Gesloten

Samenwerken voor integrale gebiedsontwikkeling

Provincie Utrecht

Wat is de Samenwerken voor integrale gebiedsontwikkeling?

Samenwerking Integrale Gebiedsontwikkeling (SIG) Uitvoering is een subsidie van de provincie voor samenwerkingsverbanden die een al opgesteld integraal gebiedsplan gaan uitvoeren om uitdagingen in een gebied aan te pakken. De regeling vergoedt een deel van de kosten van uiteenlopende activiteiten, zoals investeringen op landbouw- en niet-landbouwbedrijven, kennisoverdracht, ruilverkaveling, innovatie en draagvlakontwikkeling, elk met een eigen vergoedingspercentage. De regeling wordt uitgevoerd in meerdere provincies, die elk eigen minimum- en maximumbedragen en deelnemerseisen hanteren.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerken voor integrale gebiedsontwikkeling?

Samenwerking Integrale Gebiedsontwikkeling (SIG) Uitvoering is voor samenwerkingsverbanden die samen een integraal gebiedsplan gaan uitvoeren om uitdagingen in een bepaald gebied aan te pakken. U kunt alleen subsidie krijgen als u al een samenwerkingsverband heeft gevormd en al een gebiedsplan heeft opgesteld, en alleen voor activiteiten die nieuw zijn voor uw samenwerkingsverband. Heeft u nog geen samenwerkingsverband of gebiedsplan, dan is Samenwerking Integrale Gebiedsontwikkeling (SIG) Voorbereiding de regeling om daarvoor subsidie aan te vragen.

Je bent een landbouwer of grondeigenaar of gemeente of natuurorganisatie of landschapsorganisatie
Je rechtsvorm is Overheid
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Provincie Utrecht.

Wie deelneemt aan het samenwerkingsverband verschilt per provincie:

  • Utrecht: minimaal 2 landbouwers.
  • Zuid-Holland: minimaal 3 deelnemers, waarvan ten minste 2 landbouwers en één kennisaanbieder. Activiteiten moeten worden uitgevoerd in de Zuid-Hollandse Delta (de eilanden Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard, IJsselmonde en Eiland van Dordrecht) en moeten aansluiten bij het provinciaal beleid (Omgevingsvisie Zuid-Holland, Uitvoeringsagenda Landbouw 2025-2030, Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied).
  • Noord-Holland, Overijssel en Zeeland: minimaal 2 deelnemers, waarvan ten minste één landbouwer en één andere deelnemer.

Is kennisoverdracht onderdeel van het gebiedsplan, dan moet er ook een kennisaanbieder deelnemen. Andere deelnemers kunnen zijn: grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en overige natuurlijke of rechtspersonen.

Waarvoor krijg je subsidie?

U krijgt subsidie voor de uitvoering van een integraal gebiedsplan. Dat plan bestaat uit minimaal een van deze activiteiten: - productieve investeringen - niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven - niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven - bijeenkomsten voor kennisoverdracht - voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling - ontwikkelen en uitproberen van innovaties - draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten in het gebied

Subsidiabele kostensoorten:

  • Arbeidskosten: loonkosten en eigen arbeid. Voor eigen arbeid (bijvoorbeeld door zzp'ers, eenmanszaken, maten of vennoten die zelf het werk doen) geldt een vast uurtarief van € 50 per uur. Alleen deelnemers van het samenwerkingsverband kunnen hiervoor subsidie krijgen. Kennisinstellingen kunnen ook de integrale kostensystematiek (IKS) gebruiken.
  • Overige kosten: kosten van derden, grondkosten, afschrijvingskosten en bijdragen in natura.
  • Niet-verrekenbare btw is subsidiabel.
  • Bijdrage in natura: inbreng van goederen en diensten waarvoor geen facturen of betaalbewijzen bestaan. Het verleende subsidiebedrag mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten minus de bijdrage in natura. Vrijwilligersuren zijn niet subsidiabel.
  • Grondkosten zijn subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten. Voor aankoop van land voor milieubehoud of behoud van koolstofrijke bodems geldt een uitzondering: tot maximaal 30% van de totale subsidiabele kosten.

De begroting moet voor minimaal 75% van de totale subsidie bestaan uit kosten voor productieve en niet-productieve investeringen, kennisoverdracht en innovatie (onderdelen a t/m f en h). Kosten voor ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling/samenwerkingsactiviteiten (onderdelen g en i) tellen samen voor maximaal 25% van de totale subsidie.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie is een percentage van de subsidiabele kosten, afhankelijk van het type activiteit: - 40% voor productieve investeringen op landbouwbedrijven - 100% voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven die niet gericht zijn op het watersysteem - 70% voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven die gericht zijn op het watersysteem - 70% voor niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven die alleen bijdragen aan waterkwantiteit - 100% voor niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven die niet alleen bijdragen aan waterkwantiteit - 80% voor kennisoverdrachtsactiviteiten - 100% voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling - 100% voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties (uitvoeringskosten). Investeringen in bedrijfsmiddelen binnen dit onderdeel worden voor 40% vergoed en begroot u onder productieve investeringen. - 100% voor draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten

Er geldt een minimum en maximum subsidiebedrag per provincie:

  • Noord-Holland: minimaal € 125.000 tot maximaal € 2.000.000
  • Overijssel: minimaal € 25.000 tot maximaal € 5.700.000
  • Utrecht: minimaal € 125.000 tot maximaal € 2.865.100
  • Zeeland: minimaal € 125.000 tot maximaal € 5.000.000
  • Zuid-Holland: minimaal € 200.000 tot maximaal € 600.000

Grondkosten zijn subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten (30% bij aankoop van land voor milieubehoud of koolstofrijke bodems). Voor eigen arbeid geldt een vast uurtarief van € 50 per uur. Het verleende subsidiebedrag mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten minus de bijdrage in natura.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoort
€ 240.000Maximaal
€ 600.000Maximaal
€ 2.000.000Maximaal
€ 2.865.100Maximaal
€ 5.000.000Maximaal
€ 5.700.000Maximaal
€ 25.000Minimaal
€ 125.000Minimaal
€ 200.000Minimaal

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202624 feb 202631 jul 2026€ 4,1 mln-
202519 feb 202530 mei 2025€ 5,3 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerken voor integrale gebiedsontwikkeling?

  • Voor voorbereiding: initiatiefnemer van samenwerkingsverband in oprichting
  • Voor uitvoering: penvoerder van samenwerkingsverband met minimaal twee landbouwers
  • Beoordeling door onafhankelijke adviescommissie op vastgestelde criteria
  • Gebiedsplan moet bijdragen aan doelen voor klimaat, milieu en biodiversiteit

Hoe vraag je de Samenwerken voor integrale gebiedsontwikkeling aan?

U vraagt de subsidie aan als samenwerkingsverband, nadat u al een gebiedsplan heeft opgesteld. De aanvraag wordt beoordeeld door een commissie die de aanvragen rangschikt; aanvragen met de meeste punten krijgen als eerste subsidie, dus dit is geen eenvoudige volgorde-van-binnenkomst maar een kwaliteitsbeoordeling.

Bij een betaalverzoek (deelbetaling of vaststelling) gebruikt u onder meer deze stukken:

  • Format begroting en betaalverzoeken: hierin geeft u aan welke kosten u declareert; dit stuurt u al mee bij de subsidieaanvraag en gebruikt u ook bij latere betaalverzoeken.
  • Format urenregistratie: verplicht als u subsidie heeft gekregen voor arbeidskosten. Dit format wordt ondertekend door zowel de persoon die de uren maakt (opsteller) als de leidinggevende of projectverantwoordelijke, en dit mogen niet dezelfde personen zijn. Ondertekening gebeurt binnen één maand na het maken van de uren. Gebruikt u de vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten, dan hoeft u geen uren bij te houden.
  • Format inhoudelijk en financieel eindverslag: voor de vaststelling (eindverantwoording).
  • Format voortgangsverslag: verplicht als uw project langer dan één jaar duurt. Voor aanvragers in Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland is één voortgangsverslag per jaar verplicht.

Overige bijlagen die soms nodig zijn bij een betaalverzoek: bewijsstukken voor gedeclareerde arbeidskosten (zoals loonstroken), facturen en betaalbewijzen voor kosten van derden, bewijsstukken van communicatie- en publicatieactiviteiten, bewijsstukken voor extra voorwaarden (zoals een vergunning) en aanbestedingsdocumenten.

Wilt u iets wijzigen in uw project, dan meldt u dit vooraf met het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies, gestuurd naar plattelandsinterventies@rvo.nl met het aanvraagnummer in het onderwerp. Een wijziging kan niet leiden tot een hogere subsidie, een niet-subsidiabele activiteit, minder punten dan het minimum voor subsidie, of een lagere plaats op de prioriteitenlijst dan waar het subsidieplafond is bereikt.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na een complete aanvraag ontvangt u de beslissing binnen 22 weken na de sluitingsdatum. Een commissie beoordeelt en rangschikt alle aanvragen; wie de meeste punten heeft, krijgt als eerste subsidie. U mag na het indienen van uw aanvraag al starten met de uitvoering, maar dat is op eigen risico zolang u de beslisbrief nog niet heeft.

Bij goedkeuring ontvangt u automatisch een voorschot van 50% van het subsidiebedrag (behalve bij een aanvraag in Overijssel: daar krijgt u geen voorschot).

Tijdens de uitvoering:

  • U houdt zich aan de voorwaarden in uw beslisbrief.
  • U kunt soms een deelbetaling (tussentijdse betaling) aanvragen voor gemaakte kosten. Een deelbetaling is minimaal 25% van het verleende subsidiebedrag of minstens € 50.000 aan subsidie. Deelbetalingen samen met het voorschot zijn nooit meer dan 90% van het verleende subsidiebedrag. Hoe vaak u een deelbetaling mag aanvragen, verschilt per provincie: maximaal 2 keer per jaar in Noord-Holland, onbeperkt in Overijssel en Zuid-Holland, en maximaal één keer per jaar in Utrecht en Zeeland.
  • Op een betaalverzoek reageert men binnen 13 weken.
  • U verantwoordt het subsidiebedrag op basis van werkelijke kosten.
  • Wijzigingen geeft u vooraf door; voert u een wijziging al door voordat deze is goedgekeurd, dan is dat op eigen risico.
  • Heeft u een vergunning nodig, dan toont u die uiterlijk bij het vaststellingsverzoek (in Overijssel al bij een deelbetalingsverzoek).

Na afronding van de activiteiten doet u een vaststellingsaanvraag met het Format inhoudelijk en financieel eindverslag. Hierbij declareert u overgebleven kosten en toont u aan dat de deelprestaties of resultaten zijn behaald en dat u aan de voorwaarden uit de beslisbrief voldoet. Op de vaststellingsaanvraag wordt binnen 13 weken gereageerd. Het definitieve subsidiebedrag kan lager worden vastgesteld als niet volledig aan de voorwaarden is voldaan. Is dat bedrag lager dan wat u al via voorschot en deelbetalingen heeft ontvangen, dan betaalt u het verschil terug; is het hoger, dan ontvangt u na de vaststellingsbrief het resterende bedrag.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling, waarvan er 3 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerken voor integrale gebiedsontwikkeling. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Utrecht; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.