Status onbekendGemeente · Subsidie
Subsidieverordening restauratie en onderhoud gemeentelijk erfgoed 2024
Gemeente Haarlemmermeer
Eigenaren van gemeentelijke monumenten in Haarlemmermeer
Ook bekend als Subsidieverordening Gemeentelijk Erfgoed Haarlemmermeer 2024
Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 70k
per aanvraag
Percentage
50%
van de kosten
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor eigenaren van gemeentelijke monumenten in Haarlemmermeer voor restauratie, onderhoud en voorbereidende werkzaamheden. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met verschillende minimale en maximale bedragen per werksoort.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren van gemeentelijke monumenten in Haarlemmermeer
Eigenaar
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Restauratie van een gemeentelijk monument financieren
- Onderhoud van een gemeentelijk monument subsidiëren
- Voorbereidende werkzaamheden voor monumenten (onderzoeken, plannen) ondersteunen
- Herbestemming van een monument mogelijk maken
Voorwaarden
- Aanvrager moet eigenaar zijn van een gemeentelijk monument
- Restauratieproject moet minimaal €100.000 kosten
- Per monument maximaal één subsidie per kalenderjaar
- Bij monumentencomplex maximaal één subsidie per onderdeel per kalenderjaar, max. drie per eigenaar per jaar
- Werkzaamheden mogen niet zijn gestart voordat subsidie is verleend
- Inspectierapport bouwkundige staat niet ouder dan 12 maanden
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
U bent een eigenaar
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Haarlemmermeer.
Openstellingen en rondes
OpenstellingStatus onbekend
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
“Het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor een monumentenproject is € 70.000 per kalenderjaar.”
Subsidieverordening restauratie en onderhoud gemeentelijk erfgoed 2024 Gemeente Haarlemmermeer
Toon brontekst
Subsidieverordening restauratie en onderhoud gemeentelijk erfgoed 2024 Gemeente Haarlemmermeer De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 december 2023; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op artikel 4:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de volgende verordening: Subsidieverordening restauratie en onderhoud gemeentelijk erfgoed 2024 Gemeente Haarlemmermeer HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - Commissie Omgevingskwaliteit: onafhankelijke commissie die het college, gevraagd en ongevraagd, adviseert over omgevingskwaliteit (redelijke eisen van welstand en onderwerpen die het gemeentelijk erfgoed aangaan) zoals opgenomen in de Verordening fysiek domein gemeente Haarlemmermeer 2023 of de opvolgers daarvan; - eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar dan wel als erfpachter of opstalhouder van een monument is ingeschreven; - monument: monument door het college aangewezen als gemeentelijk monument als bedoeld in de Verordening fysiek domein gemeente Haarlemmermeer 2023 of de opvolgers daarvan; - monumentencomplex: een aantal losstaande gebouwen of onderdelen (zelfstandige bouwkundige eenheden) dat gezamenlijk als één monument is aangewezen; - monumentenproject: restauratieproject aan een monument waarvan de restauratiekosten minimaal € 100.000 bedragen; - onderhoud: normale onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; - restauratie: werkzaamheden gericht op het opheffen van bouwtechnische gebreken, die het onderhoud te boven gaan, en die noodzakelijk zijn voor het in stand houden of verbeteren van de cultuurhistorische waarde van het monument; - voorbereidende werkzaamheden: het opstellen van een restauratieplan, het opstellen van een onderhoudsplan, het verrichten van bouwhistorisch onderzoek, het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek naar herbestemming of een archeologisch onderzoek voor het in stand houden of verbeteren van de cultuurhistorische waarde van het monument. Artikel 2. Grondslag en werkingssfeer Op grond van deze verordening kan het college subsidie verlenen voor: restauratiewerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of voorbereidende werkzaamheden aan monumenten. Artikel 3. Maximum aantal aanvragen 1.. Een aanvraag voor subsidie kan slechts betrekking hebben op één type van de werkzaamheden genoemd in artikel 2. 2.. Per monument wordt maximaal één subsidie per kalenderjaar verleend. 3.. Bij een monumentencomplex wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid van dit artikel, maximaal één subsidie per onderdeel van het monumentencomplex per kalenderjaar verleend, waarbij per eigenaar maximaal drie subsidies worden verleend per kalenderjaar. Artikel 4. Verdeling van het subsidiebudget 1.. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. 2.. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast voor subsidies bedoeld in deze verordening. Artikel 5. Subsidiabele kosten 1.. De subsidie wordt berekend over de subsidiabele kosten van de werkzaamheden. Subsidiabele kosten zijn: - de aanneemsom, dan wel gespecificeerde bouwkostenbegroting van de aannemer of de onderaannemer; - de kosten van de architect en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is; - de leges voor de omgevingsvergunning en voor enige andere vergunning voor zover die noodzakelijk is voor de werkzaamheden; - de verschuldigde btw voor werkzaamheden, voor zover deze niet kan worden verrekend; - een en ander voor zover de werkzaamheden:strekken tot restauratie van het monument en zijn monumentale waarden;sober en doelmatig zijn;technisch noodzakelijk zijn;zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies;gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade; engericht zijn op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen. 2.. Indien de aanvrager zelf de werkzaamheden verricht zijn alleen materiaalkosten subsidiabel. 3.. Kosten die door derden worden vergoed of waarvoor op grond van enige andere regeling subsidie kan worden verkregen of reeds is verkregen zijn geen subsidiabele kosten. 4.. In geval van brandschade, inbraakschade of stormschade worden de kosten berekend aan de hand van de kosten van de werkzaamheden minus de uit te keren verzekeringspenningen. 5.. De subsidie wordt verleend aan de aanvrager van de subsidie voor het monument waar de werkzaamheden op zien. Artikel 6. Voorwaarden 1.. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarden dat: - de aanvang van de werkzaamheden ten minste twee weken van tevoren wordt gemeld bij het college; - de uitvoering van de werkzaamheden begint binnen 26 weken gerekend vanaf de datum van het besluit tot verlening van de subsidie; - de werkzaamheden binnen 12 maanden na het besluit tot subsidieverlening zijn voltooid, of, in het geval van een monumentenproject, de werkzaamheden binnen 24 maanden na het besluit tot subsidieverlening zijn voltooid; - het monument in een goede staat zal worden onderhouden gedurende een periode van 15 jaar na vaststelling van de subsidie; - aan de door het college met controle belaste personen inzage wordt verleend in de gegevens die betrekking hebben op de werkzaamheden; - indien noodzakelijk voor het subsidieproces, de subsidieontvanger toegang tot het perceel en het pand voor inspectie van de werkzaamheden verleent aan de door het college met controle belaste personen. 2.. Het college kan de relevante Uitvoeringsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit van toepassing verklaren. 3.. Het college kan bij de verlening bepalen dat: - het restauratie- of onderhoudswerk uitgevoerd wordt door een bedrijf dat door de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit is erkend; - het bouwhistorisch onderzoek wordt uitgevoerd door een bouwhistorisch onderzoeksbureau dat zich conformeert aan de laatst vastgestelde versie van de Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; of - aan het te verrichten bouwhistorisch onderzoek een plan van onderzoek ten grondslag ligt, goedgekeurd door het college. 4.. Het college kan in het belang van het monument aanvullende voorschriften verbinden aan het verlenen van de subsidie. Artikel 7. Hoogte van de restauratiesubsidie 1.. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten van de restauratiewerkzaamheden. 2.. Het minimaal te verlenen subsidiebedrag voor restauratiewerkzaamheden is € 1.250 per kalenderjaar. Het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor restauratiewerkzaamheden is € 12.500 per kalenderjaar. 3.. Een aanvraag voor een restauratiesubsidie waarbij de subsidiabele kosten in totaal minder dan € 2.500 bedragen wordt afgewezen. Artikel 8. Hoogte van de onderhoudssubsidie 1.. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten van het onderhoudswerkzaamheden. 2.. Het minimaal te verlenen subsidiebedrag voor onderhoudswerkzaamheden is € 500 per kalenderjaar. Het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor onderhoudswerkzaamheden is € 7.500 per kalenderjaar. 3.. Een aanvraag voor een onderhoudssubsidie waarbij de subsidiabele kosten in totaal minder dan € 1.000 bedragen wordt afgewezen. Artikel 9. Hoogte van subsidie voor voorbereidende werkzaamheden 1.. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten van de voorbereidende werkzaamheden. 2.. Het minimaal te verlenen subsidiebedrag voor voorbereidende werkzaamheden is € 250 per kalenderjaar. Het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor voorbereidende werkzaamheden is € 10.000 per kalenderjaar. 3.. Een aanvraag voor de subsidie voor voorbereidende werkzaamheden waarbij de subsidiabele kosten in totaal minder dan € 500 bedragen wordt afgewezen. Artikel 10. Hoogte van de subsidie voor monumentenprojecten 1.. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten voor een monumentenproject. 2.. Het minimaal te verlenen subsidiebedrag voor een monumentenproject is € 50.000 per kalenderjaar. Het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor een monumentenproject is € 70.000 per kalenderjaar. 3.. De subsidie voor een monumentenproject wordt voor maximaal twee opeenvolgende kalenderjaren per vijf jaar verleend per monument. 4.. Een aanvraag voor een monumentenprojectsubsidie waarbij de subsidiabele kosten in totaal minder dan € 100.000 bedragen wordt afgewezen. 5.. In afwijking van het derde lid kan een tweede keer binnen vijf jaar worden verleend indien: - de aanvrager aantoont dat een monument bouwkundig in zeer slechte staat is; of - de aanvrager aantoont dat de veiligheid in het geding is; en de Commissie Omgevingskwaliteit de noodzaak van het voorgenomen monumentenproject onderschrijft. HOOFDSTUK 2. AANVRAAG EN BESLUITVORMING Artikel 11. Aanvraag 1.. Bij de aanvraag worden de volgende stukken ingediend: - een door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier; - een ingevuld begrotingsformat; - een offerte van de aannemer of onderaannemer, met de kosten van de werkzaamheden; - een beschrijving van de werkzaamheden; - overzichtsfoto's en detailfoto's van zowel de onderdelen van het monument waar de werkzaamheden op zien als van het monument in zijn geheel; - in geval de aanvrager niet tevens de eigenaar is, een machtiging van de eigenaar; - indien de aanvrager een rechtspersoon is: de statuten. 2.. Het college kan bepalen dat ook andere stukken worden ingediend, voor zover deze van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 3.. Voordat het college over de aanvraag een besluit neemt, kan het college advies vragen aan de Commissie Omgevingskwaliteit. Artikel 12. Aanvullende in te dienen documenten monumentenprojectsubsidie 1.. Bij de aanvraag van een monumentenprojectsubsidie worden, naast het bepaalde in artikel 11, de volgende stukken ingediend: - een restauratieplan, bestaande uit:een opgave van de looptijd van het project;een beschrijving van de technische staat van het monument, waarin de gebreken van het monument nauwkeurig zijn vermeld;tekeningen van de bestaande toestand van het monument en tekeningen waarop de voorgenomen restauratiewerkzaamheden of wijzigingen van het monument zijn aangegeven;een bestek of werkomschrijving van de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden, de daarbij toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede de wijze van uitvoering of verwerking daarvan; - indien beschikbaar, rapporten over bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten van het monument; - een inspectierapport over de bouwkundige staat van het monument dat niet ouder is dan 12 maanden op het moment van indiening van de subsidieaanvraag. 2.. Bij herbestemming van het monument wordt in aanvulling op het eerste lid bij de aanvraag van een monumentenprojectsubsidie een bouwhistorische verkenning ingediend. 3.. Het college kan als voorwaarde aan het verlenen van de subsidie verbinden dat het werk wordt aanbesteed overeenkomstig het gemeentelijk aanbestedingsbeleid. Artikel 13. Beslistermijn Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag. Artikel 14. Aanvraag tot subsidievaststelling 1.. De aanvrager dient uiterlijk binnen dertien weken nadat de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend zijn afgerond een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 2.. De aanvrager levert de volgende informatie aan: - een verslag van het totaal aan werkzaamheden en een overzicht van de kosten met alle facturen inclusief de facturen en betalingsbewijzen van door aannemer of onderaannemer uitgevoerd werk. - indien van toepassing, een overzicht van het uitgevoerde meer- en minderwerk. 3.. Het college kan in aanvulling op het tweede lid andere informatie eisen voor zover deze van belang is voor de beoordeling van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Artikel 15. Aanvullende voorwaarden monumentenprojec […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.