Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Terreinbeherende organisaties (privaatrechtelijke rechtspersonen), particuliere grondbeheerders (natuurlijke personen) en samenwerkingsverbanden daarvan die eigenaar, pachter of erfpachter zijn van grond in Noord-Brabant.
Ook bekend als Stimuleringsregeling Landschap, SLL 2.0
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling van de provincie Noord-Brabant voor versterking van biodiversiteit in het landelijk gebied door realisatie van landschapselementen. Gericht op terreinbeherende organisaties en particuliere grondbeheerders. Minimale subsidiebedragen: €1.000 (zaai-/randen), €3.000 (overige activiteiten), €4.000 (bepaalde activiteiten).
Voor wie is het bedoeld?
Terreinbeherende organisaties (privaatrechtelijke rechtspersonen), particuliere grondbeheerders (natuurlijke personen) en samenwerkingsverbanden daarvan die eigenaar, pachter of erfpachter zijn van grond in Noord-Brabant.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Realisatie van landschapselementen voor biodiversiteitversterking
- Aanleg van natuurelementen in het landelijk gebied
- Versterking van groenblauwe dooradering in het Brabantse landschap
- Beheer van natuur- en landschapselementen
Voorwaarden
- Project mag niet worden uitgevoerd op grond gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), met uitzondering van grond in Ecologische Verbindingszones (EVZ's) of bepaalde natuurbeheertypen
- Grond mag niet de functie bouwvlak of wonen hebben volgens het geldende omgevingsplan
- Project mag niet betrekking hebben op tuinen, parken of vijvers voor privégebruik of publieke ruimte met gecultiveerde soorten
- Geen dubbele subsidie: geen eerdere subsidie voor dezelfde landschapselementen
- Aanvrager mag geen grote onderneming zijn
- Aanvrager mag geen onderneming in financiële moeilijkheden zijn
- Project mag niet reeds zijn gestart voor indiening aanvraag
- Minimale subsidiebedragen: €1.000 voor zaai-/randen, €3.000 voor overige activiteiten, €4.000 voor bepaalde activiteiten
- Aanvrager moet voldoen aan relevante Europese en nationale wet- en regelgeving
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Doelgroep Artikel 3 Subsidievorm Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Artikel 5 Weigeringsgronden Artikel 6 Subsidievereisten Artikel 7 Subsidiabele kosten Artikel 8 Niet subsidiabele kosten Artikel 9 Aanvraagtijdvak Artikel 10 Subsidieplafond Artikel 11 Subsidiehoogte Artikel 12 Verdelingswijzen Artikel 13 Subsidieverlening Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 15 Actieve landbouwer Artikel 16 Verantwoording Artikel 17 Bevoorschotting en betaling Artikel 18 Subsidievaststelling Artikel 19 Evaluatie Artikel 20 Intrekking Artikel 21 Overgangsrecht Artikel 22 Inwerkingtreding Artikel 23 Citeertitel Ondertekening Bijlage 1 behorende bij artikel 6, eerste lid, onder c, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 2 behorende bij artikel 6, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 3 behorende bij artikel 6, eerste lid, onder e en h, tweede, derde, vierde en zesde lid, artikel 13, eerste lid, onder b, artikel 14, eerste lid, onder c, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 4 behorende bij artikel 7, vijfde lid, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 5 behorende bij artikel 7, eerste lid, onder a, en zesde lid, onder a, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 6, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, derde lid, vierde lid en zesde lid onder a, van de Subsidieregeling Stimulering Landschap Noord-Brabant 2.0 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754072 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754072/2 sluiten Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 16 december 2025 tot vaststelling van een subsidieregeling voor de versterking van de biodiversiteit in het landelijk gebied (Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0) Geldend van 08-07-2026 t/m heden Intitulé Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 16 december 2025 tot vaststelling van een subsidieregeling voor de versterking van de biodiversiteit in het landelijk gebied (Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat de Adviescommissie Catalogus Groenblauwe Diensten bij besluit van 20 november 2025 heeft geoordeeld dat de subsidieregeling voldoet aan de criteria van Catalogus Groenblauwe Diensten; Overwegende dat Gedeputeerde Staten met het vaststellen van deze subsidieregeling groenblauwe dooradering van het Brabantse landschap wil bevorderen om zo, door de vergroting van het aantal landschapselementen, de biodiversiteit en landschapskwaliteit duurzaam te behouden en versterken, en Brabanders te verbinden met de natuur; Overwegende dat Gedeputeerde Staten tevens tot doel hebben daarbij samen te werken met de gemeenten en waterschappen in de provincie Noord-Brabant en dat deze samenwerking bestaat uit de inzet van financiële middelen door zowel de provincie Noord-Brabant als de gemeenten en waterschappen; Overwegende dat het beschikbaar te stellen budget en de thema’s waarvoor dit budget beschikbaar is, keuzes zijn die gemeenten en waterschappen op grond van hun autonomie maken; Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: actieve landbouwer: natuurlijke of rechtspersonen dan wel groepen natuurlijke of rechtspersonen die ten minste een minimumniveau aan landbouwactiviteit verrichten, als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van Verordening 2021/2115 en nader gedefinieerd in het Strategisch GLB-plan onder 4.1.4.; agrarische grond: grond met een agrarische bestemming die gebruikt wordt als gras-, tuinbouw- of akkerbouwland en waar wordt beweid met vee of waar gewassen worden geoogst of grond met een natuur bestemming die agrarisch wordt gebruikt; Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; bebouwde kom: gebied als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beheertypenkaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016; Catalogus Groenblauwe Diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend; EVZ: ecologische verbindingszone, zijnde een gebied waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden, en dat is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; functiewijziging: het wijzigen van de functie van de grond van agrarische grond naar natuur ten behoeve van een landschapselement; geopackage: één bestand dat een database vormt voor geografische informatie; grasland: perceel met de aanduiding ‘blijvend grasland’ in de Basisregistratie Gewaspercelen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; groenblauwe dooradering: netwerk van natuurlijke landschapselementen in het landelijk gebied; grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I, van Verordening(EU) 2022/2472, PBEU 2022 L327; inrichtingsplan: plan dat tenminste bevat de locatieaanduiding van het project, een schaalgrote van maximaal 1:2.000, een legenda, een topografische ondergrond en een kadastrale aanduiding; Kaderrichtlijn Water: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEU 2000, L 327); landbouwgrond: grond waarop enige vorm van landbouw wordt of onmiddellijk kan worden uitgeoefend; landschapselement: natuurelement in het landschap met een natuurwetenschappelijke of landschappelijke betekenis; natuurbeheertype: soort natuur als beschreven in de Index Natuur en Landschap, te raadplegen via de website https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/; NNN; Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, als aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; realisatie: eenmalige initiële werkzaamheden; veldcoördinator Stimuleringsregeling Landschap: op het gebied van natuur- en landschapsinrichting deskundig contactpersoon, verbonden aan het Coördinatiepunt Landschapsbeheer, die (potentiële) aanvragers begeleidt bij het doen van een aanvraag; verordening 2021/2116: Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 4350; verordening 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435). Artikel 2 Doelgroep 1. Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door: a. een terreinbeherende organisatie, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon, die eigenaar, pachter of erfpachter is van grond; b. een particuliere grondbeheerder, zijnde een natuurlijk persoon, die eigenaar, pachter of erfpachter is van grond; c. een samenwerkingsverband van terreinbeherende organisaties en particuliere grondbeheerders als bedoeld onder a en b. 2. Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: a. wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband; en b. draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring. Artikel 3 Subsidievorm Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: a. het realiseren en beheren van nieuwe landschapselementen; b. het beheren van bestaande landschapselementen; c. inkomstenderving op grond voor landbouwkundig gebruik, in combinatie met een of meer activiteiten als bedoeld onder a en b; d. functiewijziging van agrarische grond, in combinatie met het realiseren of beheren van nieuwe landschapselementen als bedoeld onder a en e; e. het realiseren van nieuwe landschapselementen. Artikel 5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: a. het project wordt uitgevoerd op grond gelegen binnen het NNN met uitzondering van grond: 1°. gelegen in EVZ’s; of 2°. die op de beheertypenkaart is aangeduid met natuurbeheertype N00.01 en waar sprake is van de realisatie van een wandelpad over boerenland; b. op de grond waarop het project wordt uitgevoerd krachtens het geldende omgevingsplan de functie bouwvlak of de functie wonen rust; c. het project betrekking heeft op de realisatie en het beheer van een tuin, park, danwel een vijver die hier deel van uitmaakt, voor privégebruik of in de publieke ruimte, beplant met gecultiveerde soorten; d. het project betrekking heeft op het realiseren van nieuwe landschapselementen en er reeds subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere regeling voor de realisatie van dezelfde nieuwe landschapselementen; e. het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze regeling; f. op de grond waarop het project betrekking heeft verplichtingen rusten op grond van deze regeling of enige andere regeling op basis waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer; g. reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; h. het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen op basis van wetgeving, regelgeving, een convenant of andere afspraken; i. de subsidieaanvrager een grote onderneming is; j. de subsidieaanvrager niet aan de relevante Europese of nationale wet- en regelgeving voldoet, zoals wet- en regelgeving met betrekking tot dieren, planten, volksgezondheid, sanitair, ethiek of milieu, en op basis daarvan de productie hoe dan ook moet stopzetten; k. de subsidieaanvrager een onderneming in financiële moeilijkheden is als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU, 2014/ C 249/01); l. ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard; m. de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan: 1°. € 1.000 voor de activiteit, bedoeld in artikel 4, onder b, of wanneer sprake is van (zaai) rand […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar content Navigatie Contextinformatie Publicatie Acties Inhoudsopgave Ter informatie: Mogelijk ervaart u problemen met het zoeken naar publicaties. We werken aan een oplossing. Excuses voor het ongemak. Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving. Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Home Provinciaal blad 2026, 11401 Toon meer van: Inhoudsopgave Aanhef Lichaam Artikel I Wijziging Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Artikel II Inwerkingtreding Ondertekening Nota toelichting Bijlage Toon meer van: Extra informatie Informatie over publicatie Toon meer van: Gerelateerd Geconsolideerde regelgeving Publicaties referendum Authentieke versie (PDF) bestandsgrootte: 4,1 Mb Informatie Printen Delen Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 30 juni 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 in verband met het ophogen van verschillende subsidieplafonds, enkele technische wijzigingen en het vervangen van bijlagen 2 en 3 (Eerste wijziging Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 te wijzigen in verband met het ophogen van verschillende subsidieplafonds, enkele technische aanpassingen en het vervangen van bijlagen 2 en 3; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel I Wijziging Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 De Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 10 komt te luiden: Artikel 10 Subsidieplafond 1. Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder a tot en met d, voor de periode, genoemd in artikel 9, vast op: a. € 87.117, voor projecten in de gemeente Alphen Chaam; b. € 176.430, voor projecten in de gemeente Altena; c. € 152.623, voor projecten in de gemeente Asten; d. € 57.859, voor projecten in de gemeente Baarle-Nassau; e. € 50.688, voor projecten in de gemeente Bergeijk; f. € 90.000, voor projecten in de gemeente Bergen op Zoom; g. € 45.978, voor projecten in de gemeente Bernheze; h. € 130.500, voor projecten in de gemeente Best; i. € 73.990, voor projecten in de gemeente Bladel; j. € 63.260, voor projecten in de gemeente Boekel; k. € 155.387, voor projecten in de gemeente Boxtel; l. € 206.548, voor projecten in de gemeente Breda; m. € 41.621, voor projecten in de gemeente Cranendonck; n. € 168.665, voor projecten in de gemeente Deurne; o. € 14.684, voor projecten in de gemeente Dongen; p. € 19.016, voor projecten in de gemeente Drimmelen; q. € 45.000, voor projecten in de gemeente Eersel; r. € 59.228, voor projecten in de gemeente Eindhoven; s. € 54.000, voor projecten in de gemeente Etten-Leur; t. € 83.769, voor projecten in de gemeente Geldrop-Mierlo; u. € 121.271, voor projecten in de gemeente Gemert-Bakel; v. € 220.499, voor projecten in de gemeente Gilze en Rijen; w. € 63.131, voor projecten in de gemeente Goirle; x. € 135.748, voor projecten in de gemeente Halderberge; y. € 24.421, voor projecten in de gemeente Heeze-Leende; z. € 86.835, voor projecten in de gemeente Helmond; aa. € 45.242, voor projecten in de gemeente ‘s-Hertogenbosch; bb. € 34.200, voor projecten in de gemeente Heusden; cc. € 158.856, voor projecten in de gemeente Hilvarenbeek; dd. € 43.810, voor projecten in de gemeente Laarbeek; ee. € 515.709, voor projecten in de gemeente Land van Cuijk; ff. € 337.225, voor projecten in de gemeente Maashorst; gg. € 115.760, voor projecten in de gemeente Meierijstad; hh. € 25.337, voor projecten in de gemeente Moerdijk; ii. € 82.927, voor projecten in de gemeente Nuenen; jj. € 377.306, voor projecten in de gemeente Oirschot; kk. € 55.226, voor projecten in de gemeente Oisterwijk; ll. € 43.090, voor projecten in de gemeente Oosterhout; mm. € 90.000, voor projecten in de gemeente Oss; nn. € 82.919, voor projecten in de gemeente Reusel-de Mierden; oo. € 125.766, voor projecten in de gemeente Roosendaal; pp. € 86.566, voor projecten in de gemeente Rucphen; qq. € 69.734, voor projecten in de gemeente Sint Michielsgestel; rr. € 116.460, voor projecten in de gemeente Someren; ss. € 18.000, voor projecten in de gemeente Son en Breugel; tt. € 119.098, voor projecten in de gemeente Steenbergen; uu. € 111.671, voor projecten in de gemeente Tilburg; vv. € 17.063, voor projecten in de gemeente Vught; ww. € 54.000, voor projecten in de gemeente Waalre; xx. € 54.000, voor projecten in de gemeente Waalwijk; yy. € 29.900, voor projecten in de gemeente Woensdrecht; zz. € 54.263, voor projecten in de gemeente Zundert. 2. Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder a tot en met d, voor de periode, genoemd in artikel 9, vast op: a. € 180.000, voor projecten binnen het werkingsgebied van waterschap Aa en Maas; b. € 242.639, voor projecten binnen het werkingsgebied van waterschap Brabantse Delta; c. € 77.732, voor projecten binnen het werkingsgebied van waterschap De Dommel; d. € 295.650, voor projecten binnen het werkingsgebied van waterschap Rivierenland. 3. Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder e, voor de periode, genoemd in artikel 9, vast op € 4.000.000. B. Artikel 18 komt te luiden: Artikel 18 Subsidievaststelling a. Bij subsidies tot € 25.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie ambtshalve vast, op basis van prestaties en normbedragen per eenheid of daadwerkelijk gemaakte kosten, op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv. b. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op aanvraag vast op grond van artikel 21, negende lid, van de Asv. C. Bijlage 2 behorende bij de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling. D. Bijlage 3 behorende bij de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling. E. Bijlage 6 behorende bij de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 wordt vervangen door bijlage 3 bij deze regeling. Artikel II Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. ’s-Hertogenbosch, 30 juni 2026 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris, drs. G.H.E. Derks MPA Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder C, van de Eerste wijziging Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 2 behorende bij artikel 6, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 2 behorende bij artikel I, onder D, van de Eerste wijziging Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Bijlage 3 behorende bij artikel 6, eerste lid, onder e en h, tweede, derde, vierde en zesde lid, artikel 13, eerste lid, onder b, artikel 14, eerste lid, onder c, van de Subsidieregeling stimulering landschap Noord-Brabant 2.0 Beschrijving en vereisten landschapselementen Begripsbepaling Afgezet: het terugsnoeien of laag afzagen van een houtig element of knot, zodat deze weer kan uitgroeien. Bouwland: perceel met een aanduiding, niet zijnde ‘blijvend grasland’, in de Basisregistratie Gewaspercelen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Diameter: de doorsnee van een boom of struik gemeten door de omtrek van de boom op één meter boven het maaiveld te meten en te delen door π (3,14). Grasland: perceel met de aanduiding ‘blijvend grasland’ in de Basisregistratie Gewaspercelen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. GVE: Groot Vee eenheid Omschrijving GVE Stieren, koeien en andere runderen ouder dan 2 jaar 1,00 Paardachtigen ouder dan 6 maanden 1,00 Runderen vanaf 6 maanden maar niet ouder dan 2 jaar 0,60 Runderen jonger dan 6 maanden 0,40 Schapen, lammeren en geiten 0,15 Indicatorsoorten: botanische soorten zoals opgenomen onder de kop ‘Indicator soorten’. Kleigrond: gronden in de landschapstypen; Zeekleigebied, Komgebied, Oeverwal en Uiterwaarden, Dijken en Open beemdengebied. Landbouwkundig gebruik: grond welke ten minste 5 jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag aantoonbaar landbouwkundig in gebruik is blijkend uit de Basisregistratie Gewaspercelen. Maaiveld: is bovenkant van niet afgegraven bodem. Natte oppervlakte of laagte: oppervlakte van zichtbaar water. Periodiek beheer: beheer dat volgens een bepaalde regelmaat uitgevoerd moet worden om de verschijningsvorm van het landschapselement in stand te houden. Tot cyclisch beheer behoren onder meer: het knotten van knotbomen, het afzetten van een hout-/elzensingel, het opschonen van een poel. Vrij liggend: 1. Als 75% of meer van de randlengte van het element grenst aan bouw- of grasland1. Of 2. Er een afstand tussen elementen is van tenminste 5 meter. Of 3. Het een knip- en scheerheg (L7) naast een bomenrij of laan (L8) of knotboom (L9) betreft. Zandgrond: gronden in de landschapstypen Oude zandontginning, Jonge zand- en/of veenontginning en Langstraatontginning. Soortenlijst Lijst inheemse soorten Bosplantsoen bomen en struiken: Een van de volgende soorten: Wilde appel(Malus sylvestris); Ruwe berk (Betula pendula); Zachte berk (Betula pubescens); Aalbes (Ribes rubrum); Zwarte bes (Ribes nigrum); Beuk (Fagus Sylvatica); Bosroos (Rosa arvensis); Eglantier(Rosa rubiginosa); Zomereik (Quercus robur); Wintereik (Quercus petrea); Zwarte els (Alnus glutinosa); Gelderse roos (Viburnum opulus); Haagbeuk (Carpinus betulus); Hazelaar (Corylus avellana); Heggeroos (Rosa corymbifera); Hondsroos (Rosa canina); Hulst (Ilex aquifolium); Steel iep (Ulmus laevis); Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus); Tamme kastanje (Castanea sativa); Zoete kers (Prunus avium); Rode kornoelje (Cornus sanguinea); Gele kornoelje (Cornus mas); Kraagroos (Rosa agrestis); Wilde liguster (Ligustrum vulgare); Kleinbladige linde (Tilia cordata);Lijsterbes (Sorbus aucuparia); Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna);Tweestijlige Meidoorn (Crataegus laevigata);Mispel (Mespilus germanica);Wilde Peer (Pyrus pyraster);Sleedoorn (Prunus spinosa);Veldesdoorn (Acer campestre);Gewone Vlier (Sambucus nigra);Inheemse Vogelkers (Prunus padus);Vuilboom (Rhamnus frangula);Wegedoorn (Rhamnus catharticus); Boswilg (Salix caprea); Katwilg (Salix viminalis); Geoorde wilg (Salix aurita); Schietwilg (Salix alba) Laanbomen: Een van de volgende bomen: Zomereik (Quercus robur); Wintereik (Quercus petrea); Grauwe abeel (Populus canescens*); Ruwe berk (Betula pendula); Beuk (Fagus sylvatica); Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus*); Haagbeuk (Carpinus betulus); Iep, diverse klonen (Ulmus*); Tamme Kastanje (Castanea sativa); Zoete Kers (Prunus avium); Kleinbladige Linde (Tilia cordata*); Grootbladige Linde (Tilia platyphyllos); Noot (Juglans regia); Zwarte Populier (Populus nigra*); Populier‘Canadapopulier’ (Populus x canadensis*); Schietwilg (Salix alba); Inheemse Hoogstamfruitbomen *Bij deze soorten worden de volgende cultivars als inheems aangemerkt: Populus canescens ‘De Moffart en Witte van Haamstede’; Acer pseudeplatanus ‘ Negenia en Rotterdam’Ulmus ‘Dodoens Clusius en Lobel’; Tilia cordata ‘ Erecta en Roelvo’; Tilia vulgaris ‘Pallida’; Populus x canadensis ‘div. cultivars’; Populus nigra ‘div. cultivars m.u.v. Italica’; Salix alba ‘ Liempde, Belders’. Hoogstamfruitbomen: Diverse soorten appels, peren, pruimen en kersen Indicatorsoorten Indicatorsoorten voor de beheerpakketten botanische weiderand, botanische hooilandrand en wilde bijenrand op grasland Duizendblad; […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.