Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen
Gedeputeerde Staten van Limburg
Voor agrarische ondernemingen in Limburg die investeringen doen in innovatie, digitalisering, waterbeheer, duurzame bedrijfsvoering en natuurinclusieve landbouw.
Ook bekend als POP3, Paragraaf 2a, Fysieke investeringen 2022, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020
Waar is deze subsidie voor?
Subsidiering van fysieke investeringen voor innovatie en modernisering in agrarische ondernemingen in Limburg, gefinancierd via het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022. Twee subsidieplafonds: landbouw (€7.441.861) en water (€217.896), met cofinanciering door ELFPO en provinciale middelen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor agrarische ondernemingen in Limburg die investeringen doen in innovatie, digitalisering, waterbeheer, duurzame bedrijfsvoering en natuurinclusieve landbouw.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Investering in precisielandbouw en smart farming systemen
- Digitalisering van agrarische bedrijfsprocessen
- Waterbeheer en droogtemaatregelen op het bedrijf
- Duurzame bedrijfsvoering en klimaatadaptatie
- Natuurinclusieve en kringlooplandbouw
- Ik wil mijn agrarisch bedrijf moderniseren met innovatieve machines en installaties
- Ik zoek subsidie voor investeringen in duurzame landbouwtechnieken
- Ik wil als koploper innovaties op mijn bedrijf toepassen en uitrollen
Voorwaarden
- Investeringen moeten vallen onder één van de vijf categorieën: A (Precisielandbouw), B (Digitalisering), C (Water), D (Duurzame bedrijfsvoering) of E (Natuurinclusieve landbouw)
- Digitale indiening verplicht
- Cofinanciering: 50% ELFPO-middelen, 50% provinciale middelen
- Aanvragen buiten openstellingsperiode worden afgewezen
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond LANDBOUW bedraagt € 7.441.861 waarvan € 3.720.930,50 (50%) bestaat uit ELFPO-middelen en € 3.720.930,50 uit provinciale middelen.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Openstellingsperiode Artikel 2 Subsidieplafond Artikel 3 Aanvrager Artikel 4 Subsidiabele activiteit Artikel 5 Subsidiabele kosten Artikel 6 Hoogte subsidie Artikel 7 Rangschikking Artikel 8 Voorschotten Artikel 9 Verplichtingen Artikel 10 Inwerkingtreding Ondertekening TOELICHTING Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR607447 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR607447/2 sluiten Openstellingsbesluit paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg Geldend van 03-05-2018 t/m heden Intitulé Openstellingsbesluit paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 (POP3) Limburg, op 16 januari 2018 het volgende besluit vast: Openstellingsbesluit Paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg, hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 2 “Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 2 fysieke investeringen 2018”) van deze Verordening onder volgende nadere regels open te stellen. Artikel 1 Openstellingsperiode Paragraaf 2 “Fysieke investeringen 2018” wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 5 februari 2018 tot en met 15 maart 2018 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 15 maart (17:00 uur) te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend. Artikel 2 Subsidieplafond Het subsidieplafond wordt voor 2018 voor Paragraaf 2 “Fysieke investeringen 2018” vastgesteld op € 5.135.000 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen. Artikel 3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers (artikel 2.2.2 van de Verordening). Artikel 4 Subsidiabele activiteit 4.1 Conform artikel 2.2.1, eerste lid, van de Verordening kan subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen: a) die nodig zijn voor het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovaties in agrarische ondernemingen; en/of b) voor de bredere uitrol van innovatie binnen de agrarische sector. Kosten voor het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovatie(s) vallen buiten de scope van deze paragraaf en komen niet in aanmerking voor subsidie. Het gaat zowel bij (a) als bij (b) om fysieke investeringen.. 4.2 Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project respectievelijk de hierbij horende investeringen een bijdrage te leveren aan ten minste één van de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening genoemde thema’s: (a) verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie; (b) beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen; (c) maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en/of een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlakte water (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid); (d) klimaatmitigatie (verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door een zuiniger energiegebruik, reductie van het gebruik van fossiele energie door omschakeling op hernieuwbare energie, productie van hernieuwbare energie); (e) klimaatadaptatie (door het tegen gaan van dan wel het verminderen van de effecten van grotere watertekorten en – overschotten en toenemende verzilting); (f) verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en/of verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier; (g) behoud en versterking van de biodiversiteit en/of de omgevingskwaliteit. Deze thema’s zijn sterk gerelateerd aan de speerpunten van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda” en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014). Betreffende beleidsdocumenten zijn beschikbaar op www.limburg.nl. Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen. 4.3 Aanvragen die uitsluitend betrekking hebben op fysieke investeringen om de emissie naar grondwater te reduceren komen niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen. Voor dergelijke investeringen wordt in 2018 een separate openstelling voorzien. Mestverwerkingsconcepten gericht op mestscheiding al dan niet in combinatie met mono- en covergisting komen ook niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen. Aanvragen die betrekking hebben op mestraffinage (terugwinnen van mineralen uit mest) komen wel in aanmerking. Dit dient dan duidelijk bij de aanvraag te worden aangetoond. Artikel 5 Subsidiabele kosten Subsidie wordt verstrekt voor de kosten uit artikel 2.2.3, eerste lid, van de Verordening. Dit zijn: a. de kosten van de bouw of verbetering, dan wel verwerving of leasing van onroerende zaken; b. de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa; c. kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs; d. de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied; e. de kosten van haalbaarheidsstudies. Conform artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening zijn ook de volgende kosten subsidiabel: (a) kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware; (g) niet verrekenbare of niet compensabele BTW; De overige in artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening opgenomen kosten komen evenals de vermelde kosten bij artikel 1.13 (eerste en tweede lid) van de Verordening niet voor subsidiëring in aanmerking. Conform artikel 1.12, tweede en derde lid van de Verordening zijn voorbereidingskosten (als vermeld bij derde lid) indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend subsidiabel. Artikel 6 Hoogte subsidie In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 250.000,00 en minimaal € 20.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 20.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten. Artikel 7 Rangschikking 7.1 Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.2.5 van de Verordening en hieronder nader weergegeven. A. Selectiecriterium: kosteneffectiviteit Het selectiecriterium kosteneffectiviteit (artikel 2.2.5, eerste lid, onder a, van de Verordening) heeft betrekking op de redelijkheid van de kosten die voor de activiteiten gemaakt worden in verhouding tot het te bereiken effect. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: – 4 punten (zeer goed) de totale subsidiabele kosten zijn zeer redelijk ten opzichte van het effect; – 3 punten (goed) de totale subsidiabele kosten zijn redelijk ten opzichte van het effect; – 2 punten (gemiddeld) de totale subsidiabele kosten zijn hoog ten opzichte van het effect; – 1 punt (matig) de totale subsidiabele kosten zijn zeer hoog ten opzichte van het effect. B. Selectiecriterium: haalbaarheid/de kans op succes Bij de haalbaarheid/kans op succes (artikel 2.2.5, eerst lid, onder b) zijn de volgende aspecten van belang. Deze aspecten zullen in samenhang worden bezien • de betreffende innovatie is direct toepasbaar op het bedrijf van de aanvrager (de benodigde financiering en vergunningen zijn voorhanden); • er is in de betreffende bedrijfstak behoefte aan de innovatie; • er wordt aangegeven hoe andere landbouwers worden gestimuleerd om kennis te nemen van de innovatie op het bedrijf van de aanvrager. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: – 4 punten (zeer goed) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten zeer goed is; – 3 punten (goed) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten goed is; – 2 punten (voldoende) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten voldoende is; – 1 punt (matig) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten matig is; C. Selectiecriterium: Mate van effectiviteit van de activiteit Deze paragraaf wordt opengesteld om bij te dragen aan het realiseren van doelen van het provinciaal beleid, met name doelstellingen van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de Notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda” en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014). Op dit criterium (artikel 2.2.5, eerst lid, onder c) kan als volgt gescoord worden: – 4 punten (zeer goed) indien activiteit betrekking heeft op 5 of meer thema’s; – 3 punten (goed) indien de activiteit betrekking heeft op 4 thema’s; – 2 punten (voldoende) indien de activiteit betrekking heeft op 3 thema’s; – 1 punt (matig) indien de activiteit betrekking heeft op1of 2 thema’s; D. Selectiecriterium: Mate van innovativiteit De mate waarin de investering bijdraagt aan innovatie en modernisering van het landbouwbedrijf of de landbouwsector (artikel 2.2.5, eerst lid, onder d). Het gaat hier om de mate waarin de innovatie (investering) gemiddeld al bij de doelgroep wordt toegepast. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: – 4 punten (zeer goed) als de investering betrekking heeft op een baanbrekende innovatie die geheel nog niet in de praktijk wordt toegepast; – 3 punten (goed) als de investering betrekking heeft op een innovatie die nog niet in de betreffende sector wordt toegepast; – 2 punten (gemiddeld) als de investering betrekking heeft op een innovatie die slechts in enkele gevallen wordt toegepast; – 1 punt (matig) als de investering betrekking heeft op de eerste uitrol van innovatieve systemen; 7.2 Weging van de selectiecriteria: De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren: a. Onderdeel A kosteneffectiviteit heeft een wegingsfactor van 2 (maximaal 8); b. Onderdeel B haalbaarheid/kans op succes een wegingsfactor van 1 (maximaal 4); c. Onderdeel C mate van effectiviteit van de activiteit een wegingsfactor van 3 (maximaal 12); d. Onderdeel D innovativiteit een wegingsfactor van 2 (maximaal 8); Totaal maximaal aantal te behalen punten is 32. Indien er met toepassing van de in artikel 7.2 omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 21 punten worden behaald, wordt de […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Openstellingsperiode Artikel 2 Subsidieplafond Artikel 3 Aanvrager Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Artikel 5 Subsidiabele kosten Artikel 6 Hoogte subsidie Artikel 7 Rangschikking Artikel 8 Voorschotten Artikel 9 Aanvraag Artikel 10 Inwerkingtreding Ondertekening TOELICHTING Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR621988 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR621988/2 sluiten Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3) Geldend van 11-07-2019 t/m heden Intitulé Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3) Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), op 19 februari 2019 het volgende besluit vast: Openstellingsbesluit 2019 Paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3) Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 2 “Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 2 fysieke investeringen 2019”) van deze Verordening onder de volgende nadere regels open te stellen. Artikel 1 Openstellingsperiode Paragraaf 2 “Fysieke investeringen 2019” wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 18 maart 2019 (9:00 uur) tot en met 30 april 2019 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 30 april 2019 (17:00 uur) te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend. Artikel 2 Subsidieplafond Het subsidieplafond wordt voor paragraaf 2 “Fysieke investeringen 2019” vastgesteld op € 4.450.000,00 bestaande uit 50% ELFPO en 50% provinciale middelen. Artikel 3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en groepen van landbouwers (artikel 2.2.2 van de Verordening). Artikel 4 Subsidiabele activiteiten 4.1 Conform artikel 2.2.1, eerste lid, van de Verordening kan subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovatie binnen de agrarische sector. Met deze openstelling wil de provincie Limburg landbouwers stimuleren om te investeren in innovaties die meerwaarde bieden voor de ontwikkeling en concurrentiepositie van hun bedrijf én tegelijkertijd leiden tot verduurzaming van de land- en tuinbouw. 4.2 Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project respectievelijk de hierbij horende fysieke investeringen een bijdrage te leveren aan ten minste één van de vier onderstaande vermelde thema’s zoals opgenomen in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening: (a) verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie; (b) beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen; (c) maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en/of een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlakte water (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid); (f) verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en/of verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier. De overige in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening vermelde thema’s (d), (e) en (g) komen onder deze openstelling niet voor subsidie in aanmerking. Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van de vier bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen. De vier gekozen thema’s zijn sterk gerelateerd aan de speerpunten van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda”, de Uitvoeringsagenda Vitale veehouderij voor een gezonde en duurzame leefomgeving en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014). Betreffende beleidsdocumenten zijn beschikbaar op www.limburg.nl. 4.3 Aanvragen die betrekking hebben op mestraffinage (terugwinnen van mineralen uit mest) komen in aanmerking voor subsidie. Aanvragen die uitsluitend betrekking hebben op fysieke investeringen om de emissie naar grondwater te reduceren komen niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen. Voor dergelijke investeringen wordt in 2019 een separate openstelling voorzien. Mestverwerkingsconcepten gericht op mestscheiding al dan niet in combinatie met mono- en covergisting komen ook niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen. Artikel 5 Subsidiabele kosten Subsidie wordt verstrekt voor de kosten uit artikel 2.2.3, eerste lid, van de Verordening. Dit zijn: a. de kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken; b. de kosten voor verwerving van onroerende zaken; c. kosten voor aankoop van grond; d. kosten van koop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa; e. algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening; f. kosten voor projectmanagement en projectadministratie. In afwijking van het gestelde in artikel 2.2.3, eerst lid, van de Verordening zijn kosten van leasing van onroerende zaken alsook kosten van huurkoop van nieuwe machines en installaties niet subsidiabel. Conform artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening zijn ook de volgende kosten subsidiabel: (a) kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware; (b) voorbereidingskosten zoals bedoeld in artikel 1.12 derde en vierde lid van de Verordening. Artikel 6 Hoogte subsidie In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 250.000,00 en minimaal € 20.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 20.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten. Artikel 7 Rangschikking 7.1. Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15a van de Verordening voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.2.5 van de Verordening en hieronder nader weergegeven. A. Selectiecriterium: Effectiviteit Deze paragraaf is opengesteld om bij te dragen aan het realiseren van doelen van het provinciaal beleid, met name doelstellingen van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de Notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda”, de Uitvoeringsagenda Vitale veehouderij voor een gezonde en duurzame leefomgeving en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014. Het selectiecriterium effectiviteit wordt bepaald door de bijdrage van het resultaat aan doelen van het provinciaal beleid, waarbij de hoogte van de totale kosten in ogenschouw wordt genomen. De effecten van de investering(-en) dienen bij te dragen aan één of meerdere van de thema’s (a), (b), (c) en/of (f) van artikel 4.2. De effecten dienen kwantitatief beschreven te worden. Indien dat niet mogelijk is dient dit te worden gemotiveerd en kan volstaan worden met een kwalitatieve indicatie. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: 5 punten indien de effectiviteit zeer goed is; 4 punten indien de effectiviteit goed is; 3 punten indien de effectiviteit voldoende is; 2 punten indien de effectiviteit matig is; 1 punt indien de effectiviteit gering is; 0 punten indien de effectiviteit zeer gering/nihil is. B. Selectiecriterium: haalbaarheid/kans op succes Bij de haalbaarheid/kans op succes gaat het om investeringen in materiële activa, gericht op innovatie en modernisering, met als doel de verspreiding van de investeringen verder krijgen binnen een grotere groep; te weten de kop- en voorlopers. Volgende aspecten worden daarom in samenhang bezien: • de mate waarin betreffende innovatie direct inpasbaar en toepasbaar is op het bedrijf van de aanvrager (hierbij wordt gelet op aansluiting bij bedrijfsvoering, het te verwachten rendement van de investering, planologische acceptatie/inpasbaarheid, alsook dat benodigde financiering en vergunningen voorhanden zijn); • er is in de betreffende bedrijfstak behoefte aan deze innovatie (noodzaak, kansen en risico’s); • er wordt aangegeven hoe andere landbouwers worden gestimuleerd om kennis te nemen van de innovatie op het bedrijf van de aanvrager (voorbeeld functie, erfbetreders). Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: 5 punten indien haalbaarheid/kans op succes zeer goed is; 4 punten indien haalbaarheid/kans op succes goed is; 3 punten indien haalbaarheid/kans op succes voldoende is 2 punten indien de haalbaarheid/kans op succes matig is. 1 punt indien de haalbaarheid/kans op succes gering is. 0 punten indien de haalbaarheid/kans op succes zeer gering/nihil is. C. Selectiecriterium: Innovativiteit Met dit criterium wordt bekeken in welke mate de investering innovatief is. Omdat het steunen van investeringen bij kop- en voorlopers centraal staat kan innovatie betrekking hebben op een breed pallet. Er wordt in samenhang gekeken naar: - de aard van de innovatie; - het vernieuwend karakter van de innovativiteit. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: 5 punten indien de mate van innovativiteit zeer goed is; 4 punten indien de mate van innovativiteit goed is; 3 punten indien de mate van innovativiteit voldoende is 2 punten indien de mate van innovativiteit matig is. 1 punt indien de mate van innovativiteit gering is. 0 punten indien de mate van innovativiteit zeer gering/nihil is. D. Selectiecriterium: Efficiëntie Efficiëntie heeft betrekking op, gegeven de resultaten van het project, hoe redelijk de opgevoerde kosten zijn. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden: 5 punten indien de efficiëntie zeer goed is; 4 punten indien de efficiëntie goed is; 3 punten indien de efficiëntie voldoende is 2 punten indien de efficiëntie matig is. 1 punt indien de efficiëntie gering is. 0 punten indien de efficiëntie zeer gering/nihil is. 7.2 De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren: A. Effectiviteit heeft een wegingsfactor van 2 (maximaal 10); B. Haalbaarheid/kans op succes een wegingsfactor van 3 (maximaal 15); C. Innovativiteit een wegingsfactor van 4 (maximaal 20); D. Efficiëntie een wegingsfactor van 2 (maximaal 10).as. Totaal maximaal aantal te behalen punten is 55. at. Indien er met toepassing van de in artikel 7.2 omschreven w […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel Ondertekening Bijlage 1: Nadere regels ‘Fysieke investeringen 2022’ Bijlage 2 Investeringslijst Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR682022 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR682022/6 sluiten Openstellingsbesluit Paragraaf 2a Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2022 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) Geldend van 17-06-2023 t/m heden Intitulé Openstellingsbesluit Paragraaf 2a Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2022 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) 27 september 2022 het volgende besluit vast: Openstellingsbesluit Paragraaf 2a Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2022 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten “Fysieke investeringen 2022’” Paragraaf 2a van Hoofdstuk 2 van deze Verordening als volgt open te stellen. I. In bijlage 1 zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden. II. Het subsidieplafond LANDBOUW bedraagt € 7.441.861 waarvan € 3.720.930,50 (50%) bestaat uit ELFPO-middelen en € 3.720.930,50 uit provinciale middelen. III. Het subsidieplafond LANDBOUW is bedoeld voor investeringscategorieën A, B, D en E (bijlage 2). IV. Het subsidieplafond WATER bedraagt € 217.896 waarvan € 108.948 (50%) bestaat uit ELFPO middelen en € 108.948 (50%) uit provinciale middelen. V. Het subsidieplafond WATER is bedoeld voor investeringscategorie C (bijlage 2). VI. Aanvragen om subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 1 november 2022 09:00 uur t/m 15 december 2022 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 15 december 2022 om 17:00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend. VII. Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als “Fysieke investeringen 2022”. VIII. Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 1 november 2022 en vervalt einde POP3-periode, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode. Ondertekening Bijlage 1: Nadere regels ‘Fysieke investeringen 2022’ Artikel 1 Begripsomschrijving Met “Verordening” wordt bedoeld: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3). Het “subsidieplafond LANDBOUW” is beschikbaar voor investeringscategorieën A, B, D en E (zie bijlage 2). Het “subsidieplafond WATER” is beschikbaar voor investeringscategorie C (zie bijlage 2). Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties binnen de agrarische sector (artikel 2.2.1, eerste lid, van de Verordening) die geplaatst/gebruikt worden in de Nederlandse provincie Limburg alsmede betrekking hebben op tenminste één van de bij het tweede lid van artikel 2.2.1 van de Verordening vermelde thema’s. Als uitwerking van artikel 2.2.1 van de Verordening wordt enkel subsidie verstrekt voor fysieke investeringen zoals genoemd in de investeringslijst bijlage 2 behorende bij dit openstellingbesluit en voor de daarin genoemde subsidiabele activiteiten en kosten. Artikel 3Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en/of groepen van landbouwers. Artikel 4Aanvraag 1. Per aanvrager kan één aanvraag ingediend worden óf voor LANDBOUW óf voor WATER: - bij LANDBOUW kan voor maximaal twee investeringen worden aangevraagd; - deze investeringen moeten betrekking hebben op één of twee verschillende investeringscategorieën (A, B, D, E); - bij WATER kan voor maximaal twee investeringen worden aangevraagd; - deze investeringen kunnen uitsluitend betrekking hebben op investeringscategorie C. 2. In aanvulling op artikel 1.7, tweede lid, van de Verordening hanteert de aanvrager een verplicht hiervoor beschikbaar gesteld format (waarin onderbouwd dient te worden waarom de betreffende investering past binnen de categorie en de daarin opgenomen activiteiten en kosten). Artikel 5 Subsidiehoogte Onverminderd artikel 2.2.4 van de Verordening geldt: - de subsidie bedraagt maximaal 40% van de totale subsidiabele kosten; - de maximale hoogte van de te verlenen subsidie (alle investeringen samen) bedraagt € 150.000; - voor de categorieën A, B, D en E wordt géén subsidie verstrekt indien het te verstrekken subsidiebedrag (alle investeringen samen) lager is dan € 20.000; - voor de categorie C wordt géén subsidie verstrekt indien het te verstrekken subsidiebedrag (alle investeringen samen) lager is dan € 5.000. Artikel 6Subsidiabele kosten 1. In afwijking van artikel 2.2.3 van de Verordening zijn enkel kosten gemaakt onder artikel 2.2.3, eerste lid, sub d en f subsidiabel, zijnde kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa en kosten voor projectmanagement en projectadministratie. 2. Conform artikel 1.12, derde lid, van de Verordening zijn voorbereidingskosten indien deze gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend subsidiabel. Deze kunnen uitsluitend betrekking hebben op kosten vermeld bij artikel 1.12, vierde lid, van de Verordening. Kosten die reeds zijn gesubsidieerd via de Nadere subsidieregels ondersteuning subsidieaanvragen Plattelands-ontwikkelingsprogramma Limburg (POP3) 2022 (Provinciaal Blad, nr. 1467, 9 februari 2022), zijn niet subsidiabel en komen dan ook niet meer voor subsidie in aanmerking. Artikel 7Rangschikking 1. Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15,1:15b en artikel 2.2.5 van de Verordening worden de scores van de investeringslijst in bijlage 2 gehanteerd. 2. Bij aanvragen die betrekking hebben op twee investeringen worden de scores gemiddeld. De gemiddelde score van deze twee investeringen telt dan mee voor de rangschikking. 3. De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van de score beginnend bij de aanvraag met de hoogste score. 4. Indien aanvragen voor subsidie op gelijke plaats zijn gerangschikt en honorering van die aanvragen zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, worden deze aanvragen gehonoreerd door verdeling van het nog beschikbare subsidieplafond op basis van loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris. Artikel 8 Verplichtingen 1. Conform artikel 1.27 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk vóór 1 april 2025 in te dienen. 2. In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, sub e, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om binnen twee maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking te starten met de uitvoering van de activiteit. 3. In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, sub h van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om eenmaal per jaar een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten in te dienen. 4. In afwijking van artikel 1.23 en 1.25 van de Verordening worden géén voorschotten verstrekt. Artikel 9 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de Verordening en het gegeven dat dient te worden voldaan aan alle in dit openstellingsbesluit en de Verordening opgenomen voorwaarden, wordt subsidie eveneens geweigerd indien voor dezelfde investerint en/of dezelfde subsidiabele kosten reeds op grond van de subsidiemodule “Investeren in groen-economisch herstel” van de Regeling Europese EZK en LNV subsidies 2021 en 2022 (Staatscourant Nr. 49546-n1, 23 december 2021) en/of een soortgelijke regeling reeds subsidie is of zal worden verstrekt. TOELICHTING Nadere regels ‘Fysieke investeringen 2022’ IALGEMEEN DEEL Kader Op 31 december 2020 liep de oorspronkelijke programmaperiode van POP3 2014-2020 af. Vanwege vertraging in de Brusselse besluitvorming kon het nieuwe GLB nog niet van start gaan op 1 januari 2021. Om de continuïteit in de financiering en uitvoering van POP3 te waarborgen heeft de Europese Commissie de mogelijkheid geboden om het huidige Plattelandsontwikkelingsprogramma te verlengen. De Provincie Limburg heeft besloten om van deze mogelijkheid gebruik te maken ter overbrugging tussen het huidige POP3 en het nieuwe GLB. Deze overbruggings-/transitieperiode beslaat de jaren 2021 en 2022. De financiering van de transitiejaren komt uit het nieuwe GLB. Inhoudelijk wordt het principe van ‘oude regels, nieuw geld’ gehanteerd. Nederland heeft ervoor gekozen om in deze transitieperiode een accentverschuiving aan te brengen, waarbij de inhoudelijke focus meer dan voorheen komt te liggen op de actuele maatschappelijke onderwerpen: biodiversiteit/bodem, kringlooplandbouw (inclusief stikstof) en klimaat. Verordening Dit openstellingbesluit betreft een nadere uitwerking van de Verordening. Voor zaken die niet specifiek benoemd zijn in dit openstellingsbesluit is de Verordening van toepassing. Het gaat daarbij met name om paragraaf 2 van hoofdstuk 2. Bijvoorbeeld artikel 1.16 (beslistermijn) van de Verordening is onverkort van toepassing al wordt dit in dit openstellingsbesluit niet herhaald. Tendersystematiek Subsidieaanvragen kunnen slechts in een beperkte periode worden ingediend. Op de sluitingsdatum van de tender moet alle inhoudelijke informatie (dus ook alle verplichte bijlagen en een duidelijke toelichting op de sluitende begroting) die bij een aanvraag hoort, ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Als de aanvraag minimaal tien werkdagen voor de sluitingsdatum wordt ontvangen, wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid van verplichte bijlagen. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag niet meer mogelijk. Na ontvangst worden de aanvragen getoetst/beoordeeld en op basis van de score gelet op de investeringslijst gerangschikt. Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle aanvragen gehonoreerd kunnen worden. De aanvragen met de hoogste scores worden als eerste gehonoreerd. Rangschikking op basis van loting vindt plaats in geval van twee of meer aanvragen een gelijke score hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat het subsidieplafond (deels) bereikt is. Beginnen met een project / voorbereidingskosten Kosten zijn alleen subsidiabel als zij zijn gemaakt nádat de subsidieaanvraag is ingediend. Kosten die vóór de aanvraag zijn gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking. Uitdrukkelijk zij vermeld dat het ondertekenen van een offerte - voor de datum van indiening van de aanvraag – zonder dat daarin een voorbehoud is gemaakt over het aanvragen of ontvangen van subsidie – uitgelegd wordt als start met de uitvoering van de activiteit. Voorbereidingskosten die gemaakt zijn binnen één jaar voordat subsidie is aangevraagd, komen wél voor subsidie in aanmerking. Deze voorbereidingskosten kunnen dan alleen bestaan uit kosten van architecten, ingenie […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.