Veelgestelde vragen over Investeren in Toekomstbestendige Industrie

Antwoorden op de vragen die het loket zelf over Investeren in Toekomstbestendige Industrie beantwoordt.

Voor wie is de subsidie Investeren in Toekomstbestendige Industrie bedoeld?

De subsidie is voor industriële bedrijven in de provincie Groningen, of bedrijven die zich daar willen vestigen. Energieproducenten zijn uitgesloten van deze subsidie.

Waarvoor kun je deze subsidie precies gebruiken?

Je kunt de subsidie gebruiken voor investeringen in bedrijfsmiddelen en bijbehorende bedrijfsgebouwen bij het vestigen van een industriële onderneming, bij uitbreiding van activiteiten van een industriële onderneming, en bij ombouw van bestaande installaties bij een industriële onderneming.

Hoeveel subsidie kan ik maximaal krijgen?

De maximale subsidie per project is €3.000.000. Het subsidiepercentage is maximaal 20% van het investeringsbedrag voor mkb-ondernemingen en maximaal 10% voor grote ondernemingen.

Op welke thema's moeten de investeringen gericht zijn?

De investeringen moeten gericht zijn op de productie en toepassing van CO2-vrije waterstof, het inzetten van biotische grondstoffen voor nieuwe grondstoffen of hoogwaardige hernieuwbare brandstoffen, hoogwaardige toepassing van hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, en/of reductie van CO2 door elektrificatie van processen in de bestaande industrie.

Is er een minimum aan subsidiabele kosten verbonden aan de aanvraag?

Ja. Voor ondernemingen op de Zernike-campus bedragen de subsidiabele kosten minstens €1.000.000. In het overige werkingsgebied bedragen de subsidiabele kosten minstens €5.000.000.

Kan ik deze subsidie nog aanvragen?

Nee, de status van deze regeling is 'Aanvragen niet meer mogelijk'.

Welke documenten heb ik nodig om de aanvraag in te dienen?

Je hebt onder andere nodig: het ondertekeningsformulier, een ondernemingsprofiel of brochure, de meest recente jaarrekening, de juridische organisatiestructuur, een projectplan, een machtigingsformulier, begroting en financieringsplan, een business case, een verklaring (niet) in financiële moeilijkheden, een staatssteunanalyse, een uncommitted termsheet, een kopie bankafschrift en een CO2-analyse door een onafhankelijke deskundige.

Wat moet de CO2-analyse aantonen?

De aanvrager moet met een onafhankelijke rapportage aantonen dat de geplande investeringen minimaal 40% minder CO2-uitstoot opleveren, vergeleken met de oorspronkelijke situatie of een andere relevante referentie. Dit kan gaan om directe vermindering (scope 1), indirecte vermindering bij energieleveranciers (scope 2), of vermindering in andere schakels van de productieketen (scope 3).

Volgens welke richtlijn moet de CO2-rapportage worden opgesteld?

De rapportage moet worden opgesteld volgens het Greenhouse Gas Protocol (GHG) voor scope 1 en 2, en ook voor scope 3 als dat relevant is. De rapportage mag ook volgens vergelijkbare richtlijnen zijn opgesteld, zoals een levenscyclusanalyse (LCA) volgens ISO 14040/44 en ISO 14025.

Moeten de aanvraagformulieren digitaal of met de hand ondertekend worden?

De formulieren moeten met pen worden ondertekend. Een digitale handtekening volstaat niet; alleen een geprint en ondertekend formulier geldt als rechtsgeldig.

Wat gebeurt er nadat ik mijn aanvraag heb ingediend?

De provincie Groningen beoordeelt eerst of de aanvraag compleet is. Bij een volledige aanvraag draagt de provincie deze over aan het SNN, dat de aanvraag inhoudelijk beoordeelt. Vervolgens neemt het SNN contact op voor een bedrijfsbezoek, waarna besloten wordt over de toekenning van de subsidie.

Binnen welke termijn moet mijn project afgerond zijn?

Het project moet binnen 36 maanden na de verleningsbeschikking zijn afgerond.

Kan ik een voorschot aanvragen?

Ja, je kunt een werkvoorschot van 20% van de verleende subsidie aanvragen via het digitaal loket, mits er geen beperkende voorwaarden in de verleningsbeschikking staan en de financiering van het project rond is. Daarnaast kun je bij de voortgangsrapportage een voorschotverzoek indienen tot maximaal 80% van de verleende subsidie.

Hoe vaak moet ik rapporteren over de voortgang van mijn project?

Elke 12 maanden lever je een rapportage in over zowel de inhoudelijke als financiële voortgang van het project. De eerste voortgangsrapportage lever je uiterlijk 1 jaar en 1 maand na de dagtekening van je verleningsbeschikking in.

Welke documenten heb ik nodig om een voorschot te onderbouwen?

Je levert een controleverklaring van een Registeraccountant of Accountants Administratieconsulent met een gewaarmerkt overzicht van de facturen, of digitale kopieën van facturen en betaalbewijzen, plus uitdraaien van het grootboek of een jaarrekening waaruit blijkt dat de investeringen zijn geactiveerd.

Moet ik wijzigingen in mijn project melden?

Ja, als het project wijzigt (bijvoorbeeld in projectactiviteiten, financiers, begroting of uitvoeringstermijn) moet je dit altijd van tevoren melden via een wijzigingsverzoek in het eLoket, met uitleg waarom het project wijzigt.

Wanneer moet ik het verzoek tot vaststelling indienen?

Je kunt het verzoek tot vaststelling maximaal 13 weken na afloop van de projectperiode indienen via het eLoket.

Wat gebeurt er bij de vaststelling van mijn subsidie?

Bij de vaststelling bepaalt het SNN het definitieve subsidiebedrag op basis van de uiteindelijke gemaakte kosten. Een aantal beoordelingscriteria wordt opnieuw getoetst, zoals groei in arbeidsplaatsen, opleidingsfaciliteiten en samenwerking met kennisinstellingen. Als je bij de vaststelling lagere punten scoort, kun je minder subsidie ontvangen.

Welke documenten moet ik aanleveren bij de vaststelling?

Je levert onder andere de ondertekening vaststelling SITI, een controleverklaring, een overzicht van de gedeclareerde kosten, verzamelloonstaten vanaf start tot einde project en eventueel overige stukken aan.

Wat moet er op een bouwbord staan als dat bij mijn project wordt geplaatst?

Op het bouwbord moet staan: 'Dit project wordt medegefinancierd door het Nationaal Programma Groningen'. Ook moeten de logo's van de provincie Groningen, het SNN en het Nationaal Programma op het bouwbord staan.

Waarop wordt mijn aanvraag inhoudelijk beoordeeld?

De aanvraag wordt beoordeeld op criteria als duurzaamheid (maximaal 40 punten), werkgelegenheid (maximaal 20 punten), economische structuur (maximaal 15 punten), innovatiegerichtheid (maximaal 10 punten), werken en leren (maximaal 10 punten) en omgevingskwaliteit en leefbaarheid (maximaal 5 punten). In totaal zijn er maximaal 100 punten te behalen.

Hoeveel eigen middelen moet ik zelf inbrengen in de financiering?

Minimaal 25% van de financiering dient een risicodragende financiële bijdrage uit eigen middelen te zijn.

Onder welke artikelen van de AGVV kan mijn aanvraag vallen?

De aanvraag kan vallen onder artikel 13-14 (regionale investeringssteun), artikel 36 (investeringssteun voor milieubescherming met inbegrip van decarbonisatie), artikel 38 (investeringssteun voor andere energie-efficiëntiemaatregelen dan in gebouwen) of artikel 47 (investeringssteun voor hulpbronnenefficiëntie en circulaire economie) van de AGVV.

Moet ik bij een aanvraag onder artikel 36, 38 of 47 extra documenten aanleveren?

Ja, in dat geval moet je een separate staatssteunanalyse toevoegen aan je aanvraag.

Gecontroleerd op . Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij Nationaal Programma Groningen / Rijksoverheid (via SNN).