Uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Voor samenwerkingsverbanden (waaronder gemeenten, waterschappen, agrarische collectieven, natuur- en landschapsorganisaties) die integrale gebiedsplannen uitvoeren gericht op klimaat, milieu, biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw.
Ook bekend als GLB Uitvoering samenwerking integrale gebiedsontwikkeling, Samenwerking Integrale Gebiedsontwikkeling
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor de uitvoering van integrale gebiedsplannen gericht op klimaat, natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit in provincie Utrecht. Beschikbaar budget van €5.340.000 waarvan €1.700.000 uit EU-overhevelingsmiddelen, €1.565.000 uit ELFPO en €2.075.000 uit provinciale cofinanciering. Aanvragen kunnen worden ingediend van 19 februari 2025 tot 30 mei 2025.
Voor wie is het bedoeld?
Voor samenwerkingsverbanden (waaronder gemeenten, waterschappen, agrarische collectieven, natuur- en landschapsorganisaties) die integrale gebiedsplannen uitvoeren gericht op klimaat, milieu, biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil een integraal gebiedsplan uitvoeren gericht op klimaatmitigatie en -adaptatie
- Ik wil als samenwerkingsverband subsidie aanvragen voor natuurherstel en biodiversiteit
- Ik wil investeringen doen in duurzame landbouw en waterbeheer in mijn gebied
- Ik wil kennisoverdracht en innovatie in mijn regio stimuleren
Voorwaarden
- Aanvraag moet betrekking hebben op ten minste één van de drie Europese doelen: klimaat (SO4), natuurlijke hulpbronnen (SO5) of biodiversiteit (SO6)
- Integraal gebiedsplan moet minimaal één van de volgende activiteiten bevatten: productieve investeringen, niet-productieve investeringen landbouw, niet-productieve investeringen niet-landbouw, kennisoverdracht, ruilverkaveling, innovaties, of draagvlakontwikkeling
- Minimaal 75% van de subsidie moet naar investeringen gaan; maximaal 25% naar management/proces
- Aanvraag moet minimaal 33 punten behalen op selectiecriteria (ambitie, diversiteit partijen, draagvlak, effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid, urgentie)
- Alle voorgenomen activiteiten mogen niet leiden tot verslechtering van dierenwelzijn
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 5.340.000 waarvan:€ 1.700.000 uit EU-overhevelingsmiddelen;€ 1.565.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 2.075.000 uit de provinciale cofinancieringsmiddelen”
Toon brontekst
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 17 december 2024, nr. UTSP-4437239-4844 tot vaststelling van het GLB-openstellingsbesluit uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Utrecht 2025 Gedeputeerde Staten van Utrecht Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 6 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht; Besluiten: - vast te stellen het openstellingsbesluit Uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Utrecht 2025 als bedoeld in paragraaf 6 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Utrecht, verder te noemen de Verordening; - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 5.340.000 waarvan:€ 1.700.000 uit EU-overhevelingsmiddelen;€ 1.565.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 2.075.000 uit de provinciale cofinancieringsmiddelen. - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 19 februari 2025 09.00 uur tot en met 30 mei 2025 17.00 uur; - de volgende nadere regels vast te stellen: Artikel 1 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan, zoals bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid onder b van de Verordening. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvraag betrekking heeft op ten minste één van de volgende doelen: - bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen; - bevorderen van de duurzame ontwikkeling of het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen; - bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en de instandhouding van habitats en landschappen. Artikel 2 Integraal gebiedsplan Een integraal gebiedsplan zoals bedoeld in artikel 2.6.1 van de Verordening bestaat uit minimaal één van de volgende activiteiten: - productieve investeringen als bedoeld in artikel 2.2.2 van de Verordening; - niet productieve investeringen landbouw als bedoeld in artikel 2.3.1 van de Verordening; - niet productieve investeringen niet landbouw als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening; - bijeenkomsten voor kennisoverdracht als bedoeld in artikel 2.10.1, eerste lid, onder a van de Verordening; - voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling; - ontwikkelen of beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.5.2 van de Verordening dienend aan de doelen van het gebiedsplan, of - draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten. Artikel 3 Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b van de Verordening kan worden verstrekt aan de deelnemers van een samenwerkingsverband. Artikel 4 Samenwerkingsverband 1.. Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 2.6.4 van de Verordening bestaat een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3 tenminste uit drie landbouwers. 2.. Indien bijeenkomsten voor kennisoverdracht onderdeel uitmaken van het gebiedsplan, bestaat het samenwerkingsverband in aanvulling op het eerste lid ook uit tenminste één kennisaanbieder als bedoeld in artikel 2.10.2 van de Verordening. Artikel 5 Aanvraagvereisten Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 van de Verordening bevat een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b van de Verordening, een integraal gebiedsplan met: - een beschrijving van de afbakening, analyse en uitdagingen van het gebied; - een uitwerking van de beoogde activiteiten die in het gebied worden uitgevoerd en hoe die bijdragen aan de doelen klimaat, milieu en biodiversiteit (zoals bedoeld in artikel 1), de doelen zoals bedoeld in het beleid Utrechts Landelijk Gebied (ULG) en aan de in het plan beschreven uitdagingen in het gebied; - een beschrijving van de verschillende partijen die betrokken zijn bij het integrale gebiedsplan; - een beschrijving van de organisatiestructuur van het samenwerkingsverband; - een beschrijving van belanghebbenden en de relatie met de belanghebbenden bij het gebiedsplan; - een beschrijving van de wijze waarop monitoring en evaluatie over de voortgang van de uitvoering van het gebiedsplan plaatsvindt gedurende het project; - een beschrijving van de wijze waarop over de resultaten van het gebiedsplan wordt gerapporteerd. Artikel 6 Weigeringsgronden Onverminderd artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie voor de uitvoering van een gebiedsplan als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b van de Verordening, geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaande samenwerking, tenzij de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor de reeds bestaande samenwerking. Artikel 7 Berekening subsidiabele kosten 1.. Overeenkomstig artikel 2.6.7 van de Verordening worden subsidiabele kosten, als bedoeld in artikel 1.8 van de Verordening, berekend op basis van artikel 1.9a van de Verordening. 2.. De tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid onder b van de Verordening zijn niet van toepassing. Artikel 8 Niet subsidiabele kosten Overeenkomstig artikel 2.6.8 van de Verordening komen kosten van investeringen van € 2.000.000 of meer voor de aanleg of verbetering van infrastructuur, met uitzondering van investeringen in het watersysteem die als doel hebben de waterkwaliteit te verbeteren, niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 9 Hoogte subsidie 1.. Overeenkomstig artikel 2.6.9, tweede lid van de Verordening bedraagt de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b van de Verordening: - 40% van de kosten voor productieve investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2, onder a; - 100% van de kosten van niet productieve investeringen landbouw, niet gericht op het watersysteem, als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b; - 70% van de kosten voor niet productieve investeringen landbouw, gericht op het watersysteem, als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b; - 70% van de kosten voor niet productieve investeringen niet landbouw, die alleen bijdragen aan waterkwantiteit, als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c; - 100% van de kosten voor niet productieve investeringen niet landbouw, die niet alleen bijdragen aan waterkwantiteit, als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c; - 80% van de kosten voor kennisoverdrachtsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.6.2, onder d; - 100% van de kosten voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling als bedoeld in artikel 2.6.2, onder e; - 100% van de kosten voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.6.2, onder f; - 100% van de kosten voor draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.6.2 onder g. 2.. De subsidie voor de kosten, genoemd in het eerste lid, onder f tot en met i, bedraagt maximaal 25% van de totale verstrekte subsidie. 3.. Als de berekende subsidie lager is dan € 125.000 wordt deze niet verstrekt. Artikel 10 Selectiecriteria 1.. Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid onder b van de Verordening, in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria: Selectiecriterium | Wegings-factor | Te behalen punten | Maximum per criterium a | Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen | 2 | 0-5 | 10 b | Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen | 2 | 0-5 | 10 c | Draagvlak voor het gebiedsplan | 2 | 0-5 | 10 d | Effectiviteit van de activiteit | 2 | 0-5 | 10 e | Efficiëntie van uitvoering van de activiteit | 1 | 0-5 | 5 f | Haalbaarheid van de activiteit | 1 | 0-5 | 5 g | Mate van urgentie van de activiteit | 1 | 0-5 | 5 Maximumaantal te behalen punten | 55 2.. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 33 punten heeft behaald. Artikel 11 Verplichtingen In aanvulling op artikel 2.6.11 van de Verordening zijn de volgende verplichtingen van toepassing: - Activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, dienen uiterlijk 30 juni 2028 afgerond te zijn. - Overeenkomstig artikel 2.6.11 en in aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de opgedane kennis, ervaring en resultaten van het project gedurende de uitvoering van het project openbaar te maken via het Nationale en Europese EIP-netwerk als bedoeld in artikel 127 van verordening 2021/2115 en andere geëigende netwerken. Artikel 12 Voortgangsverslag, deelbetaling en inhoudelijk verslag Een voortgangsverslag, deelbetalingsverzoek of inhoudelijk verslag bevat, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18, 1.20 en 1.21 van de Verordening, een opgave van de gerealiseerde resultaten van de uitvoering van het gebiedsplan. Artikel 13 Subsidie-arrangement Op de subsidie zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing. Artikel 14 Voorschot en deelbetaling 1.. Ambtshalve wordt een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie verstrekt op basis van artikel 1.17 van de Verordening. 2.. Een verzoek tot deelbetaling kan maximaal een keer per jaar worden ingediend. 3.. Een verzoek tot deelbetaling bedraagt minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000. Artikel 15 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Artikel 16 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB Uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Utrecht 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 17 december 2024. Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen Toelichting bij GLB-openstellingsbesluit Uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Utrecht 2025 LEESWIJZERVoorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Utrecht.Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling – opengesteld. De artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag. I.ALGEMEEN Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling De bedoeling is dat agrariërs en andere gebiedspartners middels deze maatregel voor integrale gebiedsontwikkeling worden uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een integraal gebiedsplan uit te voeren, ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, milieu en biodiversiteit. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf door overheden regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het te versterken. Een samenwerkingsverband in een afgebakend gebied kan van deze provinciale GLB-maatregel gebruik maken. Met als partijen in elk geval landbouwers, maar voor de hand liggen voorts overheden als gemeen […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.