Gesloten

Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Gedeputeerde Staten van Limburg

Wat is de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)?

Provinciale subsidieregeling voor investeringen in infrastructuur ter verbetering van de verkaveling van landbouwbedrijven in Limburg, waaronder kavelruilen, verkavelingsplannen en maatregelen voor betere bereikbaarheid en bewerkbaarheid van kavels. Subsidieplafond 2018: €2.120.000.

Wie komt in aanmerking voor de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)?

De verordening bestaat uit meerdere paragrafen met elk hun eigen doelgroep. De algemene voorwaarden staan in hoofdstuk 1 van de verordening, specifieke voorwaarden per paragraaf in hoofdstuk 2 en 3 en in de bijhorende openstellingsbesluiten.

Je bent gevestigd in de EU
Landelijke regeling.
Je bent een landbouwbedrijf
Je sector valt onder SBI 01
De definitieve beoordeling ligt bij Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Gedeputeerde Staten van Limburg.

Per onderdeel geldt onder meer:

  • Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties: subsidie gaat naar degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert.
  • Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen: subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en groepen van landbouwers.
  • Fysieke investeringen verduurzaming agrarische ondernemingen Jonge Landbouwers (JOLA): subsidie wordt verstrekt aan jonge landbouwers. Een jonge landbouwer is bij het indienen van de aanvraag niet ouder dan 40 jaar, heeft een erkende landbouwkundige opleiding of gelijkwaardige opleiding afgerond of beschikt over minimaal drie jaar werkervaring op een landbouwbedrijf, vestigt zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf en heeft (alleen of gezamenlijk) daadwerkelijke, langdurige zeggenschap over het bedrijf.
  • Investeringen in infrastructuur voor landbouwbedrijven: subsidie wordt verstrekt aan landbouwers, grondeigenaren die geen landbouwer zijn, pachters, stichtingen voor kavelruil, landbouworganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en natuur- en landschapsorganisaties.
  • Niet-productieve investeringen (biodiversiteit, natuur, landschap, hydrologische maatregelen; en niet-productieve investeringen water): subsidie wordt verstrekt aan landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en samenwerkingsverbanden van deze partijen.
  • Samenwerking voor innovaties (inclusief EIP): subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers van een samenwerkingsverband of de initiatiefnemer van het samenwerkingsverband in wording. Het samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee partijen en bevat tenminste één landbouwer of een organisatie die landbouwers vertegenwoordigt.
  • LEADER: subsidie voor capaciteitsopbouw en het opstellen van een lokale ontwikkelingsstrategie gaat naar de penvoerder van een (nieuw op te richten) lokale actiegroep, rechtspersonen of ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid. Voor de uitvoering van LEADER-projecten komen publieke en private rechtspersonen, ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen), de lokale actiegroep zelf, de penvoerder daarvan en samenwerkingsverbanden hiervan in aanmerking, mits het project past binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde lokale ontwikkelingsstrategie.

Subsidie op grond van de verordening wordt alleen verstrekt voor activiteiten ten behoeve van het in de Europese Unie gelegen deel van Nederland waarvan de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan het platteland van Nederland of de agrarische sector. Tot het platteland behoort het gehele grondgebied van dit deel van Nederland, met uitzondering van aaneengesloten woonkernen met meer dan 30.000 inwoners.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele activiteiten en kosten verschillen sterk per paragraaf van de verordening.

Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties: subsidiabel zijn kosten voor inzet van procesbegeleiders en adviseurs, materiaalkosten, kosten voor ruimten en faciliteiten, drukwerk en mailings, website-inrichting, koop/huurkoop van fysieke investeringen nodig bij demonstraties, en projectmanagement/administratie. Niet subsidiabel zijn kosten voor ontwikkeling van nieuwe kennis, cursussen die deel uitmaken van regulier onderwijs, en inbreng van eigen uren van deelnemende landbouwers.

Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen: subsidiabel zijn kosten voor bouw/verbetering van onroerende zaken, verwerving/leasing van onroerende zaken, aankoop van grond, koop/huurkoop van nieuwe machines en installaties (tot marktwaarde), algemene kosten (architecten, adviseurs, haalbaarheidsstudies) en projectmanagement/administratie.

JOLA (jonge landbouwers): subsidiabel voor investeringen die op een vastgestelde lijst staan, gericht op verduurzaming (niet primair op verbetering van de rentabiliteit). Kostensoorten: bouw/verbetering onroerende zaken, verwerving/leasing onroerende zaken, koop/huurkoop nieuwe machines en installaties, algemene kosten en projectmanagement/administratie.

Investeringen in infrastructuur: bij planvorming/draagvlakontwikkeling gaat het om administratieve en juridische kosten (kavelruilcoördinatoren, kadaster- en notariskosten, vacatiegelden). Bij verbetering van de verkavelingsstructuur en bedrijfsverplaatsing gaat het om vergelijkbare kosten plus investeringen in inpassingsmaatregelen, aankoop ruilgronden en het beter bewerkbaar/bereikbaar maken van kavels.

Niet-productieve investeringen (biodiversiteit, natuur, landschap, hydrologische maatregelen, en water): subsidiabel zijn kosten voor bouw/verbetering van onroerende zaken, verwerving/leasing, aankoop grond, nieuwe machines en installaties, algemene kosten en projectmanagement, mits er een aangetoonde directe link is met de landbouw.

Samenwerking voor innovaties (en EIP): subsidiabel zijn kosten voor het werven van deelnemers, netwerken, opstellen van projectplan en samenwerkingsovereenkomst, coördinatiekosten, verspreiden van resultaten, operationele kosten en bij fysieke investeringen ook bouw, verwerving, aankoop grond en nieuwe machines.

LEADER: subsidiabel zijn onder meer kosten voor opleidingen, haalbaarheidsstudies, het opstellen van de lokale ontwikkelingsstrategie (capaciteitsopbouw), de uitvoering van projecten die passen binnen die strategie, samenwerkingsactiviteiten (inter-territoriaal of transnationaal) en lopende kosten voor beheer, promotie en voorlichting.

Algemeen niet-subsidiabel (voor de hele verordening) zijn onder meer: kosten die niet aantoonbaar rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen, kosten die al elders tot het maximum zijn gesubsidieerd, rente, bankkosten, financieringskosten, kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties, vervangingsinvesteringen, leges (tenzij expliciet subsidiabel gesteld), reguliere investeringen in de onderneming, verrekenbare of compensabele btw, en winstopslagen binnen een samenwerkingsverband. Bij investeringen in de landbouw zijn ook niet subsidiabel: landbouwproductierechten, betalingsrechten, dieren, en zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidiepercentages verschillen per onderdeel van de regeling: - Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties: 80% van de subsidiabele kosten. - Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen: 40% van de subsidiabele kosten. - Fysieke investeringen verduurzaming agrarische ondernemingen Jonge Landbouwers (JOLA): 30% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf volledig bestaat uit jonge landbouwers, verlaagd met 20% per niet-jonge landbouwer die ook bedrijfshoofd is (met een maximale verlaging van 80%). Bij berekening op basis van de verdeling van het eigen vermogen bedraagt de subsidie 30% van de subsidiabele kosten vermenigvuldigd met het percentage eigen vermogen dat in eigendom is van jonge landbouwers. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000,- en wordt niet verstrekt als toepassing van deze regels tot minder dan € 10.000,- zou leiden. - Investeringen in infrastructuur (planvorming/draagvlakontwikkeling): 100% van de kosten. Bij verbetering van de verkavelingsstructuur: 100% van de administratieve/juridische kosten en investeringen voor inpassingsmaatregelen en aankoop ruilgronden, en 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen om kavels beter bewerkbaar/bereikbaar te maken. Bij bedrijfsverplaatsing: 100% voor kosten die niet leiden tot verhoging van productiecapaciteit, waarde of rentabiliteit, en voor het deel dat dat wel doet 40% voor dat deel en 100% voor het overige deel; investeringen om kavels beter bewerkbaar te maken: 40%. - Niet-productieve investeringen (biodiversiteit, natuur, landschap, hydrologische maatregelen en water): 100% van de subsidiabele kosten. - Samenwerking voor innovaties (en EIP): bij activiteiten die betrekking hebben op voortbrenging van of handel in landbouwproducten: 100% van de kosten voor oprichting van het samenwerkingsverband, 70% van de kosten voor uitvoering, en voor investeringen 40% (productief) of 100% (niet-productief) van de subsidiabele kosten (bij EIP kan voor productieve investeringen door landbouwers 60% gelden als dit apart subsidiabel is gesteld). Bij activiteiten zonder betrekking op landbouwproducten: 25% (grote onderneming), 35% (middelgrote onderneming) of 45% (kleine onderneming) van de subsidiabele kosten, met een verhoging van 15 procentpunt bij bepaalde samenwerkingsvormen met kleine/middelgrote ondernemingen of onderzoeksinstellingen. - LEADER, capaciteitsopbouw: 100% van de subsidiabele kosten. - LEADER, uitvoering van projecten en samenwerkingsactiviteiten: de hoogte wordt bepaald door Gedeputeerde Staten op basis van een advies van de lokale actiegroep, gebaseerd op de berekeningsmethode in de goedgekeurde lokale ontwikkelingsstrategie. - LEADER, lopende kosten, promotie en voorlichting: 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van 25% van de totale publieke uitgaven voor de ontwikkelingsstrategie.

Voor investeringsgerelateerde steun geldt dat de kosten van aankoop van gronden subsidiabel zijn tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten (in verwaarloosde gebieden of voormalige industriezones tot maximaal 15%). Bijdragen in natura (werken, zaken, diensten, grond, onroerend goed) zijn subsidiabel tot maximaal de percentages die voor grond gelden, en voor overige onroerende zaken tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten. Onbetaalde eigen arbeid wordt gewaardeerd op € 35,- per uur, onbetaalde arbeid van vrijwilligers op € 22,- per uur.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2021-20238 jun 202111 feb 2023€ 770kWie het eerst komt (fcfs)
2018-20205 feb 201831 dec 2020€ 800k-
20185 nov 201814 dec 2018€ 2,1 mlnTender (rangschikking na sluiting)
201723 jan 201729 dec 2017€ 600kWie het eerst komt (fcfs)
201718 sep 201727 okt 2017€ 2,8 mlnTender (rangschikking na sluiting)
2014-2022---Tender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)?

De regeling werkt als tenderregeling: aanvragen worden beoordeeld door een door Gedeputeerde Staten ingestelde externe onafhankelijke Adviescommissie. JOLA en LEADER vormen hierop uitzonderingen: JOLA werkt met een investeringslijst en LEADER werkt op basis van projecten.

Algemene weigeringsgronden die voor de hele verordening gelden:

  • Voor dezelfde activiteit is onder dezelfde openstelling al subsidie aangevraagd.
  • Voor dezelfde activiteiten en kosten is al subsidie van € 1 of meer verstrekt tot het toegestane maximale subsidiepercentage of -bedrag.
  • De activiteit vindt niet overwegend plaats in de provincie Limburg, tenzij de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan ingezetenen van Limburg of het belang van de provincie dienen.
  • Met de uitvoering is gestart voordat de aanvraag is ingediend (voorbereidingshandelingen uitgezonderd).
  • Een aanvraag scoort minder dan het voorgeschreven minimaal te behalen aantal punten.

Bij rangschikking op basis van selectiecriteria kunnen per criterium 0 tot en met 5 punten worden behaald, met een wegingsfactor van 1, 2, 3 of 4 per criterium. Tenzij het openstellingsbesluit een hoger percentage bepaalt, wordt een aanvraag niet gehonoreerd als minder dan 60% van het totaal aantal te behalen punten is behaald.

Voor Samenwerking voor innovaties geldt dat het samenwerkingsverband uit minimaal twee partijen bestaat en tenminste één landbouwer of landbouwvertegenwoordigende organisatie omvat; de aanvraag moet gaan om een pas opgericht samenwerkingsverband of een activiteit die nieuw is voor een bestaand samenwerkingsverband, en steun moet worden aangevraagd voor een proefproject of ontwikkeling van nieuwe producten, praktijken, processen of technieken.

Voor JOLA geldt dat de jonge landbouwer niet ouder is dan 40 jaar bij aanvraag, een erkende (of gelijkwaardige) landbouwkundige opleiding heeft afgerond of minimaal drie jaar werkervaring heeft, zich voor het eerst als bedrijfshoofd vestigt en daadwerkelijke, langdurige zeggenschap heeft (blijkend uit statuten of een schriftelijke overeenkomst met een blokkerende zeggenschap bij een financieel belang van meer dan € 25.000, en tenminste mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering).

Voor investeringen in infrastructuur en productieve investeringen geldt een instandhoudingsverplichting van vijf jaar na eindbetaling (drie jaar bij een MKB-bedrijf of banen gecreëerd door een MKB-bedrijf).

Voor LEADER-projecten in Zuid-Limburg geldt volgens de vastgestelde lokale ontwikkelingsstrategie een financiële ondergrens van € 10.000,- en een bovengrens van € 200.000,- per project, met uitzondering voor gemeentegrensoverschrijdende projecten met bijzondere toegevoegde waarde. Voor een positief advies moet een project in de beoordelingssystematiek minimaal 20 punten scoren, verdeeld over vier clusters: LOS-doelen, LEADER-werkwijze, organisatie en haalbaarheid, en doelmatigheid.

Hoe vraag je de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4) aan?

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de meest recente versie van een door Gedeputeerde Staten beschikbaar gesteld formulier, en voorzien van alle verplichte bijlagen. De aanvraag bevat in ieder geval: - een begroting van de kosten en een toelichting daarop; - een financieringsplan; - een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten; - een overzicht van inkomsten die de activiteit genereert; - een projectplan met doelstellingen, probleemanalyse, beschrijving van de uitvoering, verwachte resultaten, verwachte realisatietermijn en de wijze waarop resultaten worden getoetst.

Bij een realisatietermijn langer dan één jaar komen daar een meerjarenbegroting met liquiditeitsplanning per jaar en een gefaseerd overzicht in de tijd bij. Bij investeringen met mogelijk negatieve omgevingseffecten is een verkenning naar die effecten verplicht.

Voor samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid moet de aanvraag daarnaast een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst bevatten (met een verklaring van hoofdelijke aansprakelijkheid voor onverschuldigd betaalde bedragen), de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen, en gegevens waaruit blijkt dat een penvoerder is aangewezen om de aanvraag in te dienen.

Voor JOLA bevat de aanvraag onder meer het KVK-nummer van het bedrijf, de notariële akte van overdracht van aandelen of oprichting van de bv met aandelenregister, of de door alle maten getekende maatschapsakte, en een projectplan met beschrijving van de investeringen per categorie op de investeringslijst. Bij berekening op basis van de verdeling van het eigen vermogen is ook een controleverklaring verplicht.

Voor LEADER-projecten geldt dat een initiatiefnemer zich meldt bij het loket van de lokale actiegroep en zijn idee bespreekt met de secretaris (verkenningsfase). Vervolgens werkt de initiatiefnemer het idee uit in een projectplan volgens het LEADER/LOS-format, dient dit compleet in bij de lokale actiegroep voor selectie en bij de provincie en RVO ter toetsing van de ontvankelijkheid. De initiatiefnemer laat ook de Verklaring Cofinanciering POP3 ondertekenen. De secretaris toetst het plan aan de selectiecriteria en legt dit via de lokale actiegroep voor advies aan Gedeputeerde Staten voor, die uiteindelijk besluiten over subsidieverlening.

Vragen over de regeling kunnen uitsluitend per e-mail worden gesteld.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 9 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Authentieke versie bestandsgrootte: 1,2 Mb
    PDF · 48 pagina'sVerplicht

    Dit is de authentieke, officieel bekendgemaakte tekst van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), die je nodig hebt om de volledige algemene en specifieke voorwaarden voor subsidieverlening te kennen; vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg.

    Download
  • Nieuwsbrief
    Word · 2 pagina'sAanbevolen

    Deze nieuwsbrief voor aanvragers informeert je over de verplichtingen rondom het melden van wijzigingen tijdens de uitvoering en over de publicatievoorwaarden die gelden na subsidieverlening.

    Download
  • Nieuwsbrief voor aanvragers
    Word · 2 pagina'sAanbevolen

    Deze nieuwsbrief voor aanvragers (dezelfde inhoud als de algemene nieuwsbrief) legt uit hoe je wijzigingen in je project moet melden en aan welke communicatie- en publicatievoorwaarden je tijdens de uitvoering moet voldoen.

    Download
  • Lokale Ontwikkelings Strategie (LOS) Zuid-Limburg
    PDF · 45 pagina'sAanbevolen

    De Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) Zuid-Limburg is het kaderplan van de Lokale Actiegroep waarin strategie, doelen, organisatie en selectiecriteria voor LEADER-projecten in Zuid-Limburg staan, en dient als toetsingskader bij het indienen en beoordelen van LEADER-projectaanvragen.

    Download
  • Handleiding POP3 Webportal
    PDF · 16 pagina'sAanbevolen

    De Handleiding POP3 Webportal legt uit hoe je via het webportal wijzigingsverzoeken, voortgangsrapportages, declaraties en eindafrekeningen indient nadat je subsidie is verleend.

    Download
  • Handleiding POP3 Webportal
    PDF · 16 pagina'sAanbevolen

    Deze handleiding (dezelfde als hierboven) heb je nodig om na subsidieverlening je aanvraag, betaalverzoeken en rapportages te beheren via het POP3 webportal.

    Download
  • Authentieke versie bestandsgrootte: 253 Kb
    PDF · 2 pagina'sAanbevolen

    Dit is het officiële Wijzigingsbesluit Beleidsregels verlagen subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP), vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 6 maart 2018, dat aangeeft volgens welke regels subsidies verlaagd kunnen worden.

    Download
  • Aanbestedingsdossier
    PDF · 2 pagina'sAanbevolen

    Dit Aanbestedingsdossier (dubbel vermeld) heb je nodig om je aanbestedingsdocumentatie compleet en volgens de eisen in je projectdossier te verzamelen bij subsidieaanvragen of betalingsverzoeken met aanbesteding.

    Download

En nog 1 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Gedeputeerde Staten van Limburg; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.