Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

GLB-openstellingsbesluit niet-productieve investeringen door niet-landbouwbedrijven in het bodem- en watersysteem provincie Utrecht 2025

Gedeputeerde Staten van Utrecht

Waterschappen en niet-landbouwbedrijven die investeringen uitvoeren in het bodem- en watersysteem op gronden die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik zijn.

Ook bekend als GLB niet-productieve investeringen Utrecht 2025, GLB-NSP niet-productieve investeringen, Openstellingsbesluit bodem- en watersysteem Utrecht 2023

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Percentage
0%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 700k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor niet-productieve investeringen in het bodem- en watersysteem door waterschappen en andere niet-landbouwbedrijven in Utrecht. Doel is verbetering van waterkwaliteit, waterkwantiteit en klimaatbestendigheid. Budget: €700.000 EU-overhevelingsmiddelen.

Voor wie is het bedoeld?

Waterschappen en niet-landbouwbedrijven die investeringen uitvoeren in het bodem- en watersysteem op gronden die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik zijn.

WaterschapOndernemingen

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor aanleg natuurvriendelijke oevers
  • Financiering voor herstel van watersystemen naar natuurlijke toestand
  • Steun voor vernatting van gronden en bufferzones langs watergangen
  • Subsidie voor waterbergend vermogen en helofytenfilters
  • Subsidie aanvragen voor waterkwaliteitsverbeteringsprojecten in Utrecht
  • Financiering voor wateroverlastpreventie in het landelijk gebied
  • Investeringen in KRW-doelstellingen en ecologische waterdoelen

Voorwaarden

  • Investeringen moeten op gronden plaatsvinden die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik zijn
  • Investeringen moeten bijdragen aan Kaderrichtlijn Water doelstellingen
  • Projecten moeten uiterlijk 31 december 2028 zijn afgerond
  • Minimaal 30 punten op selectiecriteria vereist
  • Investeringen moeten effect hebben groter dan alleen voor landbouwbedrijven

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een waterschap of onderneming
Uw rechtsvorm is: Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
€ 700.000, 100% EU-overhevelingsmiddelen.
GLB-openstellingsbesluit niet-productieve investeringen door niet-landbouwbedrijven in het bodem- en watersysteem provincie Utrecht 2025
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 26 september 2023, nr UTSP-4437239-3613, tot vaststelling van het Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen in het bodem- en watersysteem GLB-NSP provincie Utrecht 2023 (Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen in het bodem- en watersysteem GLB-NSP provincie Utrecht 2023)
    Gedeputeerde staten van Utrecht;
    Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht;
    Overwegende:
    - dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) te behalen;
    - dat met deze subsidieregeling mede bijgedragen wordt aan het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 als uitwerking van de Omgevingsvisie voor het beleidsthema ‘klimaatbestendig en waterrobuust’, het Programma klimaatadaptatie 2020-2023, de Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse Veenweiden (RVS) en het Uitvoeringsprogramma RVS 2023 –2024;
    - dat er een urgentie is om de resterende maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water uit te voeren;
    - dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor:het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) blijvend robuust en toekomstbestendig wordt;de ecologische doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen) worden gehaald;het landelijk gebied klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht met het oog op grote hoeveelheden neerslag en langdurige droogte, zoals in de afgelopen jaren en die zich naar verwachting in de toekomst vaker zullen voordoen.
    Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
    Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen in het bodem- en watersysteem GLB-NSP provincie Utrecht 2023
    
    Artikel 1 Aanvraagperiode
    Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in paragraaf 4 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht kan worden ingediend in de periode van 1 november 2023, 9.00 uur tot en met 31 januari 2024, 17.00 uur.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    In aanvulling op artikel 2.4.1, tweede lid, van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht kan subsidie worden verstrekt voor investeringen in het watersysteem die opgenomen zijn in de Kaderrichtlijn Water Stroomgebiedbeheerplannen en waterbeheerplannen, geldig binnen de provincie Utrecht.
    
    Artikel 3 Subsidieplafond
    Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 2, voor de volgende beheergebieden, voor zover op Utrechts grondgebied, vast op:
    - het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: € 828.600 (100% EU bijdrage);
    - het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: € 4.014.950,- (waarvan 43% EU bijdrage en 57% bijdrage HDSR);
    - het Waterschap Amstel Gooi en Vecht: € 730.000,- (100% EU bijdrage);
    - het Waterschap Rivierenland: € 700.000,- (100% EU bijdrage);
    - het Waterschap Vallei en Veluwe: € 0,-.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de kosten als bedoeld in artikel 1.8 onder a, b en e, van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht.
    2..
    Subsidiabele kosten worden berekend met de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten als bedoeld in artikel 1.9b van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht.
    
    Artikel 5 Subsidiehoogte
    Indien toepassing van artikelen 2.4.3 en 2.4.5 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 200.000,- wordt de subsidie niet verstrekt.
    
    Artikel 6 Selectiecriteria
    1..
    Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden gerangschikt op basis van de volgende criteria:
    - de mate van effectiviteit;
    - De mate van urgentie;
    - de haalbaarheid van de activiteit;
    - de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit.
    2..
    Voor ieder van de in het eerste lid bedoelde criteria kunnen 0 tot en met 5 punten worden behaald.
    3..
    De criteria hebben de volgende wegingsfactoren:
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 4;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 3;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor van 2;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor van 1.
    4..
    Indien een aanvraag minder dan 30 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    5..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
    6..
    Indien de aanvragen, bedoeld in het vijfde lid, een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
    7..
    Indien de aanvragen, bedoeld in het zesde lid, een gelijk aantal punten hebben behaald op de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid onderdeel c.
    8..
    Indien de aanvragen, bedoeld in het zevende lid, een gelijk aantal punten hebben behaald op de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
    
    Artikel 7 Verplichtingen
    De subsidieaanvrager is verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling binnen drie jaar na datum subsidiebeschikking of, indien dat eerder is, uiterlijk op 31 december 2028 in te dienen.
    
    Artikel 8 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst.
    
    Artikel 9 Werkingsduur
    Dit besluit vervalt op 31 december 2029.
    
    Artikel 10 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen in het bodem- en watersysteem GLB-NSP provincie Utrecht 2023.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 26 september 2023.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Voorzitter,
    mr. J.H. Oosters
    Secretaris,
    mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
    
    Toelichting
    Algemeen
    De regeling moet in samenhang worden gelezen met de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: Verordening), en in het bijzonder paragraaf 4 (niet productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven).
    Deze regeling is van toepassing op het gehele platteland en gericht op inrichting en herinrichting van het landelijk gebied. Op basis van de opgave voortvloeiend uit het Klimaatakkoord, de Kaderrichtlijn Water en de Biodiversiteitstrategie ligt er een opgave om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te verhogen. Daarnaast is in de aanpak Landbouwbodems afgesproken de bodemkwaliteit te verbeteren en speelt de adaptatie aan klimaatverandering een belangrijke rol. Met deze regeling wordt ingezet op investeringen in het landelijk gebied die hieraan bijdragen.
    Op grond van dit Openstellingsbesluit kunnen subsidies worden verstrekt aan waterschappen voor niet-productieve investeringen in of nabij watersystemen. De investeringen moeten een bijdrage leveren aan de doelstellingen zoals beschreven in de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn, herstel van de natuurlijke toestand van watersystemen, het duurzaam optimaliseren van de waterhuishouding (voorkomen of beperken van watertekorten, wateroverlast, verzilting) of bodemdaling.
    Voorbeelden van niet-productieve investeringen zijn: de aanleg en inrichting van natuurvriendelijke oevers die bijdragen aan de KRW-doelen en tevens een buffer vormen voor emissies naar oppervlaktewater, herstel van watersystemen naar hun natuurlijke toestand, herstel van migratiemogelijkheden van fauna, vernatting van gronden, aanleg van bufferzones langs watergangen (voor zover niet wettelijk verplicht), maatregelen die het waterbergend vermogen van gronden en watersystemen vergroten, de aanleg van helofytenfilters en waterhuishoudkundige aanpassingen in het watersysteem.
    Het Openstellingsbesluit vormt samen met de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht het kader waaraan aanvragen om subsidie moeten voldoen.
    Subsidie-arrangement
    Bij subsidies van € 125.000 en hoger wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van prestaties en financiële verantwoording (gerealiseerde kosten). Dat is van toepassing bij deze openstelling, er wordt geen lichter verantwoordingsregime ingesteld.
    Conform artikel 1.21 van de Verordening vijfde lid geschiedt de verantwoording over de prestatie (bijvoorbeeld een investering) of over een vooraf overeengekomen meetbare prestatie-eenheid (bijvoorbeeld het stuks dat aangekocht wordt of het aantal hectares dat wordt aangelegd). Bij de verantwoording over de prestatie kunnen verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een managementverklaring, alternatieve toetsen, deskundigenverklaring of bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie, entreebewijzen etc.). De bewijsstukken die nodig zijn om de prestatie te verantwoorden, nemen Gedeputeerde Staten op in de verleningsbeschikking. Het is toegestaan om steekproefsgewijs aanvullende informatie op te vragen of ter plekke te controleren of de prestatie is verricht.
    Subsidiabele activiteiten
    Op basis van artikel 2.4.1, eerste lid van de Verordening zijn voorbeelden van investeringen die voor steun in aanmerking kunnen komen:
    - investeringen ten behoeve van het uitvoeren van herstelmaatregelen en (grootschalige) inrichting van gebieden, die bijdragen aan verbetering van de waterhuishouding, natuur, klimaatmitigatie en -adaptatie en biodiversiteit;
    - investeringen in waterlopen en in kunstwerken voor waterbeheer;
    - herstel en aanleg natuurvriendelijke oevers;
    - aanleg of verbetering van vispassages;
    De investeringen kunnen ook (deels) op gronden van landbouwers worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld een investering door een landschapsorganisatie of waterschap in retentiegebieden of waterbergingen die (deels) op gronden van landbouwers zijn gelegen.
    De investeringen kunnen leiden tot een verandering op percelen. Deze veranderingen dienen in het perceelsregister verwerkt te worden, vanwege mogelijke gevolgen voor de steun die op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 ontvangen wordt.
    Op basis van artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem alleen voor subsidie in aanmerking wanneer het effect van de investering groter is dan alleen voor landbouwbedrijven. Een investering zoals een stuw of dam waardoor water alleen wordt vastgehouden voor een bedrijf of een investering in drainagepoelen, komt dus niet voor subsidie in aanmerking. Investeringen in het watersysteem die wel voor subsidie in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld investeringen voor het vasthouden van water in natte periodes, zodat in droge periodes het watersysteem in het gehele gebied (dus ook dat wat buiten het landbouwbedrijf zelf valt) over voldoende water beschikt om daarmee jaarrond van goede waterkwaliteit blijft.
    Op basis van artikel 1.10, aanhef en onder q, van de Verordening wordt subsidie niet verstrekt voor activiteiten die worden uitgevoerd om aan een wettelijke verplichting te kunnen voldoen. Dit zijn activiteiten die bijvoorbeeld in de keur van het waterschap verplicht zijn, zoals mitigerende maatregelen. Een wettelijke verplichting heeft vaak een generiek verbodskarakter, zoals de spuitvri
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    GLB-openstellingsbesluit niet-productieve investeringen door niet-landbouwbedrijven in het bodem- en watersysteem provincie Utrecht 2025
    Gedeputeerde Staten van Utrecht;
    Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 4 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: de Verordening);
    Overwegende:
    - dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) te behalen;
    - dat met deze subsidieregeling mede bijgedragen wordt aan het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 als uitwerking van de Omgevingsvisie voor het beleidsthema ‘klimaatbestendig en waterrobuust’, het Programma klimaatadaptatie 2020-2023, de Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse Veenweiden (RVS) en het Uitvoeringsprogramma RVS 2023 –2024;
    - dat er een urgentie is om de resterende maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water uit te voeren;
    - dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor: het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) blijvend robuust en toekomstbestendig wordt; de ecologische doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen) worden gehaald; het landelijk gebied klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht met het oog op grote hoeveelheden neerslag en langdurige droogte, zoals in de afgelopen jaren en die zich naar verwachting in de toekomst vaker zullen voordoen.
    Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
    GLB-openstellingsbesluit niet-productieve investeringen door niet-landbouwbedrijven in het bodem- en watersysteem provincie Utrecht 2025
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder:
    - Niet-productieve investeringen niet-landbouwbedrijven: herstel- en inrichtingsmaatregelen in het bodem- en watersysteem op grond die niet voor landbouwactiviteiten in gebruik is;
    - Waterkwantiteit: een situatie wanneer kwantiteit van water in overeenstemming wordt gebracht met de vraag naar voldoende chemisch schoon en ecologisch gezond water voor alle gebruikers en wanneer wateroverlast wordt voorkomen: het hebben van de juiste hoeveelheid water op het juiste moment op de juiste locatie;
    - Stroomgebiedbeheerplan: het KRW-plan voor het stroomgebied dat vanuit het Rijk naar de EU wordt gezonden.
    - Waterbeheerplan: het waterbeheerplan van het ter plaatse van de beoogde herstel- of inrichtingsmaatregel bevoegde waterschap.
    - Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren;
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht.
    
    Artikel 2 Aanvraagperiode
    Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in paragraaf 4 van de Verordening kan worden ingediend in de periode van 15 januari 2025, 9.00 uur tot en met 26 maart 2025, 17.00 uur.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    1..
    Ter invulling van artikel 2.4.1, tweede lid van de Verordening kan subsidie worden verstrekt voor niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven in het watersysteem die zijn opgenomen in de Kaderrichtlijn Water Stroomgebiedbeheerplannen en waterbeheerplannen, geldig binnen de provincie Utrecht.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.4.1, tweede lid wordt uitsluitend subsidie verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen:
    - matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie;
    - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;
    - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.
    
    Artikel 4 Aanvrager
    Subsidie wordt verstrekt aan:
    - waterschappen;
    - samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties.
    
    Artikel 5 Subsidieplafond
    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 2, voor de beheergebieden van waterschappen voor zover op Utrechts grondgebied, vast op: € 700.000, 100% EU-overhevelingsmiddelen.
    
    Artikel 6 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de kosten als bedoeld in artikel 1.8 onder a, b en e, van de Verordening.
    2..
    Subsidiabele kosten worden berekend met de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten als bedoeld in artikel 1.9a of 1.9b van de Verordening.
    3..
    Indien de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest voor toepassing van artikel 1.9a van de Verordening, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b van de Verordening niet van toepassing.
    
    Artikel 7 Niet subsidiabele kosten
    Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 8 Subsidiehoogte
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.4.5 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    2..
    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen die gericht zijn op de waterkwantiteit.
    3..
    Indien toepassing van artikelen 2.4.3 en 2.4.5 van de Verordening ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 200.000, wordt de subsidie niet verstrekt.
    
    Artikel 9 Selectiecriteria
    1..
    Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden gerangschikt op basis van de volgende criteria:
    - de mate van effectiviteit;
    - De mate van urgentie;
    - de haalbaarheid van de activiteit;
    - de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit.
    2..
    Voor ieder van de in het eerste lid bedoelde criteria kunnen 0 tot en met 5 punten worden behaald.
    3..
    De criteria hebben de volgende wegingsfactoren:
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor 4;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor 3;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor 2;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor 1.
    4..
    Indien een aanvraag minder dan 30 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    5..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
    6..
    Indien de aanvragen, bedoeld in het vijfde lid, een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
    7..
    Indien de aanvragen, bedoeld in het zesde lid, een gelijk aantal punten hebben behaald op de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid onderdeel c.
    8..
    Indien de aanvragen, bedoeld in het zevende lid, een gelijk aantal punten hebben behaald op de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
    9..
    Overeenkomstig artikel 1.13 van de Verordening worden aanvragen voor subsidie voorgelegd aan een adviescommissie.
    
    Artikel 10 Verplichtingen
    1..
    Uitvoering van activiteiten vindt plaats op gronden waarop geen landbouwactiviteit wordt uitgevoerd.
    2..
    De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing.
    3..
    De subsidieaanvrager is verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling binnen drie jaar na datum subsidiebeschikking of, indien dat eerder is, uiterlijk op 31 december 2028 in te dienen.
    
    Artikel 11 Bevoorschotting en deelbetaling
    1..
    Overeenkomstig artikel 1.17 van de Verordening wordt ambtshalve een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt.
    2..
    Een verzoek tot deelbetaling kan maximaal een keer per jaar worden ingediend.
    3..
    Een verzoek tot deelbetaling bedraagt minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000.
    
    Artikel 12 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst.
    
    Artikel 13 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: GLB-openstellingsbesluit niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven in het bodem- en watersysteem provincie Utrecht 2025.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 17 december 2024.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Voorzitter,
    mr. J.H. Oosters
    Secretaris,
    mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
    
    Toelichting bij GLB-openstellingsbesluit niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven in het bodem- en watersysteem provincie Utrecht 2025
    I.Algemeen
    De regeling moet in samenhang worden gelezen met de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: Verordening), en in het bijzonder paragraaf 4 (niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven). Deze regeling is van toepassing op het gehele platteland en gericht op inrichting en herinrichting van het landelijk gebied. Op basis van de opgave voortvloeiend uit het Klimaatakkoord, de Kaderrichtlijn Water en de Biodiversiteitstrategie ligt er een opgave om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te verhogen. Daarnaast is in de aanpak Landbouwbodems afgesproken de bodemkwaliteit te verbeteren en speelt de adaptatie aan klimaatverandering een belangrijke rol. Met deze regeling wordt ingezet op investeringen in het landelijk gebied die hieraan bijdragen.
    Op grond van dit Openstellingsbesluit kunnen subsidies worden verstrekt aan waterschappen voor niet-productieve investeringen in of nabij watersystemen. De investeringen moeten een bijdrage leveren aan de doelstellingen zoals beschreven in de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn, herstel van de natuurlijke toestand van watersystemen, het duurzaam optimaliseren van de waterhuishouding (voorkomen of beperken van watertekorten, wateroverlast, verzilting) of bodemdaling.
    Voorbeelden van niet-productieve investeringen zijn: de aanleg en inrichting van natuurvriendelijke oevers die bijdragen aan de KRW-doelen en tevens een buffer vormen voor emissies naar oppervlaktewater, herstel van watersystemen naar hun natuurlijke toestand, herstel van migratiemogelijkheden van fauna, vernatting van gronden, aanleg van bufferzones langs watergangen (voor zover niet wettelijk verplicht), maatregelen die het waterbergend vermogen van gronden en watersystemen vergroten, de aanleg van helofytenfilters en waterhuishoudkundige aanpassingen in het watersysteem.
    Het Openstellingsbesluit vormt samen met de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht het kader waaraan aanvragen om subsidie moeten voldoen.
    II.Artikelsgewijze toelichting
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    Dit openstellingsbesluit richt zich primair op de uitvoering van projecten op het gebied van maatregelen voor het bodem- en watersysteem. Concreet gaat het om de activiteiten die zijn opgenomen in de Stroomgebiedbeheerplannen, dan wel in een van de Waterbeheerprogramma’s. In stroomgebiedbeheerplannen zijn de maatregelen uit de factsheets voor de KRW opgenomen. Deze factsheets staan op het waterkwaliteit
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.