projectleider met betrekking tot de subsidiabele activiteiten over voldoende kwaliteit beschikt. Kwaliteit houdt in voldoende aantoonbare expertise in de vorm van genoten opleiding en (meer dan vijf jaar) relevante ervaring in relatie tot de inhoud van het project;
    - het projectplan is realistisch, dat wil zeggen de voorgenomen maatregelen zijn (technisch) uitvoerbaar en er mag vanuit gegaan worden dat uitvoering leidt tot realisatie van de gestelde doelen;
    - bij het project wordt samengewerkt met een of meer gebruikers van het betreffende watersysteem;
    - het projectplan kent een realistische planning, opzet en begroting, waa
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Artikel 3 Aanvrager Artikel 4 Subsidiabele kosten Artikel 5 Niet subsidiabele kosten Artikel 6 Hoogte subsidie Artikel 7 Selectie en rangschikking Artikel 8 Subsidie-arrangement Artikel 9 Bevoorschotting en deelbetaling Artikel 10 Verplichtingen Artikel 11 Publicatie en inwerkingtreding Artikel 12 Citeertitel Ondertekening Bijlage 1: Kaarten van urgente gebieden Toelichting bij Openstellingsbesluit GLB Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR721207 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR721207/1 sluiten Openstellingsbesluit niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024 Geldend van 18-06-2024 t/m heden Intitulé Openstellingsbesluit niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024 Gedeputeerde Staten van Gelderland Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van Hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland; Besluiten: I. vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024; II. het subsidieplafond vast te stellen op € 2.549.674,00, bestaande uit: a. € 1.274.837,00 voor het beheergebied van het Waterschap Rijn en IJssel, geheel afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling; b. € 1.274.837,00 voor het beheergebied van het Waterschap Rivierenland, geheel afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling; III. dat aanvragen kunnen worden ingediend van 17 juni 2024 09.00 uur tot en met 29 augustus 2024 17.00 uur; IV. de volgende nadere regels vast te stellen; Artikel 1 Begripsomschrijvingen In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder a. Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven: herstel- en inrichtingsmaatregelen op grond die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik is; b. Waterkwantiteit: hiervan is sprake wanneer kwantiteit van water in overeenstemming wordt gebracht met de vraag naar voldoende chemisch schoon en ecologisch gezond water voor alle gebruikers en wanneer wateroverlast wordt voorkomen; c. Werkprogramma: Werkprogramma “Wel goed water vasthouden”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost Nederland 2022-2027, herziene versie vastgesteld op 1 oktober 2021 door Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost; d. Waterbeheerprogramma: het Waterbeheerprogramma 2022-2027 “Versterken. Verbinden. Vergroenen.” van Waterschap Rivierenland of het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel; e. Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren; f. Urgente gebieden: prioritaire gebieden voor de realisatie van investeringen op het gebied van klimaat en voor de realisatie van doelen van de Kaderrichtlijn Water die zijn weergegeven op de kaarten in bijlage 1; g. Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1. In aanvulling op artikel 2.4.1 van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven in urgente gebieden ten behoeve van het watersysteem. 2. Overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid wordt subsidie uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen: a. matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie; b. bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen; c. het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen. 3. Subsidiabele activiteiten worden aangegeven op een kaart waarop het projectgebied gemarkeerd is en duidelijk wordt gemaakt dat het projectgebied binnen een van de urgente gebieden valt zoals opgenomen op de kaarten in bijlage 1. 4. De investeringen waarvoor subsidie wordt verstrekt zijn opgenomen in het Werkprogramma of in een van de Waterbeheerprogramma’s. Artikel 3 Aanvrager In aanvulling op artikel 2.4.2 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan: a. waterschappen; b. samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1. Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 2.4.3 van de Verordening komen kosten als bedoeld in artikel 1.8 onder a, b en e van de Verordening voor subsidie in aanmerking. 2. De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9b van de Verordening. Artikel 5 Niet subsidiabele kosten Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 6 Hoogte subsidie 1. Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen die gericht zijn op de waterkwantiteit. 3. De subsidie bedraagt tenminste € 250.000. Artikel 7 Selectie en rangschikking 1. In aanvulling op artikel 2.4.6 van de Verordening worden aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria: a. mate van effectiviteit; b. haalbaarheid; c. mate van urgentie; d. mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit. 2. De weging van de in lid 1 opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium Weging Te behalen punten Maximum per criterium A Effectiviteit 3 0-5 15 B Haalbaarheid 2 0-5 10 C Urgentie 1 0-5 5 D Efficiëntie 2 0-5 10 Maximaal aantal te behalen punten 40 3. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag afgewezen indien de aanvraag minder dan 24 punten heeft behaald. 4. Overeenkomstig artikel 1.13 van de Verordening worden aanvragen voor subsidie voorgelegd aan een adviescommissie. Artikel 8 Subsidie-arrangement De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing. Artikel 9 Bevoorschotting en deelbetaling 1. Overeenkomstig artikel 1.17 van de Verordening wordt ambtshalve een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt. 2. Een verzoek tot deelbetaling kan maximaal een keer per jaar worden ingediend. Artikel 10 Verplichtingen 1. Uitvoering van activiteiten vindt plaats op gronden als op deze gronden geen landbouwactiviteit meer uitgevoerd wordt. 2. In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 30 juni 2028 uitgevoerd te zijn. Artikel 11 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024. Ondertekening Gepubliceerd te Arnhem namens Gedeputeerde Staten van Gelderland, Marjoos van den Berg Teammanager Agrifood Bijlage 1: Kaarten van urgente gebieden Urgent gebied beheergebied waterschap Rijn en IJssel 1. Deelkaart Winterswijk 2. Deelgebied Wildeborch Urgent gebied beheergebied waterschap Rivierenland Toelichting bij Openstellingsbesluit GLB Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024 LEESWIJZER Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Gelderland. Met dit openstellingsbesluit zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening van toepassing op een aanvraag. In het bijzonder zijn de voorwaarden uit paragraaf 4 van hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Niet productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven – van toepassing. De artikelen 2.4.1 tot en met 2.4.6 van paragraaf 4 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. I.ALGEMEEN 1.Inleiding In december 2022 werd in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 (GLB) de Nederlandse uitwerking van dit GLB, het Nationaal Strategisch Plan (NSP), goedgekeurd. Op basis van het NSP kan lidstaat Nederland subsidieregelingen openstellen voor een toekomstbestendige agrarische sector en een vitaal landelijk gebied. Vanuit het NSP kunnen provincies ook subsidieregelingen openstellen. In het kader van voorliggend openstellingsbesluit wordt invulling gegeven aan de maatregel Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven. Het gaat hierbij om herstel- en inrichtingsmaatregelen in het landelijk gebied op gronden die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik zijn. 2.Openstelling Niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem provincie Gelderland 2024 De openstelling niet productieve investeringen op niet landbouwbedrijven voor het watersysteem is van toepassing op het gehele platteland en gericht op inrichting en herinrichting van watersystemen in het landelijk gebied. Op basis van het Klimaatakkoord en de Kaderrichtlijn Water (KRW) ligt er een opgave om watersystemen te verbeteren. Met deze regeling wordt ingezet op investeringen in het landelijk gebied die hieraan bijdragen. De investeringen die in het kader van deze openstelling gesubsidieerd worden, vinden plaats op grond die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik is. Voor deze openstelling wordt ook het provinciale klimaatdoel centraal gesteld; voorkomen van wateroverlast en watertekort door het optimaliseren en herstellen van watersystemen. Op grond van dit openstellingsbesluit kunnen subsidies worden verstrekt aan waterschappen of samenwerkingsverbanden waarbij waterschappen zijn betrokken, voor niet-productieve investeringen in of nabij watersystemen. Bedoeld zijn investeringen die een bijdrage leveren aan de doelstellingen zoals beschreven in de Kaderrichtlijn Water (KRW), herstel van de natuurlijke toestand van watersystemen, het duurzaam optimaliseren van de waterhuishouding (voorkomen of beperken van watertekorten of wateroverlast) of bodemdaling en sluiten daarmee aan bij het Werkprogramma of een van de Waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Beginnen met een project De ervaring leert dat veel subsidieaanvragers wachten met de start van het project tot de beschikking is afgegeven. Kosten kunnen echter al subsidiabel zijn vanaf het moment van indienen van de aanvraag. Wel wordt er pas zekerheid gegeven over de subsidiabiliteit van de kosten in de verleningsbeschikking. Kosten maken na het 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2025
    Gedeputeerde Staten van Gelderland
    Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van Hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland;
    Besluiten:
    - vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2025;
    - het subsidieplafond vast te stellen op € 3.597.189 voor het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel, bestaande uit:€ 1.546.791,27 afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling;€ 1.025.198,86 afkomstig uit middelen van de provincie Gelderland;€ 1.025.198,87 afkomstig uit middelen van Waterschap Rijn en IJssel.
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 12 juni 2025 09.00 uur tot en met 14 augustus 2025 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen;
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder
    - Niet productieve investeringen: investeringen die niet mogen leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming. Een investering moet om als niet productieve investering aangemerkt te kunnen worden dus primair gericht zijn op het behalen van de agro,-milieu,- klimaatdoelstellingen, waarbij eventuele productieve elementen slechts “bijvangst” zijn. Indieners dienen bij indiening expliciet te onderbouwen dat de investeringen bovenwettelijke taken betreffen;
    - Waterkwantiteit: hiervan is sprake wanneer kwantiteit van water in overeenstemming wordt gebracht met de vraag naar voldoende chemisch schoon en ecologisch gezond water voor alle gebruikers en wanneer wateroverlast wordt voorkomen;
    - Werkprogramma: Werkprogramma “Wel goed water vasthouden”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost Nederland 2022-2027, herziene versie vastgesteld op 1 oktober 2021 door Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost;
    - Waterbeheerprogramma: het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel;
    - Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren;
    - Urgente gebieden: prioritaire gebieden voor de realisatie van investeringen op het gebied van klimaat en voor de realisatie van doelen van de Kaderrichtlijn Water die zijn weergegeven op de kaarten in bijlage 1;
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    1..
    In aanvulling op artikel 2.4.1 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor niet productieve investeringen in het watersysteem ten behoeve van de herinrichting, inrichting, of transformatie van watersystemen.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid, van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen:
    - matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie;
    - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;
    - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.
    3..
    Subsidiabele activiteiten worden aangegeven op een kaart waarop het projectgebied gemarkeerd is en duidelijk wordt gemaakt dat het projectgebied binnen een van de urgente gebieden valt zoals opgenomen op de kaarten in bijlage 1.
    4..
    De niet productieve investeringen waarvoor subsidie wordt verstrekt zijn opgenomen in het Werkprogramma of in het Waterbeheerprogramma.
    5..
    Als de subsidiabele activiteiten op zichzelf of als onderdeel van een groter project leiden tot een significante depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden, dan wordt de subsidie alleen verstrekt indien:
    - de subsidieaanvrager in het bezit is van een natuurvergunning op grond waarvan de subsidiabele activiteiten kunnen worden uitgevoerd; of
    - de aanvrager kan aantonen dat een natuurvergunning niet nodig is.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    In aanvulling op artikel 2.4.2 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan:
    - waterschappen;
    - samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 2.4.3 van de Verordening komen kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e, van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    2..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.9a of 1.9b, van de Verordening.
    3..
    Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.
    
    Artikel 5 Niet subsidiabele kosten
    Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    2..
    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor niet productieve investeringen die gericht zijn op de waterkwantiteit.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien:
    - de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 250.000;
    - de activiteit bedoeld is om aan een wettelijke verplichting te voldoen;
    - geen directe link met de landbouw aangetoond is.
    
    Artikel 8 Selectie en rangschikking
    1..
    Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    A | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15
    B | Haalbaarheid | 2 | 0-5 | 10
    C | Urgentie | 1 | 0-5 | 5
    D | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10
    Maximaal aantal te behalen punten | 40
    2..
    Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 2 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid.
    3..
    Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid, van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 24 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
    
    Artikel 9 Subsidie-arrangement
    De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing.
    
    Artikel 10 Voorschot en deelbetaling
    1..
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid van de Verordening worden geen voorschotten verstrekt.
    2..
    Een verzoek tot deelbetaling kan maximaal een keer per jaar worden ingediend.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 30 juni 2028 uitgevoerd te zijn.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2025.
    namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
    Marjoos van den Berg
    Teammanager Agrifood
    
    Bijlage 1: Kaarten van urgente gebieden
    Urgente gebieden beheergebied waterschap Rijn en IJssel
    
    Bijlage 2 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
    Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 8 van dit openstellingsbesluit.
    - Mate van effectiviteit van het project
    Dit criterium weegt het integrale karakter van het project, de mate waarin het project bijdraagt aan de relevante beleidsdoelen, te weten de mate waarin het project beoogt bij te dragen aan het provinciale klimaatdoel, de doelen in het Werkprogramma of het Waterbeheerprogramma en aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Om maximaal te scoren op effectiviteit is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - het project draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast en watertekorten;
    - het project draagt bij aan de doelen van of behelst maatregelen die zijn opgenomen in het betreffende werkprogramma of waterbeheerprogramma;
    - het project draagt bij aan realisatie van de doelen van de KRW;
    - het project draagt bij aan de economische vitaliteit van het projectgebied en zijn omgeving door de beschikbaarheid van voldoende schoon water voor de agrarische sector en eventuele andere watergebruikers te vergroten;
    - het project bevat activiteiten die onmiddellijk na de uitvoering al een gunstig effect hebben op de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast of watertekorten.
    De puntentoekenning is als volgt:
    - 0 punten: geen van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 1 punt: één van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 2 punten: twee van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 3 punten: drie van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 4 punten: vier van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 5 punten: alle vijf genoemde aspecten zijn van toepassing op het project.
    - De kans op succes en de haalbaarheid van het project
    Dit criterium weegt de concreetheid en (snelle) uitvoerbaarheid van het projectplan. Hoe beter het project is voorbereid, zowel inhoudelijk als qua timing, des te positiever het oordeel. Om maximaal te scoren op haalbaarheid is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - in het projectplan zijn voldoende eisen gesteld aan de kwaliteit van de nog aan te wijzen projectleider, dan wel is aangegeven dat de aangewezen projectleider met betrekking tot de subsidiabele activiteiten over voldoende kwaliteit beschikt. Kwaliteit houdt in voldoende aantoonbare expertise in de vorm van genoten opleiding en (meer dan vijf jaar) relevante ervaring in relatie tot de inhoud van het project;
    - het projectplan is realistisch, dat wil zeggen de voorgenomen maatregelen zijn (technisch) uitvoerbaar en er mag vanuit gegaan worden dat uitvoering leidt tot realisatie van de gestelde doelen;
    - bij het project wordt samengewerkt met een of meer gebruikers van het betreffende watersysteem;
    - het projectplan kent een realistische planning, opzet en begroting, waardoor er een reëel perspectief is op uitvoering van het project binnen de opgegeven projectduur, volgens de beschreven opzet en tevens binnen de begroting;
    - op het moment van indienen van de aanvraag zijn eventueel benodigde gronden verworven, vergunningen verkregen en is er draagvlak (dat wil zeggen geen voorzienbare weerstand, die kan leiden tot uitstel) in de omgeving voor uitvoering van het projectplan.
    De puntentoekenn
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland provincie Gelderland 2026
    Gedeputeerde Staten van Gelderland
    Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van Hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland;
    Besluiten:
    - vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland provincie Gelderland 2026;
    - het subsidieplafond vast te stellen op € 1.274.837,00 voor het beheergebied van het Waterschap Rivierenland, geheel afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling;
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 5 maart 2026 09.00 uur tot en met 30 april 2026 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen;
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder
    - Niet productieve investeringen: investeringen die niet mogen leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming. Een investering dient om als niet productieve investering aangemerkt te kunnen worden dus primair gericht zijn op het behalen van de agro,-milieu,- klimaatdoelstellingen, waarbij eventuele productieve elementen slechts “bijvangst” zijn. Indieners dienen bij indiening expliciet te onderbouwen dat de investeringen bovenwettelijke taken betreffen;
    - Waterkwantiteit: hiervan is sprake wanneer kwantiteit van water in overeenstemming wordt gebracht met de vraag naar voldoende chemisch schoon en ecologisch gezond water voor alle gebruikers en wanneer wateroverlast wordt voorkomen;
    - Werkprogramma: Werkprogramma “Wel goed water vasthouden”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost Nederland 2022-2027, herziene versie vastgesteld op 1 oktober 2021 door Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost;
    - Waterbeheerprogramma: het Waterbeheerprogramma 2022-2027 “Versterken. Verbinden. Vergroenen.” van Waterschap Rivierenland;
    - Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren;
    - Urgente gebieden: prioritaire gebieden voor de realisatie van investeringen op het gebied van klimaat en voor de realisatie van doelen van de Kaderrichtlijn Water die zijn weergegeven op de kaarten in bijlage 1;
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    1..
    In aanvulling op artikel 2.4.1 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor investeringen in het watersysteem ten behoeve van de herinrichting, inrichting, of transformatie van watersystemen.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid, van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen:
    - matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie;
    - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;
    - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.
    3..
    Subsidiabele activiteiten worden aangegeven op een kaart waarop het projectgebied gemarkeerd is en duidelijk wordt gemaakt dat het projectgebied binnen een van de urgente gebieden valt zoals opgenomen op de kaarten in bijlage 1.
    4..
    De niet productieve investeringen waarvoor subsidie wordt verstrekt zijn opgenomen in het Werkprogramma of in het Waterbeheerprogramma.
    5..
    Als de subsidiabele activiteiten op zichzelf of als onderdeel van een groter project leiden tot een significante depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden, dan wordt de subsidie alleen verstrekt indien:
    - de subsidieaanvrager in het bezit is van een natuurvergunning op grond waarvan de subsidiabele activiteiten kunnen worden uitgevoerd; of
    - de aanvrager kan aantonen dat een natuurvergunning niet nodig is.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    In aanvulling op artikel 2.4.2 van de Verordening wordt subsidie alleen verstrekt aan:
    - waterschappen;
    - samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen; gemeenten; landbouwers; grondeigenaren; Grondgebruikers; Landbouworganisaties; Natuurorganisaties; landschapsorganisaties.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 2.4.3 van de Verordening komen kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e, van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    2..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.9a of 1.9b, van de Verordening.
    3..
    Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.
    
    Artikel 5 Niet subsidiabele kosten
    Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    2..
    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor niet productieve investeringen die gericht zijn op de waterkwantiteit.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien:
    - de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 250.000;
    - de activiteit bedoeld is om aan een wettelijke verplichting te voldoen;
    - geen directe link met de landbouw aangetoond is.
    
    Artikel 8 Selectie en rangschikking
    1..
    Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    .
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    A | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15
    B | Haalbaarheid | 2 | 0-5 | 10
    C | Urgentie | 1 | 0-5 | 5
    D | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10
    Maximaal aantal te behalen punten | 40
    2..
    Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 2 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid.
    3..
    Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid, van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 24 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
    
    Artikel 9 Subsidie-arrangement
    De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing.
    
    Artikel 10 Voorschot, voortgangsrapportage, deelbetaling en inhoudelijk verslag
    1..
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid van de Verordening worden geen voorschotten verstrekt.
    2..
    De subsidieontvanger is verplicht minimaal een keer per uitvoeringsjaar van het project te rapporteren over de voortgang waarin in ieder geval de tot dan toe bereikte resultaten worden vermeld.
    3..
    Een verzoek om deelbetaling kan maximaal een keer per uitvoeringsjaar van het project worden ingediend.
    4..
    Een voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek bevat, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten tot dan toe.
    5..
    Een inhoudelijk verslag bij vaststelling van de subsidie bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.21 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten van het project.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de activiteit, bedoeld in artikel 1, eerste lid van dit openstellingsbesluit, uiterlijk 30 juni 2028 af te ronden.
    2..
    Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de in het eerste lid genoemde termijn en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek daartoe indienen bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen de termijn verlengen tot en met uiterlijk 31 december 2028.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland provincie Gelderland 2026.
    Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
    Marjoos van den Berg
    Teammanager Agrifood
    
    Bijlage 1: Kaart van urgent gebied
    Urgent gebied beheergebied waterschap Rivierenland (voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van de provincie Gelderland)
    
    Bijlage 2 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
    Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 8 van dit openstellingsbesluit.
    - Mate van effectiviteit van het project
    Dit criterium weegt het integrale karakter van het project, de mate waarin het project bijdraagt aan de relevante beleidsdoelen, te weten de mate waarin het project beoogt bij te dragen aan het provinciale klimaatdoel, de doelen in het Werkprogramma of het Waterbeheerprogramma en aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Om maximaal te scoren op effectiviteit is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - het project draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast en watertekorten;
    - het project draagt bij aan de doelen van of behelst maatregelen die zijn opgenomen in het betreffende werkprogramma of het waterbeheerprogramma;
    - het project draagt bij aan realisatie van de doelen van de KRW;
    - het project draagt bij aan de economische vitaliteit van het projectgebied en zijn omgeving door de beschikbaarheid van voldoende schoon water voor de agrarische sector en eventuele andere watergebruikers te vergroten;
    - het project bevat activiteiten die onmiddellijk na de uitvoering al een gunstig effect hebben op KRW waterlichamen of een gunstig effect hebben op de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast of watertekorten.
    De puntentoekenning is als volgt:
    - 0 punten: geen van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 1 punt: één van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 2 punten: twee van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 3 punten: drie van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 4 punten: vier van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 5 punten: alle vijf genoemde aspecten zijn van toepassing op het project.
    - De kans op succes en de haalbaarheid van het project
    Dit criterium weegt de concreetheid en (snelle) uitvoerbaarheid van het projectplan. Hoe beter het project is voorbereid, zowel inhoudelijk als qua timing, des te positiever het oordeel. Om maximaal te scoren op haalbaarheid is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - in het projectplan zijn voldoende eisen gesteld aan de kwaliteit van 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2026
    Gedeputeerde Staten van Gelderland
    Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van Hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland;
    Besluiten:
    - vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2025;[Het eerste beslispunt bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: vast te stellen het GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2026;]
    - het subsidieplafond vast te stellen op € 2.057.189,00 voor het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel, bestaande uit:€ 884.591,27 afkomstig uit middelen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling;€ 586.298,87 afkomstig uit middelen van de provincie Gelderland;€ 586.298,86 afkomstig uit middelen van Waterschap Rijn en IJssel.
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 5 maart 2026 09.00 uur tot en met 30 april 2026 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen;
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder
    - Niet productieve investeringen: investeringen die niet mogen leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming. Een investering dient om als niet productieve investering aangemerkt te kunnen worden dus primair gericht zijn op het behalen van de agro,-milieu,- klimaatdoelstellingen, waarbij eventuele productieve elementen slechts “bijvangst” zijn. Indieners dienen bij indiening expliciet te onderbouwen dat de investeringen bovenwettelijke taken betreffen;
    - Waterkwantiteit: hiervan is sprake wanneer kwantiteit van water in overeenstemming wordt gebracht met de vraag naar voldoende chemisch schoon en ecologisch gezond water voor alle gebruikers en wanneer wateroverlast wordt voorkomen;
    - Werkprogramma: Werkprogramma “Wel goed water vasthouden”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost Nederland 2022-2027, herziene versie vastgesteld op 1 oktober 2021 door Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost;
    - Waterbeheerprogramma: het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel;
    - Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren;
    - Urgente gebieden: prioritaire gebieden voor de realisatie van investeringen op het gebied van klimaat en voor de realisatie van doelen van de Kaderrichtlijn Water die zijn weergegeven op de kaarten in bijlage 1;
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Gelderland.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    1..
    In aanvulling op artikel 2.4.1 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor niet productieve investeringen in het watersysteem ten behoeve van de herinrichting, inrichting, of transformatie van watersystemen.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid, van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen:
    - matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie;
    - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;
    - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.
    3..
    Subsidiabele activiteiten worden aangegeven op een kaart waarop het projectgebied gemarkeerd is en duidelijk wordt gemaakt dat het projectgebied binnen een van de urgente gebieden valt zoals opgenomen op de kaarten in bijlage 1.
    4..
    De niet productieve investeringen waarvoor subsidie wordt verstrekt zijn opgenomen in het Werkprogramma of in het Waterbeheerprogramma.
    5..
    Als de subsidiabele activiteiten op zichzelf of als onderdeel van een groter project leiden tot een significante depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden, dan wordt de subsidie alleen verstrekt indien:
    - de subsidieaanvrager in het bezit is van een natuurvergunning op grond waarvan de subsidiabele activiteiten kunnen worden uitgevoerd; of
    - de aanvrager kan aantonen dat een natuurvergunning niet nodig is.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    In aanvulling op artikel 2.4.2 van de Verordening wordt subsidie alleen verstrekt aan:
    - waterschappen;
    - samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen;gemeenten;landbouwers; grondeigenaren; Grondgebruikers; Landbouworganisaties; Natuurorganisaties;landschapsorganisaties.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 2.4.3 van de Verordening komen kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e, van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    2..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.9a of 1.9b, van de Verordening.
    3..
    Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.
    
    Artikel 5 Niet subsidiabele kosten
    Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    2..
    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor niet productieve investeringen die gericht zijn op de waterkwantiteit.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien:
    - de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 250.000;
    - de activiteit bedoeld is om aan een wettelijke verplichting te voldoen;
    - geen directe link met de landbouw aangetoond is.
    
    Artikel 8 Selectie en rangschikking
    1..
    Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    A | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15
    B | Haalbaarheid | 2 | 0-5 | 10
    C | Urgentie | 1 | 0-5 | 5
    D | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10
    Maximaal aantal te behalen punten | 40
    2..
    Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 2 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid.
    3..
    Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid, van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 24 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
    
    Artikel 9 Subsidie-arrangement
    De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing.
    
    Artikel 10 Voorschot, voortgangsrapportage, deelbetaling en inhoudelijk verslag
    1..
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid van de Verordening worden geen voorschotten verstrekt.
    2..
    De subsidieontvanger is verplicht minimaal een keer per uitvoeringsjaar van het project te rapporteren over de voortgang waarin in ieder geval de tot dan toe bereikte resultaten worden vermeld.
    3..
    Een verzoek om deelbetaling kan maximaal een keer per uitvoeringsjaar van het project worden ingediend.
    4..
    Een voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek bevat, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten tot dan toe.
    5..
    Een inhoudelijk verslag bij vaststelling van de subsidie bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.21 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten van het project.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de activiteit, bedoeld in artikel 1, eerste lid van dit openstellingsbesluit, uiterlijk 30 juni 2028 af te ronden.
    2..
    Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de in het eerste lid genoemde termijn en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek daartoe indienen bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen de termijn verlengen tot en met uiterlijk 31 december 2028.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel provincie Gelderland 2026.
    Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
    Marjoos van den Berg
    Teammanager Agrifood
    
    Bijlage 1: Kaarten van urgente gebieden
    Urgente gebieden beheergebied waterschap Rijn en IJssel (voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van de provincie Gelderland)
    
    Bijlage 2 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
    Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 8 van dit openstellingsbesluit.
    - Mate van effectiviteit van het project
    Dit criterium weegt het integrale karakter van het project, de mate waarin het project bijdraagt aan de relevante beleidsdoelen, te weten de mate waarin het project beoogt bij te dragen aan het provinciale klimaatdoel, de doelen in het Werkprogramma of het Waterbeheerprogramma en aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Om maximaal te scoren op effectiviteit is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
    - het project draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast en watertekorten;
    - het project draagt bij aan de doelen van of behelst maatregelen die zijn opgenomen in het betreffende werkprogramma of waterbeheerprogramma;
    - het project draagt bij aan realisatie van de doelen van de KRW;
    - het project draagt bij aan de economische vitaliteit van het projectgebied en zijn omgeving door de beschikbaarheid van voldoende schoon water voor de agrarische sector en eventuele andere watergebruikers te vergroten;
    - het project bevat activiteiten die onmiddellijk na de uitvoering al een gunstig effect hebben op KRW waterlichamen of een gunstig effect hebben op de klimaatbestendigheid van het watersysteem door het verkleinen van (de kans op) wateroverlast of watertekorten.
    De puntentoekenning is als volgt:
    - 0 punten: geen van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 1 punt: één van de aspecten is van toepassing op het project;
    - 2 punten: twee van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 3 punten: drie van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 4 punten: vier van de aspecten zijn van toepassing op het project;
    - 5 punten: alle vijf genoemde aspecten zijn van toepassing op het project.
    - De kans op succes en de haalbaarheid v
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.