Status onbekendGemeente · Subsidie
Gemeentelijke Subsidieverordening Stadsvernieuwing
Gemeente Haarlem
Voor eigenaren van beschermde monumenten en beeldbepalen panden die restauratie- en onderhoudswerk willen uitvoeren.
Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 6.810
per aanvraag
Percentage
65%
van de kosten
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke regeling voor geldelijke steun aan eigenaren van monumenten en beeldbepalen panden voor restauratie- en onderhoudswerk. Bijdrage bedraagt 35% van aanvaarde kosten (max. €6.810 per monument). Voor stadsvernieuwing geldt een subsidieplafond van €15.000 per zelfstandige woonruimte.
Voor wie is het bedoeld?
Voor eigenaren van beschermde monumenten en beeldbepalen panden die restauratie- en onderhoudswerk willen uitvoeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Restauratie van beschermd monument financieel ondersteunen
- Onderhoudswerk aan beeldbepalend pand subsidiëren
- Voorbereidingskosten voor monumentenrestauratie dekken
Voorwaarden
- Aanvang werkzaamheden moet tenminste twee weken van tevoren schriftelijk worden gemeld
- Werkzaamheden moeten aanvangen binnen 26 weken na verlening
- Werkzaamheden moeten binnen twee jaar na verlening zijn voltooid
- Eigenaar moet zich aansluiten bij organisatie die verval van monumenten voorkomt
- Monument moet worden onderhouden volgens goedgekeurd onderhoudsplan
- Monument mag niet zonder toestemming worden gesloopt of aan bestemming worden onttrokken
- Vereiste monumenten- en/of bouwvergunningen moeten onherroepelijk zijn verleend
Openstellingen en rondes
OpenstellingStatus onbekend
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
“De bijdrage ineens bedraagt 35% van de bij de vaststelling van de geldelijke steun door het college van burgemeester en wethouders aanvaarde kosten van de voorzieningen, waarbij voor deze voorzieningen een maximum wordt gehanteerd van € 6.810,--.”
Gemeentelijke subsidieverordening stadsvernieuwing
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijving Artikel 1.2 Volumebesluit Artikel 1.3 Werkingssfeer verordening Artikel 1.4 Budgetvaststelling Artikel 1.5 Toekenning geldelijke steun Artikel 1.6 Aanvullende bepalingen Hoofdstuk 2 Het treffen van voorzieningen aan gebouwen in particulier eigendom Hoofdstuk 3 Monumenten Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen Artikel 3.1 Begrippen Artikel 3.2 Grondslag en werkingssfeer Artikel 3.3 Budgetvaststelling en indieningsstop Artikel 3.4 Algemene afwijzingsgronden Artikel 3.5 Algemene aanvullende bepalingen Artikel 3.6 Indiening aanvraag om geldelijke steun Artikel 3.7 Procedure planbeoordeling Artikel 3.8 Algemene voorwaarden bij het verlenen van geldelijke steun Artikel 3.9 Onderhoudsbepalingen Artikel 3.10 Planwijziging Artikel 3.11 Gereedmelding en vaststelling geldelijke steun Artikel 3.12 Uitbetaling van de geldelijke steun Artikel 3.13 Tussentijdse vervreemding Artikel 3.14 Intrekking van geldelijke steun Paragraaf 3.2 Het treffen van voorzieningen ten behoeve van restauratie van door eigenaren bewoonde woningen alsmede particuliere huurwoningen Artikel 3.15 Grondslag en werkingssfeer Artikel 3.16 Hoogte van de geldelijke steun Paragraaf 3.3 Het treffen van voorzieningen ten behoeve van restauratie van niet-particuliere huurwoningen Artikel 3.17 Grondslag en werkingssfeer Artikel 3.18 Hoogte van de geldelijke steun Paragraaf 3.4 Het treffen van voorzieningen ten behoeve van restauratie van overige, van gemeentewege beschermde monumenten Artikel 3.19 Grondslag en werkingssfeer Artikel 3.20 Hoogte van de geldelijke steun Paragraaf 3.5 Het treffen van niet-ingrijpende voorzieningen ten behoeve van restauratie van monumenten Artikel 3.21 grondslag en werkingssfeer Artikel 3.22 Hoogte van de geldelijke steun Paragraaf 3.6 Voorbereidingskosten ten behoeve van het treffen van voorzieningen aan monumenten Artikel 3.23 Geldelijke steun voorbereidingskosten Hoofdstuk 4 Woningen boven winkels en andere bedrijfsruimten Artikel 4.1 Toepassingsbereik Artikel 4.2 Verlenen subsidie Artikel 4.3 Subsidieplafond Artikel 4.4 Subsidiestop Artikel 4.5 Uitvoeringsregels Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 5.1 Hardheidsclausule Artikel 5.2 Inwerkingtreding van de verordening Artikel 5.3 Citeertitel Toelichting op de artikelen Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR56099 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR56099/1 sluiten Gemeentelijke subsidieverordening stadsvernieuwing Geldend van 04-09-1997 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-09-1997 Intitulé Gemeentelijke Subsidieverordening Stadsvernieuwing Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder stads- en dorpsvernieuwing (verder te noemen stadsvernieuwing): de stelselmatige inspanning op zowel stedenbouwkundig als sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied. Artikel 1.2 Volumebesluit 1. De gemeenteraad neemt jaarlijks, tegelijk met de vaststelling van de begroting, een besluit waarin wordt aangegeven, tot welk maximumbedrag gelden voor de uitvoering van de onderscheiden hoofdstukken van deze verordening in het desbetreffende begrotingsjaar beschikbaar kunnen worden gesteld aan natuurlijke of rechtspersonen voor de verschillende sectoren van de samenleving. 2. De gemeenteraad is bevoegd, een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag, als bedoeld in lid 1, te verhogen. 3. De gemeenteraad is bevoegd, een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag te verlagen, wanneer, mede gelet op het totaal van de voor het desbetreffende jaar voor die bepaalde sector reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat voor die bepaalde sector van de samenleving aan het einde van het desbetreffende jaar gelden zullen resteren. 4. Op de ontwerp-besluiten die aan de in lid 1, 2 en 3 genoemde besluitvorming voorafgaan zijn de bepalingen van hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 1.3 Werkingssfeer verordening 1. De gemeenteraad kan, tegelijk met de vaststelling van de begroting, de werkingssfeer van een of meer hoofdstukken van deze verordening beperken. 2. Op het ontwerp-besluit dat aan de in het eerste lid bedoelde besluit vooraf gaat zijn de bepalingen van hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 1.4 Budgetvaststelling 1. In verband met het gestelde in artikel 1.3 stelt de gemeenteraad jaarlijks de (deel-)budgetten vast die op de diverse hoofdstukken van deze verordening van toepassing zijn. 2. De (deel-)budgetten worden bekendgemaakt in een of meer dag- of nieuwsbladen. 3. Op gelijke wijze wordt bekend gemaakt dat een of meerdere (deel-)budgetten is/zijn uitgeput. Artikel 1.5 Toekenning geldelijke steun 1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, in het belang van de stadsvernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening bijdragen toe te kennen. 2. Het college van burgemeester en wethouders houdt bij haar beslissing op grond van het eerste lid rekening met bijdragen die op grond van deze verordening of enige andere regeling zijn of kunnen worden toegekend. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan aan het toekennen van bijdragen nadere voorwaarden verbinden. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan slechts bijdragen toekennen voor zover de door de gemeenteraad conform artikel 3, lid 1 jo artikel 4, lid 1 vastgestelde (deel-)budgetten toereikend zijn. 5. Indien het vooruitzicht bestaat dat binnen een bepaald hoofdstuk een deelbudget niet of niet geheel zal worden besteed, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd dit deelbudget geheel of gedeeltelijk aan een ander deelbudget binnen hetzelfde hoofdstuk toe te voegen. Zij zal hiertoe pas overgaan nadat de betrokken commissie van advies en bijstand is gehoord. Artikel 1.6 Aanvullende bepalingen 1. In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders in het belang van de stadsvernieuwing hetzij in individuele gevallen hetzij, in meer algemene zin, bij wijze van experiment afwijken van de bepalingen van deze verordening. 2. Zij zullen hiertoe pas overgaan nadat de betrokken commissie van advies en bijstand is gehoord. Hoofdstuk 2 Het treffen van voorzieningen aan gebouwen in particulier eigendom Vervallen Hoofdstuk 3 Monumenten Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen Artikel 3.1 Begrippen 1. Dit hoofdstuk verstaat onder: a. monument: beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet danwel in de gemeentelijke of provinciale Monumentenverordening; b. beeldbepalend pand: pand dat als zodanig is aangemerkt op de historisch ruimtelijke waarderingskaart II van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van mei 1979 danwel op de historische kwaliteitskaart van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van april 1977; c. plan: de opsomming van de te treffen voorzieningen, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens; d. voorzieningen ten behoeve van restauratie: bouwkundige maatregelen die strekken tot de opheffing van technische gebreken alsmede tot behoud en herstel van monumentale waarde(n) van een monument of beeldbepalend pand; e. aanvaardbare kosten van de voorzieningen ter opheffing van technische gebreken: de door het college van burgemeester en wethouders op basis van artikel 3.5, eerste lid sub a, genormeerde, goedgekeurde en voor geldelijke steun in aanmerking komende kosten die worden gemaakt ter zake van: 1. de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden; 2. risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; 3. het architectenhonorarium; 4. de bouwkundige opname, voor zover niet begrepen in het architectenhonorarium; 5. de directievoering en het toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden voor zover niet begrepen in het architectenhonorarium; 6.de aansluiting op nutsvoorzieningen; 7. de aanvraag om monumenten- en/of bouwvergunning (leges) en het gebruik van gemeentegrond (precariorechten); 8. het renteverlies, voor zover dit rechtstreeks verband houdt met het treffen van de voorzieningen; 9. het onderzoek en de advisering op het gebied van constructies of op installatie-technisch of bouwfysisch gebied; 10. de administratie voor de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden; 11. het verkrijgen van een bouwtechnisch garantiecertificaat, welke kosten worden verminderd met eventueel verkregen of te verkrijgen geldelijke steun ten behoeve van het treffen van geluidwerende maatregelen; 12. de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting; 13. het opstellen van het schouwrapport; 14. het opstellen van het onderhoudsplan; 15. een reservering voor kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de onder 1 tot en met 14 genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren; f. aanvaardbare kosten van de voorzieningen ten behoeve van restauratie: de door het college van burgemeester en wethouders conform de richtlijnen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg goedgekeurde en voor geldelijke steun in aanmerking komende kosten die worden gemaakt terzake van het behoud en herstel van monumentale waarde(n); g. onderhoudsplan: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 15 jaar nodig worden geacht, om het kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, te handhaven; h. particuliere huurwoning: huurwoning, niet in eigendom zijnde van een toegelaten instelling als bedoeld in de Woningwet; i. niet-particuliere huurwoning: huurwoning, in eigendom zijnde van een toegelaten instelling als bedoeld in de Woningwet of daarmee gelijk te stellen instelling; j. verlenen van geldelijke steun: het besluit van het college van burgemeester en wethouders dat aan de eigenaar van een monument een opschortend voorwaardelijke aanspraak verschaft op een bijdrage in de kosten van de voorzieningen; k. vaststellen van geldelijke steun: het besluit van het college van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van de verleende geldelijke steun wordt vastgesteld; l. woningverbeteringscontract: overeenkomst tussen huurder en verhuurder waarin de afspraken zijn vastgelegd over de uitvoering van de werkzaamheden, de eventuele huurverhoging en mogelijke andere gevolgen van het treffen van de voorzieningen; m. schouwrapport: een rapport over de technische staat van het monument, met een overzicht van alle noodzakelijke ingrepen en een raming van de daarmee gepaard gaande kosten van het monument, opgesteld door een onafhankelijk bouwkundige aan de hand van een door het college van burgemeester en wethouders beschikbaargesteld model. 2. In dit hoofdstuk wordt mede verstaan onder: a. eigenaar: 1. de houder van een recht van opstal; 2. de erfpachter; 3. de houder van een appartementsrecht; 4. de toekomstig eigenaar, houder van een recht van opstal, erfpachter, houder van een appartementsrecht; b. woning: een woongebouw of een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte voor permanente bewoning wordt gebruikt of gebruikt gaat worden. Artikel 3.2 Grondslag en werkingssfeer 1. Op grond van dit hoofdstuk kan het college van burgemeester en wethouders geldelijke steun verlenen voo […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.