GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Voor agrarische collectieven, landbouwers, landbouworganisaties, organisaties voor landschapsbeheer en samenwerkingsverbanden van landbouwers in provincie Utrecht.
Ook bekend als GLB 2023-2027, Niet productieve investeringen landbouw Utrecht, GLB 2023-2027 NPI
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven in Utrecht gericht op duurzame ontwikkeling, natuurbeheer en biodiversiteit. Subsidie bedraagt 70-100% van subsidiabele kosten (€10.000-€500.000). Openstellingsperiode: 16 september tot 30 oktober 2025.
Voor wie is het bedoeld?
Voor agrarische collectieven, landbouwers, landbouworganisaties, organisaties voor landschapsbeheer en samenwerkingsverbanden van landbouwers in provincie Utrecht.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijf
- Financiering van biodiversiteits- en natuurbeheerprojecten
- Steun voor watersysteeminvesteringen met breed effect
- Subsidie voor biologische landbouwbedrijven
- Subsidie aanvragen voor biodiversiteitsprojecten op landbouwbedrijven
- Financiering voor waterbeheer en bodemkwaliteit in agrarisch gebied
- Steun voor natuurbeheerprojecten volgens Natuurbeheerplan Utrecht
Voorwaarden
- Investeringen moeten bijdragen aan duurzame ontwikkeling, efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen, of biodiversiteitsbehoud
- Voor watersysteem: effect moet groter zijn dan alleen voor aanvrager zelf
- Minimale subsidie €10.000, maximale €500.000
- Activiteit moet worden afgerond binnen twee jaar na subsidieverleningsbeschikking
- Biologische bedrijven ontvangen extra selectiepunt
- Minimaal 36 punten nodig voor toewijzing
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“bedraagt de subsidiehoogte minimaal € 10.000 en maximaal € 500.000”
- Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijvenUitvoerder/loket · provincie-utrecht.nl10 jul 2026
Toon brontekst
Overslaan en naar de inhoud gaan Zoeken Menu Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Status: Aanvraagperiode gesloten Aanvraagperiode: 16 september 2025 09:00 - 30 oktober 2025 17:00 De agrarische collectieven in de provincie ontvangen subsidie voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidie Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Om het beheer volgens de voorwaarden te kunnen uitvoeren, zijn soms inrichtingsmaatregelen nodig. Bijvoorbeeld om plas-dras of hoog waterpeil te realiseren. Dit vraagt vaak aanzienlijke investeringen, zoals de aanschaf van pompen en de aanleg van dammen/waterkeringen. Het ANLb voorziet alleen in subsidiëring van beheerkosten en niet op deze investeringen. De regeling voor niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer maakt het mogelijk dat de collectieven ook hiervoor subsidie kunnen krijgen. Voor wie? Subsidie kan worden aangevraagd door agrarische collectieven, landbouwers, landbouworganisaties, organisaties voor landschapsbeheer of samenwerkingsverbanden van landbouwers. Waarvoor kan subsidie aangevraagd worden? De subsidie is een aanvulling op het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Waar het ANLb alleen het beheer financiert, is deze subsidie beschikbaar om investeringen te doen om dit beheer mogelijk te maken. De regeling is bedoeld voor investeringen als: Plas- draspompen Vossenrasters Apparatuur voor de monitoring van weidevogels Investeringen in het watersysteem komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer het effect van de investering groter is dan alleen voor landbouwbedrijven. Een investering zoals een stuw of dam waardoor water alleen wordt vastgehouden voor een bedrijf of een investering in drainagepoelen, komt dus niet voor subsidie in aanmerking. Hoogte van subsidie/maximaal subsidiebedrag De hoogte van de subsidie bedraagt 933.200 euro. Het subsidiepercentage bedraagt: Voor investeringen in het watersysteem 70 procent van de subsidiabele kosten Voor overige investeringen 100 procent van de subsidiabele kosten. De subsidiehoogte minimaal 10.000 euro en maximaal 500.000 euro. Hoe kan ik subsidie aanvragen? Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) neemt uw aanvraag in behandeling. U kunt vanaf 16 september subsidie aanvragen. Goed om te weten Op donderdag 18 september is er 's avonds een digitale informatiebijeenkomst waarin de regeling verder wordt toegelicht. Daarvoor kunt u zich aanmelden. De bijeenkomst is van 20:00 tot 21:30. Vragen of hulp nodig? Voor vragen kunt u contact opnemen met glb@provincie-utrecht.nl Wet- en regelgeving Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Algemene subsidieverordening provincie Utrecht Deel deze pagina Deel op Bluesky Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op WhatsApp Deel op X Link kopiëren Link gekopieerd naar klembord. Zoeken: doorzoek de website Zoek
Toon brontekst
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 15 juli 2025, nr. UTSP-4437239-5227 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2025 Gedeputeerde Staten van Utrecht Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 3 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht, verder te noemen de “Verordening”; Overwegende dat: - Gedeputeerde Staten met dit openstellingsbesluit beogen de gestelde doelen in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) te behalen; - met dit openstellingsbesluit mede wordt bijgedragen aan de provinciale doelen in het agrarisch gebied met betrekking tot biodiversiteit, water en bodem; - dit openstellingsbesluit bijdraagt aan een effectieve uitvoering van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in de provincie Utrecht; en - met dit openstellingsbesluit in het bijzonder wordt bijgedragen aan het behalen van de in het ‘Natuurbeheerplan Provincie Utrecht 2026’ gestelde eisen voor ‘zwaar beheer’ en ‘nat beheer’. Besluiten: - vast te stellen het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2025 als bedoeld in paragraaf 3 van hoofdstuk 2 van de Verordening; - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 933.200 volledig afkomstig uit het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling. - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 16 september 2025 9:00 uur tot en met 30 oktober 2024 17:00 uur; en[Beslispunt III bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: dat aanvragen kunnen worden ingediend van 16 september 2025 9:00 uur tot en met 30 oktober 2025 17:00 uur; en] - de navolgende, nadere regels vast te stellen: Artikel 1 Subsidiabele activiteit Overeenkomstig artikel 2.3.1 tweede lid van de Verordening draagt de activiteit bij aan één of meerdere van de volgende doelen: - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen; - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen. Artikel 2 Aanvrager Conform artikel 2.3.2 van de Verordening kan subsidie uitsluitend worden verstrekt aan agrarische collectieven, landbouwers, landbouworganisaties, organisaties voor landschapsbeheer of samenwerkingsverbanden van landbouwers. Artikel 3 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.3.3 van de Verordening zijn onverminderd van toepassing op dit openstellingsbesluit. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1.. Voor subsidie komen de kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e van de Verordening in aanmerking. 2.. Voor de berekening van de subsidiabele kosten maakt de aanvrager een keuze uit de mogelijkheden van artikel 1.9a of 1.9b van de Verordening. 3.. Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9a, is artikel 1.9a, eerste lid, onder b niet van toepassing. Artikel 5 Niet subsidiabele kosten Zoals opgenomen in artikel 2.3.6 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 6 Subsidiepercentage en hoogte subsidie 1.. Overeenkomstig artikel 2.3.7 van de Verordening bedraagt het subsidiepercentage: - voor investeringen in het watersysteem 70% van de subsidiabele kosten; - voor overige investeringen 100% van de subsidiabele kosten. 2.. In aanvulling op artikel 2.3.7 van de Verordening bedraagt de subsidiehoogte minimaal € 10.000 en maximaal € 500.000. Artikel 7 Selectie en rangschikking 1.. Conform artikel 1.12, eerste lid onder b en artikel 2.3.8 tweede lid van de Verordening wordt het subsidieplafond verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de selectiecriteria: - Effectiviteit; - Haalbaarheid / kans op succes; - Urgentie; en - Efficiëntie. 2.. Overeenkomstig artikel 1.13 van de Verordening stellen Gedeputeerde Staten een adviescommissie in om de aanvragen te beoordelen aan de hand van de selectiecriteria. 3.. De weging van de selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium a. | Effectiviteit | 4 | 0-5 | 20 b. | Haalbaarheid/ kans op succes | 3 | 0-5 | 15 c. | Urgentie | 3 | 0-5 | 15 d. | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10 Maximumaantal te behalen punten | 60 4.. De selectie en rangschikking door de adviescommissie gebeurt op de wijze als vastgelegd in bijlage 1 bij dit besluit. 5.. In overeenstemming met artikel 2.3.8 lid 3 krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend. Indien de aanvraag wordt gedaan door een samenwerkingsverband met landbouwers wordt er per samenwerkingsverband één extra punt toegekend wanneer een of meer landbouwers biologische bedrijfsvoering hebben of omschakelen naar biologische landbouw. 6.. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 36 punten heeft behaald. Artikel 8 Verplichting 1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid van dit openstellingsbesluit, binnen twee jaar na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking af te ronden. 2.. Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de in het eerste lid genoemde termijn en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek daartoe indienen bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen de termijn verlengen tot en met uiterlijk 30 juni 2028. Artikel 9 Subsidie-arrangement 1.. In geval de subsidie lager is dan € 125.000 zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening van toepassing. 2.. In geval de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing. Artikel 10 Voorschot Ambtshalve wordt een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie verstrekt op basis van artikel 1.17 van de Verordening. Artikel 11 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 12 Werkingsduur Dit besluit vervalt op 31 december 2029. Artikel 13 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2025. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 juli 2025. Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, Mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol- van Leeuwen Bijlage 1 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn vier selectiecriteria benoemd in artikel 7. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt als volgt plaats. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld: - Mate van effectiviteit Bij dit selectiecriterium gaat het om de bijdrage die het project, waarvoor subsidie wordt gevraagd, levert aan de GLB-doelen van de interventie en de beleidsdoelstellingen van dit openstellingsbesluit zoals bij algemeen zijn weergegeven. Een project dat gelijktijdig aan meerdere doelen bijdraagt, zal in het algemeen een hogere score toegekend worden. Hierbij heeft het behalen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit binnen de provincie Utrecht de hoogste waarde. De effectiviteit van de activiteit is afhankelijk van de te bereiken, in dit openstellingsbesluit gespecificeerde, doelstelling(en) in een gebied en de mate waarin de activiteit beoogt aan het bereiken van die doelstelling(en) bij te dragen. De hoogte van het gevraagde subsidiebedrag wordt hierbij in ogenschouw genomen. De mate van effectiviteit wordt bepaald op basis van het aantal doelen waaraan met het project wordt bijgedragen. Bij de beoordeling van de “effectiviteit” wordt daarnaast niet enkel gekeken naar de omvang en het bereik van het project. Dit om te voorkomen dat aan grotere projecten automatisch een hogere score toegekend moet worden dan aan kleinere projecten. Het effect blijft het leidende element. De punten worden als volgt toegekend: - 0 punten: Zeer geringe bijdrage. Van een zeer geringe bijdrage is sprake als het project niet bijdraagt aan de doelen van dit openstellingsbesluit. - 1 punt: geringe bijdrage. Van een geringe bijdrage is sprake als het project een geringe bijdrage levert aan een van de doelen uit het openstellingsbesluit. - 2 punten: matige bijdrage. Van een matige bijdrage is sprake als enigszins een bijdrage wordt geleverd aan een van de doelen uit het openstellingsbesluit. - 3 punten: voldoende bijdrage. Van een voldoende bijdrage is sprake als overtuigend aan een van de doelen van dit openstellingsbesluit wordt bijgedragen. - 4 punten: goede bijdrage. Van een goede bijdrage is bijvoorbeeld sprake als enigszins aan beide doelen van het openstellingsbesluit wordt bijgedragen. Daarbij is de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag, gelet op het effect, redelijk. - 5 punten: zeer goede bijdrage. Van een zeer goede bijdrage is sprake als overtuigend aan beide doelen van het openstellingsbesluit wordt bijgedragen. Daarbij is de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag, gelet op het effect, zeer redelijk. - Mate van haalbaarheid/ kans op succes De kans dat het project succesvol uitgevoerd kan worden en/of succesvol zal zijn in het ‘verder gaan’. Of een project succesvol uitgevoerd kan worden hangt onder andere af of aan de randvoorwaarden is voldaan en of er een risicoanalyse is uitgevoerd en er passende beheermaatregelen getroffen kunnen worden. Of een project haalbaar is, kan worden bepaald aan de hand van de kwaliteit van het projectplan en is mede afhankelijk van de concrete situatie/omstandigheden waar het project plaats zal vinden. Er wordt in samenhang gekeken naar de volgende aspecten: - De in het plan opgenomen vereiste kwaliteit (deskundigheid, ervaring) van de projectleider; - hoe realistisch is het plan (mate waarin het project al is voorbereid – bijvoorbeeld grond reeds is verworven en natschade is geregeld / snel in uitvoering kan worden genomen); - zijn relevante partijen in voldoende mate bij de uitvoering van het plan betrokken / is voldoende aannemelijk dat rechthebbenden mee zullen werken; - kent het project een realistische planning, opzet en begroting. Op basis van bovenstaande aspecten wordt de haalbaarheid als volgt gekwalificeerd: - 0 punten als de haalbaarheid zeer gering is. Er is geen vertrouwen dat de activiteit kan worden uitgevoerd; - 1 punt als de haalbaarheid gering is. Er is enig vertrouwen dat de activiteit kan worden uitgevoerd; - 2 punten als de haalbaarheid matig is. Om de activiteit te kunnen uitvoeren, moet nog aan een aantal voorwaarden (bijvoorbeeld vergunningen) worden voldaan, waarbij het nog onzeker is of aan de voorwaarden voldaan kan worden; - 3 punten als de haalbaarheid voldoende is. De activiteit kan worden uitgevoerd, de risico’s zijn inzichtelijk gemaakt, maar nog niet concreet beheersbaar gemaakt; - 4 punten als de haalbaarheid goed is. De activiteit kan worden uitgevoerd, de risico’s zijn benoemd en beheersbaar gemaakt; - 5 punten als de haalbaarheid zeer goed is. De activiteit kan worden uitgevoerd, ook als er zich gedurende de uitvoering financiële tegenvallers voor doen. - De mate van urgentie Bij dit criterium gaat het om de vraag in hoeverre de opgave(n) die aangepakt worden geïdentificeerd zijn als opgaven die noodz […tekst ingekort]
Toon brontekst
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 9 juli 2024, nr. UTSP-4437239-4452 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2024 (Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2024) Gedeputeerde Staten van Utrecht Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 3 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht; Overwegende: - dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) te behalen; - dat met deze subsidieregeling mede wordt bijgedragen aan de provinciale doelen met betrekking tot biodiversiteit, water en bodem in het agrarisch gebied. - dat deze subsidieregeling bijdraagt aan een effectieve uitvoering van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in de Provincie Utrecht. - dat met deze subsidieregeling in het bijzonder wordt bijgedragen aan het behalen van de in het ‘Natuurbeheerplan Provincie Utrecht 2024’ gestelde eisen voor ‘zwaar beheer’ en ‘nat beheer’. Besluiten: - vast te stellen het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2024 als bedoeld in paragraaf 3 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht, verder te noemen de Verordening; - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 2.258.598,52 (geheel gefinancierd uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)). - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 4 september 2024 9.00 uur tot en met 29 november 2024 17.00 uur; - de volgende nadere regels vast te stellen: Artikel 1 Begripsbepaling a.. Landbouwgrond: grond waarop een vorm van landbouw wordt uitgevoerd. b.. Perceel landbouwgrond: aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven. c.. Niet productieve investeringen (NPI): Investeringen die niet mogen leiden tot een stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming. d.. Watersystemen: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Artikel 2 Subsidiabele activiteit In afwijking van artikel 2.3.1 derde lid van de Verordening draagt de activiteit bij aan één of meerdere van de volgende doelen: - bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen; - het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen. Artikel 3 Aanvrager In afwijking van artikel 2.3.2 van de Verordening kan subsidie uitsluitend worden verstrekt aan een samenwerkingsverband van landbouwers zoals bedoeld in artikel 1.3 eerste lid van de Verordening. Artikel 4 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.3.3 van de Verordening zijn onverminderd van toepassing op dit openstellingsbesluit. Artikel 5 Subsidiabele kosten 1.. Voor subsidie komen de kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e van de Verordening in aanmerking. 2.. Voor de berekening van de subsidiabele kosten maakt de aanvrager een keuze uit de mogelijkheden van artikel 1.9a of 1.9b van de Verordening. 3.. Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9a, is artikel 1.9a, eerste lid, onder b niet van toepassing. Artikel 6 Niet subsidiabele kosten Zoals opgenomen in artikel 2.3.6 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 7 Hoogte subsidie 1.. Overeenkomstig artikel 2.3.7 van de Verordening bedraagt de hoogte van de subsidie: - voor investeringen in het watersysteem 70% van de subsidiabele kosten; - voor overige investeringen 100% van de subsidiabele kosten. 2.. In aanvulling van artikel 2.3.7 van de Verordening bedraagt de subsidie maximaal € 500.000,-. Artikel 8 Selectie en rangschikking 1.. In aanvulling op artikel 1.12, eerste lid en artikel 2.3.8 van de Verordening wordt het subsidieplafond verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de selectiecriteria: - Effectiviteit - Haalbaarheid / kans op succes - Urgentie - Efficiëntie 2.. De weging van de in lid 1 opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium a. | Effectiviteit | 4 | 0-5 | 20 b. | Haalbaarheid/ kans op succes | 3 | 0-5 | 15 c. | Urgentie | 3 | 0-5 | 15 d. | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10 Maximumaantal te behalen punten | 60 3.. In overeenstemming met artikel 2.3.8 lid 3 krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend. Indien de aanvraag wordt gedaan door een samenwerkingsverband met landbouwers wordt er per samenwerkingsverband één extra punt toegekend wanneer een of meer landbouwers biologische bedrijfsvoering hebben of omschakelen naar biologische landbouw. 4.. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 36 punten heeft behaald. 5.. Naar artikel 1.13 van de Verordening worden aanvragen voor subsidie voorgelegd aan een adviescommissie. Artikel 9 Verplichting 1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.15 van de regeling is de subsidieontvanger verplicht om de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, binnen 2 jaar na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking af te ronden. 2.. Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten kunnen de termijn verlengen tot en met uiterlijk 30 juni 2028. Artikel 10 Subsidie-arrangement 1.. In geval de subsidie lager is dan €125.000 zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening van toepassing. 2.. In geval de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing. Artikel 11 Voorschot Ambtshalve wordt een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie verstrekt op basis van artikel 1.17 van de Verordening. Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 13 Werkingsduur Dit besluit vervalt op 31 december 2029. Artikel 14 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 9 juli 2024. Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, Mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol- van Leeuwen Toelichting bij het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht 2024 LEESWIJZERVoorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Utrecht, zie: Besluit van provinciale staten van Utrecht van 20 september 2023, nr. UTSP-4437239-3551, tot vaststelling van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 (Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl): https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702578/2.Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 3 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven – opengesteld. De artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.8 van paragraaf 3 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag. I.Algemeen Om het agrarisch gebied optimaal in te richten in het kader van biodiversiteit, klimaat, bodem en water zijn verschillende zaken nodig. De interventie ‘Niet-productieve investeringen voor landbouwbedrijven’ biedt de mogelijkheid hieraan gevolg te geven. Het Nationaal Strategisch Plan (NSP) schrijft er het volgende over: “Met de maatregel niet productieve investeringen op landbouwbedrijven wordt ingezet op het ontwikkelen benutten en beschermen van de natuur en biodiversiteit. Hierbij worden de natuurdoelen zoveel mogelijk gekoppeld aan de uitvoering van andere doelen, zoals water en landbouw, maar ook klimaat. Tevens wordt ingezet op het mitigeren van de effecten van de emissies van nitraat, fosfaat, gewasbeschermingsmiddelen en stikstof door een efficiënter gebruik van (natuurlijke) grondstoffen, herstel van verschillende habitats en cultuurlandschap. Met niet productieve investeringen op een landbouwbedrijf kan na realisatie van de investering mogelijk een hoger niveau van ecoregeling worden bereikt of kan deelgenomen worden aan maatregelen in het kader van agrarisch natuur- en landschapsbeheer.” Provincie Utrecht is enthousiast over het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). De samenwerking met de collectieven is uitstekend en er worden in Utrecht mooie resultaten behaald. Het ANLb is een ideaal instrument om de verschillende doelen die in het NSP benoemd staan, te behalen. De verschillende beheerpakketten zien toe op het verbeteren van biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit en sinds 2023 ook op klimaatmitigatie en -adaptatie. Als EU-lidstaat heeft Nederland een grote verantwoordelijkheid als het gaat om een positieve staat van instandhouding van de weidevogels, en in het bijzonder de grutto. Utrecht is één van de Nederlandse weidevogelprovincies. De openstelling Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven biedt een uitgelezen mogelijkheid om een aantal beleidsdoelen bij elkaar te brengen. In Utrecht wordt daarom ingezet op het versterken van weidevogelhabitat middels de subsidiëring van niet-productieve investeringen als plas-draspompen, grondbuizen, apparatuur voor de monitoring van weidevogels, maar ook predatie werende maatregelen. Dit soort niet-productieve investeringen zijn essentieel om kwalitatief goed agrarisch natuurbeheer te voeren. Provincie Utrecht ziet deze investeringen als een maatregel waarvan het effect ook direct te bewijzen valt. De complementariteit met die andere GLB-maatregelen, het ANLb, is ook duidelijk. Via het ANLb kan slechts beheer worden gesubsidieerd. De hierboven genoemde voorbeelden van niet-productieve investeringen zijn echter nodig om dit beheer te kunnen uitbreiden en optimaliseren. In het kader van de Vogel-Habitat Richtlijn (VHR)-opgaven wil Provincie Utrecht deze kans aangrijpen om zo een stap in de goede richting te doen. Hierbij moet worden opgemerkt dat niet-productieve investeringen niet per definitie onder de beheerkosten via het ANLb gaan vallen. Daarnaast kunnen de investeringen leiden tot een verandering op percelen. Deze veranderingen dienen in het perceelsregister verwerkt te worden, vanwege mogelijke gevolgen voor de steun die op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 ontvangen wordt. II.Artikelsgewijs Hierna volgt een nadere toelichting bij de artikelen uit paragraaf 3 van hoofdstuk 2 van de Verordening die van toepassing zijn op voorliggend openstellingsbesluit. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten De subsidie kan worden verstrekt voor niet productieve investe […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.