Gesloten

Investeren in Toekomstbestendige Industrie

Nationaal Programma Groningen / Rijksoverheid (via SNN)

Wat is de Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Investeren in Toekomstbestendige Industrie (SITI 2021) is een subsidie van de provincie Groningen, gefinancierd vanuit het Nationaal Programma Groningen, voor industriële bedrijven die investeren in vergroening en circulariteit. De regeling ondersteunt investeringen in bedrijfsuitrusting en bijbehorende bedrijfsgebouwen bij nieuwvestiging, uitbreiding of ombouw van installaties, gericht op groene waterstof, biobased grondstoffen, circulaire economie of elektrificatie van bedrijfsprocessen.

Wie komt in aanmerking voor de Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

De regeling is bedoeld voor industriële ondernemingen, met uitzondering van energieproducenten. Een industriële onderneming is een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven entiteit die als economische activiteit goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen met inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen.

Je bent actief in Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Nationaal Programma Groningen / Rijksoverheid (via SNN).

Er geldt een minimale projectomvang, afhankelijk van de vestigingslocatie:

  • Voor ondernemingen op de Zernike-campus (het gebied in de gemeente Groningen met postcode 9747): subsidiabele kosten van meer dan € 1.000.000.
  • Voor ondernemingen in het overige werkingsgebied van de provincie Groningen: subsidiabele kosten van € 5.000.000 of meer.

Het project moet worden uitgevoerd in het werkingsgebied van de regeling, dat wil zeggen het grondgebied van de provincie Groningen. Subsidie wordt niet verstrekt aan ondernemingen in sectoren die zijn uitgesloten op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Voor regionale investeringssteun geldt daarnaast een uitsluiting voor de ijzer- en staalindustrie, de kolenindustrie, de scheepsbouw, de synthetische vezelindustrie, de vervoerssector en daarmee verband houdende infrastructuur, en energieproductie, -distributie en -infrastructuur.

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidie kan worden verstrekt voor investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarmee samenhangende investeringen in een bedrijfsgebouw, bij: - het nieuw vestigen van een industriële onderneming, - uitbreiding van de activiteiten van een industriële onderneming, - ombouw van bestaande installaties bij een industriële onderneming,

telkens met meerwaarde voor de transitie naar groene waterstof, circulaire ketens, biobased economie of (bij ombouw) elektrificatie gericht op CO2-reductie.

Subsidiabele kosten zijn:

  • bij duurzame bedrijfsuitrusting: de koopsom, of bij huurkoop/financial lease de aanschafwaarde dan wel de contante waarde van de leasetermijnen inclusief kosten;
  • bij bedrijfsgebouwen en bijbehorende centrale voorzieningen: de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde bouwkosten (exclusief financieringskosten en overdrachtsbelasting), of bij huurkoop/financial lease de aanschafwaarde dan wel de contante waarde van de leasetermijnen.

Kosten komen alleen in aanmerking als ze zijn geactiveerd op de fiscale balans, de taxatiewaarde niet overschrijden en niet binnen twee jaar worden afgeschreven (met uitzondering van willekeurig af te schrijven bedrijfsuitrusting).

Niet subsidiabel zijn:

  • investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting verkregen van een partij binnen hetzelfde concern,
  • investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting,
  • immateriële vaste activa,
  • kosten van investeringen waarvoor al vóór de aanvraag onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan,
  • investeringen in gebouwgebonden duurzame energieopwekkers (zoals zonnepanelen of kleine windmolens).

De aanvrager moet met een onafhankelijke rapportage (opgesteld volgens het Greenhouse Gas Protocol of een vergelijkbare methodiek zoals een LCA volgens ISO 14040/44 en ISO 14025) aantonen dat de investering minimaal 40% CO2-reductie oplevert ten opzichte van de oorspronkelijke situatie of een relevante referentie.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedraagt maximaal 20% van de subsidiabele kosten voor mkb-ondernemingen en maximaal 10% van de subsidiabele kosten voor grote ondernemingen, tot een maximum van € 3.000.000 per project. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan de maximale steunruimte die volgt uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).

Enkele aanvullende rekenregels:

  • Als een aanvrager al eerder subsidie heeft ontvangen uit deze regeling, mag het totale subsidiebedrag over alle aanvragen samen niet hoger zijn dan € 5.000.000.
  • Voor projecten met meer dan € 100.000.000 aan subsidiabele kosten die worden aangevraagd op basis van artikel 14 AGVV, geldt een bijgesteld (lager) steunbedrag volgens een formule uit de AGVV.
  • De onderneming moet zelf een risicodragende financiële bijdrage leveren uit eigen middelen van ten minste 25% van de subsidiabele kosten, vrij van overheidssteun.
  • Cumulatie met andere subsidies is toegestaan, mits voldaan wordt aan de cumulatiebepalingen van de AGVV.
  • Voor projecten die subsidie aanvragen op grond van artikel 36, 37 of 38 AGVV (bijvoorbeeld bij grote ondernemingen zonder recht op reguliere regionale investeringssteun) geldt een aparte berekening van de maximale steunruimte op basis van "in aanmerking komende kosten", die kan afwijken van de subsidiabele kosten onder deze regeling. De uiteindelijke subsidie wordt vastgesteld op het laagste van de twee berekende maxima.

Wat zijn de voorwaarden van de Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Belangrijke voorwaarden waarop een aanvraag wordt beoordeeld of kan stuklopen:

  • Minimale projectomvang: subsidiabele kosten van meer dan € 1.000.000 op de Zernike-campus, of € 5.000.000 of meer in het overige werkingsgebied.
  • Eigen bijdrage: de onderneming moet ten minste 25% van de subsidiabele kosten uit eigen middelen financieren, vrij van overheidssteun.
  • Sluitende financiering: de financiering van het project moet aantoonbaar rond zijn; bij financiering door derden is juridisch bindende documentatie vereist (een niet-bindende "uncommitted termsheet" bij de aanvraag moet ruim binnen de behandeltermijn worden omgezet in een bindende overeenkomst).
  • Werkgelegenheid: het project mag niet leiden tot een afname van het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager.
  • CO2-reductie: minimaal 40% CO2-reductie ten opzichte van de oorspronkelijke situatie of een relevante referentie, aangetoond met een onafhankelijke rapportage.
  • Financiële gezondheid: de onderneming mag niet in financiële moeilijkheden verkeren.
  • Drempelscore beoordeling: een aanvraag moet minimaal 70 van de 100 te behalen punten scoren op de beoordelingscriteria, anders wordt de subsidie geweigerd. Scoring gebeurt op basis van een "alles-of-niets"-principe per criterium; een half punt op een criterium is niet mogelijk.

De beoordelingscriteria (met maximale punten, afhankelijk van de investeringscategorie) zijn:

  • Duurzaamheid: maximaal 40 punten (waaronder minimaal 40% CO2-reductie, stimulerende werking op vergroening van het industrieel ecosysteem, en afhankelijk van categorie onder meer duurzame energieproductie, aandeel hernieuwbare grondstoffen, of energiereductie).
  • Werkgelegenheid: maximaal 20 punten (gecreëerde fte's, of bij ombouwprojecten behouden fte's).
  • Economische structuur: maximaal 15 punten (verankering in de regio, toevoegen van een schakel aan de keten).
  • Innovatiegerichtheid: maximaal 10 punten (bijdrage aan kennis- en onderzoeksinfrastructuur, beschikbaarheid van onderzoeks- of pilotfaciliteiten).
  • Werken en leren: maximaal 10 punten (opleidingsfaciliteiten voor werknemers).
  • Omgevingskwaliteit en leefbaarheid: maximaal 5 punten (bijdrage aan positieve ruimtelijk-maatschappelijke effecten).

Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Als op één dag het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, wordt tussen de op die dag binnengekomen volledige aanvragen geloot.

Combineren met andere subsidies is toegestaan voor zover de Europese staatssteunregels dit toelaten. Combinatie met de DEI+ is mogelijk zoals beschreven in de handleiding van die regeling. Combinatie met de fiscale regelingen EIA, MIA en Vamil is mogelijk; deze zijn niet van invloed op de hoogte van de subsidie.

Wat zijn de voorwaarden van Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Hoe vraag je de Investeren in Toekomstbestendige Industrie aan?

De aanvraag wordt digitaal ingediend bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) via het eLoket. Voorafgaand doorloop je drie stappen: de benodigde documenten verzamelen en invullen, een beknopte projectomschrijving schrijven, en vervolgens de aanvraag starten en documenten uploaden via het eLoket, waarna je de behandeling volgt via je persoonlijke account.

Formulieren download je, vul je digitaal in, print je en onderteken je met pen (digitale handtekeningen zijn niet toegestaan, tenzij de aanvraag via eHerkenning verloopt). Daarna scan je de formulieren weer in.

Bij de aanvraag zijn onder meer de volgende documenten nodig:

  • Ondertekeningsformulier (niet nodig bij aanvraag via eHerkenning)
  • Ondernemingsprofiel of brochure (als er geen website beschikbaar is)
  • Meest recente jaarrekening
  • Juridische organisatiestructuur (organogram met fte's, omzet, balanstotaal en deelnemingspercentages van verbonden ondernemingen)
  • Format projectplan
  • Machtigingsformulier
  • Begroting en financieringsplan
  • Model voor Business Case
  • Verklaring (niet) in financiële moeilijkheden
  • Toelichting in geval van buitengebruikstelling
  • Staatssteunanalyse
  • Uncommitted termsheet (niet-bindend document met de investeerder, indien financiering nog niet definitief is)
  • Kopie bankafschrift ter verificatie van het bankrekeningnummer
  • CO2-analyse, uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige, die aantoont dat de investering minimaal 40% minder CO2-uitstoot oplevert dan de oorspronkelijke situatie of een relevante referentie, opgesteld volgens het Greenhouse Gas Protocol of een vergelijkbare methodiek

Het projectplan wordt in het Nederlands ingediend; een Engelstalig projectplan is mogelijk als dit de aanvraag ten goede komt.

Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Is een aanvraag nog niet volledig, dan geldt de dag waarop deze volledig is als datum van binnenkomst voor de rangschikking.

Hoe vraag je Investeren in Toekomstbestendige Industrie aan?

Wat gebeurt er na je aanvraag?

De provincie Groningen beoordeelt eerst of de aanvraag compleet is; is dat niet het geval, dan volgt een verzoek om de aanvraag aan te vullen. Is de aanvraag volledig, dan draagt de provincie deze over aan het SNN, dat de aanvraag inhoudelijk beoordeelt. Er volgt een bedrijfsbezoek waarin de aanvraag wordt besproken, waarna wordt besloten over de toekenning.

Op een aanvraag tot subsidieverlening wordt binnen 22 weken beslist.

Bij toekenning ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag. Het project moet binnen 6 maanden na de verleningsbeschikking van start gaan en binnen 36 maanden na verzending van de beschikking zijn afgerond en in gebruik zijn genomen; in afwijking hiervan kan een langere termijn worden vastgesteld.

Bevoorschotting:

  • Bij subsidieverlening wordt in beginsel een voorschot van 20% van het verleende subsidiebedrag verstrekt (hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken, en dit voorschot vervalt als de beschikking beperkende voorwaarden bevat, bijvoorbeeld als de financiering nog niet rond is).
  • Bij een voortgangsrapportage kan een aanvullend voorschot worden verstrekt, berekend door de gerapporteerde gemaakte en betaalde subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het verleende subsidiepercentage, tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag in totaal.

Verplichtingen tijdens de looptijd:

  • Elke 12 maanden lever je een voortgangsrapportage in over de inhoudelijke en financiële voortgang; de eerste rapportage uiterlijk 1 jaar en 1 maand na dagtekening van de verleningsbeschikking.
  • Wijzigingen in het project (activiteiten, financiers, begroting, uitvoeringstermijn) moet je vooraf melden.
  • Je houdt een administratie bij van uitgaven en inkomsten die je desgevraagd overlegt.
  • Bij een bouwbord moet worden vermeld dat het project wordt medegefinancierd door het Nationaal Programma Groningen, met de logo's van de provincie Groningen, het SNN en het Nationaal Programma.

Vaststelling: je dient het vaststellingsverzoek uiterlijk 13 weken na afloop van de projectperiode in. Bij subsidies tot € 125.000 volstaat een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten. Bij subsidies van € 125.000 of meer lever je een activiteitenverslag, een financieel verslag en een controleverklaring van een Registeraccountant of Accountants-Administratieconsulent aan. Het SNN neemt binnen 13 weken een beslissing op het vaststellingsverzoek. Wordt de subsidie lager vastgesteld dan de al verstrekte voorschotten, dan wordt het teveel betaalde teruggevorderd.

Na afronding moet het project nog gedurende vijf jaar in bedrijf blijven in de gemeente waar het is gerealiseerd; het voornemen om bedrijfsgebouwen of bedrijfsuitrusting af te stoten of buiten gebruik te stellen moet onverwijld worden gemeld. De administratie moet ten minste 5 jaar na onherroepelijke vaststelling bewaard blijven.

Wat gebeurt er na je aanvraag voor Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 34 documenten bij deze regeling, waarvan er 16 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Welke documenten heb je nodig voor Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Vraag het dossier

Stel een vraag over Investeren in Toekomstbestendige Industrie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Nationaal Programma Groningen / Rijksoverheid (via SNN); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.