Subsidieregeling landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-2028
Gemeente Maastricht
Voor professionele culturele instellingen (stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk) die deel uitmaken van de landelijke culturele basisinfrastructuur en zich inzetten in de professionele kunsten.
Ook bekend als BIS Maastricht
Waar is deze subsidie voor?
Meerjarige subsidieregeling voor professionele culturele instellingen in Maastricht die deel uitmaken van de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS). Subsidies voor activiteiten in podiumkunsten, musea, beeldende kunst, film, letteren, ontwerp en ondersteunende instellingen. Totaal subsidieplafond € 1.057.352,- per boekjaar (2025-2028).
Voor wie is het bedoeld?
Voor professionele culturele instellingen (stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk) die deel uitmaken van de landelijke culturele basisinfrastructuur en zich inzetten in de professionele kunsten.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor professionele kunstinstellingen in Maastricht
- Financiering van podiumkunsten, musea en beeldende kunst
- Meerjarige subsidie voor culturele instellingen 2025-2028
Voorwaarden
- Aanvrager moet een professionele culturele instelling zijn (stichting of vereniging zonder winstoogmerk)
- Inschrijving bij de Kamer van Koophandel vereist
- Meerjarig bedrijfsplan 2025-2028 met sluitende begroting
- Onderschrijving van Governance Code Cultuur, Fair Practice Code en Code Diversiteit & Inclusie
- Aanvraag moet compleet zijn met KvK-uittreksel, bankafschrift en overige documenten
- Voor ondernemingen: verklaring de-minimissteun vereist
- Jaarlijkse herhaalde aanvragen voor 2026, 2027 en 2028
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 4 jul 2025
- Sluit
- -
- Budget
- € 1,1 mln
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Documenten
- De-minimisverklaring_2024.pdf · 4 pag.
Toon documenttekst
1 Verklaring de-minimissteun Wij raden u aan om, voordat u de verklaring invult, eerst de toelichting in de bijlage van dit formulier te lezen. Verklaring Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming1 o geen de-minimissteun is verleend - Over de periode van (begindatum van het kalenderjaar gelegen twee jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot (datum van ondertekening van deze verklaring) is niet eerder de-minimissteun verleend. o beperkte de-minimissteun is verleend - Over de periode van (begindatum van het kalenderjaar gelegen twee jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot (datum van ondertekening van deze verklaring) is eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel ook) verleend tot een bedrag van in totaal € Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake. Een kopie van de stukken waaruit het verlenen van de steun blijkt, voegt u bij deze verklaring. o reeds andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten is verleend - Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van in totaal € Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling of een besluit van de Commissie d.d. Een kopie van de stukken waaruit het verlenen van de staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten blijkt, voegt u bij deze verklaring. Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door: Bedrijfsnaam: Inschrijfnummer KvK: Naam functionaris en functie: Adres onderneming: Postcode en plaatsnaam: Datum: Handtekening: 1 Het gaat hierbij om één onderneming. Het kan voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Zie toelichting. -- 1 of 4 -- 2 Toelichting verklaring de-minimissteun Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013,L352/1), dan wel de verordeningen voor de-minimissteun voor de sectoren landbouw en visserij, dan wel voor compensatie van kosten voor het beheer van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) zijn bepalend2. De de-minimisverordening en staatssteun De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen3. Deze de- minimisverklaring is nodig voor de overheid4 om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen. In de de-minimisverordening heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het VWEU. Deze drempel is gesteld op een bedrag van € 300.000,- (€ 100.000,- voor ondernemingen die voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verrichten). Voor de visserijsector geldt een drempel van € 30.000,-. Voor de landbouwproductiesector is de drempel gesteld op € 20.000,-. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie kalenderjaren. Steun die genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’. De de-minimisverordening kan gebruikt worden voor kleine, middelgrote of grote ondernemingen. Naast ondernemingen in de genoemde sectoren waarvoor een eigen de minimisverordening geldt, is de de-minimisverordening (nr. 2023/2831) in bepaalde gevallen niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten. Ook steun voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten en steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen is uitgezonderd. Eén onderneming Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 2023/2831) geeft aan wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van 2 Voor de sector van de primaire productie van landbouwproducten zie Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector. Voor de sector visserij zie Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de- minimissteun in de visserij- en aquacultuursector. Voor DAEB zie Verordening (EU) Nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen. 3 Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een economische activiteit is het aanbieden van goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet van belang. Daarbij kunnen zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen winstoogmerk is (zoals bij een stichting) is niet relevant. 4 Een overheidsinstantie kan zowel de centrale overheid, de provincie, de gemeente of een waterschap betreffen. Het kan ook zo zijn dat een uitvoeringsinstantie bevoegd is om namens hen steun te verlenen. -- 2 of 4 -- 3 de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen. Bedrag van de de-minimissteun Door middel van deze verklaring heeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande kalenderjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsorganisatie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent u hierover door de overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat dus niet alleen om steun die u heeft ontvangen van een gemeente of een ministerie: alle de-minimissteun telt mee. Bij overschrijding van de drempel kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de staatssteunregels kan in het ergste geval leiden tot terugvordering van de verleende steun! De bedragen die dienen te worden gebruikt bij het invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de verordening toe te passen op leningen en garanties die langer dan drie jaren lopen. De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald. Dit betekent concreet de datum waarop een besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel door bijvoorbeeld het aangaan van een lening of garantstelling) aan uw onderneming is genomen. Samenloop met reguliere staatssteun Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de- minimissteun reeds staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de algemene groepsvrijstellingsverordening5, de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening6, de Visserijvrijstellingsverordening7, het vrijstellingsbesluit over de compensatie van kosten voor het beheer van diensten van algemeen economische belang (DAEB)8 valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maxima niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan. Als u twijfelt of bepaalde steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen. 5 Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard 6 Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard 7 Verordening (EU) Nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard 8 Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. -- 3 of 4 -- 4 Het formulier heeft betrekking op drie situaties: - uw onderneming heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande kalenderjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen, - uw onderneming, heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande kalenderjaren de- minimissteun ontvangen. Opgeteld bij het bedrag van de huidige voorgenomen steun wordt echter het bedrag van € 300.000,- niet overschreden (respectievelijk € 100.000,-/ € 30.000,-/ € 20.000,-), of - uw onderneming, heeft voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige voorgenomen steun reeds andere vormen van staatssteun ontvangen. Het bewaren van gegevens De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening terugvorderen. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de) Nederland(se overheidsinstantie) nog informatie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige steun. De overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt - in een dergelijk geval aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan die activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u op grond van de algemene administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren.9 9 Artikel 2:10, lid 1, BW (rechtspersonen) en artikel 3:15i BW (ondernemingen en vrije beroepsbeoefenaren). -- 4 of 4 --
- Rapport Subsidieaanvragen landelijke BIS professionele kunst 2025-2028.pdf · 35 pag.
Toon documenttekst
Rapport adviescommissie Subsidieaanvragen landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-2028 Gemeente Maastricht 11 september 2024 -- 1 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 Inleiding 4 Proces en beoordeling 5 Werkwijze 5 Adviescommissie 5 Beoordeling 5 Beoordelingscriteria 6 Beoordelingswijze 8 Overzicht 9 Stichting Marres, huis voor hedendaagse kunst 11 Stichting Nederlandse Dansdagen 14 Stichting Opera Zuid 17 Stichting philharmonie zuidnederland 20 Stichting Provinciaal Museum Limburg (Het Bonnefantenmuseum) 23 Stichting SALLY Dansgezelschap Maastricht 26 Stichting Toneelgroep Maastricht 29 Stichting Van Eyck 32 -- 2 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 3 Voorwoord Voor de cultuurplanperiode 2025-2028 heeft de gemeente Maastricht een nieuwe subsidiestructuur ontwikkeld voor de professionele kunsten. Onderdeel daarvan zijn 2 meerjarige subsidieregelingen. Er is een ambtelijke adviescommissie (hierna commissie) ingesteld om de gemeente te adviseren over de ingediende aanvragen voor meerjarige subsidie in 2025-2028. De commissie was belast met de beoordeling van deze aanvragen en heeft zich hierbij gebaseerd op de inhoud van de meerjarige bedrijfsplannen van de aanvragers. Deze zijn getoetst aan de hand van de vastgestelde beoordelingscriteria. Dit rapport gaat over de Subsidieregeling landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-20281 (hierna BIS-regeling). Door middel van dit rapport geeft de commissie haar advies over de ingediende meerjarige subsidieaanvragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht. De conclusies van de commissie komen tot uitdrukking in onderbouwde adviezen. Tijdens het toetsen van de aanvragen is zij integer, deskundig en zorgvuldig te werk gegaan. Naar mening van de commissie is zij tot een weloverwogen en gedegen advies gekomen. De commissie heeft waardering voor de passie, ambitie en gedrevenheid waarmee aanvragers binnen de BIS-regeling zich inspannen voor een relevant en hoogwaardig aanbod. Dat is ook terug te zien in de hoge waardering van de commissie in relatie tot de onderscheidende aard, artistieke eigenheid en maatschappelijke waarde van de aanvragers. In potentie kunnen zij in nog grotere mate bijdragen aan he t versterken en bestendigen van het culturele ecos ysteem van Maastricht. De commissie maakt zich wel zorgen over de financiële en organisatorische kwetsbaarheid van veel aanvragers. Zij merkt op dat het waarborgen van de continuïteit voor de meeste een (grote) uitdaging is. De commissie wil dit als punt van aandacht meegeven aan de gemeente. In relatie tot het lokale culturele veld spelen deze aanvragers namelijk een grote rol. Het is zodoende van belang dat zij goed toegerust zijn (en blijven) op de toekom st. De commissie vertrouwt erop dat bij besluitvorming over de meerjarige subsidie - verstrekkingen in het kader van de cultuurplanperiode 2025 -2028 het college van burgemeester en wethouders van Maastricht rekening ho udt met het advies van de commissie. Adviescommissie 1 Zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR716326 -- 3 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 4 Inleiding BIS-regeling De BIS-regeling is gericht op de professionele culturele instellingen die door de Rijksoverheid in de cultuurplanperiode 2021 -2024 gefinancierd worden vanuit het landelijke culturele subsidiestelsel en daarmee behoren tot de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS2). Deze regeling doelt op het versterken van het culturele ecosysteem van de professionele kunsten in Maastricht. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die aansluiten bij een van de volgende functies: symfonieorkest operagezelschap theatergezelschap postacademische instelling (beeldende kunst) presentatie-instelling (beeldende kunst) jeugdpodiumkunsten (dans) festival (dans) regionaal museum Kaders Binnen de BIS-regeling is er ruimte om 8 instellingen meerjarig te financieren in de periode 2025-2028. Het totale subsidieplafond per boekjaar bedraagt € 1.057.352 (in de boekjaren 2025 en 2026 wordt dit subsidieplafond jaarlijks verhoogd met € 200.000 ten behoeve van de functie festival (dans)). Het beschikbare budget en het maximale aantal subsidieverstrekkingen is leidend. Het uitgangspunt van de gemeente Maastricht is om het totale subsidieplafond per boekjaar volledig te benutten. 2 Vierjarig subsidieverlening van de Rijksoverheid aan professionele culturele instellingen op het gebied van: podiumkunsten, musea, beeldende kunst, film, letteren, ontwerp, ontwikkeling & vernieuwing en ondersteunende instellingen (http://www.cultuursubsidie.nl/). -- 4 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 5 Proces en beoordeling Werkwijze Op donderdag 29 februari 2024 werd de BIS-regeling opengesteld. Maandag 29 april 2024 om 13u sloot de indientermijn. In totaal werden 8 meerjarige aanvragen ingediend. Na het sluiten van de deadline werd gecontroleerd of de aanvragen voor meerjarige subsidie voldeden aan de voorwaarden en indienvereisten. De aanvragen werden vervolgens ter beoordeling voorgelegd aan een commissie. In juni 2024 kwam de commissie op verschillende momenten bijeen om de aanvragen zorgvuldig te beoordelen. Bij het samenvatten van haar conclusies en het uitschrij ven van de adviezen is de commissie bijgestaan en ondersteund door de heer S. de Gr auw en mevrouw N. Scholtens (werkzaam bij adviesbureau Cultuurslagers). Zij waren echter niet betrokken bij het beoordelingsproces. Adviescommissie Zoals bepaald in de BIS-regeling bestond de commissie uit (ten minste drie) medewerkers van de gemeente Maastricht werkzaam binnen de beleidsafdeling Economie & Cultuur. Zij werden bijgestaan door een externe voorzitter, welke ook inhoudelijk deelnam aan het beoordelingsproces. De commissie was als volgt samengesteld: mevrouw R. Giebels (externe voorzitter), mevrouw G. Haasen, mevrouw S. Pierik, mevrouw M. Pinckers en de heer M. Saalmink. Mevrouw R. Giebels is sinds 2000 zelfstandige ondernemer in het culturele en creatieve veld. In die hoedanigheid heeft ze vele verschillende facetten van de sector gezien, geadviseerd, begeleid en gemanaged. Zowel op organisatorisch vlak als beleidsmatig. Haar rol als docent en werk met jonge mensen bij onder andere Hogeschool voor de Kunsten Utrecht vormt een mooie rode draad in haar werk. En als adviseur en pionier is ze vaak betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van verschillende (meerjarige) subsidieregelingen; zowel bij landelijke fondsen (o.a. Fonds Podiumkunsten), provinciale regelingen (o.a. Cultuurfonds Brabant C) als op gemeentelijk niveau (o.a. Rotterdam en Amsterdam). Daarbinnen heeft ze ervaring in de rol van adviseur, secretaris, vicevoorzitter en voorzitter. Beoordeling Het was de taak van de commissie om te beoordelen in hoeverre aanvragers in hun meerjarig bedrijfsplan 2025-2028 een concrete inhoudelijke beschrijving hadden opgenomen die inzicht geeft in de wijze waarop wordt voldaan aan de omschrijving en aandachtspunten van de vijf beoordelingscriteria. Bij het formuleren van haar advies hield de commissie rekening met de gestelde kaders. -- 5 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 6 Beoordelingscriteria Criterium 1 – Relevantie De aanvrager dient in relatie tot het lokale culturele veld voldoende onderscheidend van aard te zijn en haar aanbod aan activiteiten moeten zowel artistiek -inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk relevant en van betekenis te zijn. Aandachtspunten bij het beoordelen van dit criterium zijn: de beschrijving van de missie en visie van de aanvrager in relatie tot haar culturele profiel, artistieke eigenheid, beoogde maatschappelijke waarde en onderscheidende karakter. de wijze waarop de aanvrager denkt de artistieke inhoud en opzet van de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan actueel, relevant en aangesloten te houden op hedendaagse ontwikkelingen. de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager middels artistiek-inhoudelijke activiteiten maatschappelijke betekenis wil creëren en/of een bijdrage wil leveren aan lokale sociaal-maatschappelijke vraagstukken. de mate waarin de aard van de instelling en de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan aansluiten bij de functiekeuze. Criterium 2 – Betekenis voor de stad De aanvrager dient zich in te spannen om middels haar activiteiten een bijdrage te leveren aan het vergoten van de toegankelijkheid, bereikbaarheid, herkenbaarheid en zichtbaarheid van het cultuuraanbod in Maastricht en zich in zekere mate te verhouden tot wat er in de stad speelt en leeft. Aandachtspunten bij het beoordelen van dit criterium zijn: de ambities van de aanvrager om vanuit de eigen context het potentieel van de stad te benutten, meer naar buiten te treden, ruimte te geven aan cultuurinitiatieven dichtbij de mensen (in en vanuit de wijken) en cultuuraanbod laagdrempelig, bereikbaar en makkelijk toegankelijk te maken. de mate waarin de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan een duurzaam karakter hebben en een blijvende impact op en zichtbaarheid in Maastricht teweegbrengen. de mate waarin en de wijze waarop de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan zich aantoonbaar verhouden tot de stad Maastricht, lokaal herkenbaar zijn en gericht zijn op en ten goede komen aan haar inwoners en bezoekers. de (haalbaarheid van de) doelstellingen die de aanvrager voor zichzelf formuleert met betrekking tot het (actief) betrekken van inwoners va n Maastricht die nu nog niet of onvoldoende worden bereikt. -- 6 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 7 Criterium 3 – Investeren in jeugd Van de aanvrager wordt verwacht dat zij zich vanuit de eigen context inspant om haar aanbod aan activiteiten te ontsluiten voor een breed publiek, daarbij wordt nadrukkelijk gevraagd de aandacht te verbreden naar de Maastrichtse jeugd – oftewel personen tussen de 0 en 27 jaar. Aandachtspunten bij het beoordelen van dit criterium zijn: de (vernieuwende) wijze waarop de aanvrager zich inspant om jeugd in aanraking te brengen met en/of actief te betrekken bij de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan. de manier waarop de aanvrager en de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan organisatorisch en (artistiek -)inhoudelijk aansluiten bij de leefwereld van de jeugd. de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager aandacht besteedt aan cultuureducatie en/of talentontwikkeling, en de samenwerking met scholen, opleidingen en buitenschoolse aanbieders. de wijze waarop de aanvrager actieve betrokkenheid, co-creatie en/of participatie van het brede publiek en/of deelnemers realiseert. Criterium 4 – Meerwaarde voor het culturele ecosysteem De aard en de activiteiten en de rol van de aanvrager dienen bij te dragen aan het versterken en bestendigen van het culturele ecosysteem van Maastricht. Aandachtspunten bij het beoordelen van dit criterium zijn: de beschrijving van de rol die de aanvrager vervult binnen het lokale en/of regionale culturele ecosysteem en de toegevoegde waarde daarvan . de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager en de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan bijdragen aan het versterken en bestendigen van het culturele ecosysteem van Maastricht. de wijze waarop en mate waarin er sprake is van wederkerig e samenwerking met andere lokale partijen, zowel binnen als buiten het culturele ecosysteem. de mate waarin opgebouwde kennis en ervaring van de aanvrager overdraagbaar is en als voorbeeld of inspiratie kan dienen voor andere partijen binnen het culturele ecosysteem. Criterium 5 – Gezonde bedrijfsvoering Een aanvrager moet bedrijfsmatig en financieel op orde zijn, beschikken over professionele organisatiekracht en (financiële) continuïteit kunnen waarborgen. Aandachtspunten bij het beoordelen van dit cri terium zijn: de organisatorische kwaliteit en de aanwezigheid van zakelijke kennis als basis voor het realiseren van de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan. -- 7 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 8 de uitvoerbaarheid van het meerjarig bedrijfsplan in werkwijze, planning, personele organisatie en omvang van de organisatie (en eventuele externe uitvoerenden). de financiële uitgangspositie van de aanvrager en de mate waarin de meerjarenbegroting inclusief het dekkingsplan inzichtelijk, realistisch en passend is bij de activiteiten omschreven in het meerjarig bedrijfsplan. de haalbaarheid van een passende financieringsmix en de visie van de aanvrager op het omgaan met risico’s zoals tegenvallende inkomsten. de omschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en binnen de eigen mogelijkheden toepast. Beoordelingswijze Per criterium heeft de commissie een beoordeling gegeven die is vertaald in een waardering. Er werd gebruik gemaakt van de cijfers tussen 1 (onvoldoende) en 20 (zeer goed) en conform onderstaande toelichting toegepast. Een aanvraag kon zodoende maximaal met 100 punten worden beo ordeeld. Alleen aanvragen die op elk van de criteria zijn beoordeeld met ten minste een voldoende (12 punten) komen voor subsidie in aanmerking. Waardering Cijfer Toelichting Zeer goed 20 Positief; er zijn geen punten van kritiek. Goed 18 Positief; er zijn bijna geen punten van kritiek. Ruim voldoende 14 Positief; al zijn er ook enkele punten van kritiek. Voldoende 12 Al met al positief; er zijn meerdere punten van kritiek maar de positieve elementen hebben nipt de overhand. Zwak 6 Onder de maat; er zijn enkele positieve elementen maar de punten van kritiek hebben de overhand. Onvoldoende 1 Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen. -- 8 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 9 Overzicht Samenvattend Alle 8 in Maastricht gehuisveste professionele culturele instellingen, die deel uitmaken van de landelijke culturele BIS in de cultuurplanperiode 2021 -2024, hebben een aanvraag ingediend corresponderend aan hun functie. Er is geen sprake van (onderlinge) concurrentie. Een aanvraag die aan de voorwaarden en criteria voldoet komt voor subsidie in aanmerking. De commissie concludeert dat dat voor alle aanvragen het geval is. De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders van Maastricht dan ook om alle 8 aanvragen te honoreren en de maximale beschikbare subsidiebedragen voor desbetreffende functies toe te kennen. Voor de individuele beoordelingen alsook het overzicht hierbeneden zijn de aanvragers vermeld op alfabetisch e volgorde op basis van hun statutaire naam. Aanvrager functie | subsidiebedrag per boekjaar Puntentotaal Stichting Marres, huis voor hedendaagse cultuur presentatie-instelling (beeldende kunst) | € 186.939 78 Stichting Nederlandse Dansdagen festival (dans) | € 296.194 (2025-2026) € 96.194 (2027-2028) 82 Stichting Opera Zuid operagezelschap | € 152.183 80 Stichting philharmonie zuidnederland symfonieorkest | € 243.429 80 Stichting Provinciaal Museum Limburg (Het Bonnefantenmuseum) regionaal museum | € 30.000 82 Stichting SALLY Dansgezelschap Maastricht jeugdpodiumkunsten (dans) | € 81.162 78 Stichting Toneelgroep Maastricht theatergezelschap | € 181.352 80 Stichting Van Eyck postacademische instelling (beeldende kunst ) | € 86.093 72 -- 9 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 10 Schrijf hier een hoofdstuk Beoordeling aanvragen -- 10 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 11 Stichting Marres, huis voor hedendaagse kunst Functie presentatie-instelling (beeldende kunst) Aangevraagd subsidiebedrag € 186.393 per boekjaar Maximale subsidiebedrag € 186.393 per boekjaar Advies honoreren Stichting Marres, huis voor hedendaagse kunst (hierna Marres) onderzoekt, bevraagt en toont de rijkdom van hedendaagse kunst aan de hand van tentoonstellingen, geflankeerd door een publieks- en educatieprogramma. Marres maakt jaarlijks vier tot vijf tentoonstellingen. De visie van Marres is om met de internationale beeldende kunst als vertrekpunt, samen te werken met kunstenaars wiens werk zich bevindt op het grensgebied van andere kunstdisciplines, zoals dans, performance, literatuur en muziek. Marres richt zich op de doelgroepen jongeren, thematisch belangstellenden, cultuurprofessionals en -liefhebbers en nieuw publiek. Met de aangevraagde subsidie wenst Marres in 2025 -2028 haar programma op basis van drie pijlers vorm te geven: integrale installaties, talentontwikkeling en publieksparticipatie. Binnen de pijlers is er ruimte om verrassende projecten te ontwikkelen. Beoordeling aanvraag De commissie beoordeelt de relevantie van Marres als goed (18 punten). Marres heeft een eigen profiel en een sterke verbondenheid met maatschappelijke thema’s. Het bedrijfsplan geeft een helder beeld van het programma voor de komende jaren. De commissie vindt de focus op zintuiglijke waarneming een interessante en toegankelijke lijn waarmee alle programmaonderdelen verbonden kunnen worden. Ook vindt de commissie het bijzonder dat bij verandering van tentoonstellingen en activiteiten het gehele gebouw als het ware een transformatie ondergaat. De organisatie creëer t aan de hand van de integrale installaties nieuwe belevingswerelden waarbinnen het publiek op een participatieve manier zijn weg kan zoeken. De aandachtspunten voor de organisatie zijn volgens de commissie om een toegankelijker verhaal te creëren waarmee meer bereik gegenereerd kan worden. Daarnaast kan de zichtbaarheid van de organisatie nog vergroten: als geheel, in de participatieve projecten en in de interactie met de buitenruimte. De betekenis voor de stad beoordeelt de commissie als ruim voldoende ( 14 punten). De commissie merkt de ontwikkeling van de organisatie om zich meer open te stellen voor de stad op. Zo juicht de commissie onder meer de gratis openstelling op vrijdagavond met speciale activiteiten en de rondleidingen in het Maastrichts dialec t toe. Ook de -- 11 of 35 -- Rapport adviescommissie | 11 september 2024 12 samenwerking met Stichting Met je hart en het COA vindt de commissie positief, alhoewel dit meer zichtbaarheid mag krijgen. Duurzaamheid is zeer goed in acht genomen, zowel met de langdurige vooruitblik en de materiaalkeuze voor de tentoonste llingen. Volgens de commissie kan de stad een activistische en speelse organisatie met een eigen plek in het landelijke culturele veld als Marres goed gebruiken. Daarentegen vindt de commissie dat de interactie met de stad, met name wat betreft de buitenla ndse kunstenaars, beter kan. Het belangrijkste aandachtspunt is om de zichtbaarheid van Marres in de wijken en de stad te versterken. Ook het hoge abstractieniveau houdt de toegankelijkheid en de dialoog in potentie tegen. De investering in jeugd beoordeelt de commissie als goed (18 punten). De organisatie heeft een brede aanpak op het gebied van cultuureducatie. Via het programma Extended maken jongeren van 14 tot 21 jaar van het vmbo tot wo kennis met hedendaagse kunst. Verder is er een sterke connectie met de basisscholen en werkt de organisatie samen met scholen vanuit het speciaal onderwijs, waar het aanbod van Marres door de zintuigelijke insteek goed op aansluit. De commissie vindt het positief dat er nadrukkelijke aandacht is voor het actief betrekken van de docenten via inspiratiebijeenkomsten. Ook kunnen jonge mensen met bestuurlijke ambities een plek krijgen in de organisatie. Verder wordt talentontwikkeling op een actieve manier, met lokale impact, benaderd via de projecten Currents, Rooms en de Limburg Biënnale. De commissie vindt het positief dat de organisatie aandacht heeft voor de humuslaag van kunstenaars die minder zichtbaar zijn, maar zou graag zien dat meer talent dicht bij huis gezocht en gecoacht wordt. Ook adviseert zij om een bredere doelgroep jongeren (dan nu wordt bereikt) deelgenoot te maken via de aanpak van Extended en Currents. De meerwaarde voor het culturele ecosysteem beoordeelt de […tekst ingekort]
Bronnen en actualiteit
“Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond in totaal per boekjaar € 1.057.352,-.”
Toon brontekst
Overslaan en naar de inhoud gaan Menu Zoeken Subsidie aanvragen Lees de subsidieregeling Mijn loket Besluiten bekend De besluiten over de meerjarige subsidieaanvragen in het kader van de Subsidieregeling landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-2028 zijn bekend. Lees meer hierover bij het onderdeel ‘Besluit’ onderaan deze pagina. Voor wie? De subsidie is bedoeld voor professionele culturele instellingen, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting of vereniging) zonder winstoogmerk met volledige rechtsbevoegdheid: die binnen de infrastructuur van de professionele kunst in Maastricht een rol vervult die overeenkomt met de functie op basis waarvan aan desbetreffende instelling na een positieve beoordeling door de Raad van Cultuur subsidie is verstrekt vanuit de BIS 2021-2024; die een duidelijke relatie heeft met de Gemeente Maastricht op basis van vestiging en/of werkterrein; die structureel en jaarlijks culturele activiteiten uitvoert die gericht zijn op en ten goede komen aan de Gemeente Maastricht, haar inwoners en bezoekers; die op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste twee jaar onafgebroken ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Waarvoor? De subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die aansluiten bij één van de volgende functies: functie symfonieorkest; functie operagezelschap; functie theatergezelschap; functie postacademische instelling (beeldende kunst); functie presentatie-instelling (beeldende kunst); functie jeugdpodiumkunsten (dans); functie festival (dans); functie regionaal museum. Voorwaarden Voorwaarden om een subsidie te kunnen krijgen zijn onder andere: Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor een samenhangend geheel van activiteiten: op het gebied van professionele kunst; die primair een artistiek-inhoudelijk karakter hebben; die in voldoende mate gericht zijn op en ten goede komen aan de Gemeente Maastricht, haar inwoners en bezoekers; die gerealiseerd worden in de periode 2025 tot en met 2028; die onderling verbonden zijn of logischerwijs aan elkaar relateren; die bijdragen aan het realiseren van de cultuurvisie van de Gemeente Maastricht ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’. Per aanvrager kan slechts één subsidieaanvraag per jaar worden ingediend en deze subsidieaanvraag kan slechts betrekking hebben op één van de eerder genoemde functies. Vraagt u vaker een subsidie aan? Dan krijgt u eenmalig de kans om aan te geven welke subsidieaanvraag of -aanvragen u intrekt. Als u die vraag niet beantwoord, zijn wij genoodzaakt om alle subsidieaanvragen af te wijzen. Een meerjarige subsidie wordt aangevraagd voor een periode van maximaal 4 jaar, zijnde de boekjaren 2025 tot en met 2028. Voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028 dient een herhaalde subsidieaanvraag ingediend te worden. Wanneer uiterlijk indienen? Meerjarige subsidieaanvragen moesten uiterlijk 29 april 2024 om 13:00 uur zijn ingediend. De herhaalde subsidieaanvragen voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028 moeten uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft zijn ingediend. Deze worden alleen in behandeling genomen indien aan de aanvrager een meerjarige subsidie is verleend voor de jaren 2025 tot en met 2028. Te laat ingediend Kosten die vóór de indiening van de aanvraag zijn gemaakt zijn niet subsidiabel en een te laat ingediende aanvraag wordt niet in behandeling genomen. Hoogte van de subsidie Een subsidie bedraagt per boekjaar maximaal: € 243.429,- voor de functie symfonieorkest; € 152.183,- voor de functie operagezelschap; € 181.352,- voor de functie theatergezelschap; € 86.093,- voor de functie postacademische instelling (beeldende kunst); € 186.939,- voor de functie presentatie-instelling (beeldende kunst); € 81.162,- voor de functie jeugdpodiumkunsten (dans); € 96.194,- voor de functie festival (dans); € 30.000,- voor de functie regionaal museum. Het maximale subsidiebedrag voor de functie festival (dans) wordt in de boekjaren 2025 en 2026 jaarlijks verhoogd met € 200.000,-. Het maximale subsidiebedrag voor de functie operagezelschap wordt in boekjaar 2025 eenmalig verhoogd met € 100.000,- (bij besluit van 24 juni 2025). Jaarlijks kan er een indexering van het subsidiebedrag plaatsvinden. Meesturen? Bij een meerjarige subsidieaanvraag moesten onderstaande gegevens meegestuurd worden: Het digitale aanvraagformulier van de Gemeente Maastricht; Een recent (op het moment van aanvraag niet ouder dan 6 maanden) uittreksel van de Kamer van Koophandel; Een kopie van een recent (op het moment van aanvraag niet ouder dan 6 maanden) bankafschrift waarop, ter verificatie van het bankrekeningnummer van de aanvrager, het rekeningnummer, de naam van de instelling en de datum zichtbaar zijn; Indien de aanvrager een onderneming is: een ingevulde verklaring de-minimissteun; Een meerjarig bedrijfsplan 2025-2028 (zie artikel 8 voor de inhoud); Indien u voor de eerste keer subsidie aanvraagt: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten en het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Opnieuw indienen aanvraag voor 2026, 2027 en 2028 Voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028 moet een herhaalde subsidieaanvraag ingediend worden door de aanvragers aan wie een meerjarige subsidie is verleend voor de jaren 2025 tot en met 2028 (zie artikel 12 voor de voorwaarden). Besluit De besluiten over de meerjarige subsidieaanvragen in het kader van de Subsidieregeling landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-2028 zijn bekend. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft de adviezen van de adviescommissie, die belast was met de beoordeling van de meerjarige subsidieaanvragen, integraal overgenomen. Download het rapport Rapport Subsidieaanvragen landelijke BIS professionele kunst 2025-2028.pdf PDF 0.7 mb Samenvattend Alle 8 in Maastricht gehuisveste professionele culturele instellingen, die deel uitmaken van de landelijke culturele BIS in de cultuurplanperiode 2021-2024, hebben een meerjarige subsidieaanvraag ingediend corresponderend aan hun functie. Er is geen sprake van (onderlinge) concurrentie. Een aanvraag die aan de voorwaarden en criteria voldoet komt voor subsidie in aanmerking. De adviescommissie concludeert dat dat voor alle aanvragen het geval is. Haar advies is dan ook om alle 8 aanvragen te honoreren en de maximale beschikbare subsidiebedragen voor desbetreffende functies toe te kennen. Het college heeft ingestemd met dit advies. De volgende culturele instellingen ontvangen in de periode 2025-2028 zodoende meerjarige subsidie van de gemeente Maastricht. functie symfonieorkest: Stichting philharmonie zuidnederland functie operagezelschap: Stichting Opera Zuid functie theatergezelschap: Stichting Toneelgroep Maastricht functie postacademische instelling (beeldende kunst): Stichting Van Eyck functie presentatie-instelling (beeldende kunst): Stichting Marres, huis voor hedendaagse cultuur functie jeugdpodiumkunsten (dans): Stichting SALLY Dansgezelschap Maastricht functie festival (dans): Stichting Nederlandse Dansdagen functie regionaal museum: Stichting Provinciaal Museum Limburg (Het Bonnefantenmuseum) Contact Heeft u inhoudelijke vragen? Neem dan contact op met de beleidsafdeling via cultuur [at] maastricht.nl (cultuur[at]maastricht[dot]nl). Heeft u liever telefonisch contact? Vermeld dan uw telefoonnummer in het e-mailbericht. Wij bellen u dan terug. Heeft u vragen over de procedure? Dan kunt u contact opnemen met de subsidieverlener Victor Pilich via (06) 21 95 74 25 of victor.pilich [at] maastricht.nl (victor[dot]pilich[at]maastricht[dot]nl).
Toon brontekst
Subsidieregeling landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-2028 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, overwegende dat: het gemeentebestuur het culturele ecosysteem van de professionele kunsten in de stad, waaronder de in Maastricht gehuisveste professionele culturele instellingen die deel uitmaken van de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS), wil versterken door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht en de cultuurvisie van de gemeente Maastricht ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’; besluit vast te stellen de Subsidieregeling landelijke BIS professionele kunst Maastricht 2025-2028. Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - adviescommissie: een ambtelijke adviescommissie bestaande uit tenminste drie medewerkers van de gemeente Maastricht werkzaam binnen de beleidsafdeling Economie & Cultuur; - ASV: de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; - Awb: de Algemene wet bestuursrecht; - BIS: de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS) ofwel het landelijke culturele subsidiestelsel. Het is een vierjarig subsidieverlening van de Rijksoverheid aan professionele culturele instellingen op het gebied van: podiumkunsten, musea, beeldende kunst, film, letteren, ontwerp, ontwikkeling & vernieuwing en ondersteunende instellingen (http://www.cultuursubsidie.nl/); - boekjaar: een kalenderjaar, lopende van 1 januari tot en met 31 december; - Code Diversiteit & Inclusie: een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector over diversiteit en inclusie. De code is een instrument van zelfregulering met als doel dat de culturele en creatieve sector de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert (http://codedi.nl/); - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht; - cultureel ecosysteem: het geheel van onderling verbonden netwerken in het cultuur- en kunstenveld waarin cultuurmakers en culturele instellingen in verwevenheid nauw met elkaar samenwerken en op zichzelf een volledig toegeruste habitat vormen waarin alle betrokkenen goed kunnen functioneren; - cultuurmakers: professionele kunstbeoefenaars die beroepsmatig activiteiten ontplooien die behoren tot de professionele kunst; - cultuurvisie: het document ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’ zoals op 26 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Maastricht; - Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie gericht op een toekomstbestendige arbeidsmarkt en beroepspraktijk (http://fairpracticecode.nl/nl); - Governance Code Cultuur: instrument voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector dat het gehele besturingsproces omvat: beleid, uitvoering, toezicht en verantwoording (http://www.governancecodecultuur.nl); - jeugd: personen tussen de 0 en 27 jaar; - onderneming: iedere eenheid, ongeachte haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; - professionele culturele instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting of vereniging) zonder winstoogmerk met volledige rechtsbevoegdheid die zich inzet binnen de professionele kunst en/of cultuursector en zich als zodanig heeft kenbaar gemaakt bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel; - professionele kunst: activiteiten op het brede gebied van de kunsten (waaronder architectuur, beeldende kunst en vormgeving, letteren, podiumkunsten, design, film, mode en cross-overs tussen deze disciplines) beroepsmatig beoefend door personen die over professionele vaardigheden beschikken; - subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van meerjarige subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten 1.. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die aansluiten bij een van de volgende functies: - functie symfonieorkest; - functie operagezelschap; - functie theatergezelschap; - functie postacademische instelling (beeldende kunst); - functie presentatie-instelling (beeldende kunst); - functie jeugdpodiumkunsten (dans); - functie festival (dans); - functie regionaal museum. 2.. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor een samenhangend geheel van activiteiten: - op het gebied van professionele kunst; - die primair een artistiek-inhoudelijk karakter hebben; - die in voldoende mate gericht zijn op en ten goede komen aan de gemeente Maastricht, haar inwoners en bezoekers; - die gerealiseerd worden in de periode 2025 tot en met 2028; - die onderling verbonden zijn of logischerwijs aan elkaar relateren; - die bijdragen aan het realiseren van de cultuurvisie van de gemeente Maastricht ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’. 3.. Per aanvrager kan slechts één subsidieaanvraag per jaar worden ingediend en deze subsidieaanvraag kan slechts betrekking hebben op één van de functies zoals opgenomen in artikel 3 lid 1. 4.. Indien een aanvrager meer dan één subsidieaanvraag heeft ingediend, wordt eenmalig de gelegenheid gegeven om aan te geven welke aanvraag/aanvragen wordt/worden ingetrokken. 5.. Indien geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek zoals in artikel 3 lid 4 is opgenomen, dan worden alle ingediende aanvragen afgewezen. Artikel 4. Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een professionele culturele instelling, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting of vereniging) zonder winstoogmerk met volledige rechtsbevoegdheid: - die binnen de infrastructuur van de professionele kunst in Maastricht een rol vervult die overeenkomt met de functie op basis waarvan aan desbetreffende instelling na een positieve beoordeling door de Raad van Cultuur subsidie is verstrekt vanuit de BIS 2021-2024, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1; - die een duidelijke relatie heeft met de gemeente Maastricht op basis van vestiging en/of werkterrein; - die structureel en jaarlijks culturele activiteiten uitvoert die gericht zijn op en ten goede komen aan de gemeente Maastricht, haar inwoners en bezoekers; - die op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste twee jaar onafgebroken ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Artikel 5. Subsidieplafond 1.. Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond in totaal per boekjaar € 1.057.352,-. 2.. Het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 wordt in de boekjaren 2025 en 2026 jaarlijks verhoogd met € 200.000,- ten behoeve van de functie festival (dans) zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 aanhef en onder g. 3.. Wijzigingen in de hoogte en verdeling van het subsidieplafond, behoudens wijzigingen als gevolg van jaarlijkse loon- en prijsindexeringen, worden door het college vastgesteld en bekendgemaakt. 4.. Jaarlijks kan er een indexering van het subsidieplafond plaatsvinden; 5.. Het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 wordt in het boekjaar 2025 eenmalig verhoogd met € 100.000,- ten behoeve van de functie operagezelschap zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 aanhef en onder b. Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.. Voor subsidie komen uitsluitend de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3. 2.. Niet voor subsidie in aanmerking komen kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag. Artikel 7. Hoogte van de subsidie 1.. Een subsidie bedraagt per boekjaar maximaal: - € 243.429,- voor de functie symfonieorkest; - € 152.183,- voor de functie operagezelschap; - € 181.352,- voor de functie theatergezelschap; - € 86.093,- voor de functie postacademische instelling (beeldende kunst); - € 186.939,- voor de functie presentatie-instelling (beeldende kunst); - € 81.162,- voor de functie jeugdpodiumkunsten (dans); - € 96.194,- voor de functie festival (dans); - € 30.000,- voor de functie regionaal museum. 2.. Het maximale subsidiebedrag voor de functie festival (dans), zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 aanhef en onder g, wordt in de boekjaren 2025 en 2026 jaarlijks verhoogd met € 200.000,-. 3.. Jaarlijks kan er een indexering van het subsidiebedrag plaatsvinden; 4.. Het maximale subsidiebedrag voor de functie operagezelschap, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 aanhef en onder b, wordt in boekjaar 2025 eenmalig verhoogd met € 100.000,-. Artikel 8. Aanvraag 1.. Een meerjarige subsidie wordt aangevraagd voor een periode van maximaal 4 jaar, zijnde de boekjaren 2025 tot en met 2028. 2.. Een aanvraag voor een meerjarige subsidie voor de periode 2025-2028 wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: http://www.gemeentemaastricht.nl/. 3.. Voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028 dient er een herhaalde subsidieaanvraag ingediend te worden. 4.. Een aanvraag voor meerjarige subsidie moet ten minste de volgende documenten bevatten: - een recent (op het moment van aanvraag niet ouder dan 6 maanden) uittreksel van de Kamer van Koophandel; - een kopie van een recent (op het moment van aanvraag niet ouder dan 6 maanden) bankafschrift waarop, ter verificatie van het bankrekeningnummer van de aanvrager, het rekeningnummer, de naam van de instelling en de datum zichtbaar zijn; - indien de aanvrager een onderneming is: een ingevulde verklaring de-minimissteun; - een meerjarig bedrijfsplan 2025-2028 bestaande uit:algemene instellingsgegevens;een omschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager tot de doelgroep behoort, zoals bedoeld in artikel 4;een onderbouwing van de functiekeuze op basis waarvan de aanvrager subsidie aanvraagt, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1;een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;een toelichting op verwachte bezoekers-/deelnemersaantallen en publieksbereik;een concrete inhoudelijke beschrijving die inzicht geeft in de wijze waarop de aanvrager voldoet aan de omschrijving en aandachtspunten van de vijf beoordelingscriteria: (1) relevantie, (2) betekenis voor de stad, (3) investeren in jeugd, (4) meerwaarde voor het culturele ecosysteem en (5) gezonde bedrijfsvoering, zoals beschreven in bijlage 1;een sluitende meerjarenbegroting 2025-2028 waarin alle (verwachte) inkomsten en uitgaven inzichtelijk worden weergegeven en waaruit blijkt dat de meerjarige subsidie van de gemeente Maastricht noodzakelijk is;de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;een omschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager over professionele organisatiekracht beschikt en (financiële) continuïteit kan waarborgen;een omschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en toepast;een concreet uitgewerkt inhoudelijk jaarplan en bijbehorende sluitende jaarbegroting voor het boekjaar 2025. 5.. De herhaalde subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 8 lid 3 bevatten een concretisering en actualisering, zowel financieel als inhoudelijk, van het meerjarige bedrijfsplan 2025-2028 gericht op het desbetreffende jaar. 6.. Een herhaalde subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: http://www.gemeentemaastricht.nl/. Artikel 9. Beoordelingscriteria 1.. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: - Relevantie; - Betekenis voor de stad; - Investeren in jeugd; - Meerwaarde voor het culturele ecosysteem; - Gezonde bedrijfsvoering. 2.. In bijlage 1 en 2 van deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop de adviescommissie de criteria weegt, uitgewerkt. Artikel 10. […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.