Innovatieve projecten in de aquacultuur

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (via RVO)

Wat is de Innovatieve projecten in de aquacultuur?

Innovatieve projecten in de aquacultuur is een subsidie van RVO voor ondernemers en organisaties die aquacultuurproducten produceren en een innovatief project willen uitvoeren. De subsidie is bedoeld voor technische en marktinnovaties die de sector duurzamer maken, zoals nieuwe kweekmethoden of de teelt van soorten voor specifieke markten. De regeling wordt gefinancierd vanuit het European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF) en de Nederlandse overheid.

Wie komt in aanmerking voor de Innovatieve projecten in de aquacultuur?

De subsidie is bedoeld voor partijen die aquacultuurproducten produceren en willen innoveren. U komt in aanmerking als u:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of vereniging of coöperatie of stichting of kennisinstelling
Je sector valt onder SBI 03.21
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (via RVO).
  • een onderneming, vereniging, coöperatie, stichting of kennisinstelling heeft, of
  • het project uitvoert in een samenwerkingsverband met minimaal 2 van deze organisaties.

Privaatrechtelijke rechtspersonen die zijn opgericht door provincies, gemeenten of waterschappen kunnen geen subsidie krijgen.

Daarnaast gelden inhoudelijke eisen aan het project zelf: het gaat over de kweek of teelt van aquacultuurproducten die geschikt zijn voor menselijke consumptie, of het draagt daar indirect aan bij (bijvoorbeeld kweek van producten voor visvoer dat weer gebruikt wordt voor producten voor menselijke consumptie). Een project met de kweek van genetisch gemodificeerde organismen komt niet in aanmerking.

Waarvoor krijg je subsidie?

U krijgt subsidie voor een innovatief project in de aquacultuur. Het project moet:

  • vernieuwend en innovatief zijn en perspectief bieden voor de markt;
  • zorgen voor efficiëntere productie en de gezondheid en het welzijn van dieren verbeteren;
  • gebruikmaken van nieuwe technieken en methoden die minder schadelijk zijn voor het milieu.

Er is een verplichting om een kennisinstelling bij het project te betrekken, die bijvoorbeeld het projectplan bekijkt en de resultaten controleert. Is de kennisinstelling al deelnemer in het samenwerkingsverband, dan hoeft u geen aparte kennisinstelling te vragen.

Voor de subsidiabele kosten gelden verschillende kostencategorieën, waaronder kosten van derden (aanbesteed en niet-aanbesteed), afschrijvingen, bijdragen in natura (roerende goederen), btw die niet kan worden verrekend, reiskosten, loonkosten (uurtarief, maandtarief of via een integrale kostensystematiek), eigen arbeid en vrijwilligerswerk, en communicatiekosten zoals een duurzaam bord of poster. Voor kostenposten met een vast tarief per eenheid (zoals reiskosten) geldt een vast tarief per eenheid volgens de vastgestelde rekenregels.

Met deze subsidie krijgt u geen vergunning of andere vorm van toestemming die u voor het project nodig heeft; die regelt u zelf.

Hoeveel subsidie krijg je?

U krijgt 75% van de subsidiabele kosten als subsidie, met een maximum van € 500.000 per project. Om subsidie te krijgen, moet u minimaal € 150.000 aan subsidiabele kosten hebben.

Het totale budget voor deze subsidie is € 3.300.000. Hiervan komt 70% uit het European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF); de Nederlandse overheid betaalt de rest.

Na de beslissing op uw aanvraag kunt u een deelbetaling aanvragen voor kosten die u al heeft gemaakt en betaald. U krijgt hierbij maximaal 90% van het subsidiebedrag als deelbetaling.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoort
€ 500.000 per projectMaximaal
€ 500.000Maximaal
€ 150.000Minimaal
€ 3.300.000Subsidieplafond

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202631 jul 202629 okt 2026€ 3,3 mln-
Openstelling-29 okt 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Innovatieve projecten in de aquacultuur?

Naast de doelgroep- en projecteisen gelden voorwaarden over samenwerking, termijnen en de rangschikking van aanvragen.

Samenwerking:

  • Een samenwerkingsverband moet minimaal 2 organisaties omvatten (onderneming, vereniging, coöperatie, stichting of kennisinstelling).
  • Bij een samenwerkingsverband wijzen de deelnemers samen een penvoerder aan, die alle zaken met RVO regelt.
  • De penvoerder verklaart dat het project niet gaat over de kweek van genetisch gemodificeerde organismen.

Termijnen:

  • U begint pas met het project na uw aanvraag; u mag geen financiële verplichtingen aangaan die u niet meer kunt terugdraaien, maar wel een voorlopige overeenkomst sluiten.
  • U begint uiterlijk binnen 12 maanden na de beslisbrief.
  • Uw project is klaar binnen 2 jaar na de beslisbrief.
  • Kunt u door het ontbreken van vergunningen niet op tijd beginnen of afronden, en komt dit niet door uzelf? Dan kunt u hiervoor een ontheffing krijgen; u neemt hierover contact op met RVO.

Rangschikking en beoordelingscriteria: aanvragen worden door een adviescommissie (adviescommissie EMFAF) gerangschikt op basis van criteria, elk gescoord van 1 tot en met 10. De weging is:

  • innovatief karakter van het project: 20%
  • economisch en technisch perspectief voor gebruik in de praktijk: 15%
  • economische en technische haalbaarheid: 15%
  • bijdrage aan een duurzamere aquacultuur (minder afval, beter dierenwelzijn, efficiënter grondstof- en energieverbruik, rekening houden met natuurlijke leefomgeving en ecosystemen): 35%
  • kwaliteit van de aanvraag: 15%

Voor het criterium innovatief karakter, het criterium praktijkperspectief en het criterium duurzaamheid geldt: u moet per criterium minimaal 6 punten scoren, anders krijgt u geen subsidie. Aanvragen worden op volgorde van deze rangschikking beoordeeld en subsidie wordt in die volgorde verleend.

Hoe vraag je de Innovatieve projecten in de aquacultuur aan?

U vraagt de subsidie aan via Mijn RVO, met eHerkenning (minimaal niveau 3 met machtiging RVO diensten op niveau eH3) als organisatie, of met DigiD als eenmanszaak. Bij een samenwerkingsverband heeft elke deelnemer eHerkenning nodig om zich bij RVO te registreren en een rekeningnummer toe te voegen; de deelnemers wijzen samen een penvoerder aan en de hoofdaanvrager machtigt de penvoerder via Mijn RVO. U kunt ook iemand anders, bijvoorbeeld een accountant of adviseur, machtigen om de subsidie voor u aan te vragen.

Bij uw aanvraag stuurt u de volgende bijlagen mee:

  • een projectplan (verplicht format), ondertekend door de aanvrager of, bij een samenwerkingsverband, door alle deelnemers en de penvoerder (en door de kennisinstelling als die geen deelnemer is);
  • een begroting (verplicht format);
  • een communicatieplan (verplicht format);
  • een milieubeoordeling, vergunningen en toestemmingen;
  • bewijsstukken van de hoogte van de kosten, zoals offertes;
  • bewijsstukken van financiering, zoals een jaarrekening;
  • een kopie van de statuten van de organisatie (als een vereniging, coöperatie, stichting of kennisinstelling aan het project werkt);
  • een mkb-toets met jaarrekeningen ter onderbouwing;
  • bewijsstukken van eigen arbeid, medewerkers en vrijwilligerswerk;
  • een ontvangstbevestiging van de melding bij de ILT, als dit voor uw project nodig is.

U kunt uw aanvraag na de sluitingsdatum niet meer inhoudelijk aanvullen; zonder alle verplichte bijlagen kan RVO uw aanvraag niet beoordelen. Voorafgaand aan de aanvraag kunt u uw projectidee voorleggen aan experts van RVO via een formulier, die beoordelen of het idee past bij de voorwaarden; inhoudelijke vragen over het projectidee zelf worden niet beantwoord.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na de aanvraagperiode rangschikt de adviescommissie EMFAF alle aanvragen op basis van de beoordelingscriteria. U krijgt de beslissing binnen 22 weken na de sluiting van de aanvraagperiode; in de beslisbrief staat het maximale subsidiebedrag dat u kunt ontvangen.

Tijdens de looptijd gelden verplichtingen, onder meer op het gebied van communicatie over de Europese steun, projectadministratie en het doorgeven van wijzigingen. Wijzigingen in het project of de planning geeft u zo snel mogelijk door; bij twijfel of iets een meldingsplichtige wijziging is, neemt u contact op met RVO. Ook wijzigingen van de penvoerder of deelnemers geeft u door.

Na de beslissing kunt u een deelbetaling aanvragen voor kosten die u al heeft gemaakt en betaald, tot maximaal 90% van het subsidiebedrag. Hierbij stuurt u een tussenrapport (format), een betalingsoverzicht (format), bewijsstukken van communicatie en bewijsstukken van kosten (zoals een urenregistratie en reiskostenregistratie) mee.

Is uw project afgerond en heeft u alles betaald, dan vraagt u binnen 13 weken na de einddatum van het project (te vinden in de beslisbrief) de vaststelling van de subsidie aan. Hierbij stuurt u een eindverslag (format), een verantwoordingsoverzicht (format), bewijsstukken van communicatie en kosten, vergunningen en toestemmingen, en een verklaring van de kennisinstelling over haar rol in het project mee. Gebruikt een kennisinstelling een integrale kostensystematiek (IKS), dan stuurt u altijd een accountantsverklaring mee; voor de kosten van het opstellen daarvan krijgt u geen subsidie.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 8 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Innovatieve projecten in de aquacultuur. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (via RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.