Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel
Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Gedeputeerde Staten van Overijssel
Wat is de Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel?
De Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel is een Europese subsidie voor plattelandsontwikkeling, gefinancierd vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en de provincie Overijssel. De regeling bundelt meerdere afzonderlijke onderdelen voor productieve en niet-productieve investeringen, vooral gericht op landbouwondernemers, op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, landschap en landbouw, en op de uitvoering van het LEADER-programma voor lokale plattelandsontwikkeling. Elk onderdeel heeft een eigen doelgroep, eigen subsidiabele kosten en een eigen subsidiepercentage.
Wie komt in aanmerking voor de Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel?
De regeling kent meerdere onderdelen (paragraaf 2.2 tot en met 3.10) met elk hun eigen doelgroep. In grote lijnen gaat het om:
- Bij de LEADER-onderdelen (Lopende kosten en dynamisering LEADER, uitvoering van LEADER-projecten): Lokale Actiegroepen (LAG's), publieke rechtspersonen, private rechtspersonen, ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen) en samenwerkingsverbanden van deze partijen. Voor de LOS/Plaatselijke actiegroep-regeling geldt bovendien dat de activiteit betrekking moet hebben op een van de vier LEADER-gebieden in Overijssel (Noord Overijssel, Noordoost Twente, Salland, Zuidwest Twente) en dat kernen met meer dan 30.000 inwoners geen onderdeel uitmaken van de op te stellen strategie.
- Bij de waterregelingen (niet-productieve investeringen water, fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie): landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en samenwerkingsverbanden daarvan (bij niet-productieve investeringen water), of landbouwers en groepen van landbouwers (bij fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie).
- Bij trainingen/workshops/demonstraties waterbeheer: wie de opleiding of kennisoverdracht levert aan landbouwondernemers en daarvoor aantoonbaar voldoende gekwalificeerd is.
- Bij fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen: jonge landbouwers, gedefinieerd als personen die bij de aanvraag niet ouder zijn dan 40 jaar, een erkende landbouwkundige opleiding (of gelijkwaardig) hebben afgerond of minstens drie jaar werkervaring op een landbouwbedrijf hebben, die zich voor het eerst als bedrijfshoofd vestigen en daadwerkelijke, langdurige zeggenschap over het bedrijf hebben.
- Bij samenwerking voor innovaties (water): samenwerkingsverbanden van minimaal twee partijen waaronder tenminste één landbouwer of een vertegenwoordigende organisatie.
Voor alle onderdelen geldt dat activiteiten aantoonbaar ten goede moeten komen aan het platteland van Nederland (met uitzondering van aaneengesloten woonkernen met meer dan 30.000 inwoners) of de agrarische sector, en dat de activiteit overwegend in provincie Overijssel moet plaatsvinden, tenzij de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan Overijssel.
Waarvoor krijg je subsidie?
Welke kosten subsidiabel zijn verschilt per onderdeel van de regeling. Enkele voorbeelden:
- Niet-productieve investeringen water: kosten van bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken, kosten van nieuwe machines en installaties (tot maximaal de marktwaarde), algemene kosten (architecten, ingenieurs, adviseurs, haalbaarheidsstudies), kosten van tweedehands installaties (tot maximaal de marktwaarde), computersoftware, niet verrekenbare of compensabele btw, voorbereidingskosten en personeelskosten (via de vereenvoudigde kostenoptie).
- Fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie: vergelijkbare kostensoorten, aangevuld met bijdragen in natura en gewone personeelskosten.
- Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties waterbeheer: kosten van procesbegeleiders en adviseurs, materiaalkosten, kosten van ruimten en faciliteiten, drukwerk/mailings/websites, koop of huurkoop van fysieke investeringen nodig bij demonstraties, projectmanagement en -administratie, algemene kosten en niet verrekenbare btw. Niet subsidiabel zijn hier: kosten voor het ontwikkelen van nieuwe kennis, cursussen die deel uitmaken van regulier onderwijs, en de inbreng van eigen uren door landbouwers die deelnemen.
- Fysieke investeringen in verduurzaming (jonge landbouwers): kosten van bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen, nieuwe machines en installaties, architecten en ingenieurs, adviseurs duurzaamheid, en haalbaarheidsstudies, uitsluitend voor investeringen die op een vastgestelde lijst staan en niet slechts of hoofdzakelijk gericht zijn op verbetering van de rentabiliteit van het bedrijf.
Voor de hele regeling geldt dat kosten voor aankoop van grond (bebouwd of onbebouwd) subsidiabel kunnen zijn tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten (in bepaalde gevallen 15%, of hoger bij milieubehoud). Nooit subsidiabel zijn onder meer: kosten die niet rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen, rente en bankkosten, gerechtelijke procedures, vervangingsinvesteringen, legeskosten (tenzij expliciet subsidiabel gesteld), reguliere investeringen in de eigen onderneming, niet-verrekenbare btw die wel compensabel is, en winstopslagen binnen een samenwerkingsverband. Bij investeringen in de landbouw zijn ook aankoop van landbouwproductierechten, betalingsrechten, dieren en zaai- of pootgoed van eenjarige gewassen uitgesloten.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van de subsidie verschilt sterk per onderdeel:
- Lopende kosten en dynamisering LEADER: 100% van de subsidiabele kosten, tot maximaal 25% van de totale publieke uitgaven voor de Lokale Ontwikkelingsstrategie.
- Uitvoering van LEADER-projecten: afhankelijk van het LEADER-gebied 40% of 50% van de totale subsidiabele kosten (Zuidwest Twente, Salland, Noordoost Twente: 50%; Noord Overijssel: 40%), met een minimale subsidie per project van € 30.000 en een maximale subsidie van € 100.000 (bij Noord Overijssel geldt de maximale subsidie bij projectkosten boven € 250.000, bij de andere gebieden bij projectkosten boven € 200.000).
- Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep: 100% van de subsidiabele kosten.
- Voorbereiding oprichten Plaatselijke actiegroep en opstellen LOS: 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 30.000.
- Niet-productieve investeringen water: 100% van de subsidiabele kosten, met een minimum te verlenen subsidie van € 250.000; per gebied is een maximaal subsidiebedrag beschikbaar.
- Fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie: 40% van de totale subsidiabele kosten, met minimale subsidiabele kosten per project van € 100.000.
- Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties waterbeheer: 80% van de subsidiabele kosten, met een minimale te verlenen subsidie van € 40.000.
- Fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen van jonge landbouwers: 30% van de subsidiabele kosten indien het bedrijf volledig uit jonge landbouwers bestaat, met een verlaging van 20% per niet-jonge landbouwer (maximaal 80% verlaging), of een berekening op basis van het aandeel eigen vermogen van jonge landbouwers. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000 en wordt niet verleend als deze uitkomt op minder dan € 10.000.
Voor alle onderdelen geldt: er wordt nooit meer subsidie verleend dan aangevraagd, ook niet als het toepasselijke percentage tot een hoger bedrag zou leiden. Personeelskosten worden berekend op basis van een uurtarief (bruto jaarloon plus 43,5% werkgeverslasten plus 15% overheadkosten, gedeeld door 1.720 uur bij een 40-urig dienstverband) of via een vereenvoudigde kostenoptie. Onbetaalde eigen arbeid wordt gewaardeerd op € 35 per uur, onbetaalde arbeid van vrijwilligers op € 22 per uur.
Wat zijn de voorwaarden van de Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel?
Belangrijke instapeisen en beoordelingscriteria, die per onderdeel verschillen:
- Selectie gebeurt vrijwel altijd via een tendersysteem: alle binnen de openstellingsperiode ingediende aanvragen die aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voldoen, worden gescoord op selectiecriteria met een weging. Projecten die niet het minimaal voorgeschreven aantal punten behalen, komen niet voor subsidie in aanmerking. Bij overschrijding van het subsidieplafond gaan hoger scorende projecten voor; bij gelijke score wordt geloot.
- Voor projecten binnen LEADER-gebieden geldt een minimale subsidie per project van € 30.000. Bij LEADER-uitvoeringsprojecten geldt een maximale subsidie van € 100.000 zodra de projectkosten een bepaalde drempel overschrijden (€ 200.000 of, in Noord Overijssel, € 250.000).
- Bij niet-productieve investeringen water geldt een minimum te verlenen subsidie van € 250.000; wordt na beoordeling een lager bedrag berekend, dan wijzen Gedeputeerde Staten de aanvraag af.
- Bij fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie geldt een minimum aan subsidiabele kosten van € 100.000 per project.
- Bij trainingen/workshops/demonstraties waterbeheer geldt een minimum te verlenen subsidie van € 40.000.
- Bij samenwerkingsverbanden (zonder rechtspersoonlijkheid) moeten de deelnemers elk een andere eigenaar hebben en voldoen aan geldende concurrentieregels; bij een gezamenlijke aanvraag is een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst verplicht waarin hoofdelijke aansprakelijkheid wordt vastgelegd.
- Bij Samenwerking voor innovaties (water) moet het samenwerkingsverband uit minimaal twee partijen bestaan, waaronder tenminste één landbouwer of vertegenwoordigende organisatie, en moet het gaan om een nieuw opgericht samenwerkingsverband of een voor het samenwerkingsverband nieuwe activiteit.
- Cofinanciering: bij LEADER-uitvoeringsprojecten bestaat de subsidie voor 50% uit EU-middelen, 25% uit provinciale middelen en 25% uit bijdragen van een derde overheid (gemeente of waterschap); de aanvrager moet aantonen dat deze cofinanciering beschikbaar is via een bijdrageverklaring of subsidiebeschikking.
- Met de uitvoering van de activiteit mag niet gestart zijn voordat de aanvraag is ingediend (met uitzondering van voorbereidingshandelingen).
- Voor LOS/Plaatselijke actiegroep-aanvragen geldt een minimumscore van 8 punten (op een schaal met vier criteria van elk maximaal 3 punten, met een minimum van 1 punt per criterium).
Hoe vraag je de Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel aan?
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van het meest recente door Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde aanvraagformulier. De behandeling en afhandeling van aanvragen wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); aanvragen zijn terug te vinden via mijn.rvo.nl (bij een zaaknummer) of het POP3-webportal (bij een projectnummer).
Een aanvraag bevat in ieder geval:
- een begroting van de kosten met toelichting;
- een financieringsplan;
- een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteit;
- een overzicht van inkomsten die de activiteit genereert;
- een projectplan met daarin de doelstellingen, een probleemanalyse, een beschrijving van de uitvoering, de verwachte resultaten, de verwachte realisatietermijn en de wijze van toetsing van de resultaten.
Bij een realisatietermijn langer dan één jaar zijn ook een meerjarenbegroting met liquiditeitsplanning en een fasenoverzicht verplicht. Bij investeringen met mogelijk negatieve omgevingseffecten is een verkenning van die effecten vereist.
Bij een aanvraag namens een samenwerkingsverband is een door alle deelnemende partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst verplicht, waarin onder meer hoofdelijke aansprakelijkheid voor onverschuldigd betaalde subsidiebedragen wordt vastgelegd.
Voor specifieke onderdelen gelden extra stukken, zoals: een kaart van het projectgebied (niet-productieve investeringen water), een omschrijving van de organisatie en aantoonbare kwalificatie van het personeel (trainingen/demonstraties waterbeheer), of bij jonge landbouwers een notariële akte van aandelenoverdracht of oprichting, aandelenregister of ondertekende maatschapsakte, en desgewenst een accountantsverklaring over het eigen vermogen.
Selectie gebeurt via een tendermethode: aanvragen worden gescoord op basis van in het openstellingsbesluit bekendgemaakte selectiecriteria en wegingsfactoren, en gerangschikt op een prioriteitenlijst. Bij overschrijding van het subsidieplafond gaan hoger scorende aanvragen voor.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Gedeputeerde Staten beslissen binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen een aanvraag om subsidie ontvangen moet zijn. Voor sommige onderdelen kan een adviescommissie worden ingesteld die aanvragen beoordeelt; bij LEADER-projecten geeft de betrokken Lokale Actiegroep (LAG) een zwaarwegend advies aan Gedeputeerde Staten.
Bevoorschotting is mogelijk:
- Een voorschot op basis van realisatie (tussentijdse betaling) kan worden aangevraagd voor minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000 aan subsidie, tenzij anders bepaald. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken op zo'n verzoek.
- Een voorschot vooruitlopend op realisatie is alleen mogelijk bij investeringsgerelateerde steun of bij functionerings- en dynamiseringskosten van de lokale groep, bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie en vereist een bankgarantie of gelijkwaardige zekerheid voor 100% van het voorschot.
Tijdens de looptijd gelden onder meer de volgende verplichtingen: het voeren van een sluitende administratie (urenadministratie, inkoopdossier, bewijsstukken) die tot 5 jaar na de vaststellingsbeschikking bewaard moet blijven, het jaarlijks indienen van een voortgangsverslag (tenzij anders bepaald), het onverwijld melden als de activiteit niet, niet tijdig of niet geheel wordt uitgevoerd, en het melden van een voorgenomen vervreemding van de onderneming of grond. Bij investeringen in infrastructuur of productieve investeringen geldt een instandhoudingsverplichting van vijf jaar na de eindbetaling (drie jaar bij MKB-bedrijven of daardoor gecreëerde banen).
De aanvraag tot subsidievaststelling moet in beginsel binnen drie jaar na de subsidiebeschikking worden ingediend en bevat een inhoudelijk en financieel verslag met bewijsstukken. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken op de aanvraag tot vaststelling. Bij onregelmatigheden of niet-subsidiabele kosten kan het voorschot of de vastgestelde subsidie worden verlaagd; bij meer dan 10% onjuist gedeclareerde kosten volgt een extra correctie.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Alle POP 3 subsidies van de Provincie Overijsseloverijssel.nl · gecontroleerd 18 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Gedeputeerde Staten van Overijssel; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.