Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland
Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Provincie Zeeland
Wat is de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland?
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan (NSP) 2023-2027 in Zeeland is de Europese en provinciale subsidieregeling voor plattelandsontwikkeling in Zeeland, gefinancierd vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en de Provincie Zeeland. De regeling omvat meerdere afzonderlijke onderdelen (interventies), zoals productieve en niet-productieve investeringen, samenwerking voor innovatie (EIP), integrale gebiedsontwikkeling, LEADER en kennis en informatie, elk met eigen doelgroepen, kosten en subsidiepercentages. Provincie Zeeland stelt per onderdeel afzonderlijke openstellingsbesluiten vast met de concrete voorwaarden, plafonds en aanvraagperiodes.
Wie komt in aanmerking voor de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland?
De regeling kent meerdere onderdelen (interventies), elk met een eigen doelgroep:
- Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering en Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn: landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers. Voor jonge landbouwers geldt een aparte definitie: jonger dan 40 jaar op 31 december van het jaar van aanvraag, bedrijfshoofd (natuurlijk persoon die het bedrijf in eigen naam uitoefent, mede belast met de dagelijkse bedrijfsvoering en met langdurige blokkerende zeggenschap), met een landbouwdiploma of aantoonbare vakbekwaamheid.
- Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven: een agrarisch collectief (vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van landbouwers en andere grondgebruikers), een landbouwer, een landbouworganisatie, een organisatie voor landschapsbeheer, of een samenwerkingsverband van landbouwers.
- Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven: natuurlijke en rechtspersonen of samenwerkingsverbanden daarvan.
- Samenwerking voor innovatie (EIP): deelnemers van een samenwerkingsverband van minimaal twee partijen waarvan minimaal één landbouwer.
- Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling: de initiatiefnemer van een samenwerkingsverband in oprichting (voor de voorbereidingsfase), of de deelnemers van een samenwerkingsverband van minimaal twee actoren waarvan minimaal één actieve landbouwer (voor de uitvoeringsfase).
- LEADER uitvoering projecten: natuurlijke personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden daarvan, voor projecten die passen binnen een goedgekeurde lokale ontwikkelingsstrategie (LOS) en zijn geselecteerd door de lokale actiegroep (LAG).
- LEADER beheer, monitoring en evaluatie: een lokale actiegroep (LAG), rechtspersonen of ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.
- Kennis en informatie: een kennisaanbieder of samenwerkingsverband van kennisaanbieders (voor trainingen en demonstratieactiviteiten aan groepen landbouwers), of een landbouwer of samenwerkingsverband van landbouwers (voor een demonstratieproject op het eigen bedrijf).
Activiteiten moeten overwegend plaatsvinden in provincie Zeeland, tenzij ze aantoonbaar ten goede komen aan inwoners van Zeeland of het belang van de provincie dienen.
Waarvoor krijg je subsidie?
Welke kosten subsidiabel zijn, verschilt per onderdeel van de regeling. Algemeen komen de volgende kostensoorten in aanmerking, voor zover direct verbonden met de subsidiabele activiteit:
- loonkosten, inclusief overheadkosten;
- kosten van eigen arbeid door de subsidieontvanger, inclusief overheadkosten;
- bijdragen in natura (op geld te waarderen inbreng van producten of diensten zonder bonnen of betaalbewijzen);
- afschrijvingskosten;
- overige kosten op basis van een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht.
Loonkosten en eigen arbeid kunnen op drie manieren worden berekend:
- op basis van werkelijke uren: € 50 per uur voor eigen arbeid, of een individueel uurtarief (bruto jaarloon plus 44,2% werkgeverslasten, gedeeld door 1.720 uur) plus 15% overheadopslag voor loonkosten; of vaste tarieven van € 44 per uur (projectmedewerker), € 50 per uur (landbouwer), € 78 per uur (adviseur) en € 88 per uur (projectleider/expert);
- met de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten: de arbeidskosten worden berekend als 0,23 keer de overige subsidiabele kosten;
- met de vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten: overige kosten worden berekend als 40% van de arbeidskosten, of via 'all-in' uurtarieven van € 54 (projectmedewerker), € 60 (landbouwer), € 95 (adviseur) en € 107 (projectleider/expert).
Per interventie kunnen alleen bepaalde kostensoorten subsidiabel zijn; bij de meeste investeringsinterventies komen bijvoorbeeld standaard alleen kosten op basis van factuur in aanmerking, tenzij het openstellingsbesluit ook loonkosten en eigen arbeid subsidiabel stelt.
Niet subsidiabel zijn onder meer: kosten die niet rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen, rente en bankkosten, kosten van gerechtelijke procedures, boetes, fooien en geschenken, voorbereidingskosten, vervangingsinvesteringen, leges (tenzij expliciet subsidiabel gesteld), verrekenbare BTW, winstopslagen binnen een groep, kosten die deelnemers van een samenwerkingsverband elkaar in rekening brengen, aankoop van landbouwproductierechten of betalingsrechten, aankoop van dieren, aankoop van zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen (met specifieke uitzonderingen), aankoop van grond boven 10% van de subsidiabele kosten (30% bij milieubehoud), grootschalige infrastructuur buiten LEADER-strategieën, bebossing die niet aan duurzaamheidsprincipes voldoet, en investeringen om te voldoen aan een wettelijke verplichting of met een negatief milieueffect.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van de subsidie verschilt per onderdeel (interventie):
- Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering: 40% van de subsidiabele kosten, en 55% van de subsidiabele kosten als de subsidie aan een jonge landbouwer wordt verstrekt (als daarvoor een apart plafond is vastgesteld).
- Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn: 40% van de subsidiabele kosten (55% voor jonge landbouwers); voor investeringen in agroforestry of waterbeheervoorzieningen tegen erfspoeling kan dit 70% (of 80% voor jonge landbouwers) bedragen als het openstellingsbesluit dat bepaalt.
- Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven: 100% van de subsidiabele kosten, met uitzondering van investeringen in het watersysteem: 70% van de subsidiabele kosten.
- Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven: 100% van de subsidiabele kosten, met uitzondering van investeringen gericht op waterkwantiteit: 70% van de subsidiabele kosten.
- Samenwerking voor innovatie (EIP): minimaal € 25.000 en maximaal € 500.000 per aanvraag; 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen, 100% van de overige subsidiabele kosten.
- Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling: 100% van de subsidiabele kosten voor de voorbereidingsfase; voor de uitvoeringsfase variërend van 40% tot 100% van de kosten per type maatregel (bijvoorbeeld 40% voor investeringen groen-blauw, 70% voor investeringen gericht op het watersysteem of waterkwantiteit, 80% voor kennisoverdracht, 100% voor onder meer ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling). De kosten voor ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling samen bedragen maximaal 25% van de totale subsidie.
- LEADER uitvoering projecten: de hoogte wordt gebaseerd op de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde lokale ontwikkelingsstrategie (LOS), met inachtneming van eventuele staatssteunbepalingen.
- LEADER beheer, monitoring en evaluatie: maximaal 25% van de totale overheidsbijdrage aan de goedgekeurde LOS.
- Kennis en informatie: 80% van de subsidiabele kosten voor trainingen, workshops en demonstratieactiviteiten aan groepen landbouwers; 100% van de subsidiabele kosten voor een demonstratieproject door een landbouwer op het eigen bedrijf.
Subsidies worden verstrekt via drie arrangementen: tot € 25.000 (vast bedrag), € 25.000 tot € 125.000 (vast bedrag of vast bedrag per prestatie-eenheid), en € 125.000 of meer (op basis van werkelijke kosten). Genoemde subsidiepercentages zijn inclusief nationale overheidsfinanciering, tenzij het openstellingsbesluit anders bepaalt.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2025-2027 | 18 nov 2025 | 15 dec 2027 | - | - |
| LEADER-samenwerking | 18 nov 2025 | 15 dec 2027 | - | - |
| 2025-erfemissie | 3 dec 2025 | 25 feb 2026 | - | - |
| 2025 | 3 dec 2025 | 25 feb 2026 | - | - |
| 2026 | 24 feb 2026 | - | - | - |
| 2026 | 2 dec 2026 | - | - | - |
| 2026-waterbassins | 2 dec 2026 | - | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland?
Enkele algemene eisen die een aanvraag maken of breken:
- Er mag nog niet gestart zijn met de uitvoering van de activiteiten voordat de aanvraag is ingediend; is dat wel het geval, dan wordt de aanvraag afgewezen (uitzondering: LEADER beheer, monitoring en evaluatie).
- Voor dezelfde activiteiten mag niet al subsidie zijn aangevraagd in dezelfde aanvraagperiode, en niet al subsidie zijn verstrekt tot het toegestane maximum.
- De activiteiten moeten overwegend in Zeeland plaatsvinden of aantoonbaar ten goede komen aan Zeeland.
- Bij samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid: minimaal twee deelnemers (natuurlijke of rechtspersonen, elk met een andere eigenaar), die voldoen aan de geldende concurrentieregels.
- Bij nationale cofinanciering die niet (volledig) beschikbaar is gesteld door de provincie, moet de aanvraag zijn voorzien van een bijdrageverklaring of subsidiebeschikking voor de resterende nationale financiering.
Bij verdeling op basis van selectiecriteria geldt per interventie een eigen set criteria (bijvoorbeeld effectiviteit, haalbaarheid, innovatie, efficiëntie, of bij gebiedsontwikkeling ook ambitie, draagvlak en urgentie). Per criterium zijn 0 tot 5 punten te behalen, met een wegingsfactor van 1, 2, 3 of 4 die per openstelling wordt vastgesteld. Een aanvraag wordt niet gehonoreerd bij minder dan 60% van het totaal te behalen punten, tenzij het openstellingsbesluit een hoger percentage bepaalt.
Voor investeringsinterventies geldt: landbouwers met een biologische bedrijfsvoering of die omschakelen naar biologische landbouw krijgen bij rangschikking op punten ten minste één extra punt, tenzij dit conflicteert met de doelen van de openstelling.
Voor de EIP-interventie en de voorbereidingsfase van gebiedsontwikkeling geldt: subsidie wordt geweigerd als de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit nieuw is voor dat samenwerkingsverband (bij EIP en de uitvoeringsfase van gebiedsontwikkeling) of altijd geweigerd wordt bij een bestaand samenwerkingsverband (bij de voorbereidingsfase van gebiedsontwikkeling).
Voor kennisoverdrachtsactiviteiten aan groepen landbouwers moet de aanvrager aantoonbaar beschikken over voldoende gekwalificeerde en regelmatig getrainde projectuitvoerders en over de middelen om de activiteit succesvol uit te voeren.
Hoe vraag je de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland aan?
Een aanvraag wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van de meest recente versie van het door Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Voor ondernemingen moet de aanvraag het btw- of fiscaal identificatienummer van de aanvrager (en bij een samenwerkingsverband van iedere deelnemer) bevatten.
Verplichte bijlagen zijn in ieder geval:
- een begroting van de kosten (tenzij het openstellingsbesluit anders bepaalt);
- een toelichting op de begroting;
- een financieringsplan;
- de doelstellingen van het project;
- een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere partijen zijn aangevraagd.
Voor sommige interventies (subsidiearrangementen 2 en 3) is daarnaast een projectplan verplicht met een probleemanalyse, beschrijving van de uitvoering, doelstellingen, verwachte resultaten, realisatietermijn en de wijze van toetsing van de resultaten. Duurt het project langer dan één jaar, dan is ook een meerjarenbegroting met declaratieplanning per jaar en een fasenoverzicht verplicht.
Vraagt een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid subsidie aan, dan bevat de aanvraag ook een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin de penvoerder is aangewezen (die de aanvraag indient en de betaling ontvangt) en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de deelnemers.
Bij een biologische bedrijfsvoering of omschakeling daarnaar (bij investeringsinterventies) moet een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk worden overgelegd, of bij omschakeling het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie. Bij aanvragen door een agrarisch collectief, landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer zijn de statuten van de aanvrager verplicht.
Gedeputeerde Staten verdelen het beschikbare budget per openstelling op één van drie manieren: op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, op volgorde van rangschikking op basis van selectiecriteria, of op volgorde van rangschikking op basis van een investeringslijst. Bij verdeling op volgorde van binnenkomst geldt bij een dreigende overschrijding van het budget op één dag loting via een notaris. Bij verdeling op punten geldt hetzelfde bij een gelijke score. Voor LEADER-projecten vindt selectie plaats door de lokale actiegroep (LAG) op basis van de selectiecriteria in de goedgekeurde LOS.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Gedeputeerde Staten beslissen binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen een aanvraag ontvangen moet zijn. Gedeputeerde Staten kunnen aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen voorleggen aan een adviescommissie.
Bevoorschotting en betaling: Gedeputeerde Staten verstrekken in beginsel ambtshalve een voorschot van ten hoogste 50% van de verleende subsidie, tenzij het openstellingsbesluit anders bepaalt (voor Kennis en informatie-activiteiten aan groepen landbouwers wordt geen voorschot verstrekt). Bij subsidies van € 25.000 of meer kunnen op aanvraag deelbetalingen worden verstrekt: voor subsidies van € 25.000 tot € 125.000 op basis van gerealiseerde activiteiten, voor € 125.000 en meer op basis van gemaakte kosten en betalingen. Voorschot en deelbetalingen samen bedragen niet meer dan 90% van de verleende subsidie. Op een aanvraag tot deelbetaling wordt binnen 13 weken beslist.
Vaststelling verschilt per arrangement:
- Tot € 25.000: ambtshalve vastgesteld door Gedeputeerde Staten, binnen 13 weken na de uiterste datum waarop de activiteiten verricht moeten zijn.
- € 25.000 tot € 125.000: de ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de projectperiode een aanvraag tot vaststelling in met een inhoudelijk verslag; vaststelling volgt binnen 13 weken na ontvangst.
- € 125.000 en hoger: de ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de projectperiode een aanvraag tot vaststelling in met een inhoudelijk en financieel verslag (met eventueel een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant) en een schriftelijke verantwoording van de gebruikte uren; vaststelling volgt binnen 22 weken na ontvangst.
Verplichtingen tijdens de looptijd: bij subsidies van € 25.000 of meer met een looptijd langer dan twaalf maanden moet een voortgangsverslag worden overgelegd over de uitgevoerde activiteiten, afwijkingen, planning en financiële voortgang. De ontvanger moet onverwijld melden als activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, en bij (dreigend) faillissement, surseance of schuldsanering. Bij investeringen in infrastructuur of productieve investeringen geldt een instandhoudingsverplichting van vijf jaar na vaststelling (drie jaar voor mkb-investeringen of banen gecreëerd door een mkb-onderneming). De administratie moet minimaal vijf jaar na vaststelling worden bewaard (bij een gerechtelijke procedure: tien jaar na afhandeling daarvan).
Vraag het dossier
Stel een vraag over Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeelandzeeland.nl · gecontroleerd 12 okt 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Provincie Zeeland; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.